Samen zoeken naar zinvolle daginvulling

Gemeenten en aanbieders over vernieuwing dagbesteding voor ouderen

20 december 2019

Vernieuwing van de dagbesteding is een onderwerp dat bij tal van gemeenten en aanbieders hoog op de agenda staat. Maar hoe ziet die vernieuwing eruit? Movisie deed onderzoek onder gemeenten en aanbieders naar de dagbesteding voor ouderen. Uit de antwoorden ontstaat een beeld van de vernieuwing die nodig is om beter aan te sluiten bij wat ouderen en hun naasten willen en kunnen. ‘Door te praten met mensen over wie het gaat, de partners in zorg en welzijn en andere relevante partijen en door dan samen te bekijken wat wenselijk is, kom je samen tot passende daginvulling.’

In dit artikel bespreken we de visie en aanpak van zowel gemeenten als aanbieders. We hanteren de vragen zoals die in het onderzoek gesteld zijn. Staat vernieuwing van de dagbesteding ook in jouw gemeente of organisatie op de agenda? Dan kunnen de bevindingen en tips behulpzaam zijn om te werken aan een betere aansluiting bij wat ouderen en hun naasten willen en kunnen.

Eerst zetten we de belangrijkste tips op een rij:

Maak ruimte voor andere oplossingen qua activiteiten en vervoer. En laat vaste programma's op vaste locaties los

  1. Zorg voor inzicht in de diversiteit van de populatie, hun behoeften en mogelijkheden. Kijk naar (cijfermatig) informatie, maar ga ook in gesprek met ouderen en hun naasten.
  2. Ga en blijf als gemeente in gesprek met ouderen, hun naasten en maatschappelijke organisaties over wensen en inrichting van daginvulling voor ouderen in de gemeente. Bekijk ook (effecten van) de uitvoering en stel in overleg bij.
  3. Beperk het gebruik van het woord ‘dagbesteding’, omdat dit ouderen vaak afschrikt. Zoek samen naar een zinvolle daginvulling.
  4. Laat vaste programma’s op vaste locaties los. Maak ruimte om met een oudere ook een persoonlijk arrangement samen te stellen, waarbij de oudere niet langer op één plek vanuit één dagprogramma wordt ondersteund, maar deelneemt aan verschillende activiteiten van bestaande voorzieningen, verenigingen en clubs. Ook vrijwilligerswerk doen, kan een optie zijn.
  5. Zoek actief de samenwerking op, ook met verenigingen en ondernemers. Faciliteer hen door expertise aan te bieden bij het werven en behouden van vrijwilligers vooral in relatie tot dementie. Biedt ook expertise over cultuursensitief werken aan om beter aan te sluiten bij de diversiteit van mensen en over dementievriendelijk werken, om dementerende ouderen te blijven betrekken bij de samenleving.
  6. Stimuleer dat ouderen eerder mee gaan doen aan activiteiten in de wijk om zo ook de drempel te verlagen voor deelname aan dagbesteding in de toekomst. Dit draagt bij aan preventie.
  7. Bekijk als gemeente met maatschappelijke partners hoe de financiële middelen ingezet worden. Maak ruimte voor andere oplossingen qua activiteiten en vervoer. Als je meer wilt inzetten op wijkgerichte (preventieve) activiteiten, zet daar dan een deel van de middelen voor in.

Welke gemeenten en aanbieders deden mee?

  • Tien gemeenten: Almere, Apeldoorn, Amsterdam, Best, Bodegraven, Haarlem, Landgraaf, Rotterdam, Utrecht, Veenendaal.
  • Acht aanbieders: Archipel Zorggroep, Atlant, Careyn, Combiwel, Dagcentrum Utrecht Oost, King Arthur Groep, Odensehuis Amsterdam, SAM welzijn.

Vraag 1: Heb je een uitgeschreven visie op dagbesteding voor ouderen?

Gemeenten: De helft van de gemeenten beschikt over een uitgeschreven visie die bij of na de transities in 2015 is opgesteld of vernieuwd. Het nieuwe zit er in dat de gemeenten meer willen inzetten op algemene, voorliggende (wijk)voorzieningen in plaats van op de ‘traditionele’ dagbesteding via zorgorganisaties. Daarmee wijzigt ook de financiering van cliëntgebonden financiering op basis van een Wmo-beschikking naar financiering van algemene voorzieningen via subsidie.

