‘Regels zijn belangrijk, maar mensen zijn belangrijker’

Hilde Bakker vertrekt als expert aanpak huiselijk geweld bij Movisie

Hilde Bakker werkt al 43 jaar aan de aanpak van huiselijk en seksueel geweld. Bijna twintig jaar daarvan was ze actief bij Movisie. Op 18 november 2025 nam zij afscheid. In een gesprek met Paul van Yperen vertelt ze over hoe ze als Friese boerendochter activist werd en later expert bij TransAct en Movisie.

Waarom ben je je gaan specialiseren in de aanpak van huiselijk geweld?

Hilde Bakker: ‘Ik ben opgegroeid in een traditioneel dorp in Friesland. Daar golden duidelijke regels voor jongens en meisjes. Jongens hadden meer vrijheid, meisjes moesten zich netjes gedragen. Dat riep bij mij al jong verzet op. Ik herkende dat later bij meisjes uit migrantengezinnen.’

‘Tijdens mijn studie aan de Sociale Academie liep ik stage bij het algemeen maatschappelijk werk. Ik zag hoe problemen vaak individueel werden aangepakt, terwijl er duidelijke maatschappelijke patronen achter zaten. Dat zette me aan het denken. Ik sloot me aan bij de vrouwenmethodiekgroep op school en kwam in aanraking met feministische hulpverlening. Ik ging als vrijwilliger aan de slag bij het Blijf-van-mijn-Lijfhuis in Leeuwarden. Daar konden vrouwen terecht die vluchtten uit hun gewelddadige relatie. Vrouwen kwamen met schrijnende maar vergelijkbare verhalen. Het was duidelijk dat er structureel iets moest veranderen.’

Wat motiveerde je al die jaren om door te gaan?

‘Een innerlijke drive om bij te dragen aan verbetering voor slachtoffers en voor de positie van vrouwen in het algemeen. Dat houdt de motor draaiende. Plus de mensen met wie ik werkte. Collega’s, samenwerkingspartners – allemaal gedreven mensen die ergens voor staan. Als ik het alleen had moeten doen, dan had ik het niet volgehouden. Die verbondenheid is essentieel, ook om samen te kunnen relativeren en te lachen.’

‘Ik werkte in de vrouwenopvang, eerst als vrijwilliger, later betaald. We deden bij Blijf alles: luisteren, begeleiden, helpen bij het regelen van een advocaat, mee om persoonlijke spullen op te halen onder politiebegeleiding. Maar we voerden ook actie. We schreven zwartboeken en muurkranten en organiseerden voorlichtingsbijeenkomsten. We bezetten zelfs met alle bewoonsters en hun kinderen de vergadering in het provinciehuis en hielden daar een betoog. We wilden aantonen dat dit geweld niet iets kleins was maar een groot maatschappelijk probleem.’

Hilde Bakker in de tuin aan het water

Welke verhalen zijn je bijgebleven?

‘Er zijn zoveel verhalen van vrouwen die nog door mijn hoofd schieten. Dat van een vrijwilligster bijvoorbeeld die jaren na haar scheiding nog steeds werd bedreigd door haar ex-man. Zij wilde een straatverbod voor hem. We hebben toen met een aantal medewerksters een avond en een nacht bij haar thuis doorgebracht, zodat ze getuigenverklaringen kon verzamelen. Toen hij kwam en een steen door de ruiten gooide, voelde ik pas echt hoe beklemmend een stalking situatie is. Hij heeft toen dat straatverbod en contactverbod gekregen. Maar dat je zo ver moest gaan om geloofd te worden, dat vond ik heel dramatisch.’

‘In die tijd kwamen ook de eerste verhalen over incest naar buiten. Dan kwamen er vrouwen van wie de man hun dochter had misbruikt: ‘Kan ik bij jullie onderdak vinden, want hij bedreigt ons nu.’ Een jarenlang misbruikte vrouw kwam met haar kind en dat bleek van haar eigen vader te zijn.’

Hoe kwam je terecht bij TransAct en later bij Movisie?

