'Telkens opnieuw het wiel uitvinden, is juist goed'

Erik Gerritsen, secretaris-generaal VWS over lerende praktijken

29 november 2018

Onderzoek van kennisinstituten moet al vanaf het eerste moment deel uitmaken van de praktijk. En al werkend reflecteren op die praktijk. Dat betoogt Erik Gerritsen, secretaris-generaal van het ministerie van VWS.

Thumbnail

Hoe zie jij de ideale lerende praktijk?

Erik Gerritsen: ‘Vanuit het perspectief van een kennisinstituut is de essentie: dat je als onderzoeker de lerende omgeving toevoegt aan mensen die in de praktijk werken aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Je verbindt je als onderzoeker met die praktijk en voegt er een reflecterende rol aan toe. Zo’n werkwijze bevordert dat het probleem al is opgelost als je aan het einde van de rit je rapport met je aanbevelingen klaar hebt.’

Gerritsen is geen man die zoete broodjes bakt. In krachtige verbale penstreken zet hij uiteen waar het wat hem betreft naar toe moet. Het vergaren en verspreiden van kennis in het sociale domein moet direct en ter plekke dienstbaar zijn aan het oplossen van vraagstukken in de praktijk, samen met die praktijk.

De ideale situatie is er nog niet

Die ideale situatie is er nog niet, constateert hij. Verre van dat. Ja, in vergelijking met bijvoorbeeld universiteiten komen kennisinstituten als ZonMw, Vilans, het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie het dichtst in de buurt van wat hij noemt actie-onderzoek. Maar ze mogen wat de hoogste ambtenaar van VWS betreft nog veel verder gaan dan ze nu doen. ‘Ik chargeer even. Nu is het vooral zo dat de beste praktijken in gemeenten tegen het licht worden gehouden. Die worden vervolgens in mooie publicaties gegoten waarin staat wat de succesvoorwaarden van deze praktijken zijn. En vervolgens wordt op congressen verteld hoe deze best practices als voorbeeld moeten dienen voor andere gemeenten. ‘Kijk, als je het maar zo doet, dan komt het bij jullie ook goed’!’

Gechargeerd onder woorden gebracht of niet, het is de verkeerde werkwijze, stelt Gerritsen. Deze manier van werken gaat volgens hem voorbij aan wat we weten uit leertheorieën. En gaat voorbij aan een essentieel uitgangspunt bij een succesvolle implementatie van onderzoek: het creëren van eigenaarschap. Gerritsen: ‘Confucius verwoordde het zo: ‘vertel het me en ik vergeet het, doe het me voor ik en ik begrijp het, laat het me ervaren en ik maak het me eigen.’ Het gaat er dus om dat je het pas goed begrijpt als je het zelf diepgaand hebt ervaren.’ 

'Vertel het me en ik vergeet het, doe het me voor ik en ik begrijp het, laat het me ervaren en ik maak het me eigen'

Gerritsen erkent met zijn ideaal een radicale manier van praktijkonderzoek en actie-onderzoek te schetsen die we in Nederland nog niet kennen. ‘Je komt het nog weinig tegen in de praktijk.’ Hij vlakt ook de soms belemmerende rol van opdrachtgevers – bijvoorbeeld zijn eigen ministerie - daarbij niet uit. ‘Het is dus geen jij-bak aan kennisinstituten. Ook wij bij VWS zullen scherper moeten worden. Wij vinden het als ministerie soms ook nog comfortabel om de kennisinstituten op een traditionele manier onderzoek te laten verrichten. Wij moeten onze ambtenaren ook opvoeden. We moeten elkaar scherp houden.’

 Je zei bij een lezing onlangs dat het goed is dat in het sociale domein opnieuw het wiel wordt uitgevonden. Is dat niet zonde van tijd en geld?

‘Nee, want dat is een fundamentele ontkenning van hoe mensen, teams en organisaties leren. En hoe ze eigenaarschap krijgen. Dan kun je beweren dat dit niet efficiënt is. Maar de tegenovergestelde werkwijze met beste praktijken die tot voorbeeld dienen van anderen heeft de afgelopen veertig jaar niet gewerkt. Want die manier van werken wordt in de regel niet door andere gemeenten overgenomen. De context waarin je die beste praktijken ontwikkelt, is overal weer anders.’

Zijn pleidooi betekent niet dat je overal weer helemaal opnieuw moet beginnen, benadrukt Gerritsen. ‘Als je een praktijk die ergens succesvol is geweest op een andere plek koud uitrolt, dan weet je dat het niet gaat lukken. Maar je kunt wel een goede praktijk gebruiken op een slimme manier, om een proces op een andere plek met andere spelers in een andere context te versnellen. Die praktijk mag dan best voor zestig procent gebaseerd zijn op iets wat elders al is bedacht, de kans op effectiviteit en een duurzame verandering is dan toch veel groter. En dan is het dus ook gelijk duurzaam. Want iets dat je samen met anderen zelf hebt bedacht, dat is van jou. En dan blijf je je best doen om er een succes van te maken.’

Wie is Erik Gerritsen?

Erik Gerritsen is sinds 2015 secretaris-generaal van het ministerie van VWS. Eerder werkte hij als gemeentesecretaris van Amsterdam en was hij bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Hij promoveerde in 2011 op het proefschrift ‘De slimme gemeente nader beschouwd: hoe de lokale overheid kan bijdragen aan het oplossen van ongetemde problemen’.

Janny Bakker onderschrijft

‘Professionals in het sociale domein, of ze nu werken bij gemeenten of bij maatschappelijke organisaties, willen allemaal graag doen wat écht voor mensen van betekenis is. En toch lukt dat heel vaak niet. Onze systemen, de cultuur van onze organisaties en het denken vanuit een bestuurlijke logica staan oplossingen die er voor mensen echt toe doen vaak in de weg. Gemeenten en maatschappelijke organisaties weten meestal wel wat ze willen bereiken. Maar ik zie op alle niveaus een enorme worsteling met de ‘hoe-vraag'. Reageert Janny Bakker, bestuurder Movisie

'De kern van het betoog van Erik Gerritsen is dat het niet werkt om goede praktijken als voorbeeld te stellen en te verwachten dat die dan wel zullen worden overgenomen. Ik onderschrijf dat volledig. Volgens mij is het nodig om ook als kennisinstituut veel meer in de haarvaten van organisaties te zitten, om te begrijpen waar belemmeringen zijn. Ik heb in de afgelopen jaren gezien dat professionals bij gemeenten en in maatschappelijke organisaties heel goed in staat zijn om zelf de oplossingen te bedenken.

Bakker ziet het als de publieke taak van kennisinstituten als Movisie om die kennis op te halen en te verrijken. Dat kan alleen door mee te leren en zo zelf ook weer te leren. Dat meedoen en samen leren kost tijd, maar het is de enige manier om echt duurzame antwoorden te vinden, óók op de 'hoe-vragen'. Natuurlijk levert dit in de eerste plaats kennis op die in de specifieke context werkt. Maar het levert ook kennis op waarmee andere praktijken sneller kunnen leren. De unieke rol van kennisinstituten als Movisie is dan ook die van katalysator: het versnellen van leerprocessen.’

Lees het hele interview in ons relatieblad Movisies

Dit interview is ingekort. Het uitgebreide interview lees je terug in het novembernummer van Movisies (2018). Movisies is ons relatieblad voor het sociaal domein en verschijnt drie keer per jaar. Een abonnement is gratis. Ook Movisies ontvangen?