Toekomst adviesraad in handen van achterban

Kanteling van de adviesraad
artikel - 11 februari 2016

Het bereiken van de achterban is het aandachtspunt voor de toekomst. Dit geldt vooral voor Wmo-raden en brede participatieraden. Dit bleek uit eerder onderzoek van Movisie (2014) naar gemeentelijke advies- en cliëntenraden. Blijkbaar slagen gemeenten er onvoldoende in om de representativiteit te waarborgen. Hoe bereikt u deze achterban dan wel?

In het kader van vijf jaar kennisprogramma Cliëntenparticipatie vragen we twee deskundigen om te reageren op de uitkomsten van dit eerdere onderzoek. Zowel Hanneke Mateman, auteur van het wetenschappelijk onderbouwde dossier ‘Wat werkt bij … cliëntenparticipatie?’ en Willem-Jan de Gast organisatieadviseur bij Movisie, hebben beide veel kennis en ervaring over het betrekken van cliënten en het adviseren van raden.

Wat maakt het lastig om de achterban te betrekken?

WJdG: 'Momenteel werken veel gemeenten met het vergadermodel Beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming (BOB). Dit betekent in de praktijk dat de raad vaak ter plekke, of binnen een hele korte tijd, advies moet uitbrengen. Mijn advies aan gemeenten zou zijn om meer gebruik te maken van het BARB-model: beeldvorming, achterbanraadpleging, revisie, besluitvorming. Hierbij is er meer ruimte en tijd voor de adviesraad om de achterban te betrekken.'
HM: 'Mee eens, tijd is een lastige factor. Daarnaast is het ook lastig omdat er steeds vaker een brede raad is in gemeenten. Hierdoor zijn veel verschillende typen cliënten vertegenwoordigd in één raad. Dit maakt het ook lastiger om tot één advies te komen. Het betrekken van informele vormen van raadpleging naast de formele vorm zou een oplossing kunnen bieden.'


Uit: Monitor advies- en cliëntenraden, Movisie (2014)

Hoe zien informele vormen er uit?

HM: 'Negen van de tien keer blijkt dat de agenda van de Wmo-raad bepaald wordt door de gemeente. Een Wmo-raad is al veel effectiever wanneer zij zelf haar agenda bepaalt. Het formele karakter van de Wmo-raad houdt dit vaak tegen. Het betrekken van de achterban door middel van het gebruik van informele vormen van medezeggenschap kan dit verhelpen.'
WJdG: 'De gemeente Gooische Meren is hier een goed voorbeeld van. Burgers stellen hier zelf een burgeragenda op waarvoor iedereen thema’s kan aandragen en waaruit de raad ideeën kan ophalen. Hierdoor weet de gemeente vooraf al wat de achterban belangrijk vindt en is er minder raadpleging nodig. Ook gaan ambtenaren steeds vaker rechtstreeks met cliënten in gesprek. Hierdoor wordt de rol van de raad ook anders. Net zoals dit bij de vakbonden is gebeurd, moet de raad een andere vorm krijgen.'

De publicaties Bereik uw achterban via social media en Cliëntenparticipatie in beeld beschrijven manieren en tools om de achterban te betrekken.

Een nieuwe rol van de raad dus?

WJdG: 'Ja, raadsleden moeten meer op inhoud meedenken. Nu werkt het meedenken met de beslissers in de gemeente niet altijd goed. De raad ziet niet altijd wat er leeft in de samenleving. De raad kan meer ideeën en meningen uit de burger halen. En dus niet zozeer op voorhand een vertegenwoordiging van een diffuse achterban, maar inhoudsdeskundigen op thema’s die lokaal van belang zijn.'
HM: 'De raad kan veel meer een rol als intermediair spelen. Door informatie vanuit de achterban op te halen, maken zij als intermediair een vertaalslag van individuele standpunten vanuit de leefwereld, naar een gezamenlijk punt waar de gemeente mee aan de slag kan. Dit vraagt wel een echte kanteling van de zittende raden.'

Een Wmo-raad blijkt veel effectiever wanneer zij zelf de agenda bepaalt

Wat vraagt dit van de gemeente?