‘Later werkte ik voor Steunpunten Seksueel Geweld. Daar focuste ik me op de aanpak van seksueel geweld, onder meer bij Antilliaanse, Surinaamse en Molukse vrouwen. Toen al werkte ik samen met diverse migrantenorganisaties en ook met VluchtelingenWerk. Mijn focus lag op preventie en beleid. Hoe kunnen professionals beter aansluiten bij taal en cultuur van vrouwen met een migratieachtergrond en hoe kunnen zij beter samenwerken? Hoe kun je bestuurders en gemeenten helpen om beleid te maken dat echt werkt?’

‘Vanuit mijn werk had ik contact met TransAct, het landelijk expertisecentrum seksueel geweld en sekse specifieke zorg. Zij benaderden mij om mee te werken aan een onderzoek naar de veiligheidsbeleving van vrouwen en meisjes in de asielopvang, samen met de COA en Pharos. Daar zijn toen belangrijke beleidsaanbevelingen uit voortgekomen. Dat onderwerp is helaas nog steeds actueel.’

‘Bij TransAct en later Movisie zette ik me in voor samenwerking tussen professionals uit zorg en veiligheid met sleutelpersonen uit migrantenorganisaties. Dat is waardevol en noodzakelijk, maar ook lastig. Iedereen heeft zijn eigen taal, doelen en werkwijze. Het kost tijd om elkaar te begrijpen. Je moet als professional soms andere aanvliegroutes kiezen. Luisteren naar ervaringen en kennis van de sleutelpersonen, waarvan velen inmiddels vaak ook professioneel opgeleid zijn. Wat is hun aanpak om geweld in een gezin aan de orde te stellen? Structurele samenwerking met informele vertrouwenspersonen is echt nodig. Niet alleen bij een casus, maar doorlopend contact is leerzaam voor beide partijen. Dat vraagt om tijd en vertrouwen – en die twee lijken er vaak te weinig.’

Je vindt dat hulpverleners soms buiten de regels om moeten durven te handelen.

‘Soms moet je als hulpverlener creatief zijn en buiten het protocol om iemand echt helpen.’

‘Regels zijn belangrijk, maar mensen zijn belangrijker. Soms moet je als hulpverlener creatief zijn en buiten het protocol om iemand echt helpen. Een voorbeeld? Niet eerst Veilig Thuis bellen, maar gelijk erop af omdat jij het gezin al goed kent. Of geheimhouding verbreken voor de veiligheid van het slachtoffer. Ik heb me ervoor ingezet dat professionals vaker vertrouwenspersonen structureel betrekken bij de aanpak van geweld in - sommige - migrantengezinnen. Dat is niet vanzelfsprekend, vaak met oog op geheimhouding, maar wel noodzakelijk.’

‘Binnen de Alliantie Verandering van Binnenuit bereiken we traditionele gemeenschappen om geweld tegen vrouwen en lhbtiqa+ personen tegen te gaan. Samenwerking met migrantenorganisaties vraagt van beide kanten om cultuursensitiviteit, geduld en vertrouwen. Onze partners werken met dialoogleiders, sleutelpersonen. Zij bouwen relaties op en proberen van binnenuit normverandering te stimuleren. Ik wil overigens benadrukken dat geweld tegen vrouwen een probleem is van alle inwoners van Nederland, dwars door opleidingsniveaus, culturen en religies.’

‘Rechtbankverslaggever Saskia Belleman deed een mooie uitspraak over femicide en de vrouwenhaat die je bij de studentencorpsen ziet: ‘Hoe daar over vrouwen wordt gesproken! En straks zijn dat wel weer de officieren van Justitie, de advocaten en de rechters die moeten beoordelen hoe partnergeweld opgelost moet worden.’ Ik dacht: ja, die cultuuromslag is ook bij deze ‘gesloten’ groepen nog niet voldoende gemaakt. Hoewel ik zelf cursussen heb gegeven over huiselijk geweld aan advocaten, rechters en officieren van Justitie. Maar ja, die volgden zij op vrijwillige basis.’

Waar ben je het meest trots op?

