De voordelen van de participatiesamenleving

8 december 2015

‘De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving’. Dit zei koning Willem-Alexander twee jaar geleden in zijn eerste troonrede. Het werden historische woorden: grootscheeps opgepikt door de media, hét woord van het jaar 2013 en inmiddels niet meer weg te denken uit ons collectieve vocabulaire. Aan het eind van 2015 zetten we de voor- en nadelen van de participatiesamenleving op een rijtje en schetsen we een beeld van de toekomst.

De term participatiesamenleving kwam in 2013 niet uit de lucht vallen. Al in 1991 sprak PvdA-leider Wim Kok het PvdA-congres toe met de woorden: ‘Wij zitten nu in een overgangsfase: van een verzorgingsstaat naar een werkzame, naar een participatiesamenleving’. Premier Balkenende noemde het in 2005 en in 2013 lanceerde het kabinet Rutte de participatiesamenleving dus opnieuw via de troonrede. Daarmee is de term al bijna 25 jaar oud. Maar bestaat de participatiesamenleving al niet veel langer, zonder het zo te benoemen? Onze voorouders waren toch ook gewend om voor elkaar te zorgen, in gezins- en familieverband, binnen de gemeenschap en op het niveau van de samenleving? Kijk maar naar organisaties als het Rode Kruis, sinds 1864 actief als vereniging van vrijwillige hulpverleners. Of de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, in 1824 opgericht door verontruste burgers nadat veel mensen waren verdronken in zee. Ook dan al gaat het om burgers die vrijwillig de verantwoordelijkheid nemen om hulp te bieden of levens te redden. De participatiesamenleving is dus echt niet van vandaag of gisteren.

En die participatiesamenleving wordt in 2015 van links tot rechts door de politiek omarmd. Waarom? Omdat het begrip voldoende ruimte biedt om naar eigen politieke kleur in te vullen. De participatiesamenleving zou de vrijheid van burgers bevorderen (rechts), het maatschappelijk middenveld versterken en mensen meer naar elkaar doen omzien (midden) en burgers zouden geprikkeld worden om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de noden om hen heen (links). Grote woorden! Maar wat zijn de voordelen van de participatiesamenleving?

Voordeel #1

Als eerste en in tijden van bezuinigingen misschien wel cruciaal: de participatiesamenleving is goedkoper dan de verzorgingsstaat. Al zullen tegenstanders wellicht aanvoeren dat goedkoop uiteindelijk duurkoop zal zijn.

Een paar cijfers: in 2015 bedragen de totale zorgkosten in Nederland 94 miljard euro. Dat is 15 procent van wat burgers en bedrijven in Nederland samen verdienen; het CPB berekende dat dit in 2040 kan stijgen tot 31 procent. Dat is heel veel geld. Geld dat niet uitgegeven kan worden aan beter onderwijs, onderhoud van wegen of het stimuleren van sport en bewegen. Investeren in een participatiesamenleving die onderling en tegen veel lagere kosten voor elkaar zorgt, lijkt dan een goed alternatief.

'Niemand zit eenzaam achter de geraniums, dat is het credo'

Voordeel #2

Een tweede voordeel is dat in de ideale participatiesamenleving iedereen meedoet, daar waar de verzorgingsstaat juist mensen buiten spel heeft gezet. Wie een ‘vlekje’ had werd goed verzorgd en van een inkomen voorzien om vervolgens achter de geraniums verder te leven. Met eenzaamheid en gevoelens van nutteloosheid als gevolg. In de participatiesamenleving zet iedere burger juist zijn of haar eigen kracht in en doet naar vermogen mee aan de samenleving. Wie een lichamelijke of verstandelijke beperking heeft, ontvangt niet meer automatisch en levenslang een uitkering maar is – met de nodige aanpassingen – actief en doet mee. Ook ouderen blijven zo lang mogelijk actief en wie werkloos is kan gestimuleerd (of gedwongen) worden bij te dragen aan de samenleving. Iedereen draagt bij en niemand zit eenzaam achter de geraniums, dat is het credo.

Voordeel #3

En een derde voordeel is dat het in de ideale participatiesamenleving meer gaat om de ‘leefwereld’ en minder om de ‘systeemwereld’. In de verzorgingsstaat konden burgers relatief eenvoudig een bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen en daarmee gewend raken aan verzorging, maakbaarheid en voorspelbaarheid. Om misbruik tegen te gaan bleken controle en regelgeving noodzakelijk en zo ontstond er een systeemwereld die tot vandaag in de haarvaten van de samenleving aanwezig is. Een wereld van controle, grootschaligheid, formele procedures en bureaucratie. De participatiesamenleving richt zich juist op de leefwereld van echte mensen, op actieve burgers. Het is kleinschaliger, informeler, praktischer en gaat gepaard met meer passie en plezier, zo is de gedachte.

