Ruimte voor maatschappelijk vernieuwers?

Achtste Social Innovation Meetup
artikel - 9 april 2014
Afbeelding bij Ruimte voor maatschappelijk vernieuwers?

Jan Rotmans hield tijdens de SINN Meetup #2 een vlammend pleidooi voor meer transitie denken. In de achtste meetup op 10 maart 2014 borduurden we hierop voort. Centrale vraag: hoe organiseren we ruimte voor maatschappelijk vernieuwers die op een duurzame manier sociale vraagstukken aanpakken? En hoe past dat in de huidige transitie? Een verslag.

Politica Ina Brouwer trapt deze bijeenkomst af. Met haar lokale verkiezingsprogramma doet zij een oproep voor maatschappelijke waardecreatie. Zij wijst erop dat er steeds vaker allerlei dwarsverbanden tot stand komen, die tot voor kort onmogelijk leken zónder tussenkomst van de overheid: tussen burgers onderling, tussen burgers en bedrijven, banken en maatschappelijke bewegingen. In het gunstige geval groeit dit uit tot een breed initiatief van diverse partijen en personen. Maar in het meest ongunstige geval sterft zo’n initiatief een stille dood.

Een experimentele fase

Want de vaart van deze initiatieven botst steeds meer met de traagheid van de overheid en politieke partijen, evenals de ambtelijke diensten. Ina pleit voor een experimentele fase. Waarin de politiek meer op afstand gaat staan en ruimte geeft aan de maatschappij en aan sociaal ondernemerschap. Bijvoorbeeld door collegeprogramma’s pas vast te stellen na (digitale) meetings met burgers zelf. De wijsheid van de burger moet veel meer benut, ook nadat het collegeprogramma is vastgesteld. ‘Keer de bestuurlijke piramide om, dáár begint de verandering’, aldus Ina.

‘Keer de bestuurlijke piramide om, dáár begint de verandering’

Initiatieven duurzaam omarmen

Birgit Oelkers, werkzaam voor o.a. Greenwish, ziet ook dat nieuwe oplossingen nog te vaak vastlopen in een verouderd systeem. Dit doet zij aan de hand van het concrete voorbeeld Tijd voor Eten. Dit initiatief van Doris Voss begon met een pan soep en groeide uit tot een initiatief op acht scholen in Amsterdam. Tijd voor Eten werkt aan verschillende sociale vraagstukken waaronder obesitas bij kinderen en onvoldoende voorwaarden voor een gezonde schooldag. Problemen die de Nederlandse overheid jaarlijks miljarden kosten en die alleen maar groter worden. Ze kreeg voet aan de grond in Amsterdam, maar bij wisseling van college werd ze net zo hard weer aan de kant gezet. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat gevestigde instituties en overheden een dergelijk initiatief duurzaam benutten én omarmen .

Vaak nog top down georganiseerd

Ook zijn landelijke overheidscampagnes vaak nog top down georganiseerd. Zo is daar Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) dat zich deels op dezelfde problematiek richt als Tijd voor Eten. De financiering komt deels van grote multinationals als Coca Cola. Gemeenten die meedoen dragen financieel bij en krijgen hiervoor advies vanuit JOGG. Midden- en kleinbedrijf, laat staan sociaal ondernemers, vissen achter het net. Was dit initiatief vanuit de sociale innovatiegedachte ontstaan, dan waren óók lokaal beproefde initiatieven die al lang bijdragen aan het tegengaan van overgewicht bij jongeren, optimaal benut.

De bewustwording dat we taaie maatschappelijke vraagstukken samen moeten oppakken neemt toe

Hoop aan de horizon

Zolang we pilots blijven financieren met tijdelijke subsidies en landelijke overheidscampagnes en (lokale) initiatieven elkaar niet ontmoeten, lopen initiatieven vast. Toch gloort er hoop aan de horizon. De bewustwording dat we taaie maatschappelijke vraagstukken samen moeten oppakken neemt toe. Zo maakt de gemeente Amsterdam langzaam maar zeker de beweging naar sociale ondernemers: zij en hun diensten gaan een steeds belangrijkere rol spelen in beleid. Bijvoorbeeld als partij die die werkzoekenden en langdurig werklozen helpen aan een opleiding en een baan. Het Rotterdamse strippenkaartmodel koppelt  ambtenaren aan initiatiefnemers om zaken in beweging te krijgen. Of het Rotterdamse programma Food & the City waarin de gemeente expliciet aangeeft dat ze wil aansluiten bij initiatieven die er al zijn en bestaande drempels wil wegnemen ten gunste van stadslandbouw.

