Ruimte geven en toch sturen

Jeroen Olthof staat midden in de transformatie
artikel - 14 juli 2015

Jeroen Olthof is wethouder Zaanstad en voorzitter van de sociale pijler van het G32-stedennetwerk. Hij staat midden in de transformatie. Hoe zijn in Zaanstad de decentralisaties verlopen?

‘In mijn ogen zijn de decentralisaties het antwoord op de nieuwe opgaven in het sociale domein: preventie op de eerste plaats en ondersteuning voor wie dat echt nodig heeft. We moeten uitgaan van de mogelijkheden van de hulpvrager en wat die en zijn sociale omgeving zelf kunnen doen. Steekwoorden zijn: participatie van iedereen, ruimte voor en ondersteuning van de mantelzorger en de vrijwilliger, maatwerk, in de wijk. De wijkteams draai­den al een tijdje, in die zin was 1 januari voor ons geen verandermoment. Belang­rijker was de zorgcontinuïteit. Daar zijn we goed in geslaagd. Het is nog te vroeg om te zeggen of we slagen om eerder te signaleren en er uiteindelijk minder specialistische zorg nodig is. De plannen lijken goed aan te sluiten en de signalen die we krijgen uit de wijken zijn positief.’

'We geven de wijkteams veel vrijheid'

‘We geven de wijkteams veel vrijheid: er zijn afspraken gemaakt over budget en resultaten, maar de tevredenheid van de inwoners van Zaanstad is een belangrijk aspect. In de eerste onderzoeken scoren de wijkteams 3,7 op een schaal van 5 en de Jeugdteams 3,5. Wat vooral gewaardeerd wordt, is het persoonlijk contact: je wordt serieus genomen.’

‘Als gemeente houden we afstand. De afspraken met de aanbieders zijn heel basaal. Ik ben heel benieuwd naar wat ontstaat. We hebben niet gezegd hoe ze het moeten doen of hoe vaak ze moeten ver­gaderen. Er komen veel disciplines samen in de teams, medewerkers komen van verschillende organisaties die samenwerken in het wijkteam. Dat is nieuw en kan span­ning geven: mogelijk voelen ze zich straks minder betrokken bij de moederorganisatie, maar meer bij de wijk en het wijkteam. De traditionele domeinen worden losgelaten en er wordt meer integraal gewerkt. Per onderdeel kijken we wat onze rol is. Dat is soms zoeken.’

‘Vroeger bepaalden het geld en de regels het proces. Vanuit de gemeente geven we nu meer ruimte, maar we staan ook klaar om te helpen. We gaan best ver in het zoeken naar oplossingen. We hebben een vangnet van drie ambtenaren die kijken of regels beklemmend zijn en de hulpvraag in de weg zitten. De ambitie is vroegsignaleren en zorgen dat mensen weer de regie over hun eigen leven krijgen: hoe zorg je dat we dat samen voor elkaar krijgen? En je ziet goede oplossingen ontstaan. Bijvoorbeeld de buurthuizen: die draaien beter dan wij ooit met de welzijnsorganisaties voor elkaar kregen. De bezetting en de betrokkenheid is groter.’

‘De eerste jaren worden de kosten hoger want je krijgt nu de lopende zorgkosten en de kosten die voortvloeien uit de vroeg­signalering. Maar als wij de rust krijgen om ons beleid te ontwikkelen dan ben ik er vast van overtuigd dat onze aanpak uiteindelijk gaat leiden tot besparingen. Maar daar hebben we wel een paar jaar voor nodig.

Zaanstad experimenteert sinds 2011 met wijk- en jeugdteams. In 2014 kozen ze voor aanbesteding per wijk en gingen ze werken met 11 wijkteams en 5 jeugdteams. Per wijk werd een profiel gemaakt en werd gekeken welke aanbieder het beste aansloot. Het budget per wijk stond daarbij vast. Niet alleen gevestigde partijen kregen de opdracht: per wijk werd gekeken wie de beste contacten en plannen had. Zo kregen ook nieuwe partijen een kans. Zaanstad werkt nu met verschillende aanbieders: van een verzorgingshuis in een arbeiderswijk tot een samenwerkingsverband van RIBW, Odion en het Leger des heils. Sommige aanbieders werken met vaste teams, anderen met een flexibele schil. Wat telt is het resultaat.


‘Huiselijk geweld is een zorgpunt. Ik denk dat de wijkteams daar nu nog beperkt grip en zicht op hebben. Preventie is heel belangrijk. Huiselijk geweld ontstaat in mijn beeld vaak door de spanning en frustratie die voortkomt uit escalatie van een opeenstapeling van problematieken. Schulden en verslaving zijn de grote boosdoeners hier, daaruit ontstaan relatie- en gedragsproblemen. En dat laten we vaak maar gebeuren. We laten het eerst een half jaar oplopen en dan gaan we specialisten inzetten om al die losse problemen op te lossen en de mensen te helpen. Hier moeten we vroegsignaleren. Dat is preven­tie. Ik hoop dat we hier door een andere werkwijze in slagen. We zijn in Zaanstad dan ook bezig met het herijken van het armoedebeleid. Zo wordt als pilot vier ton beschikbaar gesteld aan de wijkteams ter voorkoming van armoede.’
 
