Verbinding programma’s kan veiligheid vrouwen en LHBTI-personen versterken

29 november 2021

Veilig jezelf kunnen zijn is niet overal en voor iedereen even vanzelfsprekend. Vrouwen en LHBTI-personen hebben vaker dan gemiddeld te maken met intimidatie, mishandeling en geweld. Met de programma’s Regenboogsteden en Veilige Steden werken gemeenten aan het verbeteren van de (ervaren) veiligheid van vrouwen en LHBTI-personen. Door de programma’s te verbinden, kunnen gemeenten de impact van hun inspanningen vergroten, zo blijkt uit een visiestuk van Movisie en Regioplan.

Regenboogsteden en Veilige Steden zijn twee aparte programma’s van het ministerie van OCW, Directie Emancipatie. De programma’s hebben hun eigen focus, maar er zijn ook grote overeenkomsten tussen de beide programma’s. Movisie en Regioplan voeren de ondersteuning van de programma’s uit en zoeken samen met de deelnemende steden hoe de verbinding tussen beide programma’s kan worden versterkt. Zij schreven er een visiestuk over. Dit artikel beschrijft de hoofdlijn daarvan.

Regenboogsteden

Regenboogsteden maken zich sinds 2008 sterk voor het verbeteren van de sociale acceptatie, veiligheid en emancipatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+, transgender en intersekse personen (LHBTI’s). LHBTI-personen ervaren meer intimidatie en geweld dan heteroseksuele personen (SCP, 2018), ruim twee op de vijf jongeren verbergen hun LHBTI-zijn op school (Movisie, 2021) en LHB-werknemers hebben een minder goede positie op het werk (o.a. meer burn-outklachten) dan heteroseksuele werknemers (SCP, 2018). Regenboogsteden hebben in een intentieverklaring afgesproken met het ministerie van OCW zich in te zetten om de positie van LHBTI-inwoners te verbeteren. Dit doen ze door het ontwikkelen, behouden en borgen van LHBTI-inclusief beleid. Momenteel heeft Nederland 56 Regenboogsteden en 12 Regenboogprovincies. Movisie biedt ondersteuning aan deze gemeenten en provincies door hen te adviseren en door het ontwikkelen en aanbieden van kennis over relevante onderwerpen met betrekking tot LHBTI-beleid en het creëren van uitwisseling.

Veilige Steden

Veilige Steden, gestart in 2019,  is een programma gericht op het verbeteren van de veiligheid van meisjes en vrouwen in de openbare ruimte en bij het uitgaan. Deze groep wordt vaker slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag (CBS, 2020a; European Union Agency for Fundamental Rights, 2014; Van Berlo & Twisk, 2017). Ook voelen vrouwen en meisjes zich vaker onveilig in de openbare ruimte en bij het uitgaan dan mannen en jongens (CBS, 2018; 2020b). De afgelopen jaren groeit de aandacht voor dit probleem en zetten landelijke en lokale overheden zich in voor de aanpak ervan. Momenteel telt Nederland 13 Veilige Steden. Via het programma Veilige Steden worden de deelnemende gemeenten ondersteund door Regioplan middels kennisuitwisseling, werksessies en advies gericht op lokale beleidsontwikkeling.

Deelnemende steden

Op het moment van publicatie van dit artikel deden de volgende steden aan beide programma’s mee:

  • Almere
  • Amsterdam
  • Arnhem
  • Breda
  • Den Haag
  • Dordrecht
  • Enschede
  • Groningen
  • Maastricht
  • Rotterdam
  • Tilburg
  • Utrecht
  • Zaanstad

Overeenkomsten

Dat er een verbinding is tussen geweld in de openbare ruimte tussen deze twee (deels overlappende)  groepen is geen hogere wiskunde, maar waar gaat het precies over en hoe kunnen de programma’s elkaar versterken? Movisie en Regioplan schreven een visiestuk waarin de overeenkomsten tussen de twee programma’s beschreven wordt.

