Rotterdamse aanpak migrantenouderen met vergeetachtigheid of dementie

9 oktober 2020

Thuiswonende migrantenouderen met vergeetachtigheid of dementie zijn meestal niet goed in beeld bij zorg- en welzijnsorganisaties. Hoe komen zij beter en eerder in beeld? En welke wensen en behoeften hebben deze ouderen en hun familie? In de Rotterdamse wijken Feijenoord en Delfshaven richt een tweejarig project zich op het beter bereiken én ondersteunen van deze doelgroep. Movisie gaat in gesprek met projectleider Marina Jonkers (Hogeschool Rotterdam Kenniscentrum Zorginnovatie) en zorgprofessional Ruthmila Cicilia (lid van het kernteam) over dit project.

Mevrouw Juliana uit Rotterdam wordt steeds vergeetachtiger. Ze vergeet afspraken, maar ook hoe de afstandsbediening werkt. Ze gaat – ondanks de coronacrisis – nog vaak op pad, neemt te pas en te onpas het openbaar vervoer en weet regelmatig niet meer hoe ze thuis moet komen. Haar nicht maakt zich zorgen en belt de praktijkondersteuner van de huisarts (POH). De POH herkent zich in het verhaal en de zorgen. Ze neemt contact op met mevrouw Juliana, maar die vindt het maar onzin. Zij wil geen geheugentest of hulp ontvangen en begrijpt eigenlijk niet wat het probleem is. Er is toch niks aan de hand? 

Het Rotterdamse project ‘Oudere migranten met vergeetachtigheid of dementie en hun familie’ is ontstaan omdat migrantenouderen met ernstige geheugenproblemen vaak niet goed in beeld zijn. Er is nog veel onwetendheid over dementie bij migrantenfamilies waardoor het veranderend gedrag van de oudere niet goed wordt begrepen. De familie wil het zelf oplossen en raakt overbelast. Hulp wordt pas ingeschakeld wanneer het echt niet meer gaat. Ook sluit het zorg- en welzijnsaanbod niet altijd goed aan op de behoeften van deze oudere migranten en hun familie. Het project draait om de vraag hoe hulp eerder kan worden ingezet en hoe deze kan aansluiten bij de wensen en behoeften van oudere migranten met vergeetachtigheid of dementie en hun familie. 

Via een flyer kwam de POH van mevrouw Juliana bij de aanmeld- en advieslijn van het Rotterdamse project terecht. Marina: ‘Deze lijn is voor professionals die werken in Feijenoord en Delfshaven en vragen hebben over migrantenouderen met vergeetachtigheid of dementie uit één van deze wijken. Moeilijke casussen, zoals deze, komen in het kernteam. Daarin bespreken we het probleem, denken na over creatieve oplossingen, verdelen hulpacties en monitoren of de ingezette hulp voldoet of aangepast moet worden. Beide wijken hebben een kernteam met professionals dat bestaat uit een mix van expertises uit zorg en welzijn én een mix van achtergronden. Zo hebben we verschillende ingangen naar de doelgroep waardoor we uiteenlopende oplossingen kunnen bieden. Bij deze casus was het advies dat er op een laagdrempelige manier aan een vertrouwensband gewerkt moest worden. Zorgprofessional Ruthmila kwam daarbij naar voren, omdat ze affiniteit heeft met de Caribische achtergrond van mevrouw Juliana.’ Ruthmila: ‘Ik heb in ons gesprek de focus gelegd op kennismaken en niet op haar problemen. Ik heb haar verteld over de leuke activiteiten op onze ontmoetingsgroep en haar uitgenodigd om een keer aan te sluiten. Op die manier probeer ik zorgmijders laagdrempelig te bereiken. Ik probeer ze te motiveren, zodat ze een keer langs komen op mijn dagopvang. De mantelzorger komt dan vaak ook mee. Het is bij zo’n casus heel belangrijk om stap voor stap iemands vertrouwen te winnen.’

'Ik heb in ons gesprek de focus gelegd op kennismaken en niet op haar problemen'

Kracht in diversiteit en maatwerk

Volgens Marina zit de kracht van deze werkwijze in de diversiteit van de professionals in het kernteam. ‘Op die manier kunnen we een hulpaanbod op maat leveren. Zonder het kernteam wordt er veel solistischer gewerkt.’ Ruthmila: ‘Bij zorgorganisaties ontbreekt het soms aan deskundigheid in de aanpak, vooral bij migrantenouderen. Er is te weinig kennis. Daarom helpt het om te overleggen met professionals met verschillende expertises of achtergronden’. Elke casus wordt achteraf geëvalueerd. Het kernteam kijkt dan naar het verloop van de ingezette hulp en of dingen anders hadden gekund. 

