Een smakelijk succes: jongeren met een beperking aan de slag in de horeca

artikel - 20 januari 2015

Iedereen is enthousiast over het project van zorginstelling Philadelphia, waarbij jongeren met een Wlz-indicatie dagelijks een vers menu serveren in de kantine van de Rotterdamse reclassering. ‘We streven vooral naar een goede horecazaak en behandelen de jongeren zoveel mogelijk als werknemers,’ zeggen de twee werkbegeleiders.

Een half uur voordat de kantine opengaat, heerst er een aanstekelijke bedrijvigheid op de achtste etage van de Reclassering Rotterdam. Achter het buffet rolt de ene medewerker de laatste servetjes om de boterhammen met pastrami en augurkjes. Een ander maakt nog wat dressing voor de salade bij de quiche. Terwijl werkbegeleider Masja Ottenheim op een bord bij de ingang het menu noteert. De honderdvijftig gasten die vanaf half twaalf met de lift naar boven komen, kunnen vandaag ook versbereide aardappelsoep bestellen.

‘Het was het eerste dat ik veranderde toen we van start gingen,’ zegt Sue Smith, de andere werkbegeleider, die zes jaar geleden begon met het project van zorginstelling Philadelphia. ‘Het idee was dat we met kant-en-klare spullen zouden gaan werken, maar ik zei meteen: no way!’ Hier zou alles met de hand worden klaargemaakt. En hier zouden kroketten worden geweerd.

Een eigentijdse horeca-onderneming, vindt Smith, biedt dagelijks een vers, gevarieerd en wisselend menu. Voor de gasten, maar óók voor de eigen medewerkers. Het maakt het werk eervol, leuk en leerzaam. ‘Onze medewerkers doen zelf boodschappen. In de nieuwe Markthal, bij de Turkse bakker, de Chinese supermarkt of de koffieafdeling van de Bijenkorf. Ze komen op nieuwe plekken en maken kennis met nieuwe ingrediënten: grote vissen van de markt, biokip van de stadsboerderij, verse honing van een reclasseringsambtenaar die in zijn vrije tijd imker is.’

Ottenheim: ‘Onze gasten zijn heel enthousiast over het menu. En dat vervult onze medewerkers weer met trots.’

Geen dossiers lezen

Als je Smith (52) en Ottenheim (41) vraagt naar een omschrijving van hun medewerkers, veertien jongeren met een indicatie die recht biedt op langdurige zorg, dan komen ze met woorden als divers, onvoorspelbaar, authentiek, puur, origineel en oprecht. ‘Elke dag word ik getroffen door hun opmerkingen: grappig of tot nadenken stemmend,’ zegt Ottenheim.

De werknemers van de Reclassering, die in het gebouw cliënten ontvangen en veelal een druk en stressvol beroep hebben, ontspannen zodra ze aan het buffet staan, zegt Smith. ‘Onze medewerkers zijn meestal vrolijk en reageren altijd heel direct. Tegen iedereen. Of het nu de directeur is of een stagiaire. Dat heeft een hele goede uitwerking op de gasten.’

De jongeren werken in de kantine onder de noemer ‘arbeidsmatige dagbesteding’. De meesten ontvangen een Wajong-uitkering, vanwege hun (licht) verstandelijke beperkingen. Maar Smith en Ottenheim denken liever niet in beperkingen. Op zichzelf niet zo bijzonder – het wordt vaak gezegd: denken in mogelijkheden – maar hun aanpak is dat wel. Je zou die kunnen omschrijven als empathisch en no nonsense tegelijk.

In de eerste plaats beschouwen Smith en Ottenheim zichzelf als ondernemers. ‘In mijn ogen hoort daar maatschappelijke betrokkenheid bij,’ zegt Smith, die geregeld uitstapjes maakt met haar medewerkers, naar het museum Boijmans van Beuningen bijvoorbeeld of de Kunsthal. Niettemin behandelen de twee werkbegeleiders de jongeren bovenal als werknemers. ‘Dat betekent dat ze op tijd moeten komen, hun werk moeten doen en niet te veel ruimte krijgen om te zeuren,’ zegt Ottenheim.

Smith en Ottenheim lezen bij binnenkomst van nieuwe werknemers bewust hun dossiers niet. ‘Die zijn namelijk gericht op wat ze niet kunnen,’ zegt Smith. ‘Wij willen hen eerst zelf leren kennen.' Smith verlangt van haar medewerkers dat ze zelfstandig kunnen reizen. ‘Ik wil voorkomen dat ze beneden lang op een taxi zitten te wachten, terwijl er allemaal cliënten van de reclassering langslopen. Veel jongeren blijken dat inderdaad te kunnen, ook al zeggen hun vaste begeleiders van niet.’

Ottenheim: ‘Onlangs kwam een nieuw meisje om negen uur ‘s ochtends binnen met de mededeling dat ze om één uur ‘s middags moe zou zijn? 'Oh ja?' zeiden wij. 'Weet je dat nu al?' Ze mocht boodschappen doen in de nieuwe Markthal en toen ze ‘s middags om twee uur terugkwam was ze enthousiast en nog vol energie.’