  • Verbinding op thematiek: gender en sociale veiligheid. De programma’s raken elkaar als het gaat over het bevorderen van de sociale veiligheid van doelgroepen die op dit moment vaker slachtoffer worden van gendergerelateerd geweld.
  • Verbinding op doelgroep: gedeeltelijke overlap. De doelgroep meisjes en vrouwen van Veilige Steden betreft niet alleen heteroseksuele cisgender vrouwen, maar ook lesbische vrouwen, biseksuele vrouwen en trans vrouwen. En andersom geldt dit ook, een deel van de profijtgroep van Regenboogsteden, LHBTI-personen, identificeert zich als vrouw.
  • Verbinding in de plegers van het geweld. Voor beide groepen geldt: de pleger is vaak een heteroseksuele man (Rutgers WPF, 2013). Mannen en jongens zijn ook vaker de pleger van dit gedrag in de openbare ruimte (Lünneman & Bruinsma, 2005).
  • Verbinding op de oorzaken: gendernormen. De geweldsproblematiek waar beide programma’s zich op richten kennen dezelfde onderliggende oorzaken. Gendergerelateerd (seksueel) geweld tegen LHBTI-personen en cisvrouwen komt voort uit traditionele en stereotyperende opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid en de (structurele) ongelijke machtsverhouding tussen mannen en vrouwen (Reyes, Foshee, Niolon, Reid, Hall, 2016; Baugher & Gazarian; 2015).
  • Verbinding in het activeren van omstanders. Het activeren van omstanders om te handelen bij grensoverschrijdend gedrag in de publieke ruimte draagt bij aan het beëindigen van dat gedrag, dus aan meer veiligheid in de openbare ruimte, en dus aan de (deel)doelen van beide programma’s.
  • Verbinding bij het inzetten van interventies. Een preventieve aanpak gericht op het doorbreken van negatieve gendernormen draagt bij aan positievere normen en een ruimere genderopvatting. Dit draagt bij aan het vergroten van de veiligheid van zowel LBT-vrouwen als cis- en heteroseksuele vrouwen.

De meerwaarde van verbinding

Verbinding tussen de programma’s Veilige Steden en Regenboogsteden kan de impact en de effectiviteit van beide programma’s versterken.

  • Het kan zorgen voor meer kennis en bewustwording: bijvoorbeeld over de oorzaken van de problematiek en de onderliggende factoren die voor onveiligheid voor beide doelgroepen zorgen en de sociaal maatschappelijke processen die deze onveiligheid in stand houden.
  • Verder kan het bijdragen aan versterken van agendering van deze problematiek richting politiek, uitvoerders en maatschappij: de verbinding maakt zichtbaar hoe breed de onderliggende factoren zijn en hoe groot de groep die hierdoor benadeeld wordt eigenlijk is, wat het belang van een effectieve en duurzame aanpak onderstreept.
  • Het kan helpen bij het bepalen van de uitvoering en de prioritering: door verbinding komt er meer inzicht, dit kan helpen bij de uitvoering en prioritering van de nodige acties en maatregelen die kunnen zorgen voor verbetering voor beide doelgroepen.  
  • Een verbinding kan bijdragen aan grotere mogelijkheid om activiteiten en interventies in de aanpak (op de overlappende gebieden) te combineren, wat kan zorgen voor meer effectiviteit, efficiëntie en lagere kosten. Er kan bijvoorbeeld kennis benut worden en er kunnen interventies ingezet worden die onderliggende factoren aanpakken en zo bijdragen aan de verbetering van de veiligheid voor beide groepen. Dit kan bijvoorbeeld wanneer beide programma’s werken aan het doorbreken van de stereotiepe beeldvorming. Denk daarbij aan het bundelen van de krachten en gelden bij de ontwikkeling van een interventies en/of campagne. 
  • Ook kan het de samenwerking versterken: beleidsmedewerkers, sociaal professionals en vrijwilligers in de Veilige Steden en Regenboogsteden hebben kortere lijntjes en weten elkaar sneller te vinden wanneer nodig.
  • Verder zorgt verbinding ook voor het benutten van elkaars opgedane kennis, ervaring en de good practices die uit breide programma’s voortvloeien.

