Roze ambassadeurs: een groeiend netwerk

artikel - 24 februari 2014
Afbeelding bij Roze ambassadeurs: een groeiend netwerk

Homoseksuele en lesbische ouderen – het is een groep die lange tijd niet erg in beeld kwam. De homo-emancipatie was niet hun pakkie-an. Ze zagen het gebeuren, maar voelden zich er vaak niet bij thuis. De emancipatie-voorvechters waren een stuk jonger, directer, confronterender dan zij.

In een paar jaar is er veel veranderd. In 2006 besloten enkele instituten (COC Nederland, Kenniscentrum Movisie, ouderenbond ANBO en de inmiddels opgeheven homo-gezondheidsorganisatie Schorer) om de handen ineen te slaan en iets voor de ‘vergeten groep’ homo-ouderen te gaan doen. Zij richtten het Consortium Roze 50+ op, dat als doelstelling heeft om homoseksuele en lesbische ouderen meer in the picture te krijgen en de kwaliteit van hun bestaan te verbeteren. Het Consortium stelde een masterplan op om dat doel te bereiken.

Hot item

‘Na zeven jaar zijn roze ouderen zo ongeveer een hot item in de media,’ stelt Manon Linschoten van COC Nederland, een van de uitvoerders van het plan. ‘Op radio en televisie, in de gedrukte media, overal zie je het onderwerp opduiken. Er is een soort openheid waar je tot voor kort alleen maar van kon dromen.’ Wat is er sinds 2006 gebeurd? In de eerste plaats waren er de twee ‘Roze Belweken’: homoseksuele en lesbische ouderen, hun familieleden, vrienden konden bellen om te praten over hun leven. ‘Het bleek dat veel roze ouderen zich niet happy voelden in hun woonsituatie,’ zegt Margo Niestadt, namens de ANBO actief bij de uitvoering van het masterplan. ‘In verzorgingshuizen hadden zij een ongemakkelijk gevoel: ze hoorden er niet bij, ze konden niet praten over kinderen en kleinkinderen, ze werden zelfs gepest. Als ze een relatie hadden, hielden ze dat vaak verborgen.’ Dat probleem werd door de ambassadeurs van Roze 50+ aangekaart bij directies en cliëntenraden van verzorgingshuizen. Daarvoor bezochten ze verzorgingshuizen in het hele land.

Nog nooit bij stilgestaan

Bewustmaking – daar ging het om. ‘Je kunt directeuren van verzorgingshuizen simpelweg wijzen op het percentage van ruim tien procent homoseksuelen in de bevolking,’ vertelt Manon Linschoten. ‘Dat percentage is bij ouderen niet ineens heel anders. Er zijn dus homo’s en lesbo’s in alle verzorgingshuizen, iets waar directies vaak nog nooit bij hebben stilgestaan.’ ‘Een verbetering van de situatie van roze ouderen in verzorgingshuizen begint bij het intakegesprek,’ voegt Manon Linschoten eraan toe. ‘Het is verstandig om niet te vragen: “Hoe is het met uw man” of “Hoe is het met uw vrouw?”, maar om het woord “partner” te gebruiken. Dat is neutraal, dat klopt ook als het gaat om de vriend van een homoseksuele man of de vriendin van een lesbische vrouw. Het geeft een nieuwe bewoner meteen het gevoel dat er bij het verzorgingshuis niet alleen wordt gedacht in heterotermen.’ Meer tips voor LHBT-vriendelijk ouderenbeleid vindt u in de handreiking Lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender-ouderen.

Discussie in het verzorgingshuis

Een van de middelen die bij de voorlichting over homoseksualiteit in verzorgingshuizen gebruikt worden, is een film. Daarin wordt gesteld dat roze bewoners doodongelukkig kunnen zijn. Een vrouw vertelt voor de camera dat ze alleen naar een verzorgingshuis wil als dat homovriendelijk is. Kan dat niet, dan wil ze euthanasie. En mocht dat niet geregeld kunnen worden, dan maakt ze zelf een eind aan haar leven. ‘Zo heftig kan het zijn,’ reageert Margo Niestadt.  Na vertoning van de film is er altijd discussie in het verzorgingshuis. ‘Bij managers, verzorgenden, en eigenlijk bij iedereen hakt de film er nogal in,’ volgens Manon Linschoten. ‘Als je dat allemaal gezien hebt, besef je hoe belangrijk het onderwerp is en dat je roze bewoners niet in de kou mag laten staan. En de bewoners zijn blij dat ze eens kunnen praten over een thema dat voor hen zo belangrijk is. Het blijkt trouwens dat de film, en dus de bewustwording van het thema seksuele diversiteit, ook belangrijk is voor hetero-bewoners van verzorgingshuizen. Zij kunnen het eindelijk eens hebben over hun homoseksuele zoon of hun lesbische kleindochter. Ook aan die kant is er iets opengebroken, kun je zeggen. Een effect dat niet was voorzien, maar dat ook heel positief is.’

