De uitdagingen van de Participatiewet

artikel - 4 februari 2013
Afbeelding bij De uitdagingen van de Participatiewet

Op 1 januari 2015 wordt de Participatiewet van kracht. Deze wet draagt zorg voor een inkomen en helpt mensen met een beperking om aan het werk te komen. Gemeenten worden volledig verantwoordelijk voor deze taak. Maar de wet biedt ook kansen voor welzijnsorganisaties en zorginstellingen.

De Participatiewet wordt kort gezegd een steun in de rug voor mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking. De wet stimuleert werkgevers namelijk om hen in dienst te nemen. Drie wetten worden met de Participatiewet samengevoegd: de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en bijstand en een deel van de Wajong. De Participatiewet zorgt ervoor dat gemeenten er een belangrijke doelgroep bij krijgen. Gemeenten worden verantwoordelijk voor circa 5,5 procent van de beroepsbevolking: een toename van één procent ten opzichte van het deel van de beroepsbevolking waar ze nu al verantwoordelijk voor was. De veranderingen op het terrein van de arbeidsmarkt gaan overigens gepaard met kortingen: de subsidie op de sociale werkvoorziening wordt in zes jaar afgebouwd. In totaal wordt structureel tot en met 2017 1,8 miljard euro bezuinigd op de Participatiewet (Kamerbrief Contouren Participatiewet, 21-12-12).

Wat verandert er?

  • Het kabinet wil dat grote werkgevers met 25 of meer werknemers vijf procent mensen met een arbeidshandicap in dienst heeft. Dit wordt vanaf 1 januari 2015 stapsgewijs ingevoerd. Werkgevers kunnen een boete krijgen als zij zich hier niet aan houden.
  • Vanaf 2014 krijgen gemeenten geld om 30.000 ‘beschutte werkplekken’ te maken. Dit zijn werkplekken waar mensen onder begeleiding werken, tegen het wettelijke minimumloon. Niemand kan vanaf 2014 meer aan de slag in de huidige sociale werkvoorziening.
  • Mensen met een Wajong-uitkering die nog wel kunnen werken, gaan uit de Wajong en komen in de Participatiewet. De Wajong is vanaf 2014 alleen nog voor mensen die helemaal niet kunnen werken.
  • Iedereen die straks onder de Participatiewet valt, kan tijdelijk onder het minimumloon aan de slag. Uiteindelijk moeten het salaris plus de aanvullende uitkering samen even hoog zijn als het minimumloon.

Uitdaging

'Werken naar vermogen is de kern van de Participatiewet', aldus Marjet van Houten van MOVISIE. 'Gemeenten worden met deze wet uitgedaagd om mensen met een beperking zo snel mogelijk aan de slag te helpen. Het mooie van deze wet is de vereenvoudiging. De organisatie van de participatie wordt simpeler. Eigenlijk is de boodschap van het kabinet aan gemeenten: richt je energie niet meer op het onderscheiden van groepen bij het vinden van werk, maar zorg dat ze zo snel mogelijk aan de slag gaan. Gemeenten pakken deze handschoen verschillend op. Je ziet gemeenten die bewust beginnen met de bovenkant van de arbeidsmarkt, de mensen die snel aan de slag kunnen. Maar er zijn ook gemeenten die zich juist op de middengroep of de onderkant richten.'

Eén nota over meedoen

Gemeenten zijn volgens Van Houten druk bezig om alle decentralisaties met elkaar te verbinden, op zoek naar overlap in doelgroepen. Volgens berekeningen van Divosa maakt tussen de veertig tot zestig procent van de klanten in een gemeente gebruik van meer dan één voorziening (Divosa, Bouwstenen voor het sociale domein, p.20). De overlap tussen gebruikers van de Wmo en de AWBZ is het grootst. Er blijkt ook een grote overlap tussen de doelgroepen van schuldhulpverlening en andere regelingen. 'Een voorbeeld van een gemeente die alles verbindt, is Deventer. Deze gemeente heeft haar sociale beleid gevat in één nota over meedoen. Alle terreinen zijn hierbij aan elkaar gekoppeld: werk en inkomen, sport, welzijn en jeugdbeleid. Daarbij is het uitgangspunt dat de burger centraal staat.'

Nieuwe werkers

In de wet is een verplichte tegenprestatie naar vermogen opgenomen voor mensen die een uitkering ontvangen. Deze tegenprestatie komt voort uit de gedachte van het kabinet iets terug te vragen van mensen die een beroep doen op de solidariteit van de samenleving. De invoering van deze tegenprestatie biedt kansen voor welzijnsorganisaties. Marjet van Houten: 'Welzijnsorganisaties  krijgen te maken met een nieuwe groep ‘werkers’ die activiteiten verricht vanuit een andere motivatie dan vrijwilligers. Dit zal een andere organisatie van het werk vragen. Het vraagt ook een andere manier om naar deze mensen te kijken, meer ontwikkelingsgericht. Hoe help je ze een stap verder?'

Dit biedt MOVISIE

MOVISIE adviseert gemeenten en welzijnsinstellingen bij de voorbereidingen op de Participatiewet. Marjet van Houten: 'Wij helpen bij de visievorming, bij het inventariseren van doelgroepen en het zoeken naar overlap tussen deze doelgroepen. Ook kunnen wij adviseren over het efficiënt organiseren van de ondersteuning en begeleiding.'

Reacties

Geachte Mensen,
Moeten mensen van 64 jaar, arbeidsongeschikt 80-100% sinds 2008 en ook geen sollicitatieplicht, moeten die ook verplicht vrijwilligerswerk doen?
Die Participatiewet treedt pas na verwachting in op 1 Jan.2015!
Kan de gemeente je nu al verplichten om vrijwilligerswerk te doen?
Met vriendelijke groet, L.Mes

Reageer op dit artikel

12 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.