Inspiratiesessie

Op 9 november 2021 werd een inspiratiesessie georganiseerd met als onderwerp de verbinding tussen de programma’s. Bij de sessie waren beleidsmedewerkers van de twee programma’s aanwezig uit de 13 gemeenten die meedoen aan beide programma’s. Tijdens de sessie zijn er onder meer verschillende casussen bekeken om te zien waar de verbinding in de praktijk ligt. Bij de uitwisseling kwam naar voren dat er in verschillende gemeenten al duidelijke overeenkomsten zijn in de uitvoering van beide programma’s. Bij het oppakken van een actuele casus worden in sommige gevallen dezelfde stappen doorlopen als het gaat om geweld tegen vrouwen of tegen LHBTI-personen. Zo wordt er bijvoorbeeld in beide gevallen contact gelegd met de antidiscriminatievoorziening en de politie.  

Voor de deelnemers is het duidelijk dat het niet zou moeten uitmaken of het gaat om geweld tegen een cis-, heteroseksuele of LHBTI-persoon. De aanpak moet er voor iedereen zijn. Er kunnen wel verschillen zitten in het ondersteuningsaanbod of de politieke of maatschappelijke urgentie.

Casus: Trans vrouw geweigerd door taxichauffeur

In jouw gemeente werd afgelopen zaterdag een transvrouw geweigerd door een taxichauffeur. Ze was met een groepje uit gegaan en na afloop stonden ze op een taxi te wachten. ‘De chauffeur kwam aanrijden, zag twee van ons, weigerde vervolgens de rit en reed weer weg. Hij riep uit het raam “Ik neem alleen normale vrouwen mee!”’ Ze hebben verhaal gedaan bij het COC. Je contactpersoon van het COC belt je op. En dan…?

Voorbeeldvragen bij de casus:

  • Heb je zoiets weleens meegemaakt en wat heb je toen gedaan?
  • Wie betrek je hierbij? (binnen en buiten de gemeente)
  • Moet je hier iets mee als gemeente?
  • Hoe komt deze thematiek terug in de beide programma’s?
  • En betekent dit iets voor je beleid en je activiteiten?

Tip: Ga zelf eens voor je gemeente na hoe de verbinding tussen beide programma’s en beleidsthema’s zit.

In een aantal gemeenten is de beleidsmedewerker voor beide programma’s dezelfde persoon. Hier is tijdens de sessie verder op ingezoomd, om te kijken hoe dit in de praktijk werkt en wat de ervaringen zijn wanneer de uitvoering van de programma’s op één plek samenkomt. Uit de gedeelde ervaringen blijkt dat het voor beide programma’s versterkend kan werken als deze dicht bij elkaar zijn belegd. Zo kunnen bijvoorbeeld beide budgetten worden aangesproken en de beleidsdoelen van beide programma’s kunnen elkaar versterken. Het kan verder bijdragen aan bewustwording bij de uitvoerders en experts van Veilige Steden over de thematiek van Regenboogsteden en andersom. Ook kan er in sommige gevallen makkelijker een verbinding worden gelegd tussen de programma’s richting uitvoerders. Voorlichters op scholen kunnen bijvoorbeeld beide thema’s behandelen onder de noemer ‘veiligheid op straat’ of ‘gelijkwaardigheid en antidiscriminatie’. Verder werd duidelijk dat het bij de uitvoering en borging van de programma’s helpt om verschillende afdelingen binnen de gemeente te betrekken bij onderdelen van de programma’s.

Er wordt in 2022 een vervolgsessie georganiseerd. Hier wordt verder ingezoomd op hoe de programma’s in de praktijk verbonden kunnen worden en hoe de aanpakken elkaar kunnen versterken. Heb je interesse om hierbij aan te sluiten? Laat het ons weten.

Dit artikel is gebaseerd op een visiestuk van Movisie en Regioplan over de verbinding tussen Veilige Steden en Regeboogsteden. Meer lezen?

Bekijk het visiestuk

Voor meer informatie over het Regenboogstedenprogramma en over de verbinding met Veilige Steden: neem contact op met een van onze experts.