Samenlevingsopbouw: een nieuw speelveld met nieuwe spelers

20 juli 2021

Voorheen leek samenlevingsopbouw exclusief het terrein van de opbouwwerker, maar tegenwoordig heeft niemand het monopolie hierop. In de ‘Terugkeer van de samenlevingsopbouw’ maak je kennis met vier nieuwe spelers. Ook lees je over de hernieuwde belangstelling voor samenlevingsopbouw en over de geschiedenis ervan.

‘Met deze publicatie laten we zien dat er professionals met veel verschillende namen zijn, maar die allen primair werken aan samenlevingsopbouw’, vertelt Mariël van Pelt, één van de auteurs van de ‘Terugkeer van de samenlevingsopbouw’. Auteur Radboud Engbersen: ‘We willen achterhalen in hoeverre die professionals elkaar versterken of elkaar op bepaalde vlakken in de weg lopen.’ Van Pelt vult aan: ‘Dit is van belang voor de werkers zelf, wat kunnen zij doen en wat kunnen ze beter aan anderen overlaten? Maar ook voor opdrachtgevers, zij weten dan beter wie zij waar voor in kunnen schakelen.’ Engbersen: ‘Door dit in kaart te brengen, kun je eraan bijdragen dat de neuzen dezelfde kant op staan en de samenwerking meer efficiënt wordt.’

Download publicatie

Stokje op tijd doorgeven

Engbersen noemt als voorbeeld een casus uit het werk van de procesmanager van een woningcorporatie, één van de geportretteerde professionals. ‘Deze bracht partijen bij elkaar om na te denken over de inrichting van flatgebouwen die door de woningcorporatie werden opgeknapt. Hij werkte hierin goed samen met een welzijnsorganisatie die in de gebouwen activiteiten wilde gaan organiseren. En gaf het stokje op tijd door in plaats van dat hij zich met de welzijnsorganisatie en de activiteiten ging bemoeien.’ Van Pelt: ‘Je wilt voorkomen dat er niets gebeurt, maar ook dat er dingen naast elkaar of dubbelop gebeuren.’

'Samenlevingsopbouw is nog steeds actueel en er is hernieuwde belangstelling voor'

Geen oud fenomeen

De auteurs van de publicatie wilden ook breder laten zien dat er een traditie en een geschiedenis van samenlevingsopbouw bestaat. ‘We komen terug van een sterk geïndividualiseerd beleid’, zegt Engbersen. ‘Maar samenlevingsopbouw is geen oud fenomeen dat we uit een museum halen, het is nog steeds actueel en er is hernieuwde belangstelling voor. Het begrip zit soms wel een beetje in de weg, critici zeggen vaak: een samenleving bouw je niet op, die is er al. De professionals zelf gebruiken liever termen als community building of spreken over het verbinden van groepen.’ Eén van de oorzaken van die hernieuwde belangstelling is bijvoorbeeld het ontstaan van een superdiversiteit onder inwoners. Engbersen: ‘Toen het opbouwwerk opkwam, richtte dit zich vooral op de witte Nederlander. Nu is er de noodzaak om als professional cultuursensitief te werken.’

Impact op inwoners

De portretten van de nieuwe spelers leveren nieuwe vragen op. Van Pelt: ‘Wat dragen al die verbinders bij aan het versterken van buurten en wijken? Wat is de impact van het werk op de inwoners? Hoe ziet het speelveld rondom samenlevingsopbouw eruit en hoe werken al die spelers samen? Om hier duidelijkheid over te krijgen, lopen we dit jaar een periode mee met een aantal opbouwwerkers in Almere. We volgen een opbouwwerker die in een wijkteam werkt en een opbouwwerker die een éénpitter is. Ook gaan we na hoe de werkers hun impact in kaart brengen. Daarnaast houden we in de loop van het jaar drie online sessies met samenlevingopbouwers waarin zij onderling kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. In één van die sessies komen de bevindingen uit Almere ook aan bod. De komende tijd wordt het aantal portretten uitgebreid. De auteurs denken onder andere nog aan portretten van een gebieds- en wijkcoördinator, een functionaris die zich bezighoudt met de Right to Challenge, een diaconaal opbouwwerker en de community librarian, een professional die vanuit de bibliotheek aan samenlevingsopbouw werkt.  

Landelijke infrastructuur voor samenlevingsopbouw

De boodschap van de publicatie is: er is hernieuwde aandacht voor samenlevingsopbouw, maar het speelveld en de mensen die actief zijn op samenlevingsopbouw zijn veranderd. De publicatie wordt afgesloten met de wens opnieuw een landelijke institutionele infrastructuur voor samenlevingsopbouw in te richten. ‘Vroeger waren er leerstoelen op het gebied van samenlevingsopbouw’, vertelt Engbersen. ‘Het Verwey-Jonker Instituut deed veel op het thema en het was goed geïntegreerd in de opleidingen. Dit is verwaterd, omdat er veel aandacht kwam voor het individu. Het zou heel mooi zijn als dat hele pakket van onderwijs, trainingen en onderzoek weer opgebouwd en op elkaar afgestemd wordt.’ Van Pelt: ‘Er zijn al goede initiatieven, zoals de Canon Samenlevingsopbouw, maar de infrastructuur moet verder doorontwikkeld worden, om de huidige, maar zeker ook de nieuwe generatie samenlevingsopbouwers te ondersteunen.’