Vakmanschap in het sociaal werk in beweging

artikel - 2 mei 2013
Afbeelding bij Vakmanschap in het sociaal werk in beweging

Het uitvoerend  werk  in het sociaal werk, de organisaties en de infrastructuur zijn in 100 jaar tijd enorm geprofessionaliseerd. Beroepskrachten zijn beter opgeleid, organisaties zijn krachtiger en beter uitgerust en de lokale, provinciale en landelijke infrastructuur vormt een belangrijke bron van kennis voor professionals, managers en beleidsmakers. Met de komst van de Wmo, de trajecten Welzijn Nieuwe Stijl en de aangekondigde decentralisaties van jeugdzorg, AWBZ begeleiding en arbeidsparticipatie ligt de verantwoordelijk steeds meer bij cliënten, hun sociale netwerken, vrijwilligers, mantelzorgers en actieve burgers zelf. De sociaal werker is daarbij de aanjager, de coach, de ondersteuner, de inspirator en de doorzetter.

Sociaal werk is er in vele soorten en maten. Zo is er de individuele en de gezinsgerichte aanpak door het maatschappelijk werk, het groepsgerichte werk (sociaal-cultureel werk en sociaal pedagogische hulpverlening) met kinderen, jongeren, vrouwen, ouderen en minderheden en het opbouwwerk op een meer collectief niveau in de lokale samenleving. Sociaal werk gaat over gewenste veranderingen van sociaal gedrag. De professional begeleidt en ondersteunt de cliënt, de kwetsbare of krachtige burger, de specifieke groep of de lokale samenleving om ervoor te zorgen dat zij tekorten kunnen oplossen of compenseren en dat zij actief bijdragen aan een leefbare samenleving. De cliënt, de vrijwilliger en de burger zijn zelf aan zet, waarbij de professional vooral  een ondersteunende en faciliterende rol heeft.

Voortdurende verandering van opdracht, context en mensen

Sociaal werk is sterk persoonsgebonden en krijgt pas vorm in de relatie met de cliënt, de burger of de vrijwilliger. Sociaal werkers hebben een beroepsopleiding, waarin kennis, sociale vaardigheden en methodisch handelen ontwikkeld zijn op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Kennis, houding en vaardigheden van de sociale professional zijn gedurende zijn loopbaan permanent in ontwikkeling, want de maatschappelijke opdracht, de context van het werk en de mensen met wie de professional werkt, veranderen voortdurend. Kennis bijhouden en vernieuwen zijn van cruciaal belang om vakmanschap in stand te houden.

Analyse maken van de situatie van cliënten en burgers

Om sociaal werk goed uit te voeren, moet de sociaal werker inzicht hebben in gedrag van mensen en, hebben van maatschappelijke ontwikkelingen en hoe deze van invloed zijn op mensen. Ook moet hij weten hoe de samenleving in elkaar zit, van de relaties in sociale systemen, buurt, dorp, wijk of stad tot aan landelijke, internationale en mondiale ontwikkelingen. Sociale wetenschappen, psychologie en pedagogie zijn belangrijke bronnen. Om in een complexer wordende samenleving steeds een goede analyse te kunnen maken van de situatie van cliënten en burgers, is een kennisfundament van sociale wetenschappen, beroepsethiek, beleids- en organisatievraagstukken onontbeerlijk. Een beroepskracht heeft deze basiskennis nodig om de situatie van mensen beter te begrijpen en om op basis van de juiste inzichten de best mogelijke aanpak te kiezen.

Kennis van de lokale cultuur en infrastructuur

Kennis van de lokale cultuur en infrastructuur is van groot belang voor goed vakmanschap. Veel kennis is immers aanwezig bij cliënten zelf, bij hun sociale netwerken en bij actieve burgers en vrijwilligers. Met deze veldkennis is de sociaal werker in staat optimaal gebruik te maken van de aanwezige kwaliteiten en potenties bij de aanpak van bepaalde vraagstukken. Kennis van deelterreinen is afhankelijk van de taakgebieden van de sociaal werker. Een brede kennis van vraagstukken op gebieden als wonen, veiligheid, inkomen, onderwijs, vrije tijd, arbeid, verscheidenheid in culturen en generaties, opvoeding  en gezondheid  heeft elke professional nodig. Wanneer de professional zich meer op één van de gebieden toespitst is meer verdiepende kennis noodzakelijk.