Tegelijkertijd staat medemenselijkheid op de werkvloer centraal. Ottenheim: “Wij doen erg ons best om te ontdekken hoe we iemand het beste kunnen aanspreken. Vaak is dat met humor. Een enkele keer spreken we iemand streng toe. In elk geval doen we normaal tegen ze. Je merkt soms bij stagiaires die hier meedraaien dat ze geschoold zijn in het idee dat het cliënten zijn, of patiënten, wat tot een gekunstelde houding leidt. Deze mensen zijn niet zielig.’

‘Onlangs kwam een nieuw meisje om negen uur ‘s ochtends binnen met de mededeling dat ze om één uur ‘s middags moe zou zijn? 'Oh ja?' zeiden wij. 'Weet je dat nu al?'’

Creatief met regels

In wezen zijn Smith en Ottenheim autodidacten. Ze hebben weinig op met het zorgsysteem waarin ze werken en het jargon en de regels die daarin zijn gegroeid. Smith was management assistente bij Philadelphia en werd gevraagd de kantine te runnen, simpelweg omdat haar directeur niemand anders kon vinden met horeca-ervaring. Ottenheim was eerder invalkracht bij Philadelphia en heeft net als Smith veel ervaring in de Rotterdamse horeca.

Hun eigenzinnige manier van opereren blijkt wonderwel uit te pakken: hun medewerkers, hun gasten én de instelling waarbij ze zelf in dienst zijn (Philadelphia) zijn lovend over de gang van zaken in de kantine.

Een medewerker die ‘s morgens met een blikje Red Bull binnenkwam, liep uren stuiterend rond. ‘Ik bleek hem niet te mogen verbieden energiedrankjes te drinken, want ik ga niet over zijn leven buiten de kantine,’ zegt Smith. ‘Maar ik heb wel direct de huisregels veranderd: hier binnen gebeurt het niet. Daarmee kwam de boodschap over. Wij werken hier zoveel mogelijk volgens de regels van het gezond verstand. En die zeggen: geen energiedrankjes.’

In de kantine worden ook andere invloeden van buiten, zoals een job coach die eens een sollicitatietraining kwam geven, zoveel mogelijk geweerd. ‘Die training werd gegeven met de beste intenties, maar veel medewerkers werden er onrustig van. Sommigen dachten dat ze hier weg moesten, bij een ander bleef heel lang het beeld hangen dat hij 1500 euro per maand ging verdienen. Dat wilden we niet meer.’

Beperkte doorstroom

De meeste jongeren komen in de kantine te werken via een informeel circuit, vaak dankzij een begeleider op hun woonadres die van het project van Philadelphia heeft gehoord. Sommigen stromen intern door: ze doen dan namens Philadelphia ook facilitair werk binnen het kantoorgebouw: het onderhoud en bijvullen van koffieautomaten en printers.

Maar uitstroom naar reguliere werkgevers, vindt nauwelijks plaats, moet Smith erkennen. ‘Dat gebeurt alleen binnen ons eigen netwerk. Een paar medewerkers zijn terecht gekomen op de stadsboerderij en de kringloopwinkel, waar we goede contacten hebben. We kennen die plekken goed. Dus kunnen we goed inschatten of iemand daar op zijn plek is. De overstap naar een werkgever als Zeeman of V&D-restaurant La Place is in de praktijk nog te groot gebleken.

De bedrijfskantine functioneert onder andere economische voorwaarden dan reguliere bedrijven. De Reclassering betaalt de locatie en een deel van de faciliteiten. De gemeente en het Zorgkantoor financieren het salaris van de twee werkbegeleiders. De medewerkers behouden hun uitkering en ontvangen daar bovenop een dagvergoeding van twee euro. En de omzet van de kantine komt overeen met andere kosten die worden gemaakt, zoals de inkoop van verse ingrediënten.

'Los van mogelijke doorstroming: deze jongeren doen nu nuttig werk. Ze zijn onderdeel van de samenleving.'

Is dat de beperking van het project? De medewerkers functioneren goed op een ‘beschermde’ locatie, die niet onder druk staat van reguliere economische eisen, maar ze stromen niet of nauwelijks door naar een reguliere arbeidsplaats. ‘Echt werk zal op termijn voor enkelen wel haalbaar zijn,’ reageert beleidsmedewerker Henk Stoel van Philadelphia. ‘Daar zetten we zorgvuldige trajecten voor op, zoals verdere werkervaring opdoen bij een evenement in De Kunsthal. Daar staan deze medewerkers op een beurs met zelfgemaakte producten. Ook verrichten ze er schoonmaak- en conciërgetaken. Maar los van mogelijke doorstroming: deze jongeren doen nu nuttig werk. Ze zijn onderdeel van de samenleving. En binnen de reclassering functioneren ze als smeerolie.’

Volgens Sue Smith zou de samenleving meer ruimte moeten bieden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt tot bloei te laten komen. Ze schetst een ideaalbeeld waarin werknemers als de hare aan de slag gaan bij kleine ondernemers. Bij fietsenmakers, bakkers, koffiewinkels, maar ook in verzamelgebouwen waar zzp’ers werken. ‘Deze mensen zijn geen bulk, dus moet je ze geen bulkwerk laten doen. Veel van de medewerkers zouden het heel fijn vinden om bijvoorbeeld voor een groep zzp’ers brood te halen, schoon te maken en koffie te zetten. Een tailor made plek werkt heel goed voor hen.’

Dit artikel werd geschreven in samenwerking met journalist Marcel van Engelen.

Reacties

Reageer op dit artikel

14 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.