Sociaal werk: een cruciaal beroep, óók tijdens een klimaatramp

1 december 2021

Door de klimaatcrisis krijgen we steeds vaker te maken met weersextremen, ook in Nederland. Op 14 en 15 juli 2021 viel er in Zuid-Limburg en delen van België, Duitsland en Luxemburg in twee dagen tijd meer regen dan in een heel seizoen. Met als gevolg extreme overstromingen. In België en Duitsland leidde dit zelfs tot meer dan 200 doden. De provincie Limburg werd tot rampgebied verklaard en duizenden inwoners moesten hun huizen verlaten. Wat is de impact geweest van deze ramp op inwoners? En wat was de rol van het sociaal werk tijdens deze noodsituatie? Movisie sprak met sociaal professionals Petra Maas en Vincent Frenken van welzijnsorganisatie Trajekt. Zij vervulden een cruciale rol bij en verleenden acute hulp aan inwoners tijdens de overstromingen en erna.

De overstromingen van afgelopen zomer troffen veel inwoners van de provincie Zuid-Limburg. Op 14 juli stond in Valkenburg aan de Geul het water uit de rivier de Geul meer dan een halve meter hoog in het centrum. Daar moesten 1400 mensen hun huizen verlaten omdat het hoge water ook een stroomstoring veroorzaakte (BNR, 2021). De gemeente evacueerde in Valkenburg ook bewoners van een hospice en een aantal verpleegtehuizen naar een veiligere plek. Een dag later, in de nacht van 15 op 16 juli, adviseerde de gemeente Maastricht meer dan 10.000 inwoners om hun huizen te verlaten. De gemeente Meersen deed dezelfde dringende oproep aan 2300 mensen die dicht bij de rivier de Geul woonden.

Tijdens de overstromingen afgelopen zomer hebben sociaal werkers geholpen bij het opvangen van mensen en coördineren van hulpvragen, in samenwerking met gemeenten, het Rode Kruis en lokale organisaties. Hoe dit precies vorm kreeg, verschilde per gemeente. Met twee sociaal werkers bespraken we de impact van de ramp en de rol van het sociaal werk tijdens de ramp in de gemeenten Maastricht, Valkenburg aan de Geul en Meerssen. 

De aanloop: direct doen wat nodig is

Petra Maas is senior adviseur bij Trajekt, een welzijnsorganisatie werkzaam in het gebied van Maastricht tot Vaals. Trajekt is betrokken bij de psychosociale hulpverlening in de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (de GGD GHOR). Donderdagavond 15 juli kwam de GGD GHOR, slachtofferhulp en de welzijnsorganisaties van verschillende gemeenten rondom Maastricht bij elkaar voor crisisoverleg. Daar werd besloten om te starten met evacuaties. Petra kreeg de opdracht om de psychosociale hulp bij de crisisopvang in Maastricht en omliggende gemeenten te coördineren. Een omvangrijke crisis als deze had zij nog niet eerder meegemaakt.

Petra Maas: ‘Het overviel iedereen. In sommige gemeenten lag een plan klaar, in andere gemeenten niet. Ik ben direct collega’s gaan bellen via de crisistelefoon. Die wordt altijd opgenomen omdat we die ook gebruiken in geval van nood bij het tijdelijk huisverbod. Maar veel collega’s nemen ook hun gewone telefoon op, ook ’s avonds.  Er zijn toen mensen naar de opvanglocaties gegaan en zij hebben direct gedaan wat nodig was.’

Hulp tijdens de ramp  

De meeste mensen die vanuit de gemeenten gevraagd werden hun huizen te verlaten die avond konden bij familie of vrienden terecht, maar niet iedereen. Ook wilde niet iedereen zijn of haar huis verlaten. In Valkenburg aan de Geul vaardigde de burgemeester een nacht eerder nog een noodbevel uit om ouderen die hun woning niet wilden verlaten, alsnog te evacueren (de Volkskrant, 2021).

