Toegang tot passende zorg en ondersteuning gaat steeds beter

Landelijk congres cliëntondersteuning: op weg naar 2022

18 oktober 2019

Het borrelt van de initiatieven, van de mooie voorbeelden uit de praktijk. Op tal van plaatsen in het land geven gemeenten invulling aan onafhankelijke cliëntondersteuning. De discussie over nut en noodzaak lijkt beslecht. ‘Een cliëntondersteuner kan echt het verschil maken.’

Gemeenten hebben sinds 2015 de plicht om inwoners hulp te bieden om hun weg te vinden bij toegang tot zorg en ondersteuning. En dat lukt steeds beter. De cliëntondersteuner is de afgelopen jaren gegroeid en staat al veel steviger in zijn of haar schoenen. Dat blijkt op het landelijk congres Cliëntondersteuning op weg naar 2022 dat op 9 oktober in Ede werd gehouden en waar bijna driehonderd professionals, gemeenten, en cliëntondersteuners ervaringen deelden. De dag stond in het teken van het kijken naar de toekomst, waar staan we als straks in 2021 het Koploperpoject eindigt?

‘Ik ben onder de indruk van al die initiatieven overal in het land. Juist die lokale invulling is belangrijk, zoals bijvoorbeeld de straatconsulent in Den Haag. Dit wordt bedacht door mensen die hun stad goed kennen en dat werkt.’ - Superbezoeker Rick Brink, minister van Gehandicaptenzaken

 

De rol van de cliëntondersteuner

‘De rol van de cliëntondersteuner wordt steeds duidelijker. In het begin werden er toch wel veel vraagtekens gezet. Waarom is dit nodig? We hebben toch de wijkteams? Maar inmiddels horen we de verhalen van mensen om wie het gaat en wat het voor hen betekent’, stelt Janny Bakker-Klein, bestuurder van Movisie. Zij stond, voorheen als voorzitter van de VNG-commissie Gezondheid en Welzijn, aan de wieg van het koploperproject onafhankelijke cliëntondersteuning.

Klazine Tuinier (projectleider bij stichting HerstelTalent) geeft een inkijkje in de verhalen van de mensen om wie het gaat. Ze schetst verschillende situaties waarin cliëntondersteuning duidelijk van toegevoegde waarde is. 'Cliëntondersteuning is samen op zoek naar de juiste hulp en steun, want als je leven ineens niet meer op orde is, hoe fijn is het dan dat er iemand is die met je meedenkt’, benadrukt Tuinier.

Het schrijnend voorbeeld van meneer Alders

Ali Rabarison, directeur Beleid Inclusieve Samenleving bij de VNG, schetst het voorbeeld van meneer Alders van 47 jaar die MS heeft. Hij werkt 16 uur per week bij een sociale werkvoorziening. ‘Hij heeft meegedaan aan een experiment voor een nieuw medicijn. En met succes. Hij is in die tijd een stuk mobieler en flexibeler geworden.’ De proef loopt echter af, het medicijn is nog niet geregistreerd en wordt daarom nog niet vergoed. De kosten, 3.600 euro per jaar, kan meneer Alders niet ophoesten. Hij klopt aan bij een cliëntondersteuner en krijgt met diens hulp toch een tegemoetkoming in de kosten zodat hij kan blijven werken. ‘Een cliëntondersteuner kan echt het verschil maken’ stelt Rabarison. Ze benadrukt dat de verschillen tussen gemeenten nog groot zijn. ‘Er zijn gemeenten waar cliëntondersteuning al in de volle breedte – op alle leefgebieden – wordt ingezet, terwijl in andere plaatsen inwoners nog nauwelijks op de hoogte zijn van het bestaan van de cliëntondersteuner, daar is nog een wereld te winnen.’

‘We moeten vaker met elkaar in gesprek. Terug naar de bedoeling. Voor wie doen we het eigenlijk. Bevraag elkaar, wees scherp’, - Superbezoeker Edo Paardekooper Overman, Mensenrechtenmens 2018

 

Noodzaak

Ook Annie-Marie van Bergen, projectleider bij Movisie, benadrukt de noodzaak van de cliëntondersteuning. ‘Het sociaal domein en de toegang tot zorg is nog steeds erg ingewikkeld. Door de cliëntondersteuner ervaart de inwoner regie en voelt hij of zij zich gehoord. En dan pas kom je tot oplossingen die werken.’ Ook neemt volgens van Bergen door de ondersteuning de professionaliteit van toegangsfunctionarissen en uitvoerende professionals toe. ‘Ze zijn door deze samenwerking beter in staat passende oplossingen te vinden.’ En dan is er nog de maatschappelijke winst. De inzet van cliëntondersteuner zorgt er ook voor dat zorg en ondersteuning betaalbaar blijven. Maar er zijn steeds een aantal hobbels de ontwikkeling van cliëntondersteuning belemmeren, gaat Van Bergen verder.  ‘De bekendheid en bereik. Cliëntondersteuning lijkt nog steeds het best bewaarde geheim van Nederland zijn.’ Andere punten die aandacht vragen zijn de ‘levensbreedheid en afbakening’, evenals de samenwerking met andere professionals en cliëondersteuners onderling en de cliënt- en inwonersparticipatie. Deze drie themalijnen stonden centraal in het programma gedurende de dag.

