Sociaaleconomische verschillen: hoe dichten we de kloof?

4 september 2019

De afgelopen jaren regent het rapporten over schulden, armoede en tweedeling. Zowel politiek, beleid als uitvoering zijn inmiddels van goede wil om financiële en daarmee gepaard gaande problematiek aan te pakken. Maar, lukt dit ook? Wat is de stand van het land wat betreft sociaaleconomische verschillen tussen mensen? Welke trends en ontwikkelingen remmen of versterken dit vraagstuk? En welke oplossingen overbruggen de verschillen?

We nemen de sociaaleconomische status (SES) als uitgangspunt: ieders plaats op de maatschappelijke ladder bekeken vanuit een sociaal en economisch gezichtspunt. SES wordt bepaald aan de hand van opleidingsniveau, beroep, inkomen en/of rijkdom en hangt nauw samen met armoede, schulden, bestaanszekerheid, participatie en (sociale) uitsluiting.

Denk mee!

Er is nog onvoldoende zicht op de maatregelen die overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en mensen zelf kunnen nemen om hardnekkige sociaaleconomische verschillen aan te pakken. Movisie organiseert daarom op vrijdagmiddag 18 oktober een social lab over sociaal economische verschillen en bestaanszekerheid. In dit lab delen we kennis over (lokale) aanpakken, dilemma’s, knelpunten en succesfactoren. Doel is om met en van elkaar te leren over beloftevolle en effectieve aanpakken. Meedenken of ideeën aanleveren? Neem dan contact op met Christine Kuiper, c.kuiper@movisie.nl.

De kloof

In 2014 wees het SCP in Verschil in Nederland op de grote groep die niet mee kan komen in onze samenleving: ‘een zachte tweedeling’ van groepen die langs elkaar heen leven in gescheiden, naar binnen gekeerde leefwerelden. Het gaat relatief goed met ‘de gevestigde bovenlaag’, ‘de jonge kansrijken’, ‘de werkende middengroep’ en ‘de comfortabel gepensioneerden’, samen 72 procent van de bevolking. Hiertegenover staan de ‘onzekere werkenden’ en ‘het precariaat’. Deze groep (28%) kenmerkt zich door tijdelijke banen, lage inkomens, moeilijke relaties, weinig sociale zekerheid en/of het ontbreken van een politieke stem, met een verhoogd risico op armoede, schulden en bestaansonzekerheid.

Uit de Sociale Staat van Nederland blijkt dat deze verschillen in leefsituatie en tevredenheid tussen burgers niet afnemen. De problemen voor de onzeker werkenden en het precariaat stapelen zich op allerlei leefgebieden op. In de afgelopen tien jaar betrof dit 4% van de volwassenen, 680.000 mensen in 2018. De gevolgen zijn ingrijpend: depressies, chronische aandoeningen, ontevredenheid en een kortere levensduur.

Neemt armoede toe of af?

De cijfers geven geen eenduidig beeld: volgens het CBS neemt armoede toe, volgens het SCP daalt de armoede juist . Wel lijkt het erop dat armoedeproblematiek in hardnekkigheid toeneemt. Ook zien we verschillen tussen gemeenten, leeftijd en etnische achtergrond. Daarnaast zijn er signalen dat de koopkracht van kwetsbare groepen de groeiende kosten van basisvoorzieningen niet bij kan benen.
 *De verschillende cijfers zijn verklaarbaar: CBS en SCP hanteren verschillende definities voor het begrip armoede (CBS, 2019; SCP, 2019).
 

Negatieve trends en ontwikkelingen

Verschillende maatschappelijke ontwikkelingen en trends versterken de groeiende tweedeling. De beschermende werking die de verzorgingsstaat bood is met de hervormingen van de sociale zekerheid verminderd. Het aantal flexibele en tijdelijke contracten groeit en ook de baanzekerheid voor mensen met vaste contracten vermindert. De Ombudsman constateert dat mensen hierdoor in de problemen komen. Werk beschermt steeds minder tegen armoede. Volgens het SCP is het aandeel werkenden in armoede gegroeid van 40% in 2005 naar 50% in 2016.

Daarnaast stijgt het aantal mensen met betalingsproblemen, omdat de kosten van basisvoorzieningen veel harder stijgen dan de lonen en uitkeringen. Dat geldt voor mensen die afhankelijk zijn van flexarbeid of geen werk kunnen vinden dat bij hun talenten past. Daarnaast is er in veel gebieden gebrek aan passende woonruimte. Dit belemmert de mobiliteit van mensen. Ook complexiteit speelt een rol. De WRR constateert in Weten is nog geen doen (2017) dat de overheid met al haar procedures, wetten en regels voor een grote groep mensen ontoegankelijk is. Ook professionals worstelen met de bureaucratie vanwege alle betrokken partijen, regels, procedures en financieringsbronnen, met ieder eigen belangen en een andere focus. Dit verhindert een integrale aanpak.

