Resultaten onderzoek naar effect CtC teleurstellend

Het Effect van de maand december
artikel - 3 december 2012

Communities that Care (CtC) is een wijkgerichte methode om probleemgedrag van jongeren aan te pakken, hun gezondheid te versterken en de ontwikkeling van hun gedrag te ondersteunen. Het Verwey-Jonker Instituut deed een vierjarig experimenteel onderzoek naar de methode. Uit dit longitudinaal onderzoek blijkt dat de methode er in Nederland niet in slaagt om het gedrag van jongeren te beïnvloeden. Wel zijn er duidelijke resultaten in de samenwerking tussen stedelijke partijen en hun werkwijze.

Communities that Care (CtC) is een wijkgerichte methode om probleemgedrag van jongeren aan te pakken, hun gezondheid te versterken en de ontwikkeling van hun gedrag te ondersteunen. Het Verwey-Jonker Instituut deed een vierjarig experimenteel onderzoek naar de methode. Uit dit longitudinaal onderzoek blijkt dat de methode er in Nederland niet in slaagt om het gedrag van jongeren te beïnvloeden. Wel zijn er duidelijke resultaten in de samenwerking tussen stedelijke partijen en hun werkwijze.

Methode

Communities that Care (CtC) is een in de Verenigde Staten ontwikkelde preventiestrategie om probleemgedrag en maatschappelijke uitval van jongeren te voorkomen of terug te dringen. Het doel op de lange termijn is om een veilige en gezonde wijk te creëren waarin kinderen en jongeren worden aangemoedigd om hun capaciteiten aan te spreken en om zich optimaal te ontwikkelen. CtC richt zich op gedragingen als geweld en andere vormen van jeugdcriminaliteit, problematisch alcohol- en drugsgebruik, schooluitval, seksualiteit gerelateerd probleemgedrag en depressie/angsten.

Effectieve preventieprogramma’s

De belangrijke onderliggende factoren die de kans op probleemgedrag vergroten (risicofactoren) en verkleinen (beschermende factoren) worden vastgesteld en vroegtijdig aangepakt, zodat problemen preventief kunnen worden bestreden. CtC gebruikt daarvoor bewezen effectieve en veelbelovende preventieprogramma’s. Een dergelijk programma is gericht op een bepaalde leeftijdsgroep (tussen 0 en 18 jaar), een levensdomein (gezin, school, leeftijdgenoten of de wijk) en op een of meer van de onderliggende risico- en beschermende factoren.

Vijf stappen

De CtC-wijken worden ondersteund door gecertificeerde coaches die de training ’Werken met CtC’ geven. Elke wijk stelt een lokale projectleider aan die gezien kan worden als tussenpersoon tussen de landelijke CtC-ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de wijk. Het invoeren van CtC gebeurt in vijf stappen. De eerste twee fasen bestaan uit de voorbereiding en de introductie van de methode. In de derde fase maakt het preventieteam het wijkprofiel. In fase vier wordt het preventieplan uitgewerkt. De vijfde stap is de uitvoering en tot slot de evaluatie van het plan.

Effect is teleurstellend

Bij aanvang van het onderzoek veronderstelden de onderzoekers dat de preventieaanpak CtC een neerwaarts effect zou hebben op probleemgedrag en de risicofactoren en een verhogend effect op de beschermende factoren van jongeren. Ondanks het feit dat men de impact van CtC hoog inschatte, zijn de resultaten van het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar eigen zeggen teleurstellend. Uit het onderzoek naar de jongeren in de controle- en experimentele wijken (onderzoek van voor- en nameting) is geen enkele invloed gevonden van de interventie, noch op een of meerdere probleemgedragingen en de risicofactoren, noch op de beschermende factoren. Ook uit de resultaten van het panelonderzoek blijkt geen verschil. De onderzoekers schrijven dit mede toe aan enkele beperkingen van het onderzoek, zoals het geringe aantal steden/wijken dat aan het onderzoek mee deed.

Positieve resultaten

CtC blijkt vooral geschikt als strategisch sturingsinstrument. De methode heeft effect op de werkwijze en samenwerking van instellingen en instituten als het gaat om preventie van probleemgedrag van jongeren. De sleutelfiguren in de experimentele wijken blijken hier meer tevreden over te zijn dan de sleutelfiguren in de controlewijken. Daarnaast is er een duidelijk verschil tussen de experimentele en controlewijken in het hanteren van een preventieaanpak die wetenschappelijk onderbouwd is. De onderzoekers stellen vast dat de sleutelfiguren in de CtC-wijken een ‘hoger niveau van preventiewerken hebben geadopteerd’. De onderzoekers zien ook verschil als het gaat om de normen en houding van de gemeenschap ten aanzien van gezonde opvoeding. Ze zien een tendens dat er in de experimentele wijken een gezonder opvoedingsklimaat is in vergelijking met de controlewijken.

Doel van het onderzoek

Het belangrijkste doel van het vierjarig onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut was om na te gaan of CtC een effectieve aanpak is als het gaat om preventie van probleemgedrag bij jongeren in Neder-land en om de onderliggende risico- en beschermende factoren. Daarnaast onderzochten de onderzoekers de effecten van CtC ten aanzien van de samenwerking tussen instituten, organisaties en groepen in steden en wijken in Nederland en de effecten van de wijze waarop met preventie wordt omgegaan.

Output en outcome

In het onderzoek maakten de onderzoekers een verschil tussen de effecten op output- en outcomeniveau. Om de effecten op outputniveau (de concrete prestaties) te meten is onder andere jaarlijks een preventieteam-enquête afgenomen en is een sleutelfigurenonderzoek gedaan. De effecten op outcomeniveau (de invloed op de ontwikkeling van jongeren op de langere termijn) werden gemeten met behulp van een cross-sectioneel onderzoek (voor- en nameting) en een vierjarig panelonderzoek. In het cross-sectioneel onderzoek zijn jongeren in de leeftijdsgroep van twaalf tot achttien jaar onderzocht, in het panelonderzoek zijn jongeren van twaalf tot veertien jaar gedurende vier jaar in hun ontwikkeling gevolgd.

Wijze van onderzoek

Om de invloed van CtC op de ontwikkeling van jongeren vast te stellen, is een quasi-experimenteel onderzoek uitgevoerd, waarbij de onderzoekers de resultaten van vijf experimentele CtC-wijken vergelijken met vijf controlewijken. De steden die in dit onderzoek centraal staan zijn Capelle aan den IJssel, Gouda, Middelburg, Spijkenisse en Zwijndrecht. Het totaal aantal respondenten (jongeren) in de experimentele wijken is 3956, en aantal in de controlewijken is 3204. De onderzoekers maakten gebruik van de theorie van verandering. De jongeren werden door middel van een brief over het onderzoek geïnformeerd en verzocht een online vragenlijst in te vullen.

Meer weten

De resultaten van het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut zijn opgeschreven in de onderzoeks-rapportage ‘Communities that Care in Nederlandse steden. Resultaten van een vierjarig onderzoek’. De financier van het onderzoek is het ZonMw Programma Preventie. U kunt het onderzoek downloaden op de website van het Verwey-Jonker Instituut.


Dit artikel is onderdeel van de reeks 'Effect van de maand'. Wat werkt en wat niet? Om hier meer zicht op te krijgen, wordt steeds vaker onderzoek gedaan naar de effecten van sociale interventies. Om hier aandacht aan te besteden, bespreken we binnen het kennisdossier Effectiviteit iedere maand een recent onderzoek.

Bekijk alle edities van deze rubriek.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 9 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.