Klantreis

Gedurende de dag presenteerden verschillende koplopers hun kennis en aanpak van de invulling van cliëntondersteuning. In gemeente Maastricht bijvoorbeeld wordt inmiddels hard gewerkt aan een nieuwe communicatiestrategie om cliëntondersteuning onder de aandacht te brengen bij de mensen die het nodig hebben. Beleidsmedewerker Marijke Mooren schetst hoe Maastricht zich niet meer richt op doelgroepen, maar met hulp van de klantreismethodiek kijkt naar de informatiebehoefte van uiteenlopende archetypen. ‘Over wie hebben we het? Hoe kunnen wij ze aanspreken? Van Arie – die met een acute hulpvraag zit tot Kelly-kan-niet’. De Maastrichtse aanpak vraagt een totaal ander manier van denken, zegt Mooren. ‘Dé ouder bestaat nu eenmaal niet. Dé jongere ook niet.’ De volgende stap is om nu voorlichting te geven en de juiste professionals op bepaalde vindplaatsen, zoals scholen, huisartsenpraktijken te informeren. ‘En te voorzien van de juiste munitie om de mensen op weg te helpen. Veel mensen zijn bijvoorbeeld helemaal niet bezig met hun hulpvraag te formuleren, zij stappen niet naar het WMO-loket. Deze groep moeten we op een andere manier benaderen.’

Fotografie: Mladen Pikulic

'Ik kan altijd bij haar terecht, ik stuur gewoon een appje'

Toekomstcoach
Een mooi voorbeeld in de themalijn ‘levensbrede benadering’ is de toekomstcoach van MEE NL. Een begeleider die kwetsbare jongeren ‘dwars door alle domeinen heen’ helpt om hun leven en toekomst weer op te pakken. Het verhaal van de jonge Daniël Hasselt maakt indruk. Hij werd op jonge leeftijd veel gepest, zijn ouders gingen scheiden en hij liep volledig vast. Lang in bed en verstopte zich achter zijn laptop.  ‘Op het hoogtepunt had ik met zes verschillende hulpverleners te maken’, vertelt hij.  Na een verhuizing naar Drenthe en met hulp van toekomstcoach Aleida Hepping, die hij op de praktijkschool trof, heeft hij zijn weg weer gevonden. Daniel heeft inmiddels zijn opleiding afgerond en werkt als beveiliger. “Aleida was de eerste die vroeg wat ik zelf wilde. Ik kan altijd bij haar terecht, ik stuur haar gewoon een appje.’ ‘We moeten vaker met elkaar in gesprek. De toekomstcoach wordt in Drenthe door de praktijkschool en gemeente ‘ingekocht’, verduidelijkt Hepping. ‘Ik probeer altijd eerst alle professionals om de jongeren heen aan tafel te krijgen. Wat is er nodig en wie gaat wat doen? Heel helder.’ De resultaten in het noorden zijn zo veelbelovend dat de Toekomstcoach inmiddels in een landelijke pilot op meerder plaatsen in het land wordt uitgevoerd.

Samenwerking

Regio Twente is een van de landelijke koplopers cliëntondersteuning. In een gezamenlijk project werken de 14 gemeenten, Menzis, GGD en tal van andere partijen samen om te komen tot ‘breed bekend en toegankelijke cliëntondersteuning’. ‘We onderzoek nu wat er allemaal al is. Wat gaat er al goed? We gaan in focusgroepen in gesprek met verschillende groepen inwoners. Van mantelzorgers tot cliëntenraden. Waar is behoefte aan?’, verduidelijkt Elise Hol, projectleider integrale cliëntondersteuning in Twente.

Verbinding en samenwerking blijken de sleutelwoorden in Twente. Uiteindelijk moet dit alles niet alleen leiden tot fysieke samenwerking en aanbod maar ook tot een digitaal platform waar cliëntondersteuners en ander professionals elkaar kunnen vinden en kunnen consulteren. Ook de GGD is nauw betrokken. In de gemeente Haaksbergen zijn inmiddels twee wijk-GGD’ers gestart. De twee wijkverpleegkundige gaan na melding van politie, huisartsen of ander professionals langs bij inwoners. Elke Klunder, projectleider wijk-GGD: ‘Vaak betreft het mensen met multiproblematiek, de wijk-GGD’ers helpen hen bij het vinden van de juiste hulp.’

Veel mensen voelen zich geen cliënt

Een ander terugkerende thema is de naam, de term ‘onafhankelijke clientondersteuner’ en eveneens de afkorting OCO valt bij veel professionals en cliënten niet goed. Koploper gemeente Putten heeft de knoop inmiddels doorhakt. ‘Cliënt voelt gewoon niet lekker, veel mensen voelen zich ook geen cliënt. We hebben het nu over in inwonersondersteuning.’ Ook bezoeker  Frans Vogels, Stichting Ouders&Jeugdzorg zegt die knoop al te hebben doorgehakt. ‘We hebben al afscheid genomen van de term. We zijn nu trajectbegeleiders, specifiek gericht op ouders met kinderen in de jeugdzorg. We proberen voortdurend de beleidswereld te vertalen voor de ouders’,  Frans Vogels, Stichting Ouders&Jeugdzorg.