Sociaal wijkteam, werk samen en versterk netwerken in de wijk

Deel 2 in de serie competenties voor sociale wijkteams
artikel - 10 februari 2015

Het succes van een sociaal wijkteam wordt mede bepaald door de kwaliteit van de samenwerking met andere (informele) partners en netwerken in de wijk. Als individueel sociaal werker heb je misschien al een breed netwerk ontwikkeld en ondersteun je samenwerkingsrelaties tussen bewoners, andere professionals, verenigingen, lokale ondernemers en beleidsmakers. Maar hoe zorg je ervoor dat het team deze individuele contacten ook gaat benutten en dat je elkaar stimuleert om (nieuwe) samenwerkingsverbanden op te zetten en te versterken? In dit artikel geven we een aantal handvatten rond de Wmo-competentie Samenwerken en netwerken versterken.

Lees eerst de Casus Wijkanalyse Wijk W en volg de stappen hieronder.

Stap 1: Maak als wijkteam een eigen inschatting van de situatie

De wijkanalyse geeft jullie zicht op de vragen en problemen die in de wijk spelen en wie daar bij betrokken zijn. Gaat het bijvoorbeeld om de hele wijk, bepaalde (groepen van) bewoners of een enkel persoon of gezin? Kan de vraag met individuele hulpverlening worden opgepakt of  is samenlevingsopbouw nodig? Bekijk ook welke aanvullende informatie jullie nog nodig hebben om aan de slag te gaan met vragen of problemen in de wijk. Uit de casus blijkt bijvoorbeeld dat autochtone en allochtone bewoners weinig contact hebben met elkaar. Ook zijn allochtonen en jongeren amper actief in de wijk. Er is weinig bekend over waarom dat zo is en of dit werkelijk een probleem is. Wat verbetert er als deze groepen meer gaan participeren? Welke voordelen heeft het als bewoners elkaar beter leren kennen? Als jullie daar als team meer over willen weten, breng dan in kaart  welke contacten de individuele teamleden al hebben met (in)formele organisaties en/of personen in de wijk die daar iets over kunnen zeggen. Neem de tijd om informatie hierover met elkaar uit te wisselen en maak als team een eigen inschatting van de situatie. Door dit met elkaar te bespreken en scherp te formuleren, krijgen jullie als wijkteam inzicht in belangrijke contacten en kunnen jullie samen met bewoners beslissen waar jullie en andere (in)formele partners in de wijk als eerste aan willen werken.

Stap 2: Breng als wijkteam het bestaande netwerk in kaart

Als sociaal wijkteam zitten jullie niet op een eiland. Om tot een goede samenwerking en netwerkvorming te komen, is het belangrijk om na te gaan welke (in)formele organisaties en netwerken al betrokken zijn bij uiteenlopende activiteiten in de wijk. Dit kun je bijvoorbeeld doen door het maken van een netwerkanalyse. Zoek samen uit met welke partners je nu al samenwerkt, wat anderen al doen en wat er nog mist. Zo passeren in de casus verschillende typen bewoners, organisaties, voorzieningen en professionals de revue. Enkele wijkteamprofessionals zijn al betrokken bij de in de casus genoemde probleemgezinnen en misschien ook op de hoogte van wat er al aan hulp- en ondersteuningstrajecten loopt. De informatie is meestal al bij individuele sociaal werkers aanwezig, maar jullie moeten het als team nog wel rangschikken. Maak als team, vanuit het belang van  deze gezinnen, actief gebruik van de bestaande kennis van individuele sociale werkers over lopende trajecten én al betrokken (in)formele netwerken en organisaties om tot een integrale aanpak te komen. Wees collegiaal, gun elkaar iets, en stel met elkaar te allen tijde het gezamenlijk belang van de bewoners voorop.

Stap 3: Bouw als wijkteam aan het versterken van (in)formele netwerken en samenwerkingsrelaties

Welke contacten kunnen jullie als wijkteam aangaan met (in)formele netwerken en actieve burgers in de wijk? De wijkanalyse en de netwerkanalyse zijn voor jullie team leidend in de keuzes die jullie maken in de aanpak van vragen en het versterken van (in)formele netwerken en samenwerkingsrelaties. In Wijk W is het bijvoorbeeld lastig om nieuwe vrijwilligers te vinden die zich voor langere tijd willen inzetten en binden. Het heeft weinig zin om een heel nieuwe netwerkstructuur op te bouwen door allerlei mensen ongericht te benaderen en met elkaar in contact te brengen. Probeer echt doelgericht contacten te leggen met netwerkpartners en bewoners en maak je idee praktisch. De essentie van jullie wijkteam is vooral het zoeken naar verbinding tussen en het beter laten functioneren van (al bestaande) (in)formele netwerken, en zo nodig het stimuleren van nieuwe. Richt jullie aandacht dus in eerste instantie op het jullie bekende en directe (in)formele netwerk. Het kan natuurlijk zo zijn dat jullie als wijkteam op basis van de wijkanalyse nieuwe partners nodig hebben. Dan is het belangrijk om te kijken naar uitbreidingsmogelijkheden van het al bekende netwerk. Denk daarbij aan  lokale  werkgevers, woningbouwverenigingen en kleine ondernemers en zorg dat je kan vertellen wat samenwerking met het wijkteam de nieuwe partners zelf oplevert. Daarmee wordt jullie kring groter en kunnen er nieuwe contacten en initiatieven opbloeien. Voorop staat echter altijd dat de contacten direct voor de bewoners van betekenis kunnen zijn. 

Tot slot

Samenwerken en het versterken van netwerken in de wijk kost tijd. Probeer te benaderen partijen te verdelen over de teamleden en stel prioriteiten in wie jullie wanneer en waarover willen benaderen. Het is effectiever als jullie met één specifieke partner gericht contact zoeken, dan vier partners te benaderen zonder een bepaald doel.

Over deze serie
Welke kennis en vaardigheden zijn belangrijk voor sociale wijkteams om aan de slag te gaan in de wijk? De competenties maatschappelijke ondersteuning bieden goede aanknopingspunten. In deze serie artikelen belichten we een aantal competenties die belangrijk zijn voor wijkteams in de startperiode van het werken in de wijk. Om dit te concretiseren gaan we uit van de fictieve Wijk W met bijbehorende wijkanalyse (pdf). Zie ook deel 1 en 3 in deze serie: Zichtbaar en er op af en Individuele vragen blijken vaak gemeenschappelijke vragen.

Reacties

Reageer op dit artikel

8 + 5 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.