Verbinding Wmo en Participatiewet: hoe gaat het eigenlijk?

artikel - 30 mei 2016

De helft van de kwetsbare mensen die met de Participatiewet te maken heeft, heeft ook andere vormen van ondersteuning nodig. Meer verbinding tussen de Wmo en de Partipatiewet ligt dus voor de hand, betogen Marjet van Houten en Charlotte Hanzon van Movisie.

Hoe doen gemeenten het in dit opzicht?

Marjet: ‘We zien een wisselend beeld. Je hebt gemeenten die nu de eerste stappen maken en die verbinding tot stand brengen. Maar ze moeten allerlei hobbels nemen. De Participatiewet kent zoveel regels en verplichtingen dat het niet gemakkelijk is om die verbinding te maken. Recent onderzoek laat zien dat gemeenten vooral bezig zijn met het organiseren van zorg voor burgers. Meedoen staat niet hoog op het prioriteitenlijstje. Terwijl dat vaak wel onderdeel is van de oplossing.’

Houden wijkteams zich bezig met werk?

Charlotte: ‘Voor gemeenten zijn de sociale wijkteams een belangrijk aandachtspunt. Toch zien we dat werk of dagbesteding niet op het netvlies staat. Sterker nog: er zijn nu minder wijkteams waar een medewerker van de Dienst Werk en Inkomen in zit dan een jaar terug. Dat blijkt uit een peiling van Movisie in 2014 en 2015. Slechts elf procent van de gemeenten noemt vergroting van de participatie een doel voor haar wijkteam.’

Bent u benieuwd naar de cijfers rondom Werk en Inkomen in sociale wijkteams? We hebben ze onderaan dit artikel voor u op een rijtje gezet. 

Wat valt jullie op?

Marjet: ‘Gemeenten hebben te maken met de Participatiewet die mensen ondersteunt naar werk en participatie. Maar er is ook dagbesteding en die valt onder de Wmo. In het ene geval heeft de deelnemer wel inkomen, in het andere geval niet. Nu beide regelingen onder de gemeentelijke paraplu vallen, worden de verschillen zichtbaar. In de bijeenkomsten die wij organiseren ‘Transitiearena arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk’ horen we dat er vaak mensen naast elkaar aan de slag zijn op dezelfde plek, vanuit verschillende regelingen. De een krijgt salaris, voor de ander wordt betaald om er te mogen zijn in het kader van dagbesteding. Dat is natuurlijk niet uit te leggen.’


Charlotte Hanzon (links) en Marjet van Houten (rechts)

Zien jullie vernieuwende trends?

Charlotte: ‘Zeker! Je ziet projecten die worden opgezet zonder dat gemeenten hierop sturen en waarbij verschillende groepen samen gebruik maken van voorzieningen. Er worden nieuwe slimme combinaties gemaakt met verschillende groepen burgers. Mooie voorbeelden zijn de Voedseltuin in Rotterdam, waar alle Rotterdammers kunnen meewerken op de tuin. Of De Kroon in Den Bosch waar mensen met een verstandelijke beperking ROC-studenten ontmoeten. Meer van deze voorbeelden staan in de publicatie van Movisie Vernieuwing in dagbesteding: 45 projecten.

Wat doet Movisie voor gemeenten?

Charlotte: ‘Movisie kan gemeenten helpen om in kaart te brengen waar verbinding mogelijk is, wat dat op kan leveren en wat daarvoor nodig is. Hierbij stellen we altijd het individu centraal, waardoor een totaalbeeld ontstaat van wat iemand nodig heeft om te kunnen participeren in de samenleving. We kijken naar alle gebieden: gezondheid, sociale contacten, (betaald) werk, dagbesteding et cetera. Het Participatiewiel van Movisie helpt om het gesprek over de invulling van de samenhang vanuit de burger te voeren.’

Welke aanpak werkt goed?

Marjet: ‘We hebben tal van veranderkundige aanpakken. Eén van de manieren is het werken aan het formuleren van de gewenste outcome. Dit hebben we in Doetinchem gedaan samen met burgers, aanbieders en de gemeente rondom zinvolle daginvulling. We doen dit op verschillende thema’s voor diverse gemeenten. We stellen onze kennis en ervaring graag ten dienste van gemeenten om echte vooruitgang te kunnen boeken.’

Cijfers Werk en Inkomen in sociale wijkteams
Uit de peiling van Movisie in 2015 blijkt 37% van de sociale (wijk)teams een medewerker Dienst Werk en Inkomen als onderdeel van het team te hebben. In 2014 was dit bij 55% van de gemeenten het geval. Bij 50% van de gemeenten voeren de wijkteams wél taken uit op het gebied van werk en inkomen. Teams richten zich op schuldhulpverlening (75%), participatiebevordering (62%) en inkomensvoorziening of toe leiden naar ondersteuning (56%).

In de ondersteuning van (wijk)teams op werk en inkomen richten teams zich vooral op mensen met multiproblematiek en/of een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Bij re-integratie/arbeidsbemiddeling wordt maatwerk geleverd, door passend werk te zoeken voor de cliënt. Het gaat hier dan vooral om vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding.

Slechts in 11% van de gemeenten hebben sociale (wijk)teams participatie als doelstelling. Dit is zeer laag, zeker omdat de Participatiewet sinds 1 januari 2015 van kracht is. Het lijkt erop dat gemeenten de focus leggen op preventie (45%) en het voorkomen van zwaardere zorg (46%).

Reacties

Bij de verbinding(geen) tussen particiatiewet en WMO zie ik een overeenkomst tussen actieve bewoner/vrijwilliger enerzijds en de beroepskrachten anderzijds, namelijk een grote kloof. In plaats van met elkaar in gesprek gaan, wordt er niet verder gegaan. Dit betekent dat mensen die ondersteuning zoeken, van het kastje naar de muur lopen. Zowel vrijwilligers als beroepskrachten zouden handelingsvrijheid moeten krijgen om op projectwerkwijze en door financiering om deze kloof te overbruggen. Hiervoor betaalde professionals inzetten bevordert de continuïteit.

Ik vrees het ergste. Tot nu toe is het me alleen maar tegengevallen. Met zo'n verbinding krijgt de gemeente een soort monopoliepositie op het vlak van de sociale zorg en... kan ze burgers dwingen, bijv. tot deelname. De verbinding waar we op hopen, nl. meer/dieper contact tussen de gemeente, in de gedaante van haar ambtenaren, en de afzonderlijke burgers? Komt niet tot stand! In mijn ervaring? De aafstand is zelfs gróter geworden! Dus... alsjeblieft? Afschaffen? Heel graag. De afgelopen drie jaar heb ik nog nooit zulke bagger meegemaakt!

Reageer op dit artikel

2 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.