De Roze Wijk

Lezing door Judith Schuyf
artikel - 4 augustus 2014

Hoe kunnen roze ouderen zich het beste voorbereiden op de bezuinigingen die de transities met zich meebrengen? Aanbieden van hulp maar ook vragen om de juiste hulp blijkt erg lastig te zijn, juist misschien wel voor roze ouderen. Op 1 augustus sprak Movisie-adviseur Judith Schuyf over dit onderwerp  bij de Roze Ouderen Brunch in het Marnixbad te Amsterdam. Zij introduceerde als oplossing een nieuw concept, de Roze Wijk.

'Een keer per jaar is er in Amsterdam een hele week speciaal aan de Grey Pride gewijd. Bijeenkomsten in verzorgingshuizen, zang, film, variété, En zelfs een bijeenkomst hier in het zwembad. En morgen vaart de ouderenboot op de Canal Parade, waarmee roze ouderen zich aan de half miljoen of meer bezoekers laten zien dat ze er zijn. Maar wat gebeurt er de overige 51 weken? Liever gezegd, wat gebeurt er als u door  ziekte, beperking of gewoon voortschrijdende krakkemikkigheid niet meer zo makkelijk naar deze festiviteiten kan gaan en misschien ook niet meer goed of nog maar ten dele voor u zelf kunt zorgen?

Ervaringsdeskundige

Ik weet het, het is geen vrolijk onderwerp in deze feestweek, maar het is toch goed om – nu we toch met ons allen hier gezellig bij elkaar zitten – daar eens bij stil te staan. Zelf denk ik daar al een tijd over na. Bij Movisie denken we na over zorg en welzijn voor roze mensen en gemeenten, dus het is ook mijn werk, maar ik dacht vooral na als ervaringsdeskundige, zoals dat heet. September 2012 brak ik door een ongelukkige val van mijn fiets mijn heup en – om een heel lang verhaal kort te maken – het duurde een jaar en drie operaties voor ik weer een beetje kon lopen.

In de loop van dat jaar belandde ik in een rolstoel, want ik kon niet meer dan 30 meter op krukken lopen. Gelukkig heb ik een lieve vrouw, maar die heeft zich dat jaar letterlijk uit de naad gelopen om voor mij te zorgen. Ik kon echt helemaal niks zelf, nog geen bordje naar de keuken dragen. Buren waren erg aardig, informeerden steeds hoe het met mij ging, maar vergaten wel te vragen hoe het ging met mijn mantelzorger, die behoorlijk overbelast raakte. Zij boden af en toe aan om boodschappen te doen, maar dat was nu juist het enige waar we geen behoefte aan hadden, want het was het enige uitje dat mijn mantelzorger door de week had. Waar we wel behoefte aan hadden, was iemand die aanbood de ramen te zemen, en de stofzuiger even door het huis te slaan. Mijn taken kortom.

Schrik

Aanbieden van hulp maar ook vragen om de juiste hulp blijkt erg lastig te zijn, zo blijkt uit allerlei discussies die nu gevoerd worden wanneer er nagedacht wordt over de participatiemaatschappij. Aanbodverlegenheid en vraagverlegenheid noemen de professionals in het sociale domein dat, want wij zitten nooit verlegen om een leuke term. Ondertussen sloeg bij het horen van de term participatiemaatschappij velen de schrik om het hart – enigszins onterecht, want in feite betekent participeren niks anders dan meedoen – iedereen mag en kan meedoen. Het was iets anders dat de schrik veroorzaakte, namelijk omdat het samenviel met een van de grootste bezuinigingsoperaties in het sociale domein in de naoorlogse periode.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus het is goed vanmiddag kort stil te staan bij de vraag hoe wij, roze ouderen, ons het beste kunnen voorbereiden op die bezuinigingen. Het leven van veel ouderen zal er namelijk anders uit gaan zien. Het is de bedoeling dat vrijwel iedereen langer in zijn of haar eigen huis blijft wonen. Thuis, dat betekent in je eigen buurt of wijk. Dat betekent dus ook dat je veel directer moet gaan terugvallen op je directe omgeving, in de wijk. Misschien komt de wijkverpleegster weer terug, dat is leuk voor lesbo’s ;-). Daarnaast gaat het om een eventuele partner, familie, buren, contacten in en buiten de wijk, professionals. Pas wanneer de situatie zo ernstig is dat er serieuze hulp moet komen, krijg je met de gemeente te maken, omdat de nog te formeren buurt- en wijkteams toch de indicatie blijven stellen, en met de zorgverzekeraar.