 

Aanbieders: Op een na hebben de zorg- en welzijnsaanbieders allen een uitgeschreven visie. Ruim de helft heeft die na de transitie in 2015 opgesteld of vernieuwd. Het gaat er deze aanbieders qua vernieuwing om nóg beter aan te sluiten bij wat de verschillende ouderen willen en kunnen; echt maatwerk leveren dus. Dat kan bijvoorbeeld door met een oudere een persoonlijk arrangement samen te stellen, waarbij de oudere niet langer op één plek vanuit één dagprogramma wordt ondersteund, maar deelneemt aan verschillende activiteiten van bestaande voorzieningen en verenigingen. Enkele aanbieders willen ook stimuleren dat ouderen eerder mee gaan doen in activiteiten in de wijk en zo de drempel te verlagen voor deelname aan dagbesteding in de toekomst.

Vraag 2: Wil je de komende tijd verder werken aan de visie?

Gemeenten: De vijf gemeenten die met ‘ja’ antwoorden gaat het niet zozeer om visieontwikkeling als wel om aanscherping en concretisering van visie en beleid om tot een meer divers en passender aanbod van activiteiten te komen. Een van de gemeenten die ‘nee’ antwoordde, geeft aan wel te willen investeren in het gesprek over welke activiteiten zelfstandig blijven wonen mogelijk maken en hoe mensen betekenisvolle contacten kunnen hebben. De vijf gemeenten met een uitgeschreven visie hebben bij de totstandkoming daarvan allemaal samengewerkt met aanbieders vanuit zorg en welzijn. Opvallend: maar in twee gemeenten wordt genoemd dat met ouderen zelf is gesproken. In één gemeente heeft de gemeenteraad expliciet inbreng gehad.

Aanbieders: De meeste aanbieders benoemen dat zij met gemeente en andere aanbieders willen komen tot andere vormen van dagbesteding, zodat er meer flexibiliteit en maatwerk komt. Degenen met een uitgeschreven visie, hebben deze meestal samen met cliënten en mantelzorgers opgesteld, in een enkel geval ook met de gemeente.

Ouder worden met dementie in Rotterdam

‘Ouderen met dementie kunnen en willen nog van alles. Maar (het vermoeden van) dementie leidt vaak tot de neiging om zich uit schaamte en onzekerheid juist terug te trekken. Actief blijven is belangrijk, om vaardigheden vast te houden, mensen te ontmoeten en gezond te blijven. We ontwikkelen nieuwe vormen van dagbesteding en dagactiviteiten, waaronder groene dagbesteding. Daarbij bevorderen we dat mensen met dementie blijven bewegen.’ (Masterplan ouderen, Rotterdam, 2019)

Vraag 3: Heb je bij het bepalen van het dagbestedingsaanbod in jouw gemeente eerst aan groepen ouderen of hun naasten zelf gevraagd wat zij graag willen?

Gemeenten: zeven van de tien gemeenten hebben dit inderdaad gedaan, het levert de volgende inzichten op:

  • In gesprek: door te praten met mensen over wie het gaat, de partners in zorg en welzijn en andere relevante partijen en door dan samen te bekijken wat wenselijk is, kom je samen tot passende vormen/aanbod van daginvulling.
  • Drempel verlagen: het proces van toegang tot de voorziening maakt soms dat mensen afhaken. Ook de vorm en uitstraling van de voorziening werpt soms een drempel op; de locatie en aanpak moeten een huiselijke sfeer uitstralen. Wanneer de locatie dichtbij huis is en een inloopkarakter heeft, vergroot dit de kans dat ouderen er naartoe gaan.
  • Programmering: niet een vast programma bieden. Het moet mogelijk zijn om te kiezen uit meerdere activiteiten in kleinere groepjes of soms voor individuele activiteiten binnen de groep.
  • Omgang met deelnemers: dient gebaseerd te zijn op persoonlijke aandacht. Het zien en erkennen van de individuele geschiedenis, persoonlijkheid en interesse van de deelnemers is een belangrijk aandachtspunt. ‘Het is een open deur, maar men wil graag als mens behandeld worden.’ Dat geldt ook voor de naasten van ouderen.

Aanbieders: De meeste aanbieders benoemen het belang van overleg met de individuele oudere en hun mantelzorger(s) om in te spelen op behoeften en talenten. Wat opvalt: slechts een enkele aanbieder benoemt dat een programma van eisen vanuit cliëntperspectief voor de dagbesteding is opgesteld, op grond waarvan het aanbod is ingevuld.

Vraag 4: Is vernieuwing in het aanbod van dagbesteding voor ouderen een issue in jouw gemeente?

