Sociaal isolement van ouderen is moeilijk te doorbreken

artikel - 29 september 2015

Een deel van de ouderen in Nederland leeft al jaren afgezonderd. Hun sociaal isolement is daarom moeilijk te doorbreken. Interventies om het netwerk dan nog uit te breiden werken zelden. De inzet van professionale hulpverleners is van groot belang, omdat zij voorkomen dat de situatie verergert.

Dit blijkt uit het onderzoek Ouderen in sociaal isolement, van Anja Machielse van de Universiteit van Humanistiek, gefinancierd door Movisie. Het onderzoek gaat over de effectiviteit van hulp aan sociaal geïsoleerde ouderen met hardnekkige en complexe problematiek. Anja Machielse heeft gebruik gemaakt van de ‘ervaren baat’ benadering, waarin de baat die de ouderen zelf van de hulp ervaren centraal staat. Ze volgde drie jaar lang, 53 sociaal geïsoleerde ouderen en 17 hulpverleners die hen persoonlijke begeleiding bieden.

Geen netwerk

Eenzaamheid en sociaal isolement zijn thema’s die de laatste jaren hoog op de maatschappelijke agenda staan. Dit past bij het overheidsbeleid, dat gericht is op zelfredzaamheid en participatie. Mensen die in een sociaal isolement leven, beschikken niet over een netwerk van familie, vrienden of bekenden die zo nodig mantelzorg of andere vormen van steun bieden. Daarnaast nemen sociaal geïsoleerde ouderen minder deel aan maatschappelijke activiteiten en sociale verbanden. Als zij dan tijdelijk of structureel hulpbehoevend worden, zijn ze volledig aangewezen op professionele hulp. Het wordt dan een maatschappelijk vraagstuk als die hulp uitblijft.

Geslaagd?

Tegen deze achtergrond zijn de afgelopen jaren veel interventies ontwikkeld om sociaal isolement te verminderen of te voorkomen. Uit evaluatieonderzoek blijkt echter dat interventies niet leiden tot het opheffen van sociaal isolement wanneer dat structureel, complex en langdurig is. In dit onderzoek is nagegaan wat dit betekent: zijn interventies in die gevallen niet effectief? Of leveren ze andere belangrijke opbrengsten op?

Open werkwijze

In het onderzoek stonden persoonlijke begeleidingstrajecten voor sociaal geïsoleerde ouderen centraal. Deze interventie is ontwikkeld door twee Rotterdamse welzijnsorganisaties. De intentie van de hulpverlening was om gedurende een jaar intensieve hulp te bieden om de ouderen te helpen een sociaal netwerk op te bouwen. En zich vervolgens als professionals weer terug te trekken. De hulp, in deze trajecten ingezet, werkt niet met een dichtgetimmerde methodiek. Het gaat om een open werkwijze. Daarbij hanteert de hulpverlener twee uitgangspunten:

  • Bij de start vindt een grondige analyse van de situatie en omstandigheden van de oudere plaats.
  • Aan de hand van een integrale aanpak pakken hulpverlener en cliënt problemen op verschillende levensgebieden in samenhang aan.

Maatwerk

Het onderzoek maakt duidelijk dat deze open werkwijze door hulpverleners noodzakelijk is. Op deze manier is er ruimte om het tempo en de inhoud van de hulpverlening af te stemmen op de oudere en zijn situatie. En eigen regie doet ertoe. Een oudere in het onderzoek bracht het zo onder woorden: ‘Ze moet niet over mijn drempel heengaan. (..) Ze moet me gewoon zelf laten tobben, tot ik zelf een probleem heb, tot ik er aan toe ben om dat aan te pakken.' Het leveren van maatwerk door de hulpverlener is dus essentieel.

Baat de hulp?

