Het vertrouwen in de eigen kracht van mensen

25 februari 2013

Het nieuwe kabinet zet de decentralisaties in het sociale domein voort. Ze moeten ertoe bijdragen dat mensen beter en meer op maat ondersteund worden en dat ze hun eigen kracht en sociale netwerk meer in gaan zetten. Wat betekent dit voor gemeenten en professionals?

Adviseurs van MOVISIE aan het woord.

Kabinet leunt op eigen kracht burger

Het kabinet heeft veel aandacht voor de eigen kracht, zelfsturing, zelfredzaamheid en sociale netwerken van mensen. Zo werd op 7 februari 2013 bekend dat staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid overeenstemming heeft bereikt met ondernemers in de zorg en cliëntenorganisaties over de reorganisatie van de langdurige zorg, die nu nog onder de AWBZ valt. Alleen voor hulp die de naaste omgeving niet zelf kan verlenen, vergoedt de overheid nog professionele zorg. Van Rijn wil met de plannen drie miljard euro besparen. Hoe realistisch dat is, blijft vooralsnog onduidelijk. Els Hofman zegt, in een artikel in het Nederlands Dagblad: ‘de exacte besparing die bij de samenleving te halen is, is koffiedik kijken.’ ('Bedrag besparing door burenzorg nog ongewis'. Nederlands Dagblad, 08-02-2013).

Waarschuwing: zelfredzaamheid kent ook grenzen

Zelfredzaamheid kent grenzen. Daar wordt al sinds de komst van de Wmo in 2007 vanuit diverse hoeken op gewezen. Marjet van Houten: 'Ook burgers willen meer zelfredzaamheid, maar dat heeft ook een keerzijde. Niet iedereen heeft een eigen netwerk en niet iedereen is in staat om die eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het is een proces waarin je voorzichtig te werk moet gaan.' Aletta Winsemius vult aan: 'Ik zie bij beleidsmakers en politici ongelooflijk optimisme over burgerkracht en zelfredzaamheid. Daar wordt alles van verwacht. Er is weinig oog voor dat wat nu al heel veel gedaan wordt door vrijwilligers en mantelzorgers. Dit wordt vaker tegen de overheid gezegd, maar op de één of andere manier wil het niet doordringen. Er is een mateloos vertrouwen in de eigen kracht van mensen.'

Geldkraan niet te vroeg dichtdraaien

Marjet van Houten begrijpt wel waar dat vandaan komt. 'Burgers zijn zelf gaan aangeven dat ze meer zeggenschap willen. Beleidsmakers zijn daar gretig op in gesprongen. Vervolgens zie je een tegenreactie vanuit professionals. Ze zien de geldkraan dicht gaan zonder dat helder is hoe en wat er anders kan, ze schrikken ervan wat dit concreet betekent. Ze hebben ook het gevoel dat het nu opgelegd wordt vanuit het beleid, dat het geen keuze meer is maar een plicht. Het lijkt een voorschrift in plaats van een andere manier van werken.' Aletta Winsemius: 'Gemeenten en professionals zouden dit niet moeten opleggen, maar beginnen met goed te luisteren naar burgers. Waar zit de eigen kracht? En wat gebeurt er al?' Marjet van Houten knikt. 'Zo voorkom je dat er twee werelden ontstaan: de wereld van beleidsmakers die het systeem willen veranderen en de wereld van burgers die al lang allerlei activiteiten ondernemen.'

Inzet wijkteams

Voor het dichter bij elkaar brengen van vraag en aanbod kiezen veel gemeenten voor het werken met wijkteams. Ze ontstaan vanuit de gedachte dat het voor hulpvragers beter is om de hulpverlening dichtbij huis te organiseren, op een vraaggerichte manier. Maar momenteel ontstaan wijkteams op tal van deelproblemen. Bijvoorbeeld rond thema’s als vroegtijdig schoolverlaten, jeugd, opsporing, armoede, meervoudige problematiek, het bevorderen van de participatie van eenoudergezinnen, signalering van seksueel geweld. Marjet van Houten: 'Het valt mij op dat die teams nog steeds aanbodgericht werken. Zo ontstaat nieuwe fragmentatie en verkokering. De wijkteams gaan ieder voor zich de doelgroep opzoeken in plaats van dat ze vraaggestuurd gaan werken. Als gemeenten geen regie voeren op die wijkteams ontstaat er wildgroei.'

Aandachtspunt: betrek actieve burgers

Aletta Winsemius: 'Het valt mij ook op dat wijkteams zelf nog weinig oog hebben voor actieve burgers, voor vrijwilligersorganisaties en ervaringsdeskundigen. Ook dat is iets waar je als gemeente op kan sturen. Ga je met een wijkgerichte aanpak aan de slag? Zorg dat er vanaf het begin ook vrijwilligersorganisaties bij betrokken zijn. Luister naar wat actieve burgers signaleren en willen in hun buurt. De trend is dat we in het sociale domein met minder professionals gaan werken, dat we van formeel naar informeel gaan. Dat moet je ook terugzien in de wijkaanpak en in de wijkteams.' Marjet van Houten: 'Als je geen gebruik maakt van vrijwilligers, maak je feitelijk geen gebruik van de kracht van mensen. Terwijl het daar juist allemaal om gaat.'

Zorg voor mentaliteitsverandering

Een andere mogelijke rol voor gemeenten is het tot stand brengen van een mentaliteitsverandering. Mensen moeten ontvankelijk worden om meer voor elkaar te zorgen op wijkniveau. Daarin moet worden geïnvesteerd, dat gaat niet vanzelf. Els Hofman denkt dat mensen hiertoe wel te motiveren zijn. 'Als je zorgbehoevende moeder ver weg woont, ben je blij als haar buren zorg leveren en ook eerder bereid iets voor een hulpbehoevende buurvrouw in je eigen wijk te doen.'