‘Veilig hand in hand over straat kunnen lopen, dat is mijn ambitie’

Gemeenten werken aan zichtbaarheid Regenboogbeleid

17 september 2019

Hoe kunnen Regenbooggemeenten en uitvoerende organisaties hun LHBTI-beleid en -activiteiten beter op de kaart zetten? Die vraag stond centraal tijdens het congres ‘Regenboogstad, je mag gezien worden!’, op 13 september in Utrecht. De bijeenkomst, vol deelsessies, pop-up-events, ontmoeting en uitwisseling maakte veel enthousiasme los. Onder anderen bij wethouder Marc Wilson van Capelle aan den IJssel. ‘Ik ben vandaag enorm geïnspireerd om het LHBTI-thema binnen mijn gemeente een flinke boost te geven.’

'Mijn ambitie is dat ik binnen afzienbare tijd gewoon met mijn man hand in hand over straat kan lopen, zonder dat ik me onveilig voel.’ De uitsmijter aan het einde van het Movisie-congres ‘Regenboogstad, je mag gezien worden!’ op 13 september in Utrecht, komt uit de mond van Henk Nijmeijer, voorzitter van de Statenfractie van GroenLinks in de provincie Drenthe. Er volgt applaus van de ruim honderdvijftig bezoekers, beleidsmedewerkers van gemeenten, wethouders, maatschappelijke organisaties en anderen die betrokken zijn bij LHBTI-beleid in gemeenten.
Nijmeijers hartenkreet drukt bij uitstek uit waar veel Regenbooggemeenten zich voor inzetten: zorgen dat LHBTI’s zichzelf kunnen zijn en sociaal veilig voelen, óók in de openbare ruimte. De term sociale veiligheid valt vandaag geregeld, zowel tijdens plenaire programma als in de deelsessies op deze dag.

Leren van anderen

Maar hoe krijg je het voor elkaar dat LHBTI’s in de gemeente zich veilig gaan voelen? Cultureel antropoloog Jessica de Abreu maakt in haar inleiding tijdens het middagprogramma duidelijk dat strijden voor acceptatie, gelijke rechten en zichtbaarheid een kwestie van lange adem is. De Abreu is een van de initiatiefnemers van The Black Archives, een uniek historisch archief dat zich richt op het verzamelen, conserveren en zichtbaar maken van de zwarte geschiedenis, literatuur en cultuur in Nederland. Het archief geeft de lange strijd van de zwarte gemeenschap in Nederland een gezicht. LHBTI’s kunnen veel leren van de aanpak van The Black Archives. Om je doel te bereiken heb je volgens De Abreu drie invalshoeken nodig: die van de wetenschap (‘academics’) om goed onderzoek te doen naar het onderwerp, kunstenaars (‘artists’) die het thema en de strijd op een creatieve manier zichtbaar maken en activisten (activist’), die de barricaden opgaan.

Download de presentatie van Jessica de Abreu

Onnodige sekseregistratie

In het ochtendgedeelte van het Regenboogcongres, bestemd voor wethouders en beleidsadviseurs van gemeenten, is een specifiek aspect van zichtbaarheid besproken: de registratie van geslacht in registers en documenten.‘
De veelgebruikte indeling man/vrouw wordt door non-binaire personen en sommige nontransgender en intersekse personen als ongemakkelijk ervaren. En ook meer in het algemeen leven er bij nogal wat mensen mensen bezwaren tegen het te pas en te onpas registreren van het geslacht',  zegt Kristel van Doornen van de directie Emancipatie van het ministerie van OCW, in haar inleiding. ‘Sommigen ervaren sekseregistratie ronduit als belemmering voor deelname aan de maatschappij. De rijksoverheid, die de wettelijke kaders en regels stelt, zet zich in om daar verandering in te brengen.’

Het is enorm bemoedigend om te zien hoeveel mensen en organisaties met het thema LHBTI bezig zijn.

Van Doornen wijst op het Regeerakkoord, waarin staat dat onnodige registratie van geslacht moet worden geschrapt. Soms is sekseregistratie noodzakelijk, zegt Van Doornen, bijvoorbeeld voor onderzoek en het monitoren van beleid, neem het emancipatiebeleid of de gezondheidszorg. ‘Maar op andere momenten is hiervoor niet altijd een goede reden, bijvoorbeeld bij het lidmaatschap van een koor, de aanmelding voor een opleiding of het online bestellen van een product. Het rijk is nu bezig met het opstellen van een afwegingskader, handreikingen en goede voorbeelden om meer duidelijkheid te geven aan de praktijk wanneer sekseregistratie nodig is en wanneer niet.’