Gemeenten: De gemeenten geven aan dat dit zeker het geval is. Het moet dan vooral gaan om een pluriformer aanbod, dat ook past bij de nieuwe generatie ouderen. ‘Het huidige aanbod dagbesteding lijkt veelal binnen, in groepsactiviteiten georganiseerd te zijn, waarbij vooral activiteiten als spelletjes, handwerken, lichte beweging en soms zingen wordt aangeboden. (...) Vernieuwing zit hem in diversiteit: mogelijkheid van andersoortige activiteiten, liefst op dagelijkse basis te kiezen door de deelnemer. Meer mogelijkheden om buiten actief te zijn (‘groene’ dagbesteding). Meer ook gedacht vanuit wat mensen nog kunnen en hen daarbij een rol te geven.’ Ook zou de invulling meer op preventie gericht moeten zijn en vraaggestuurd georganiseerd. Een gemeente zet een speciale activiteitencoach in die met de dementerende in kaart brengt wat mogelijkheden en wensen zijn en samen zoeken zij naar passende oplossingen. Hij of zij zorgt ook voor kwartiermaken en bereidt desgewenst clubs, verenigingen en organisaties voor op de komst van ouderen. Een van de gemeenten die antwoordt met ‘nee’ licht toe: het aanbod voor de toekomst uitvoerbaar (personeel) en betaalbaar (financieel) houden is wél een issue.

Aanbieders: Het aanbod van activiteiten kan meer divers, meer op maat aangeboden en meer vanuit ontmoetings- en inloopplekken in de buurt zodat mensen er makkelijk naartoe gaan. Er is echter spanning gezien de toenemende vergrijzing, de kwalitatieve wensen van de gemeente en de afname van financiële middelen.

Vraag 5: Heb je de indruk dat het aanbod van dagbesteding goed aansluit bij de behoeften, interesses en capaciteiten van (verschillende groepen) ouderen?

Gemeenten: acht van de tien gemeenten zeggen ‘nee’. Het is belangrijk te zorgen voor meer verscheidenheid in activiteiten om beter aan te sluiten bij de verschillende groepen ouderen; van bingo tot tuinieren, van wandelen tot museumbezoek. Maar het gaat ook om cultuursensitief werken om zo de verschillende groepen migrantenouderen passend te ondersteunen.

Aanbieders: vijf van de acht aanbieders antwoorden bevestigend, omdat zij het palet van hun activiteiten breed en flexibel vinden en keuzevrijheid bieden. Drie aanbieders vinden dat dagbestedingen over het algemeen niet flexibel zijn en niet goed aansluiten bij de leefwereld van ouderen. Een van hen wijst er op zelf niet te denken in termen van aanbod, maar meer in termen van samenwerking met (kwetsbare) ouderen en mogelijkheden.

Voor elk wat wils, aldus een aanbieder

‘Onze programma’s spreken voor zich. Er-op-uit programma’s, abonnementen op een visclub, op sportverenigingen, museumjaarkaarten, abonnementen op de dierentuin en het Singer-museum, diverse activiteiten waarin mensen met dementie iets betekenen voor anderen, zoals een schoenendozenactie voor kansarme kinderen.’

Vraag 6: Wat is behulpzaam om ervoor te zorgen dat de dagbesteding voor ouderen beter passend wordt? Welke tips heb jij?

Gemeenten:

  • Zorg dat je behoeftes en interesses van verschillende groepen ouderen goed in kaart hebt.
  • Spreek met aanbieders af hoe zij inwoners eerder kunnen vinden en verleiden om gebruik te maken van het algemene (wijk)activiteitenaanbod.
  • Laat vooral ouderen zelf de activiteiten bedenken en samen organiseren, ondersteun waar nodig.
  • Een gemeente wil hulpverleners ondersteunen om met de oudere en mantelzorger de dagbesteding passend in te vullen. De gemeente zoekt naar mogelijkheden om dit te faciliteren, bijvoorbeeld door op een andere manier te financieren, door partners toe te voegen aan het netwerk. Door expertise te bieden bij het werven en behouden van vrijwilligers vooral in relatie tot dementie, door expertise te bieden over het werven van andersoortige activiteiten, cultuursensitief werken en dementievriendelijk werken.
  • Een andere gemeente ervaart financiële grenzen om preventief invulling te geven aan de dag van oudere mensen met een beperking en geeft aan dat het zou helpen als de rijksoverheid meer financiële middelen beschikbaar stelt.

Aanbieders:

  • Ga het gesprek met ouderen aan, luister naar de vraag van mensen zelf. Werk ook aan kwantitatieve onderbouwing van de verschillende doelgroepen in de wijk en deelnemers aan dagbesteding.
  • Een gemeentelijk akkoord op meer flexibiliteit in inzet van middelen is belangrijk om beter aan te sluiten op de ouderen. Soms betekent dit dat een kortere individuele activiteit beter past dan een hele dag in de groep of dat het gebruik van de (regio)taxi in plaats van het groepsvervoer maakt dat iemand wel deelneemt.
  • Werk aan effectmetingen, waarmee beleidsmakers over de streep getrokken kunnen worden om nieuwe vormen op te pakken en te financieren.
  • Zet in op een goed samenspel met relevante partijen in wijken en buurten, dus ook verenigingen, ondernemers.