Vindplaatsen om doelgroep te signaleren

Naast de casuïstiekbespreking is het kernteam het afgelopen jaar druk bezig geweest om te kijken hoe ze migrantenouderen met vergeetachtigheid beter kunnen vinden. Daarvoor heeft het kernteam fysieke vindplaatsen in kaart gebracht waar migrantenouderen en mantelzorgers komen. Dit zijn zowel professionele organisaties (gezondheidscentra, Huizen van de Wijk, apotheek) als informele organisaties met activiteiten en hulp voor ouderen (moskeeën, kerken, inloophuizen, voedselbanken). Ook is een overzicht gemaakt van potentiële signaleerders, zoals de huisarts, huishoudelijke hulp, wijkagent en huismeester. Vrijwilligers zijn hierin net zo belangrijk, bijvoorbeeld buurtbewoners in bewonerscommissies en professionals in multidisciplinaire netwerkoverleggen in de wijk. Ruthmila: ‘Uiteindelijk wil je ook dat die huismeester of buurman bij het kernteam terecht komt met hun zorgen over een migrantenoudere. Dat zijn de mensen die de eerste signalen krijgen. Zeker als ouderen geen netwerk hebben.’ De ‘buitenring’ van het project (bestaande uit professionals en vrijwilligers van verschillende organisaties) wordt hierover geïnformeerd en buurtbewoners worden betrokken.  Helaas heeft corona een andere wending gegeven aan de vindplaatsen. Marina: ‘Veel fysieke plekken, zoals dagbesteding of huizen van de wijk, zijn nog dicht. Sommige mensen zijn nog maar moeilijk te bereiken.’

Complexe problematiek  

Eén van de opvallende inzichten uit het project is de complexiteit van de problematiek. Meestal gaat het niet alleen om vergeetachtigheid of dementie, maar speelt er meer. Marina: ‘Er kunnen problemen spelen in het sociale netwerk van de migrantenoudere, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om armoedeproblematiek. De problemen zijn vaak uiteenlopend en complex. Dé oudere migrant met dementie bestaat niet. Aan de andere kant zie je een deel van de problematiek ook wel terug bij autochtone ouderen met dementie.Taboe en schaamte, overbelaste mantelzorgers, het ontbreken van een vangnet. De problemen lijken in de kern ook weer op elkaar en dat relativeert heel erg.’

Vroegtijdig signaleren

Eén van de speerpunten van het project is om kwetsbare migrantenouderen eerder in beeld te krijgen. Ruthmila: ‘Vroegtijdig signaleren gaat veel beter, net als vroegtijdig dingen bespreekbaar maken. Daarmee voorkomen we dat situaties uit de hand lopen en mantelzorgers zwaar overbelast raken.’ Als mensen eenmaal in beeld zijn is een persoonsgericht hulpaanbod minstens zo belangrijk. Marina: ‘Het is vooral belangrijk om maatwerk te leveren. Vraag waar iemand behoefte aan heeft en belangrijk vindt om rekening mee te houden. Binnen dit project werken we integraal en laagdrempelig, dat heeft zo’n meerwaarde. Er wordt in zorg en welzijn nog te veel gekeken binnen schotten. Dat is zo jammer. Als je ontschot en samenwerkt kom je tot veel meer. Dat laat dit project mooi zien.’

'Als je ontschot en samenwerkt kom je tot veel meer'

Masterplan ouderen gemeente Rotterdam

Het project is door gemeente Rotterdam opgenomen in het masterplan ouderen. Marina: ‘We krijgen regelmatig van verschillende organisaties in Rotterdam terug dat het project voor meer aandacht en bewustwording van dementie bij migrantenouderen zorgt. Het is ook mooi dat managers, van de organisaties die meedoen aan het project, betrokken zijn. Het werkt als een soort van olievlek. Niet alleen in Rotterdam, ook landelijk is er aandacht voor het project. We zetten er op in dat wanneer het project straks stopt, de werkwijze kan worden overgenomen in andere wijken en gemeenten en wordt voortgezet door de professionals in Feijenoord en Delfshaven.’ Ruthmila: ‘Bij mij in ieder geval wel. Ik vind het heel fijn om adviezen uit verschillende hoeken te krijgen. Je leert van elkaar, krijgt andere inzichten en kan beter maatwerk bieden. Het is een verrijking voor mijn werk.’

De naam van mevrouw Juliana is om privacyredenen gefingeerd.

Samenwerkingspartners en financiers

Het project is een samenwerking van welzijnsorganisatie SOL, Kenniscentrum Zorginnovatie Hogeschool Rotterdam, Laurens, SPIOR, MOB Rotterdam Rijnmond, Alzheimer Nederland afdeling Rotterdam, gemeente Rotterdam en Movisie. Ook dank voor de inzet van Wmo Radar, Stichting Humanitas en Dunya Welzijn en Zorg.

Het project wordt gefinancierd door ZonMw, programma Memorabel met steun in het kader van Deltaplan Dementie van Alzheimer Nederland. 

Logo's