Samenwerken met het systeem

Tegelijk doet Birgit de oproep ook zelf het heft in handen te nemen en samen te werken met het ‘systeem’. Neem het Utrechtse voorbeeld van de Ruimtemakers: zij schreven een Stadsmakersparagraaf als voorzet voor de te starten college-onderhandelingen en pleitten ervoor dat de gemeente Utrecht de komende jaren nadrukkelijker gaat samenwerken met initiatiefnemers aan maatschappelijke meerwaarde voor een bruisende stad. Voor gemeenten heeft Birgit nog de tip dat ze eerst moeten kijken wat er al is voordat ze met nieuw beleid komen: welke initiatieven zijn er al die bijdragen aan de oplossing voor maatschappelijke vraagstukken en hoe kunnen we deze versterken? Ook aanwezigen in de zaal vinden dat er veel meer ruimte moet komen in lopende collegeprogramma’s voor initiatieven van onderop. Geen parels zonder oesterbank. Iedereen wil parels, dus er moet ook een oesterbank - ofwel collectieve ondersteuningsstructuur - zijn voor sociale initiatieven, zo besluit Birgit haar betoog.

Geen parels zonder oesterbank

Biedt de transitietheorie uitkomst?

De transitietheorie maakt vanuit begrip voor maatschappelijke dynamiek meer ruimte voor vernieuwing. 'Transities zijn radicale maatschappelijke veranderingen. We  kunnen ze niet sturen, maar wel prikjes geven en richting geven. Dit lukt pas als er beweging is op verschillende niveaus tegelijk', aldus Marieke Verhagen, onderzoeker bij Drift, het transitiebureau van Jan Rotmans. Een van de grootste hobbels bij het veranderen van bestaande structuren is (gepercipieerde) machteloosheid: door de gedachte dat het systeem niet kan veranderen, houdt ieder dit systeem in stand.

Mee in de transitie

Het benutten van sociaal ondernemerschap past natuurlijk goed bij de transitie waar we in zitten. Het Nederlandse overheidsbeleid is gericht op een kanteling: van overheid naar burger. De kunst is om de vaart en impact van initiatieven van sociale vernieuwers niet meer te laten botsen met de weerbarstigheid van het systeem van overheid, politieke partijen en gevestigde instituties. Maar om dit te omarmen en mee te gaan met de onomkeerbare overgang van een oude naar een nieuwe economie. Het formuleren van sociaal innovatief beleid, hierop te sturen en geldstromen anders in te richten is van essentieel belang, willen we ook de vraagstukken van morgen oplossen.

Volgende meetup

Ben jij ook een Social Innovator en zet je je in voor een sociale en duurzame toekomst? Kom dan 14 april a.s. naar meetup #9 van het Social Innovation Network Nederland. Deze keer staat de meetup in het teken van Digital Social Innovation: ‘Using the internet for social good’. We gaan op zoek naar wat ons bindt en onderscheidend maakt en hoe we onze krachten naar de toekomst kunnen bundelen. Toegang is gratis, meld u aan.

Lees ook het verslag van de SINN Meetup #2.

Reacties

We werken hier in Rotterdam aan een nieuw financieel product, dat uitkomst kan bieden, structureel is en van geld dus een transformator (genezer) maakt. Bureau Drift is ook een van de participanten is dit project http://www.stadslog.nl/dokter-biemans/geld-als-geneesmiddel
Het mooie is dat het redelijk eenvoudig is te realiseren en dat het juist geld oplevert !

wij kunnen de 14e niet, maar hebben wel een sociaal innovatief initiatief: www.samen-oplopen.nl
Wil dus wel graag op de hoogte blijven en onze ervaringen delen. Pilot van 3 jaar is voorbij en is door kenniscentrum 'sociale innovatie' van van de HU onderzocht. Maatjes voor gezinnen met veel problemen tegelijk werken heel goed! Bijna alle leefgebieden verbeteren

Reageer op dit artikel

4 + 13 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.