Ook nadelen benoemen

Inmiddels begint de participatiesamenleving invulling te krijgen en worden ook de nadelen zichtbaar. Een voorbeeld. Uitgaan van eigen kracht, zoveel mogelijk zelf doen en meedoen naar vermogen lijken uitstekende uitgangspunten. En burgers zullen ongetwijfeld tot veel meer in staat zijn dan de verzorgingsstaat ooit voor mogelijk hield. Maar we zullen ook moeten accepteren dat sommige kwetsbare mensen – tijdelijk of altijd - helemaal geen familie of ondersteunend netwerk hebben. Gewoon omdat het er niet is, ze het niet kunnen creëren of in stand houden. Professionele zorg en ondersteuning zal dus altijd nodig zijn. Met andere woorden: een bodempje verzorgingsstaat blijft altijd noodzakelijk voor de echt kwetsbaren.

De boel in balans houden

Meer (mantel)zorg en vrijwilligerswerk door burgers betekent ook extra lasten. Welke schouders gaan die lasten dragen? Mannen of vrouwen, werkenden of niet-werkenden, de sterkste schouders of de schouders die toch al bijna bezwijken? Voorvechters van emancipatie wijzen op het gevaar van overbelasting voor vrouwen. Zij zorgen nog steeds meer dan mannen voor de kinderen en het huishouden, verlenen meer mantelzorg en moeten daarnaast ook nog eens economisch zelfstandig worden of blijven. Onder de toenemende druk van de participatiesamenleving zouden zij wel eens kunnen bezwijken.

'De overheid mag in de participatiesamenleving wel iets terugdoen voor de actieve burger'

Een ander, meer fundamenteel nadeel van de participatiesamenleving is dat mensen geen recht meer hebben op zorg. Wie in de verzorgingsstaat dankzij dat recht onafhankelijk en zelfstandig door het leven kon gaan, moet nu weer terugvallen op familie en vrienden, vrijwilligers en liefdadigheid. Dat is geen prettig vooruitzicht voor ouderen of mensen met een beperking die zich volwaardig burger voelden. Door de participatiesamenleving behoren zij opeens weer tot de categorie ’afhankelijken’.

Bekijk ook het verhaal van vrijwilliger Wim die door Movisie meer aandacht heeft voor de klant van de voedselbank (via Powered by Movisie):

De overheid mag in de participatiesamenleving wel iets terugdoen voor de actieve burger. Wie zorgt voor kinderen, dementerende schoonmoeder en eenzame buurman, de buurtbarbecue organiseert, de bibliotheek open en het park groen houdt, mag bijvoorbeeld minder regelgeving van de overheid terugverwachten. Iedereen die wel eens een lokaal evenement heeft georganiseerd weet hoeveel overleg, vergunningen en regels daarvoor nodig zijn en hoe frustrerend dat is. Een overheid die minder regels stelt en zich faciliterend opstelt, zal voor veel burgers een randvoorwaarde zijn om actief te worden. Financiële ondersteuning door de overheid zou ook helpen. Want buurtbewoners kunnen wel met z’n allen het buurthuis draaiend houden, maar iemand moet uiteindelijk wel de huur van het pand betalen.

Verzorgingsstaat versus participatiesamenleving

In het debat van vandaag worden verzorgingsstaat en participatiesamenleving tegenover elkaar gesteld. Beter is het om ze als uiteinden te zien van een continuüm, waarbij noch de ultieme verzorgingsstaat noch de ultieme participatiesamenleving bereikt zal worden: we bevinden ons altijd daar ergens tussenin. Momenteel schuiven we in de richting van de participatiesamenleving en waarschijnlijk zullen we die uiteindelijk - eerst wat ongemakkelijk maar later steeds vanzelfsprekender - accepteren en omarmen. En dat is zowel wenselijk als noodzakelijk. Noodzakelijk omdat de verzorgingsstaat uiteindelijk onbetaalbaar wordt en ten koste gaat van belangrijke zaken als goed onderwijs. En wenselijk omdat de ideale participatiesamenleving echt leidt tot actieve burgers die vanzelfsprekend en naar vermogen bijdragen aan de samenleving. En waarin geen plaats meer is voor vereenzaming of affectieve verwaarlozing. Als de overheid zorgt voor de mensen die echt niet mee kunnen doen en faciliteert waar dat nodig is, en als de lasten goed worden verdeeld, schuiven we naar de goede kant van het continuüm van verzorgingsstaat en participatiesamenleving.

Dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in Podium voor Bioethiek, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Bioethiek