‘Bestuurlijk zitten er ook uitdagingen aan. Omdat er meer afstand is, is ook de vraag hoe je bijvoorbeeld de gemeenteraad meeneemt. Daarvoor zijn we gestart met een 3D-carré: een informele setting waarin we met de gemeenteraad praten over de actualiteit en wat er speelt. We informeren elkaar en organiseren werkbezoeken. Als er iets in de samenleving ontstaat, zoals de discussie over respijtzorg voor mantelzor­gers, dan pakken we dat samen op.’
 

Hoe het er over een half jaar uit ziet, weet ik niet, maar we willen ruimte bieden aan wat nodig is. Die openheid en flexibiliteit zijn belangrijk. Ik heb één ambitie en dat is dat de wijkteams over vier jaar van de wijk zijn. Dat de gemeenteraad dan een debat voert en dat de bewoners dan zeggen: ‘Afblijven: de wijkteams zijn van ons!’’

'Het is een dubbele decentralisatie: je moet ook van gemeente naar de wijk.'

‘Over de rol van de kennisinstituten kan ik duidelijk zijn: ik zou willen dat alle infor­matie en onderzoek in één portal wordt ondergebracht. Nu is het als gemeente ondoenlijk. Als ik wil weten hoe het zit met wijkteams of mantelzorg dan heeft Movisie eigen informatie, Vilans heeft een deel en als het over jeugd gaat heeft het NJi die. Ik zou al die informatie willen bundelen.’

Dit artikel verscheen in MOVISIES 24 - juli 2015. MOVISIES is ons relatieblad en verschijnt drie maal per jaar. Neem nu een gratis abonnement door u aan te melden.

Trefwoorden

Reacties

Beste Loes,

Vervelend dat jouw ervaring met de nieuwe samenwerking niet positief is. Ik weet niet alle ins en outs van deze situatie. De samenwerking tussen de Sociale Wijkteams, Jeugdteams, gemeente Zaanstad en andere maatschappelijke organisaties is nog in ontwikkeling en we zullen jouw ervaring als aandachtspunt met elkaar bespreken. Als de oma in kwestie nog zorgen heeft over het gezin, is het wellicht prettig voor zowel de oma als het wijkteam om samen even contact te hebben over de situatie. Inwoners met vragen of zorgen over (veranderingen in) zorg en werk kunnen ook altijd contact met ons opnemen via tel. 14075. Mocht je nog vragen of aandachtspunten hebben, dan kun je mij ook persoonlijk mailen via j.olthof@zaanstad.nl.

Geachte lezers, Beste Loes,
Eerst wil ik graag mijn complimenten geven aan het initiatief van de gemeente Zaanstad en de wijze waarop de gemeente vorm geeft aan de dubbele decentralisatie.
Een soortgelijke ervaring wordt nu opgedaan in de gemeente Breda. Daar is het initiatief genomen om tot een organisatienetwerk te komen (een groot aantal zorg- en welzijnsorganisaties scharen zich onder de naam Zorg voor elkaar Breda om de participatie in de 11 gedefinieerde wijken te doen slagen). Ook is er één centraal telefoonnummer waar burgers een (hulp-)vraag kunnen stellen. De telefoon wordt opgenomen door getrainde vrijwilligers met deskundige samenwerkers binnen handbereik. Dat maakt het organiseren van de dubbele decentralisatie een stuk gemakkelijker.
Nog niet alles loopt gesmeerd natuurlijk. Er is nog best veel te leren. Verandering gaan immers altijd gepaard met weerstand hiertegen. En daar is niets mis mee, zo lang je hiervan bewust bent en weet hoe dit aan te pakken.
En Loes dat ene centrale telefoonnummer is wellicht ook iets voor Zaanstad. Dit als reactie op jouw relaas. Verder is het ook onze zorg om de diverse wijknetwerken te leren optimaal met elkaar samen te werken. Een hulpmiddel hierbij is dat alle wijknetwerkers met visitekaartjes (gaan) werken van Zorg voor elkaar Breda, om de gezamenlijke doelstellingen te visualiseren en te verspreiden. Voor een aantal organisaties is dit best moeilijk. Immers je moet een stukje van je eigen identiteit prijs geven. Dit ten voordele van een effectieve en efficiënte samenwerking binnen de wijken. En daar gaan we allemaal voor!

Frans J.M. Dirks
Zorg voor elkaar Breda via Rode Kruis de Baronie

Ik als bewoner van Zaanstad vind het fijn dat er aan wijkteams wordt gewerkt, echter mis ik de directe samenwerking van de madi en jeugdhulpverlening. Het zijn aparte teams en zij werken apart van elkaar. Een poos geleden heb ik melding gedaan, omdat een bezorgde oma nergens terecht kon met haar zorgen omtrent haar dochter met 5 kinderen.Het gezin heeft financiele en opvoed problemen. Met moeder is er ook van alles mis. Vanuit de wijkteams werd aangegeven dat zij voor het financiele onderdeel waren en niet voor jeugd. Bewindvoering is van de grond gekomen. Ik heb ik toch aandrongen op Jeugdhulpverlening, het is mij nog niet duidelijk wat er voor hulp is gekomen.
Ondertussen gaat het niet goed met de kinderen en oma blijft met de zorgen zitten.

Reageer op dit artikel

5 + 11 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.