Social parenting: worden zwerfjongeren daar beter van?

artikel - 26 augustus 2014
Social parenting

Zwerfjongeren missen vaak betrouwbare volwassenen die hen kunnen helpen om goede keuzes te maken. Om hieraan tegemoet te komen wordt op een aantal plekken in Engeland en Nederland geëxperimenteerd met het concept ‘social parenting’. Dilemma’s doemen op bij de uitwerking: hoort de social parent bij het dagelijkse leven van de jongeren of maakt hij of zij onderdeel uit van het hulpverleningscircuit? En welke verantwoordelijkheden heeft de social parent? Op 19 juni 2014 organiseerde ICDI een workshop over social parenting, om met de aanwezigen het concept verder vorm te geven.

Social parenting is bedoeld om ieder kind en elke jongere de mogelijkheid te geven een stabiele, ondersteunende, en liefhebbende relatie te hebben met tenminste één vertrouwde volwassene in zijn of haar leven. De taak van die persoon is om er voor een zwerfjongere te zijn, onvoorwaardelijk en bereikbaar wanneer de jongere daar behoefte aan heeft of wanneer het nodig is.

Actief op zoek naar een social parent

Dat is voor dak- of thuisloze jongeren niet vanzelfsprekend. Wanneer niemand uit het eigen sociale netwerk zich hiervoor aandient, is het voor jongeren goed als er actief gezocht wordt naar iemand die de rol van social parent op zich wil nemen. Bij voorkeur is dit géén hulpverlener of professional, maar bijvoorbeeld een familielid, vriend van de familie of iemand uit de buurt, zo stelt ICDI (International Child Development Initiatives) in de introductie van Social parenting.

Idee is niet nieuw

Het idee van social parents komt voort uit decennialang internationaal onderzoek naar kinderen en jongeren die in een instabiele situatie leven. Wat blijkt: kinderen en jongeren die het wel redden, hebben tenminste één volwassene in de buurt waar ze op terug kunnen vallen. Jongeren die het niet redden, missen zo iemand. De term ‘social parenting’ is nieuw, maar het idee erachter zeker niet en er bestaan dan ook veel praktijkvoorbeelden.

Maatjesprojecten voor jongeren

Tijdens de bijeenkomst op 19 juni presenteerden een aantal initiatieven zich. JES Rijnland presenteerde een initiatief waarbij volwassenen positief bijdragen aan een stevige basis voor jongeren die dat van huis uit niet hebben, middels vriiwilligers die jongeren huiswerkbegeleiding geven. Timon uit Rotterdam zoekt maatjes voor jongeren die geen stabiel leven hebben. Maatjes om de vrije tijd mee door te brengen en maatjes om een concreet doel mee te verwezenlijken. Zodat er iemand is waar de jongere op kan rekenen. Ook de Eigen Kracht-Conferentie zoekt versteviging of uitbreiding van het netwerk van de jongere: mensen waar de jongere zelf vertrouwen in heeft, denken mee hoe problemen van de jongere op te lossen.

Afspreken met kwetsbare kinderen

Daarnaast zorgt een aantal hulpverleningsorganisaties samen voor een vangnet (Cardea, MEE Zuid-Holland Noord, Kwadraad, Binnenvest en GGZ Rivierduinen). In een netwerkoverleg bespreken ze jongeren die er niet zelf of met hun omgeving uitkomen. De eerdere teleurstellingen en multi-problematiek van de jongeren maken dat er een speciale aanpak nodig is. Samen bespreken de hulpverleners wat goede mogelijkheden zijn om oplossingen te vinden. Een ander voorbeeld is Vitalis uit Den Haag. Vitalis zet vrijwilligers in om gedurende een jaar een dagdeel per week of gedurende anderhalf jaar een dagdeel per twee weken af te spreken met kwetsbare kinderen. Dit ter voorkoming van intensieve professionele hulpverlening.

