Tijd om afscheid te nemen van een te haastige overheid

10 mei 2022

Radboud Engbersen, programmaleider Sociale basis bij Movisie, sprak een opbouwwerker in Moerwijk, een van de armste wijken van Den Haag. Die leerde hem waarom je bij de opbouw van een wijk geen haast moet willen maken. 'Weersta de verleiding om op basis van politieke druk, incidenten of modegrillen het beleid telkens aan te passen.'

‘De overheid heeft altijd haast’, zei de opbouwwerker die ik onlangs sprak in één van de buurtkamers van de Haagse wijk Moerwijk. ‘Het liefst wil ze morgen resultaten zien.’ Hij pleitte voor geduld. Juist in Moerwijk, een van de armste wijken van Nederland. Juist ook als je bijvoorbeeld jongeren bij het verbeteren van je wijk wil betrekken, zoals het meisje dat altijd zwijgt op school, nooit voor overlast zorgt, maar wel moeite heeft met opgroeien of de jongens op straat die desgevraagd hard roepen ‘dat ze geen idee hebben wat ze willen’.

Win hun vertrouwen

Start dichtbij hen, wees present, probeer ze te helpen met kleine dingen, legde hij me uit. Pas na verloop van tijd, als je hun vertrouwen hebt gewonnen, kun je kleine stapjes zetten en bereiken dat ze zélf zich actief gaan inspannen voor hun stukje wijk. ‘Ga je te snel, te wild en te groot, dan lopen de kwetsbaarste bewoners als eerste weg.’

Zijn betoog maakte weer eens duidelijk hoezeer tijdcycli van beleidsmakers, bestuurders en uitvoerende professionals uit elkaar kunnen lopen. Bestuurders en beleidsmakers hebben hun vaste termijnen en regeerperioden waarin iets tot stand moeten worden gebracht, terwijl professionals in de frontlinie als geen ander merken hoeveel tijd en inspanning het kost om een wijk te leren kennen, vertrouwen van bewoners te winnen en met hen resultaten te boeken. Die tijdcycli staan nu te vaak te ver van elkaar. Willen we wijken als Moerwijk met alle sociale vraagstukken die er spelen effectiever aanpakken, dan moeten we afscheid nemen van een te haastige overheid en meer aandacht hebben voor continuïteit.

Praktische kennis frontliniewerkers

Ten eerste verdient het aandacht om beleidsmatige discontinuïteit te doorbreken. Maak gebruik van de praktische ervaringskennis van frontliniewerkers, bewoners en cliënten om een doorleefde visie op sociaal beleid te formuleren. Weersta de druk om op basis van politieke druk, incidenten of modegrillen het beleid telkens aan te passen. Beleidsmatige continuïteit staat zeker niet gelijk aan behoudzucht. Er is voldoende ruimte en aanleiding om het sociaal domein door te blijven ontwikkelen, maar wel met een visie vanuit inwoners in hun context. De opbouwwerker in Moerwijk: ‘Het moet van henzelf worden. Zo niet, dan gaan ze achteruit zitten in de hotel-modus. Ze gaan consumeren: vertel jíj maar wat er moet gebeuren, maar zélf nemen ze er niet actief aan deel want het is niet van henzelf.’ Het gevolg: beleid dat afglijdt op de wijkwerkelijkheid als water op de veren van een eend.

Wortelen in de wijk

Daarnaast is het nodig om organisatorische discontinuïteit te verminderen. Deze vorm van discontinuïteit komt voort uit bestaans- en financiële onzekerheid van organisaties en hangt nauw samen met aanbestedingsregels en opgelegde concurrentie die duurzame samenwerkingsafspraken tussen organisaties en gemeenten frustreren. Is de organisatie van de opbouwwerker die ik sprak over een of twee jaar alweer van het toneel verdwenen of krijgt deze ook de kans te wortelen in de wijk? Gelukkig lijkt hier sprake te zijn van een kentering en sluiten gemeenten vaker contracten af voor een langere periode. Ook het instrument aanbesteding zelf staat steeds meer ter discussie. Voorts liggen er ook aanknopingspunten in de organisaties zelf. Nu verlaten te veel sociaal werkers te snel het werkveld omdat arbeidsvoorwaarden en -condities te onaantrekkelijk zijn. Bind ze met de juiste voorwaarden, want we hebben ze nodig willen we wijken als Moerwijk verbeteren.

'Effectief beleid is afhankelijk van vertrouwde gezichten in de frontlinie.'

Vertrouwde gezichten

En we moeten de relationele discontinuïteit bestrijden. Effectief beleid is afhankelijk van vertrouwde gezichten in de frontlinie. Nog een keer de opbouwwerker: ‘Bewoners gaan niet een relatie aan met een organisatie, maar met een persoon die hun vertrouwen heeft gewonnen’. En deze persoon laat zich niet zomaar hup aflossen door een ander. ‘Komt er een nieuw iemand, dan moet deze helemaal opnieuw beginnen.’ Ofwel: alle investeringen worden in een klap tenietgedaan als het vertrouwde gezicht wegvalt.

Deze column verscheen eerder op Zorg+Welzijn. 

 

Lees het essay: 'Het geheim van de lange relatie'