Een deel van de sociaal geïsoleerde ouderen lukt het niet (meer) om nieuwe betekenisvolle contacten te leggen. Of om mee te doen aan sociale activiteiten. Daar is hun isolement te hardnekkig voor. Ze zijn in de loop van de tijd gewend geraakt aan hun isolement en hebben zo hun eigen routines ontwikkeld om met die situatie om te gaan. De ouderen hebben zich terug getrokken en vermijden contact met anderen, vaak uit onvermogen. Ze hebben te veel ervaren dat het hen niet lukt om contacten met anderen te leggen, ze zijn onzeker over zichzelf, voelen zich niet begrepen en willen niet voortdurend met hun eigen sociale onvermogen geconfronteerd worden. Sociaal isolement wordt in deze gevallen niet opgelost door sociale interventies.

Rol van de hulpverlener

Als het sociaal isolement niet opgelost wordt, betekent dit niet dat hulp niet nodig is en dat er geen opbrengsten zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de persoonlijke begeleidingstrajecten belangrijke ‘baten’ opleveren. Hun administratie die niet meer beheersbaar was komt weer op orde of het vervuilde huis wordt opgeruimd en schoon gemaakt.. Sommigen worden uiteindelijk toch sociaal geactiveerd of nemen weer contact op met hun kinderen. Voor anderen is minimaal contact met ‘buiten’ zeer waardevol: iemand heeft weet van zijn bestaan. Op onderdelen is er zijn er dus duidelijke effecten te zien van interventies. Ouderen ervaren de hulp als uiterst belangrijk, ook als hun problemen niet (allemaal) zijn opgelost.

'Je begint met een kasteel en je eindigt met een hutje op de hei.'

Andere problemen

Vaak blijkt het sociaal isolement voor de meeste ouderen niet het probleem waaraan ze willen of kunnen werken. Alhoewel opheffen van het sociaal isolement de belangrijkste doelstelling van de begeleidingstrajecten is. Ze lopen tegen andere problemen aan die meer urgent zijn en die een bedreigingvormen voor hun zelfstandigheid. De ‘baat’ ligt voor de ouderen in de ervaren aandacht, steun en betrokkenheid van de professional. Het onderzoek laat daarmee zien dat we breed moeten kijken naar het thema sociaal isolement, wat daar speelt en wat de opbrengsten van interventies zijn. Met standaard oplossingen aankomen voor dit probleem, werkt niet. Sociaal isolement is namelijk zelden een op zichzelf staand probleem.

Aansluiten op de oudere

De ervaren baat is groter als de professional weet aan te sluiten bij de oudere. Een maatschappelijk werker uit het onderzoek zegt dit treffend: ‘Je kan merken dat als je investeert in mensen, dat er ook wat haalbaar is. Natuurlijk, wij willen grote stappen nemen. Dat is veel leuker, maar dat gaat niet met deze mensen. (..) Je begint met een kasteel en je eindigt met een hutje op de hei.’

Investeren

Voortdurende begeleiding van mensen in een sociaal isolement is niet nodig. Beide partijen moeten voor ogen houden dat de hulpverlening professioneel is. Dat is soms best een moreel dilemma. Vooral als je weet dat je de laatste strohalm bent voor je cliënt. Vaak wordt de begeleiding afgebouwd naar een ‘vangnet’-contact. Een oudere in sociaal isolement zegt hier het volgende over: ‘(..) Ik ga het zo organiseren dat dit me niet meer gebeurt. Ik bedoel, als het een volgende keer dreigt te ontstaan, dan bel ik onmiddellijk M. (de ouderenwerker), want dan moet er even iets gebeuren. (..) Al ga ik in Groningen wonen of in Gouda, en ik heb een probleem, dan bel ik M. Zo simpel is het’.

Afstemming en (geen) afsluiting

Het onderzoek laat zien dat zorgvuldige afstemming op de behoeften en mogelijkheden van sociaal geïsoleerde ouderen van belang is om passende hulp te bieden. Het gaat er om dat alle betrokkenen aan het werk gaan met realistische verwachtingen. En dat geldt voor de betrokken oudere zelf, de hulpverlener en de opdrachtgever.  Een goed opgebouwde relatie en vinger aan de pols kunnen een essentiële bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven bij deze ouderen.