Getroebleerd

Is dat ondersteunende netwerk er ook voor roze ouderen in de wijk? Lang niet alle roze ouderen hebben een partner. Velen van ons hebben op z’n zachtst gezegd een getroebleerde relatie met familieleden, die niet wíllen weten dat je homo, lesbo of trans bent, of met de buren, die het niet mógen weten. Vrienden wonen niet in de wijk, maar ver weg, in een andere stad. Je zult het dus toch deels van de wijkgenoten moeten hebben, al is het maar om te voorkomen dat er om financiële redenen een tweedeling ontstaat tussen hen die wél zorg kunnen inkopen en zij die dat niet kunnen.

Er is onderzoek gedaan naar wat mensen in een wijk aan elkaar bindt. Dan blijkt het toch vooral om een gemeenschappelijk gedeelde leefstijl te gaan, gemeenschappelijke normen en waarden, gemeenschappelijke interesses, en vaak meer van deze dingen tegelijkertijd. Ik zie het in mijn eigen wijk – we hebben de normen en waarden wel gemeenschappelijk, we zijn niet arm (dat helpt de sociale cohesie helaas ook), maar ik zie dat de echte frequente onderlinge contacten gaan tussen ouders met kinderen, die elkaar op school en rond de sportclub ontmoeten. In sommige wijken ontstaan nu buurtinitiatieven, maar het zijn vooral de jonge, goed opgeleide gezinnen en middelbare maatschappelijk geslaagde mannen die daar het initiatief toe nemen, en het meestal niet te de ouderen zijn die profiteren – kijk maar op de website voorjebuurt.nl, waar het wemelt van de festivals, sporttoernooien, films en buitencampings.

In sommige wijken ontstaan nu buurtinitiatieven, maar het zijn vooral de jonge, goed opgeleide gezinnen en middelbare maatschappelijk geslaagde mannen die daar het initiatief toe nemen.

En wat heel belangrijk blijkt te zijn bij sociale ondersteuning, die relaties werken alleen maar op basis van wederkerigheid. Je doet iets voor een ander, omdat je weet dat je op een gegeven moment ook iets vergelijkbaars terug kunt en durft vragen. Ik pas op de planten van de buren, omdat zij dat ook voor mij doen. En dan is er nog die vraagverlegenheid, en als je hulp wilt hebben omdat je iets al dan niet tijdelijk niet kunt, is het niet op voorhand duidelijk wat je voor de ander terug kunt doen.

Pink Postcodes

Hoe moet je die steun dan organiseren? Daarvoor moeten we zelf aan de slag! Iets doen aan de contacten met de buurt is natuurlijk altijd handig, en daarnaast kun je actief werken aan contacten met buurtbewoners met wie je naar gemeenschappelijkheden op zoek gaat. Ik stel het concept van ‘de Roze Wijk’ voor. De LHBT’s die in de wijk wonen gaan een wijknetwerk vormen. Amsterdam is bij uitstek een gemeente waar dat mogelijk moet zijn. Er is namelijk al een goed voorbeeld in de Pink Postcodes. Die netwerken bestaan nu nog vooral uit jongere LHBT’s in de meer gegoede wijken van Amsterdam, en het is nu de tijd voor iedereen om na te denken hoe die netwerken meer inclusief gemaakt kunnen worden voor het hele spectrum aan LHBT’s  - jong, oud, met en zonder beperking, van allerlei afkomst.

Dat betekent erkennen dat je veel gemeen hebt met elkaar. Dat betekent ook onder ogen durven te zien waar verschillen zijn en hoe je die werkbaar kunt overbruggen. Dat betekent samen werken, om ook zichtbaar te zijn naar het wijkbestuur en het wijkteam, dat betekent bij je zelf nagaan hoe je hulp kan geven, maar ook kan vragen, en wat je in ruil voor een ander zou kunnen betekenen. Bondgenoten die niet LHBT zijn, zijn welkom. Het zal spannend zijn om te zien wat daar uit komt. Ik hoop jullie daar allemaal later in het jaar over te spreken, op 6 november, als ik de Riek Stienstra lezing houd, aan het einde van de middag in de OBA, over precies ditzelfde onderwerp.'