Roze ambassadeurs

Margo Niestadt en Manon Linschoten zijn niet de enigen die het plan van het Consortium uitvoeren. Niestadt: ‘We worden bijgestaan door ‘ambassadeurs Roze 50+’, kortweg ‘roze ambassadeurs’. Dat zijn meest ouderen, vaak gepensioneerd en meestal zelf homo of lesbisch. Het zijn mensen die peilen waar roze ouderen in hun eigen stad en regio behoefte aan hebben. Ze stappen naar directies van verzorgingshuizen, ze geven voorlichting bij zorg- en welzijnsopleidingen bij ROC’s, of ze komen met ideeën voor het oprichten van gezelligheidsgroepen. Samen naar de film gaan of wandelen, dat kan het doel zijn van zo’n groep.’ ‘De groep roze ambassadeurs is heel divers,’ vertelt Manon Linschoten. ‘Mannen en vrouwen, van (gepensioneerd) buschauffeur tot psycholoog. De oudste is 82, de jongste 30, dus het zijn niet allemaal ouderen. En ze zijn ook niet allemaal homo. Het aantal hetero’s binnen de roze ambassadeurs neemt toe, en dat is alleen maar goed. Het heeft extra overtuigingskracht als heteroseksuelen zich inzetten voor homoseksuelen, want dan weet je zeker dat er geen eigenbelang in het spel is.’

Explosieve groei

Het werk van de roze ambassadeurs kan erg uiteenlopend zijn. Zo is Ton van Steen uit Amsterdam actief voor de website www.roze50plus.nl. ‘Die site,’ vertelt hij, ‘was een van de doelen van het masterplan van het Consortium. Er staat alle mogelijke informatie op voor en door homoseksuele en lesbische vijftigplussers, bijvoorbeeld artikelen over emancipatie, over homovriendelijk beleid bij verzorgingshuizen, over homoseksualiteit en religie. En er worden activiteiten aangekondigd. Het is mijn taak om de site te beheren. Ik kijk kritisch naar de artikelen, redigeer ze als het nodig is en zorg dat ze geplaatst worden.’ Het aantal roze ambassadeurs is de laatste tijd snel toegenomen: het zijn er nu 80. ‘De explosieve groei was een goed moment om systematiek aan te brengen in de groep ambassadeurs,’ zegt Margo Niestadt. ‘We hebben het land in vijf regio’s ingedeeld en per regio is er nu een “tandem” van twee ambassadeurs. Zij houden contact met hun achterban en voorzien ons van informatie over wat er leeft. Bijvoorbeeld ideeën voor beleid en projecten.’ Een nieuwe activiteit zijn de Tompouce High Tea-bijeenkomsten. Die worden begeleid door zo’n ambassadeurs-tandem, getraind door kenniscentrum Movisie in Utrecht. Doel: zorgen dat kwetsbare roze ouderen wat sterker in hun schoenen komen te staan.    

Een stuk tevredener

Uit de tweede Roze Belweek, gehouden in 2011, bleek dat roze ouderen een stuk tevredener waren over hun woonsituatie, ook in de verzorgingshuizen. De inspanningen van het Consortium 50+ hebben kennelijk al invloed. Tientallen verzorgingshuizen hebben inmiddels een keurmerk ontvangen, de zogeheten Roze Loper. ‘Met de Roze Loper maakt een huis duidelijk: hier zijn we tolerant tegenover homoseksuele en lesbische bewoners,’ vertelt Margo Niestadt. ‘Dus: hier wordt niet gepest, hier kunnen roze bewoners zichzelf zijn, hier kan het onderwerp worden besproken.’ Net als het aantal roze ambassadeurs stijgt het aantal huizen dat de Roze Loper heeft. ‘Op het ogenblik zijn het er 84,’ zegt Manon Linschoten, ‘terwijl de teller midden vorig jaar nog maar op 60 stond. Verzorgingshuizen kijken natuurlijk ook naar elkaar, ze zien wat er bij anderen gebeurt en willen niet achterblijven. De Roze Loper en de roze ambassadeurs worden langzamerhand begrippen.’

Auteur: Jos Versteegen. Dit artikel is eerder gepubliceerd in Gay News, no. 12, 2013.

 

Kennisdossier
Trefwoorden

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 10 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.