Deze ontwikkelingen werken een juiste balans tussen inkomen, kosten van voorzieningen en  participatie tegen.  

Innoverend denken

Gemeenten beseffen dat een groep burgers de aansluiting met de samenleving verliest en besteden in hun coalitieakkoorden meer aandacht aan armoede en schulden. Het onderzoek Schaarste (2013) van Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir leidde tot een innovatie in denken hierover. Volgens de onderzoekers verhindert het ervaren van schaarste dat mensen uit armoede komen. De stress leidt tot een afname van hun IQ, concentratievermogen en vermogen om te plannen en organiseren. Onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsiviteit en fouten zijn het gevolg. Deze nieuwe inzichten geven ruimte aan een ander, positiever mensbeeld: mensen willen in principe wel, maar kunnen niet. Straffen met boetes of kortingen werkt averechts: iemand kan pas aan problemen werken als de schaarste is opgeheven.

'Mensen met stress en een zeer laag inkomen gebruiken meer gezondheidszorg, daar betaalt iedereen voor'

Naast meer kennis over de humanitaire kant van armoede en schulden, weten we ook steeds meer over wat het de samenleving kost. 'Mensen zo lang mogelijk laten boeten voor hun 'domme' keuzes zadelt de maatschappij met alleen maar meer kosten op. Mensen met stress en een zeer laag inkomen gebruiken meer gezondheidszorg, uitkeringen of jeugdzorg. Daar betaalt iedereen voor', legde lector Schulden en Incasso Nadja Jungmann nu.nl uit. Hoe eerder iemand met problematische schulden in contact komt met de gemeentelijke schuldhulpverlening, hoe makkelijker je een oplossing vindt en hoe lager de kosten zijn.

Enkele gemeenten experimenteren met het Rijk hoe je tot meer preventie komt door een eenvoudiger uitvoering. Nieuwe instrumenten ontstaan, zoals de omgekeerde toets van Stimulansz. Daarbij bekijk je eerst wat nodig is en of dat past binnen de wetgeving. Pas later volgt een juridische toets. Dit maakt maatwerk mogelijk zonder dat het tot willekeur leidt.

Oplossingsrichtingen

Hiermee is de tweedeling nog niet opgelost. Een brede aanpak is nodig op het terrein van armoede en schulden maar ook op leefgebieden als werk, onderwijs en gezondheid:   

  • Hanteer een brede definitie van armoede bij beleid en uitvoering. De EU definieert armoede als een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een minimale levensstandaard. Beleid en uitvoering baseren op een dergelijke definitie draagt bij aan een leefgebied-brede en samenhangende aanpak waarbij de persoon die het treft écht centraal staat. 
  • Voer stress-sensitief werken door in beleid en uitvoering en tackel de negatieve gevolgen van schaarste. Richt alles in je dienst- en hulpverlening op het verminderen van stress via schuldenrust, gelijkwaardigheid, empathische houding en bejegening en motiverende gespreksvoering.
  • Zorg voor betaalbare basisvoorzieningen. Zoals voldoende betaalbare en passende woningen. Dit kan bijvoorbeeld door huren te verlagen voor mensen die een relatief hoge huur hebben voor hun inkomen, oftewel huurbevriezing. Maar ook het verduurzamen van woningen is een optie: mensen krijgen een lagere energierekening en tegelijkertijd wordt gewerkt aan CO2 reductie.
  • Incasseer op een sociale, behoorlijke manier. Houd rekening met de situatie van de cliënt. Door het gemeentelijk doorvoeren van het behoorlijkheidskader vergroot je de toegang tot (schuld)hulp, de effectiviteit ervan en voorkom je boetes-stapeling. Houd als schuldeiser oog voor de positie en het belang van je cliënt en zoek samen naar een oplossing.
  • Ontwikkel sociale innovaties die tweedeling verminderen én schaal deze innovaties bij succes op. Dit jaar startte een experiment waarbij 65 dak- en thuisloze jongeren 10.000 euro per persoon kunnen investeren in hun toekomst. De jongeren mogen zelf aangeven wat zij nodig hebben om hun leven weer op de rit te krijgen. Tegelijkertijd hebben hulpverleners ruimte voor maatwerk en intensieve begeleiding. Dit moet er voor zorgen dat eind 2021 geen enkele jongere tussen de 18 en 27 jaar meer in de opvang of op straat hoeft te leven.
  • Heb aandacht voor de sociale basis. Hoe steviger deze verankerd is in de samenleving, hoe sterker de ondersteuning van mensen met een verhoogde kans op kwetsbaarheid.

Lees ook: De sociale basis: terug van weggeweest

Verder lezen

Dit artikel is gebaseerd op een longread van Judith Jansen, Christine Kuiper en Jurriaan Omlo. 

Lees de longread