Twee nieuwe handreikingen voor lokaal LHBTI-beleid

 

Movisie ontwikkelde in de afgelopen tijd twee nieuwe handreikingen voor gemeenten. De publicatie  'Communicatie en zichtbaarheid lokaal LHBTI-beleid' laat zien hoe, wanneer, en via welke kanalen de gemeente kan laten zien wat ze doet om gemeentelijk LHBTI-beleid binnen
verschillende contexten zichtbaar te maken.
De Handreiking 'Meer grip op LHBTI-beleid' is een hulpmiddel om met alle betrokkenen (aanbieders en uitvoerders, inwoners en beleidsmedewerkers) te leren hoe je het LHBTI-beleid en de uitvoering kunt verbeteren en gestructureerd stappen kunt zetten om het gewenste effect bijvoorbeeld sociale acceptatie van LHBTI-inwoners te verbeteren.

Zichtbaar resultaat

Karin Sok van Movisie vertelt in haar workshop ‘Maatschappelijke effecten in beeld’ van de conferentie - hoe je het resultaat van LHBTI-beleid in je gemeente zichtbaar kunt maken. Eerst benoemt ze een valkuil. ‘Vaak denken we in termen van output: er zijn x-aantal activiteiten ondernomen, en zoveel folders over LHBTI uitgedeeld. Maar eigenlijk willen we iets anders weten, namelijk wat die activiteiten en die folders hebben opgeleverd.’ Movisie ontwikkelde, samen met het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een instrument om deze outcome in beeld te krijgen: het Kwaliteitskompas. Het is een instrument om samen met de uitvoerders van beleid ambities op te stellen en maatschappelijke resultaten te formuleren. Sok: ‘Dat kan bijvoorbeeld zijn: over vier jaar voelen onze LHBTI-leerlingen op de scholen in onze gemeente zich veilig. Het is dan zaak om samen met de betrokken organisaties te bepalen hoe je straks gaat meten in hoeverre dat resultaat is behaald.’
Zo’n nieuwe aanpak leidt tot spannende gesprekken, weet Sok, want uitvoerende organisaties kunnen bang zijn dat ze erop worden afgerekend als de resultaten niet zijn behaald en dat ze hun subsidie dan verliezen. ‘Maar het doel is niet om af te rekenen, maar om met elkaar gericht te werken aan de positieve verandering die je in de samenleving wilt bewerkstelligen.’
De gemeente Rotterdam gaat volgend jaar beginnen met zo’n outcome-gericht aanpak. Beleidsmedewerker Anouk Erkelens: Voor ons programma ‘Relax, dit is Rotterdam’, dat het brede terrein bestrijkt van inclusie en diversiteit, hebben we onze aanbesteding op outcome beschreven. We vragen de partijen om zelf inzichtelijk te maken hoe ze die outcome in beeld gaan brengen.’

Hart onder de riem

Tijdens de conferentie verdelen de bezoekers zich op verschillende momenten over de workshops en pop up sessies van hun interesse. Een breed scala aan thema’s komt aan bod: van ‘Biseksualiteit en zichtbaarheid’ tot ‘LHBTI en Religie’ of ‘LHBTI in de sport’. Er is een heuse Loesje workshop, een prachtexpositie ‘Face it’ en nog veel meer.
Aan het einde van de middag komt iedereen weer samen om te luisteren naar het afsluitende panelgesprek onder leiding van dagvoorzitter Dounia Jari. Na het panelgesprek volgt een nog fraai toetje, een indrukwekkende performance van Steff Geelen van dichterscollectief Uitgesproken Queer. Het publiek luistert ademloos.
Na afloop van het congres zijn de reacties op de vraag: ‘Hoe was het?’ ronduit positief. Wethouder Marc Wilson van Capelle aan den IJssel: ‘Deze bijeenkomst inspireert mij om goed te kijken hoe wij binnen de gemeentelijke organisatie het onderwerp LHBTI nog beter op de kaart kunnen zetten. Bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor inclusie in personeelsadvertenties. Niet door specifiek LHBTI’s te werven, maar wel bijvoorbeeld door in advertenties voor vacatures op te nemen dat wij een Regenbooggemeente zijn.’
Kristijan Groeneveld van het Bureau Gelijke Behandeling Flevoland noemt het congres indrukwekkend. ‘Het is enorm bemoedigend om te zien hoeveel mensen en organisaties met het thema LHBTI bezig zijn. En een hart onder de riem om te ervaren dat we er samen mee aan de slag kunnen.’