Wat denken jongeren zelf

Hoe kan social parenting vorm krijgen? De aanwezigen buigen zich gezamenlijk over deze vraag. De twee ervaringsdeskundigen (jongeren die zelf dakloos zijn geweest) wordt gevraagd of een social parent hen iets lijkt. Zij willen eerst duidelijkheid over de vragen: hoe kom je in contact? Met welke houding stapt een social parent op de jongere af? Heeft een jongere wel iemand nodig? Ook noemen zij noodzakelijke voorwaarden: de wens van de jongere staat voorop, er moet een vertrouwensband groeien. Bij jongere kinderen gaat dit makkelijker, 18-jarigen weten zelf al veel. Als deze zaken geregeld zijn, zien zij wel heil in dit plan.

Maatwerk

De overige aanwezigen ook. Samen noemen ze een aantal zaken die goed uitgewerkt moeten worden: een social parent is langdurig beschikbaar, heeft gewoon contact (in de leefwereld), legt de link met de systeemwereld, werkt samen met de hulpverlening en weet wat er al aan hulp / netwerk is om daarbij aan te kunnen sluiten. Zoals een ouder ook probeert. Voor mogelijke praktische uitwerkingen zijn de eerder genoemde voorbeelden beschikbaar, net als de projecten Kansrijk wonen en Kamers met kansen. In de uitwerking gaat het om ‘one size fits one’, maatwerk dus. Waarmee het concept aansluit op de gedachte achter de aanstaande transities in de jeugdzorg. De professional stelt de behoeften van mensen voorop en bekijkt welke ondersteuning hen daarbij kan helpen. De voorwaarden die organisaties stellen verschuiven hierbij naar de achtergrond.

Dilemma’s dienen zich aan

Uit de discussie blijkt dat sommige hulpverleners het lastig vinden om deze vorm van steun aan niet-professionals over te laten. De ervaringen met maatjesprojecten leert dat de maatjes hun grenzen moeten bewaken en dat duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor hun handelen: is dat een professional of een organisatie? Beide opties betekenen dat maatjesprojecten weer onder de systeemwereld vallen, terwijl de intentie is dat een social parent er gewoon voor de jongere is. Hoe los je zulke tegenstrijdigheden op? Ook worden er kwaliteitseisen aan vrijwilligers gesteld en is de wederkerigheid tussen de social parent en jongere in beweging. Hoe ga je daar in een matchingsmodel mee om?

Lees het verslag van de workshop 'Social parenting' op 19 juni 2014.

Een veelbelovend idee, maar hoe nu verder?

Mathijs Euwema, directeur ICDI, geeft zijn visie op het concept van social parenting: ‘Ten eerste is het goed om te constateren dat er dus eigenlijk nu al veel ‘social parent’ activiteiten gebeuren. Eén van de eerste zaken waar verder aan gewerkt kan worden is in beeld krijgen wat voor soort initiatieven op gemeentelijk en landelijk niveau al gaande zijn, waarin het basisidee van koppeling van één kind/jongere aan één volwassene het uitgangspunt vormt. Met dat meer volledige plaatje kunnen deze initiatieven beter op elkaar afgestemd worden en kunnen kinderen en jongeren mogelijk beter doorverwezen worden naar het voor hen beste passende project.'

'Ook is meer onderzoek naar de impact van social parenting wenselijk, vooral in vergelijking met andere bestaande interventies. Er zijn sterke indicaties dat social parenting goed werkt, maar het is nog niet werkelijk onderzocht wat de kosten en baten zijn ten opzichte van andere vormen van hulpverlening. Als de resultaten positief zijn, kan dit grote invloed hebben op het beleid van de overheid. Het is duidelijk dat het concept social parenting nog verdere uitwerking behoeft. Bijvoorbeeld door een aantal organisaties die zich er nu mee bezighouden en kinderen en jongeren zelf bijeen te brengen om dieper in te gaan op aspecten als matching, randvoorwaarden en de link met professionele hulpverlening, ICDI is geïnteresseerd om bovengenoemde richting gestalte te geven. Of dit daadwerkelijk gaat lukken zal deels afhangen van, hoe kan het ook anders, of er financiële middelen vrij komen.’

 

Reacties

Reageer op dit artikel

6 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.