Het scheppen van een vertrouwensband is cruciaal

Een sociaal werker moet gemotiveerd zijn om met mensen in kwetsbare situaties te werken. Bij sociale beroepen is de beroepshouding van doorslaggevend belang in de relatie met cliënten en burgers, maar ook in samenwerking met collega’s en partners. Het scheppen van een vertrouwensband is cruciaal. Professionals kunnen hun gedrag steeds verbeteren en versterken door hier regelmatig en systematisch op te reflecteren. Wat deed ik goed? Wat was minder en waar kan ik mezelf verbeteren? Ook heeft een beroepskracht verschillende rollen. Op de straat en in direct contact met bewoners of cliënten is een open en informele houding nodig. In de contacten met partnerorganisaties of beleidsmakers moet een beroepskracht authentiek zijn en tegelijk zijn omgangsvormen aanpassen. In de uitvoering van zijn werk komt de beroepskracht voortdurend keuzes en dilemma’s tegen. Sociaal werk beschikt  daartoe over professionele waarden en beroepsethiek, soms geformaliseerd in een beroepscode. De beroepshouding is gedurende de hele loopbaan in beweging en door op deze veranderingen stelselmatig te reflecteren, kan de professional zich optimaal en doelgericht ontwikkelen op houdingsaspecten.

Praktische vaardigheden

Sociaal werkers zijn doeners. Een sociale professional hanteert steeds de regulatieve cyclus van contactlegging, vraagverheldering, vraaganalyse, de concrete aanpak en evaluatie van het behaalde resultaat. Deze cyclus wordt in dialoog met de cliënt, het (cliënt)systeem, de groep of de lokale samenleving doorlopen, waarbij hun vraag en hun verwachtingen steeds hét uitgangspunt zijn. De sociaal werker beschikt over een groot aantal praktische vaardigheden, zoals het goed organiseren van het werk, samenwerken met collega’s en partners, effectief communiceren, omgaan met moderne media en het goed kunnen verantwoorden van het werk.

Effectieve werkwijzen

Behalve het helder aan kunnen geven van de concreet bereikte resultaten, is het ook van belang om de maatschappelijke effecten te laten zien. Dat laatste is in sociaal werk niet eenvoudig, omdat er vaak een veelvoud van factoren werkzaam is, dat invloed heeft op het uiteindelijke effect. Veel aanpakken en werkwijzen die in de hulpverlening, het groepswerk en het opbouwwerk worden toegepast zijn beschreven in handboeken en methodiekbeschrijvingen. Sinds enkele jaren kennen we de mogelijkheid  om toegepaste werkwijzen en aanpakken practice based en evidence based te onderbouwen. Voor steeds meer sociale vraagstukken zijn effectieve interventies ontwikkeld en beschreven, die toegankelijk zijn voor de sociale professional. Deze interventies kunnen op verschillende wijzen worden gebruikt. Vaak dienen ze als inspiratiebron om in de eigen praktijk soortgelijke werkwijzen toe te passen of om toegepaste werkwijzen te toetsen en te verbeteren. Bij goed vakmanschap worden steeds meer eisen gesteld aan het kunnen werken met effectieve werkwijzen, naast het algemeen methodisch handelen vanuit de klassieke  hoofdstromen social casework, social groupwork en community organisation. De kunst is om een goede mix te maken van zorgvuldige aandacht, systematisch en effectief handelen en deze combineren met improvisatie en een intuïtieve aanpak.

Het nieuwe vakmanschap

Sociaal werkers hebben in principe de competenties in huis om cliënten tot zelfredzaamheid te activeren, groepen te organiseren en complexe samenlevingsvraagstukken aan te pakken. De nadruk ligt tegenwoordig op zelfredzaamheid, participatie en sociale samenhang. De sociaal werker moet de omslag maken van zorgen vóór naar zorgen dát; van het organiseren vóór burgers naar het organiseren ván burgers. De sociaal werker neemt niet over, doet niet wat mensen zelf kunnen, maar stimuleert mensen en biedt transparantie in een onoverzichtelijke samenleving. Hij brengt mensen in beweging en blijft indien nodig op de achtergrond aanwezig. Hij is een stille kracht achter veranderingsprocessen van individuen, groepen en samenlevingsverbanden. Sociaal werk is als chirurgie steeds op zoek naar de kleinst mogelijke ingreep voor het meest optimale resultaat. Deze nieuwe opvattingen over de kwaliteit van dienstverlening van organisaties en het professioneel handelen van sociaal werkers zijn in nauwe samenwerking met het werkveld samengebracht in twee recente publicaties: de Handreiking Maatschappelijke Ondersteuning en de Competenties Maatschappelijke Ondersteuning. Veel organisaties in het land voeren trajecten uit om hun organisaties en hun medewerkers te kunnen laten voldoen aan de eisen van deze tijd.

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 13 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.