In de gemeente Meerssen bleek de nood het hoogst te zijn. Vincent Frenken, jongerenwerker en maatschappelijk werker crisismanagement, ving in Meerssen zo’n 50 inwoners op in een buurthuis, samen met de beheerder. Er waren in Meerssen toen nog geen slaapplaatsen geregeld. Vincent: ‘Er waren ouders met jonge baby’s bij, maar ook mensen van dik in de negentig. Bij het buurthuis kwamen mensen aan in een legertruck en daar bleven ze tot er een slaapplek voor ze was gevonden. Dat was heftig voor ze: ze werden door het leger uit hun huizen gehaald en afgezet bij het buurthuis. Bij aankomst ging ik bij iedereen langs om te kijken hoe het met ze ging en of zij de mogelijkheid hadden familie of vrienden te vragen om hen te komen ophalen.’

Het verbaasde me dat veel mensen niemand hebben om naartoe te gaan in zo'n crisis

Vincent: ‘Het verbaasde me toch dat veel mensen niemand hebben om op terug te vallen of om naartoe te gaan in zo’n crisis. Anderen willen niemand tot last zijn. Uiteindelijk heb ik wel geprobeerd mensen over te halen om toch contact op te nemen met vrienden of verre familie. Zo lukte het meestal toch nog om mensen onder te brengen. Mensen bellen ook niet zomaar, de vraag komt voort uit een urgente en heftige situatie.’

‘Toch kon niet iedereen bij vrienden of familie terecht. Omdat de evacuaties 's nachts plaatsvonden, kon er geen gebruik gemaakt worden van openbaar vervoer of taxi’s om mensen van de opvanglocaties naar een overnachtingsplaats te brengen. Ik heb toen een collega gebeld en hem gevraagd of hij met twee personenbusjes van Trajekt naar de locatie kon komen. Hij kwam er meteen aan met zijn zoon. Daardoor konden we 18 mensen tegelijk vervoeren. In de tussentijd hadden we contact gelegd met een nieuw hotel in de buurt, daar werden slaapplaatsen geregeld voor ieder die dat nodig had. Toen kon het pendelen beginnen. Zo'n 25 mensen met huisdieren besloten in het buurthuis te blijven. We waren tot half zes in de ochtend bezig. Toen we klaar waren, gaf dat een voldaan gevoel. Dit hadden we toch maar mooi geregeld.’  

Praktische vragen

Na de acute crisis begon het werk pas écht. Zo'n 70 gezinnen in de regio konden nog niet terug naar huis. Voor mensen die wel terug naar hun huis konden, was het niet gemakkelijk. Petra: ‘Mensen komen in een enorme puinhoop thuis. Heel erg was ook de stank in de huizen die onder water hebben gestaan. Je kunt je niet voorstellen wat er allemaal is meegesleurd, hoeveel schade er was en hoeveel afval er lag.’ In buurten werden door inwoners allerlei opruimacties opgezet om afval en modder op te ruimen. Bij thuiskomst gingen sommige mensen meteen spullen die de ramp niet overleefd hadden noodgedwongen weggooiden, spullen die soms ook een emotionele waarde hadden. Lampen, tafels, kasten en stoelen en andere persoonlijke spullen verdwenen in containers. ‘Dat was natuurlijk enorm heftig voor deze mensen. We hebben toen slachtofferhulp voor hen ingeschakeld’, aldus Vincent.

Een overdaad aan hulp

Na de eerste opvang en evacuaties ontstonden er allerlei burgerinitiatieven. Petra: ‘Er kwam een overdaad aan hulp op gang. Hoe zorg je ervoor dat al die hulp bij de juiste mensen terechtkomt? Dat hebben we samen met het Rode Kruis en lokale organisaties opgepakt.’ In Valkenburg aan de Geul werd een loods ingericht waar spullen gebracht en uitgegeven konden worden. De veelheid aan informele hulp, die op gang kwam in Valkenburg aan de Geul is in beeld gebracht in reeks korte films (zie kader hieronder). 

