Seks onder je 25ste

artikel - 10 januari 2013
Afbeelding bij Seks onder je 25ste

De meest recente cijfers over de seksuele gezondheid van jongeren tussen 12 -25 jaar van Rutgers WPF en Soa Aids Nederland komen uit 2012. ‘Seks onder je 25ste’ is een grootschalig en representatief onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. Bijna 8000 jongeren hebben in 2012 een digitale vragenlijst ingevuld. Er wordt gewerkt aan een actieplan naar aanleiding van de resultaten. Naar verwachting verschijnt er een nieuw onderzoek in 2017.

Hoewel het erg prettig is om cijfers te hebben, heeft kwantitatief onderzoek een grote beperking: het verteld ons niet waarom het zo is. We leren bijvoorbeeld dat homojongens eerder uit de kast komen, maar niet wat de reden daarvan is. Zeker voor het maken van een actieplan moet je dat weten. Misschien een open deur voor velen, maar nog niet in onderzoeksland.

Hoe ziet het seksueel gedrag van jongeren tussen 12 en 25 jaar er nu uit?

  • Op 14,4 jaar heeft 50% van de jongeren getongzoend
  • Op 15,2 jaar heeft 50% gestreeld aan geslachtsdelen van een ander
  • Op 16,3 jaar heeft 50% een ander afgetrokken of gevingerd
  • Op 17,1 jaar heeft 50% aan orale seks en geslachtsgemeenschap gedaan

Seksuele gezondheid

Over het algemeen gaat het goed met de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. In 2005 waren meer jongeren in het voortgezet onderwijs seksueel actief dan in 1995. Deze toename van seksueel actieve jongeren is nu gestabiliseerd. De meeste jongeren gebruiken goede bescherming tegen soa, hiv en zwangerschappen. Jongeren die relatief veel risico lopen laten zich vaker testen. Daarnaast geven jongeren aan dat het wel goed zit met hun assertiviteit, zij hebben controle over hun seksleven en beschikken over zelfvertrouwen. In ieder geval schatten deze jongeren hun seksuele weerbaarheid hoog in. Dat geeft hoop. Toch is er ook een andere kant.

Vanaf 17 jaar is het percentage dat wel eens gedwongen is tot seksuele handelingen onverminderd hoog

  • 4% van de hetero jongens en 16% van de homo/bi-jongens.
  • 21% van de hetero meisjes en 33% van de lesbische/bi-meisjes

Uit het onderzoek komt naar voren dat er vaker sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag wanneer de seksuele partner vijf jaar ouder is, de jongeren elkaar kort kennen en/of geen relatie hebben met elkaar.

Verschillen in beleving

Als het gaat om verschillen in de seksuele beleving tussen jongens en meisjes dan zijn onderstaande uitkomsten opmerkelijk. Meisjes hebben meer negatieve gevoelens over seks dan jongens. Zij schamen zich vaker over hun seksuele gevoelens, hebben vaker schuldgevoel na het masturberen en vinden seks vaker vies dan jongens. Jongens zijn meer tevreden over hun lichaam en hun geslachtsdelen, vinden seks vaker belangrijk en fijn. Ze zijn er meer voor in om alles uit te proberen.

Wordt de verantwoordelijkheid voor het bewaken van seksuele grenzen bij meisjes gelegd?

Regie?

Jongens geven vaker aan weinig te zeggen te hebben over wat er gebeurt tijdens het vrijen. Dit doet je afvragen hoe het kan dat jongens minder vaak gedwongen worden tot seksuele handelingen (4%) terwijl zij er - gevoelsmatig in ieder geval - minder over te zeggen hebben. Meisjes geven daarentegen vaker aan ongewilde seks te kunnen weigeren. Dit doet vermoeden dat de verantwoordelijkheid voor het bewaken van seksuele grenzen nog steeds bij meisjes wordt gelegd. Maar er zijn nog meer feitelijke verschillen geconstateerd.

Meisjes hebben vaker seksuele problemen dan jongens

  • 13% van de meisjes ervaart problemen met opgewonden raken
  • 11% van de meisjes heeft pijn tijdens het vrijen
  • 25 % van de meisjes kan niet klaar komen
  • 17% van de meisjes heeft geen zin in seks en heeft daar last van (bij jongens is dat tussen 2% en 6%)

De problemen waar jongens mee worstelen is het té snel klaar komen (19% ten opzichte van 5% bij meisjes).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag scoort onverminderd hoog bij meisjes en homo/bi jongeren. Andere groepen die in dit onderzoek naar voren komen als risicovol zijn de jongeren die geslachtsgemeenschap hebben vóór hun 13e jaar. Deze groep geeft aan vaker overgehaald of gedwongen te zijn, heeft minder kennis over seks, minder beschermingsgedrag ten opzichte van soa en zwangerschappen en de ouders zijn vaker niet op de hoogte. Een laatste groep die risicovol gedrag vertoont zijn de laag opgeleide jongeren. Zij zijn vaker seksueel actief, hebben eerder seks met hun partners, hebben meer verschillende partners, minder kennis van soa/hiv en anticonceptie en hebben vaker te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag dan hoog opgeleide jongeren.

Kerndoel onderwijs

Nu de kerndoelen voor het onderwijs worden aangepast met seksuele weerbaarheid en seksuele diversiteit krijgt het basis- en voortgezet onderwijs een belangrijke taak. Want hoewel velen zich hier al mee bezighouden: binnenkort behoort het officieel tot de kerndoelen van het onderwijs.

Seksespecifiek

Dankzij het onderzoek weten we het nu zeker: Er is een feitelijk verschil in de seksuele belevenis van jongens en meisjes. Dat vraagt niet alleen om voorlichting maar ook om seksespecifieke voorlichting. Wil je weten wat werkt? Kijk dan bij het Nederlands Jeugdinstituut in de databank effectieve jeugdinterventies.

Een nieuw en vergelijkend onderzoek verschijnt naar verwachting in 2017.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.