Samen aan het werk tegen jeugdwerkloosheid

Overheid, onderwijs en bedrijfsleven
artikel - 20 april 2015

Jeugdwerkloosheid neemt nog steeds toe, met name onder migrantenjongeren. Jongeren schreeuwen om werk maar de maatschappij laat hun talenten veelal onbenut. De aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt is daarom een belangrijk aandachtspunt voor de overheid. Jamal Chrifi, projectleider onderwijs en arbeidsmarkt bij Movisie: ‘Nieuwe maatregelen en initiatieven vanuit overheid, onderwijs en bedrijfsleven zijn hard nodig voor structurele verbetering.’

Van alle Nederlandse jongeren tussen de 15 en 25 jaar heeft 15,5 procent geen baan. Dat is het dubbele van de algemene werkloosheid. Vooral migrantenjongeren zitten vaker zonder baan en de werkloosheid neemt bij hen sneller toe dan bij hun autochtone leeftijdsgenoten. In 2014 was 34 procent van de migrantenjongeren werkloos, van de autochtone jongeren gaat het om minder dan de helft. Vergeleken met andere Europese landen doen we het nog lang niet zo slecht. In Spanje en Griekenland is meer dan de helft van de jongeren werkloos en in Italië en Portugal bijna veertig procent.

Is dit reden tot juichen dat het in ons land goed gaat? Nee. We hebben namelijk zo’n 135.000 werkloze jongeren in Nederland. In de vier grote steden is de werkloosheid onder migrantenjongeren schrikbarend. Daar lopen de cijfers op tot soms wel veertig procent van de migrantenjongeren in bepaalde wijken.

Wat doet de overheid?

Het kabinet trok in 2013 en 2014 vijftig miljoen extra uit voor de aanpak van jeugdwerkloosheid. De overheid zet in op 125.000 banen voor jongeren die een achterstand hebben tot de arbeidsmarkt. De nieuwe aanpak heeft effect gehad, aldus het ministerie van SZW. Ongeveer 23.000 jongeren hebben een baan, leerwerkplek of stage. Daarnaast zijn nog eens 9.000 jongeren voorbereid op een opleiding of werk. Chrifi: ‘De vraag is hoeveel migrantenjongeren hiervan hebben geprofiteerd en hoeveel jongeren daadwerkelijk een betaalde baan hebben bemachtigd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de daling in de laatste twee jaar van 180.000 naar 154.000 werkloze jongeren goed te verklaren met de economische conjunctuur. Er is dus meer nodig voor duurzame banenkansen voor deze jongeren.’

De overheid zou volgens Chrifi meer moeten inzetten op banen en werk- en ervaringsplekken voor jongeren bij het Rijk en de gemeenten: ‘De overheid is een rolmodel voor andere bedrijven. Bedrijven moeten meer gestimuleerd worden om jongeren aan te nemen voor een (leer)baan, desnoods met een stimulerende subsidie die na een jaar moet leiden tot een aanstelling binnen het bedrijf.’ Dergelijke maatregelen hebben in het verleden goed gewerkt ten tijde van de Melkertbanen, de ID-banen en daarna de Wet Werk en Bijstand (WWB).

Bedrijfsleven kan het tij keren

Doorgaans worden de hogere werkloosheidspercentages toegeschreven aan de lagere opleidingsniveaus en het sociale netwerk  van migrantenjongeren. Maar cijfers tonen aan dat ook ‘kansrijke’ allochtone jongeren vaker werkloos zijn. Naast opleidingsrichting en netwerk speelt discriminatie ook een belangrijke rol hierbij. Chrifi: ‘Daar ligt een kans voor ons allemaal. Grote succesvolle bedrijven kunnen het verschil maken door te investeren in toekomstige talenten. Jongeren zijn flexibel en willen wel verhuizen voor een baan, ook al is het in het buitenland wanneer daar meer werkplekken zijn. Europese samenwerking is in dit verband noodzakelijk. De gevolgen van niets doen zullen op de langere termijn niet alleen de jongeren zelf, maar ook het bedrijfsleven en uiteindelijk ons allemaal gaan raken.’

Project K!X

Van school naar baan, hoe doe je dat? Nogal wat jongeren met een migrantenachtergrond of afkomstig uit een sociaaleconomisch achtergesteld milieu zetten die stap niet even gemakkelijk. KIX! leert hen het heft in eigen handen te nemen, hun talenten te ontdekken en te ontplooien. Lees alles over K!X, een project van Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Meer begeleiding op scholen

Bijna negentig procent van de leerlingen dat een duale opleiding volgt (vier dagen werken en één dag naar school), vindt een baan. Bij regulier fulltime onderwijs is dit vijftig procent. Toch kiezen veel migrantenjongeren niet voor een duale opleiding. Chrifi stelt dat het van wezenlijk belang is dat er op school meer aandacht is voor de begeleiding naar de arbeidsmarkt. ‘Een mentor of coach kan deze leerlingen individueel begeleiden. Extra tijd en mogelijkheden zijn hierbij cruciaal evenals hulp van externen. Het is ook belangrijk dat jongeren in hun identiteit evenals in hun sociale- en werknemersvaardigheden worden versterkt. Daarnaast zouden scholen verplicht moeten worden om de stageplaatsen voor de jongeren te realiseren. Jongeren zonder een stageplek moeten de school namelijk voortijdig verlaten, met alle gevolgen van dien.’

Samen staan we sterk

Chrifi concludeert dat overheid, onderwijs en bedrijfsleven meer de handen ineen moeten slaan en de stap moeten zetten naar een nieuw onderwijsmodel dat meer vraag- in plaats van aanbodgericht is. ‘Zolang wij niet investeren in onze jeugd krijgen we daar uiteindelijk de rekening voor gepresenteerd. Het zal zichtbaar worden in de criminaliteit, toename van gebruik van de gezondheidszorg, onrust, overlast en vervreemding. Als we de kosten hiervan berekenen, denk ik dat we eerder geneigd zouden zijn om nu al te investeren in onze jeugd. Overheid, bedrijfsleven en onderwijs; aan het werk dus!'

Meer lezen? Download dan het rapport Maak baan voor een nieuwe generatie van de werkgroep Benutting Arbeidspotentieel Migrantenjongeren van de Sociaal Economische Raad. Het geeft antwoord op vraag wat de oorzaken zijn van de slechtere positie van jongeren met een niet-westerse migrantenachtergrond. Het rapport geeft tevens adviezen wat er moet gebeuren om deze jongeren volop mee te laten doen.

Reacties

Reageer op dit artikel

1 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.