‘Op hoe we eergerelateerd geweld op de politieke en maatschappelijke agenda hebben gezet. Bij TransAct deed ik mee aan een Europees project over eergerelateerd geweld. Dat heb ik opgepakt met collega Sezai Aydogan. Sezai en ik waren maatjes. Hij was 10 jaar jonger dan ik en kende het fenomeen eergerelateerd geweld vanuit zijn Turkse achtergrond. Hij ervaarde steun van mij als Nederlandse vrouw in gemeenschappen waar zijn kritische boodschap anders moeilijk binnenkwam. Eergerelateerd geweld lag daar vaak gevoelig: ‘Dat bestaat niet! Jullie overdrijven! En hoezo weten jullie als Nederlanders daar wat van?’’

‘Andersom ervaarde ik Sezai’s steun om het probleem te agenderen bij organisaties, media en politiek. Hij gaf door zijn kennis ‘van binnenuit’ mij recht van spreken. Dat was echt pionieren. Maar het kreeg een boost toen een paar eermoorden groot in het nieuws kwamen. Sezai en ik richtten met de politie, vrouwenopvang en migrantenorganisaties het Platform Eerwraak op. Samen hebben we veel bereikt.’

‘Helaas is Sezai jong overleden. Later hebben Hanneke Felten en ik het onderwerp eergerelateerd geweld binnen Movisie verder gestalte gegeven door trainingen en programma's op scholen. We werkten met verschillende migrantenorganisaties om het taboe om over eergeweld te praten te doorbreken en de signalering en bespreekbaarheid te vergroten.’

Hoe is Movisie door de jaren heen veranderd?

‘We zijn meer divers geworden, met meer jonge mensen, meer queer en meer kleur. Dat is goed. Soms miste ik wel de ruimte om echt activistisch te zijn, te pionieren. Maar dat verandert al wel bij Movisie. In mijn vroegere werk konden we sneller actie ondernemen, iets uitproberen. Ik zie dat Movisie samenwerkt met meer diverse organisaties en professionals met ervaringskennis, en – heel belangrijk - met ervaringsdeskundigen. Dat is positief.’

‘Ik denk niet zozeer dat het geweld is toegenomen. Wel de openheid en bespreekbaarheid.’

‘De versnippering in het veld maakt het voor slachtoffers soms lastig om de juiste hulp te vinden. In de media en politiek is de aandacht voor geweld tegen vrouwen momenteel heel groot. Ik denk niet zozeer dat het geweld is toegenomen. Wel de openheid en bespreekbaarheid, en de signaalgevoeligheid en kennis bij professionals. Maar de omvang ervan en de hardnekkigheid om het geweld te bestrijden is veel groter dan we 40 jaar geleden konden bevroeden.’

‘En er komen steeds nieuwe en ook ongrijpbare vormen bij door sociale media. Online kinderpornonetwerken, online shaming van vrouwen en geweld tegen vrouwelijke politici. Het is misselijkmakend en wordt mede gevoed door het groeiend conservatieve gedachtegoed van de radicaal rechtse beweging. Het seksisme en de rechtsongelijkheid van vrouwen in onze samenleving is helaas nog steeds heel groot.’

Wat adviseer je jonge mensen die net beginnen met dit werk?

‘Blijf dichtbij jezelf. Zorg goed voor je eigen grenzen. Zoek verbinding, relativering en humor met en bij collega’s en samenwerkingspartners. En blijf leren. Professionele autonomie is heel belangrijk. Vertrouw op je deskundigheid. Durf te handelen, ook als het misschien buiten de standaard valt.’

Wat ga je doen na je vertrek bij Movisie?

‘Even niks, alleen leuke dingen: lezen, cursussen, tuinieren. Ik wil de tijd nemen om te voelen waar ik zin in heb. Zeker vrijwilligerswerk, maar wat laat ik nog open. Misschien iets met architectuur. Of toch de Dolle Mina’s? Maar ik weet zeker dat ik betrokken blijf bij mensen en maatschappelijke thema’s.’

Foto’s: Mladen Pikulic