Kennisdossier
Trefwoorden

Reacties

Reactie op het artikel ‘De Roze Wijk’, van Judith Schuyf, 4 augustus 2014

28 augustus 2014

Hallo Judith,

Wat een goede lezing heb je gehouden bij de brunch, jammer dat ik het gemist heb. Gelukkig kan ik het nu lezen op de website van Movisie.
Ik ben het helemaal met je eens dat roze mensen zich het beste per buurt kunnen organiseren, omdat anders velen van ons op oudere leeftijd geïsoleerd komen te staan door een onvoldoende netwerk.
Als mogelijkheid noem je de Pink Postcodegroepen in Amsterdam, die nu enkele jaren draaien. Daarbij gaat over het algemeen om maandelijkse borrels in de avonduren, en daar komen vooral mannen op af. Dit is o.a. zichtbaar op de foto’s via hun websites en ook m’n eigen ervaring.

Dit is een van de redenen waarom we De Lesbo-Code hebben opgezet: voor 40+, overdag. goedkoop en wekelijks. In twee wijken draaien er koffieochtenden en dat gaat steeds beter na een moeizame start. De drempel om te komen is voor lesbische vrouwen hoog vanwege negatieve ervaringen uit het verleden en er is veel energie in gestopt om de koffieochtenden van de grond te tillen. Daarnaast hebben we maandelijks een film, lezing of excursie op de zondag, waar ook vrouwen met een baan komen. De laatste tijd organiseren we daarnaast nog een maandelijks lunch op zondag.
We hebben een website en een rondzendbrief voor actuele informatie over onze activiteiten en andere nieuwtjes die onregelmatig uitkomt, meestal één of twee keer per maand. Hiervoor hebben we een mailinglist met een redelijk groot bestand, waar de meeste vrouwen ook hun postcode voor opgeven. Zo zouden we, als dat aan de orde zou komen om bv roze zorg te organiseren, vrouwen per wijk of stadsdeel kunnen aanschrijven.

In principe kan in elk Amsterdams stadsdeel een koffieochtend worden opgezet, en daar is zeker belangstelling voor. Maar als puntje bij paaltje komt vinden de meeste vrouwen dit te eng, ook al bieden we ‘hulp’ aan voor de startfase en een kleine startsubsidie voor beginkosten zoals PR.

Ondanks de vele belangstelling van lesbische vrouwen blijft de drempel om te komen hoog. Sommige vrouwen hebben de informatie in huis, bv door een interview in een buurtkrant wat ze bewaren, maar durven pas na twee jaar te komen, áls ze al komen. Een activiteit opzetten voor oudere lesbische vrouwen is dus iets van de lange adem.

De Roze Wijk
We zouden het heel fijn vinden als een artikel over ’De Roze Wijk’ ook De Lesbo-Code vermeldt. Je richten op de Pink Postcodegroepen beperkt het aantal vrouwen wat vanaf de startfase deelneemt. En natuurlijk, het beste is in onze visie dat homo’s en lesbo’s zoveel mogelijk samenwerken, want uiteindelijk hebben ze veel gemeenschappelijke belangen. Met zowel de homo’s als lesbo’s opererend vanuit de eigen achterban geeft dat o.i. de meeste kans op een gelijkwaardige inbreng bij en de meeste kans van slagen van het concept ‘De Roze Wijk’.

Dit is het even,
Graag bereidt om er verder over te praten,
Met vriendelijke groet,
Marjan Nieuwenhuis
020 6793159

Ps.
Je kunt je natuurlijk afvragen waarom lesbische vrouwen niet gewoon deelnemen aan de Roze Pink groepen. Zoals je in de ingezonden brief van 1 augustus 2014 in het Parool kunt lezen hebben homo’s en lesbo’s op gezelligheidsgebied weinig gemeenschappelijks. Velen van ons, zowel mannen als vrouwen, geven er de voorkeur aan voor iets gezelligs en gezamenlijks onder elkaar te zijn.

Helaas wordt de brief niet gekopieerd!

Reageer op dit artikel

1 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.