WJdG: 'Qua tijdsinvestering hebben we het hier wel bijna over een baan. Als gemeente moet je daar dus wel in investeren. In ieder geval zou degene die dit begeleidt en de trekkersrol heeft, betaald moeten worden. Zo toon je als gemeente ook dat het serieus is.'
HM: 'Van de gemeente vraagt het om de Wmo-raad ook serieus te nemen en deze niet langer te zien als het afkaarten van een wet die moet worden nageleefd. In de wet staat niet dat je een raad moet hebben, er staat dat cliënten en hun vertegenwoordigers in staat moeten worden gesteld om vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen. Door de raden op tijd te betrekken, kan er al vanuit een signalerende functie worden gedacht. De zelfsturing van de medezeggenschap verschuift dan van achteraf naar vooraf, waardoor er al eerder in het proces invloed uitgeoefend wordt op het beleid.'

Raadsleden hebben antennes nodig om te zien wat er speelt

Wat vraagt de kanteling van de raad?

HM: 'Dit vraagt een kritische reflectie op het eigen werk. Zijn we tevreden over ons werk? Bereiken we de groepen die we willen bereiken? Moeten we niet opgaan in een brede raad? Raadsleden hebben echt antennes nodig om te zien wat er speelt. Ook moet men vanuit verschillende hoeken samen willen werken en een vuist durven maken naar de gemeente, wanneer dit nodig is. Daarnaast moet men per individuele belangenorganisatie de strijd staken om het geld, maar meer de samenwerking bevorderen. Een echte kanteling dus.'

Gratis magazine Cliëntenparticipatie
Het kennisprogramma Cliëntenparticipatie bestaat vijf jaar en viert dit met een gratis magazine. Het magazine geeft een inkijkje in cliënten- en burgerparticipatie met de nieuwste inzichten en praktijkervaringen van experts op dit gebied.

Reacties

De meest voor de hand liggende manier om een achterban te betrekken, is voor deelname in een Wmo- of Clientenparticipatieraad, personen te vragen die over een achterban beschikken en die bereid zijn om namens die achterban in de betreffende raad deel te nemen.
Bestuursleden van bijvoorbeeld seniorenorganisaties voldoen uitstekend aan dat profiel. Zeker in plattelandsgemeenten in bijvoorbeeld Brabant en Limburg hebben deze organisaties een respectabele achterban. Toch kiezen veel gemeenten ervoor om alleen individuen 'zonder last en ruggespraak' in een Wmo-raad te benoemen. Geen wonder dat dan het bereiken van een achterban een probleem is, de natuurlijke achterban van deelnemers heb je immers weggeorganiseerd.
Het argument om dit te doen is dat een seniorenvereniging alleen opkomt voor de belangen van aangesloten senioren. Dit argument snijdt om twee redenen geen hout. Op de eerste plaats verschillen belangen van niet bij een bond aangesloten senioren niet van de belangen van wel bij een bond aangesloten senioren. Op de tweede plaats maken de seniorenorganisaties zich bij al hun belangenbehartigende activiteiten óók druk om niet aangesloten senioren. Juist omdat ze bij die bonden wel doorhebben dat senioren over het algemeen gedeelde belangen hebben.
Dus, ik zou zeggen: Wmo-raad als u zich zorgen maakt om uw legitimiteit of achterban, maak gebruik van de bestaande structuren in uw gemeente i.p.v die te omzeilen.

Eva Geelen
Beleidsmedewerker KBO-Brabant

Goed om te horen dat de seniorenorganisaties in plattelandsgemeenten in Brabant en Limburg een brede achterban hebben en dat is een omstandigheid om zeker gebruik van te maken. De ouderen zijn wat dat betreft van oudsher ook al meer georganiseerd.Tegelijkertijd is mijn ervaring dat er veel gemeenten zijn waarin die achterban in de loop der jaren smaller en kleiner is geworden. Ook zijn er veel groepen die minder of niet georganiseerd zijn, denk aan mensen met een verstandelijke of psychische beperking of jongeren. Bij hen is er geen sprake van een georganiseerde achterban die je kunt betrekken, maar moeten andere manieren worden ingezet. Daar ligt een mooie uitdaging!

Reageer op dit artikel

11 + 4 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.