Versterk de positie van jongeren en ouders in de jeugdhulp

Ervaringsdeskundigen geven drie bouwstenen
artikel - 21 juli 2014
Versterk de positie van jongeren en ouders in de jeugdhulp

Gemeenten en instellingen krijgen met de invoering van de Jeugdwet de opdracht om de medezeggenschap en positie van ouders en jeugdigen in de jeugdhulp te verstevigen. Een grote groep ouders, jongeren en cliëntenvertegenwoordigers boog zich tijdens het congres Transformeren doe je Samen (16 juni jl.) daarom over de vraag: hoe kan de ervaringskennis van cliënten een gelijkwaardige positie krijgen in de transitie van de jeugdzorg? Samen formuleerden zij drie bouwstenen voor gemeenten, instellingen en cliënten of cliëntenvertegenwoordigers, die bij kunnen dragen aan een gelijkwaardige positie van jongeren en ouders in de jeugdhulp.

1. Het eigen dossier beheren

De jongere en ouder(s) moeten eigenaar worden van hun eigen dossier. Dit betekent dat het dossier niet alleen het perspectief van de hulpverlener bevat, maar ook die van de ouders en het kind of de jongere. Dus als een jongere en/of zijn ouders een andere aanpak voorstelt voor het zorgplan, dan wordt dit vermeld in het dossier. Ook moet het dossier daadwerkelijk in beheer komen van de jongere en zijn ouder(s).  Op dit moment is er al veel mogelijk rondom het beheren van het eigen dossier, bijvoorbeeld via tools als www.samen1plan.nl. Maar in deze sessie (met actieve belangenbehartigers en goed geïnformeerde ouders en jongeren) blijken de richtlijnen voor eigen beheer amper bekend. Dit geldt hoogstwaarschijnlijk voor de meeste ouders en jongeren. Het is dus van groot belang dat dit recht ook wettelijk vastgelegd wordt en dat er meer informatie komt over de rechten die je als ouder en jongere hebt.

2. Rol opeisen in gesprekken met gemeente of instelling

Cliënten en cliëntenraden moeten duidelijker een rol opeisen bij structurele samenwerking op lokaal en regionaal niveau. Dat betekent niet alleen blij zijn als je gevraagd wordt om mee te denken of over je ervaring te vertellen, maar ook duidelijk aangeven onder welke voorwaarden je met een gemeente of instelling in gesprek wil. Dat geldt voor de thema’s die besproken worden en de vorm, maar bijvoorbeeld ook de tijd en de locatie waar dit gesprek plaatsvindt. Nu wordt de kracht en creativiteit van jongeren vaak platgeslagen door de vorm waarin hun participatie georganiseerd wordt: in vergadersessies en inspraakavonden. Vaak moeten jongeren ook nog bijbaantjes afzeggen of toestemming op school vragen om hierbij aanwezig kunnen zijn. Als jongeren en ouders duidelijker voorwaarden stellen aan de uitwisseling én de follow-up, komt de regie ook echt bij hen te liggen.

3. Echt in gesprek gaan met ouders en jongeren

Het lijkt zo logisch dat gemeenten ook daadwerkelijk het gesprek met ouders en jongeren zélf aangaan, om goed passend beleid te maken dat echt aansluit bij de eigen kracht van ouders en jongeren. Maar uit onderzoek en ook in deze sessie blijkt keer op keer dat het aantal gemeenten dat cliëntenparticipatie en dialoog hoog op de prioriteitenlijst zet en actief vorm geeft, bedroevend laag is. Er zijn bij gemeenten vaak veel overwegingen om jongeren en ouders maar niet van te voren te betrekken bij beleidsvorming: angst om ze te overvragen, het idee dat beleid te abstract en dat processen te bureaucratisch zijn. Beleidsmedewerkers geven aan dat écht openstaan voor de dialoog met ouders en jongeren alleen lukt als de gemeente een integrale visie formuleert waarin het belang van ervaringsdeskundigheid wordt erkend. Dan ontstaat de ruimte voor betrokken bestuurders en ambtenaren met lef die gewoon aan de slag gaan en niet teveel afwachten. Een (klein) budget voor initiatieven van jongeren kan ook een grote stimulerende werking hebben op het daadwerkelijk participeren van deze groep

De Jeugdwet: hoe zat het ook alweer?

Gemeenten en instellingen krijgen met de invoering van de Jeugdwet een aantal concrete opdrachten om de medezeggenschap en positie van ouders en jeugdigen in de jeugdhulp te verstevigen. In de Wet staat bijvoorbeeld dat:

  • het van belang is dat jeugdigen en ouders worden betrokken bij hun eigen ondersteuningsproces en dat daarbij wordt uitgegaan van hun eigen mogelijkheden om regie te voeren over hun leven;
  • er mét ouders en jongeren gesproken moet worden, niet óver hen. De betrokkenheid van ouders en jeugdigen en hun sociale omgeving bij de aanpak is cruciaal. In de wet worden hiervoor verschillende verplichtingen neergelegd bij instellingen die jeugdhulp leveren, bijvoorbeeld het informeren van jeugdigen en ouders over de hulp die zij bieden, het zorgdragen voor een goede klachtenregeling en het organiseren van medezeggenschap in een cliëntenraad;
  • gemeenten rekening moeten houden met de (culturele) achtergrond van jongeren en ouders, dat zij keuzevrijheid moeten bieden in het aanbod van jeugdhulp en dat zij jeugdigen en ouders een rol moeten geven bij de voorbereiding van het beleid rond jeugdhulp en rondom informatie, toestemming, dossiervorming en privacy.

Bron: artikelen 2.3, 2.9 en de paragrafen 4.3 en 7.3 van het wetsvoorstel.

 

Reacties

Reageer op dit artikel

2 + 8 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.