Informele hulp in beeld

Bob van Bergen is opbouwwerker bij Burgerkracht Valkenburg aan de Geul. In samenwerking met Astrid Ceulemans van de gemeente Valkenburg aan de Geul en cameraman Rob Essers heeft hij met inwoners en sociaal werkers gesproken en de stroom van informele hulp in beeld gebracht in een korte reeks documentaires, genaamd ‘Valkenburg voor Elkaar’. De afleveringen zijn te vinden op het YouTube-kanaal van de gemeente Valkenburg. In één van de afleveringen is te zien hoe verschillende inwoners en sociaal werkers hulp organiseerden in de uren en dagen na de overstromingen.

Naast hulp en steun, vonden er helaas ook plunderingen en inbraken in verlaten huizen plaats, aldus Petra. Ook is het een keer voorgekomen dat bedrijven die hulp hebben verleend, achteraf een gepeperde rekening stuurden. Vincent: ‘Er was een jongen die ik kende van mijn tijd als jeugdwerker, zo’n 10 jaar geleden. Hij kwam precies op het moment dat mensen hun huizen aan het opruimen waren en spullen weg moesten gooien. Hij reed voor om oud ijzer mee te nemen. Ik heb hem gevraagd weg te gaan, mensen zitten hier niet op te wachten.’ 

Nazorg

In de dagen na de ramp organiseerde het Rode Kruis koffiemomenten in verschillende getroffen gemeenten. Daar konden mensen terecht voor vragen en zorgen. Daarnaast stonden er sociaal werkers klaar om psychosociale hulp te verlenen. In eerste instantie hadden mensen vooral praktische vragen. Denk aan: Wanneer kan ik weer naar huis? Hoe kan ik de waterschade oplossen? Mensen met deze vragen werden vervolgens doorverwezen naar de juiste organisatie, zoals het Rode Kruis of de verzekeraars.

Inmiddels zijn er meer dan 25.000 schademeldingen bij verzekeraars binnengekomen. Meer dan 2500 mensen hebben een aanvraag gedaan voor een gift van 1000 euro uit het Nationaal Rampenfonds om waterschade te vergoeden. Maar naast materiële schade, is er ook hulp nodig bij de verwerking van de gebeurtenissen. Petra: ‘Pas later, als de rust weer wat terugkeert, realiseren mensen zich dat het ook erger had kunnen aflopen. Het water kwam op sommige plekken anderhalve meter hoog, het is een geluk dat niemand in verdronken is. Psychosociale hulp en traumaverwerking komt nu, een paar maanden later pas echt op gang. Ook daar ondersteunen wij vanuit Trajekt bij.’ 

Een cruciaal beroep

Petra, Vincent en hun collega's in de provincie laten zien dat sociaal werkers een cruciale rol hebben gespeeld in de zorg en ondersteuning van inwoners voor, tijdens en na de overstromingen in Maastricht, Valkenburg aan de Geul en Meerssen. Omdat zij de buurt en mensen die er wonen goed kennen, kunnen ze snel schakelen. Zij kunnen als geen ander verbinding zoeken, hulp mobiliseren, op de goede plek krijgen en het gesprek met mensen aangaan. Petra en Vincent kijken met een goed gevoel terug op de door hen geboden hulp tijdens de periode van de overstromingen. Petra: ‘Het vak van hulpverleners in tijden van crisis doet ertoe omdat je écht van betekenis bent in een noodsituatie.’

Het gevolg van de klimaatcrisis

Een groep wetenschappers uit verschillende landen in West-Europa concluderen dat de extreme regenval in de regio vrijwel zeker een direct gevolg is van klimaatverandering. Zij voorspellen dat weersextremen als deze zich in de toekomst vaker voor doen (Kreienkamp et al., 2021). Naast hevige regenval zullen hittegolven en droogte vaker voorkomen. Het sociaal werk als cruciaal beroep gaat daarom vaker te maken krijgen met noodsituaties. Is het sociaal werk hierop toegerust? We bespraken het tijdens een online bijeenkomst op 6 december 2021.