Het onderzoek is te downloaden via www.movisie.nl/publicaties Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Movisie in het kader van het onderzoeksprogramma ‘Inzicht in sociale interventies’. Vragen die in dit programma gesteld worden zijn: Wat is de effectiviteit van in de sociale sector toegepaste methoden? En welke vormen van onderzoek lenen zich het beste om te weten te komen wat wel of niet werkt?

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Sociaal Bestek, tijdschrift voor werk, inkomen en zorg (nummer 4, augustus/september 2015).

Reacties

Beste Peter,
Het onderscheid dat je noemt tussen eenzaamheid en sociaal isolement is zeker belangrijk. Het is inderdaad goed om na te gaan wie waar behoefte aan heeft en wat bij wie precies helpt. Het is wat te gemakkelijk om bij ernstig sociaal geisoleerde mensen te verwachten dat de buren iets doen. Dat is nou net het probleem. Daarover gaat de studie!

Een vraag die bij mij opkomt: in hoeverre speelt trauma een rol bij eenzaamheid en/of sociaal isolement? Veel ouderen van nu hebben de Tweede wereldoorlog meegemaakt, en/of de Politionele Acties in Indonesië. Veel aandacht (mogelijkheden) voor traumaverwerking was er toen niet. Bij het ouder worden (merk ik bij een aantal ouderen in de privé-sfeer) komen die oude trauma's explicieter bovendrijven. Een vermijden van contact (dat ook al op jongere leeftijd enigszins merkbaar was) wordt sterker: men wil niet opnieuw gekwetst worden, voelt zich onbegrepen in de oorlogsherinnering.
Is hier ook informatie over?
Malou Saat-Kuijer, Telefonische Hulpdienst Utrecht

Ik heb (nog) niet het onderzoek gelezen, maar het artikel. Vorig jaar heb ik als opbouwwerker een groep ouderen ondersteund bij het organiseren van een bijeenkomst over sociaal isolement en eenzaamheid voor iedereen die het interessant vond. Omdat het onderwerpen zijn die de ouderen die het organiseerden belangrijk vonden. Ze zien het om zich heen, hebben er angst voor, willen er wat aan doen. Wat daar uitkwam lees ik niet helemaal in het artikel terug namelijk:
sociaal isloment en eenzaamheid zijn 2 verschillende dingen. sociaal isolement is niet (altijd) een probleem, eenzaamheid is wel een (persoonlijk) probleem. Hulp is dus niet altijd nodig. De aard van de hulp moet ook anders zijn.
Het belangrijkste wat toen ter sprake kwam was echter dat sociaal isolement verkozen kan zijn, terwijl eenzaamheid een gevoel is dat ontstaat en een persoonlijkheidscomponent heeft. Het is niet zo dat de eenzamen slechte ervaringen hebben met (het aangaan) sociale contacten en dan in isolement of eenzaamheid geraken. eenzame mensen hebben een persoon (persoonlijkheidskenmerken en daardoor ervaringen) die maakt dat ze geen contacten hebben. Ze missen bijvoorbeeld vaker zelfvertrouwen, ook als jong mens al maar dan valt het minder op omdat ze met school en werk in een soort van structuur zitten.
Om kort te gaan: inzet om mensen bij sociale verbanden te betrekken kan betekenisvol zijn voor sommige sociaal geisoleerden, maar leidt tot niets bij eenzamen.
belangrijk is dat er iemand is om op terug te vallen als je geisoleerd bent en dingen niet meer zelf kan. In de participatiesamenleving is dat eerder een buur dan een professional. Graag reacties van anderen . Peter van Zanten (op zoek naar een baan in het sociaal domein)

Reageer op dit artikel

7 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.