Vrijwilligerswerk 3.0: ICT maakt meedoen mogelijk!

artikel - 15 augustus 2013
Afbeelding bij Vrijwilligerswerk 3.0: ICT maakt meedoen mogelijk!

Vrijwilligers hebben vaak weinig tijd. De meesten willen niet méér doen dan nodig is en zijn wars van organisatorische ballast. Veel van die ballast is te digitaliseren. Door ICT handig in te zetten kun je met minder handen meer werk doen! Hoe doet u dat? Wij laten u enkele voorbeelden zien.

Stel u bent vrijwilliger bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Op ieder moment bent u oproepbaar. 24 uur per dag. U snelt bij oproep binnen 10 minuten naar plaats van calamiteit. Daar aangekomen blijkt dat er al voldoende vrijwilligers zijn. U bent niet nodig en kunt weer naar huis. Dit werkt niet motiverend. Om een onnodig beroep op vrijwilligers te voorkomen werkt de KNRM sinds 2009 met het beschikbaarheidsysteem ASK. Hierdoor hebben de schippers van de 70 KNRM-reddingboten continu inzicht in de bezetting van hun reddingstation.

Het beschikbaarheidsysteem ASK

De vrijwilligers geven hun beschikbaarheid zelf aan het systeem door. ASK berekent vervolgens of er voldoende vrijwilligers zijn om bij een eventuele melding uit te kunnen varen. Is dat niet het geval, dan benadert het systeem opnieuw vrijwilligers. De weerstand die aanvankelijk bij sommigen leefde ‘het hoofdkantoor wil controleren’, sloeg al snel om in ‘het vergemakkelijkt de combinatie van KNRM en mijn privéleven’. Meer informatie? Bekijk een filmpje over ASK in gebruik bij de KNRM op YouTube.

Burenhulpcentrale

Iedereen kent het begrip burenhulp. Even boodschappen doen voor de zieke alleenstaande buurman, meehelpen een kast naar boven sjouwen. Burenhulp gaat niet altijd vanzelf. Soms weten mensen niet wie waarvoor te vragen. Of men wil iets doen maar weet niet wat en voor wie. De Burenhulpcentrale® zorgt er voor dat mensen die iets nodig hebben op een makkelijke manier in contact kunnen komen met mensen uit de buurt die iets voor een ander willen doen. Dit gaat via een slim telefoonsysteem dat automatisch (geografisch) mensen aan elkaar koppelt en een website. De Burenhulpcentrale is geen losstaand iets. Het systeem werkt goed in situaties waar al een fysiek lokaal netwerk is van (vrijwilligers)organisaties rondom zorg en welzijn. De Burenhulpcentrale vormt daarmee een goede aanvulling op het bestaande aanbod van informele hulp dat er al is. Juist de verbinding van de Burenhulpcentrale met een bestaande lokaal netwerk is in de praktijk een krachtige combinatie.

Digitale matching

De laatste jaren zijn allerlei online marktplaatsen opgekomen waar vraag en aanbod elkaar kunnen vinden. De kerngedachte achter de websites is steeds eenvoudig: de een heeft iets in de aanbieding, de ander is naar iets op zoek en we kunnen beide eenvoudig aan elkaar koppelen via een online platform. Wat gebeurt er zoal op dit terrein van digitale matching? Wat weten we over de resultaten van deze websites? Lees voor meer informatie de leaflet De mogelijkheden van internet bij Buurthulp.

Digitale Buurtschouw

Met een buurtschouw kunnen bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden de gemeente en andere professionals vertellen hoe zij hun woonomgeving beleven. Via speciale apps (applicatieprogramma op bijvoorbeeld je telefoon) kunnen mensen dit nu ook digitaal doen. Ze krijgen ook direct informatie over wat er met hun melding is gedaan. Bijna de helft van de gemeenten is bij het buurtschouw systeem aangesloten. Succesfactoren zijn de effectiviteit en laagdrempeligheid van het systeem, dat maakt het aantrekkelijk en gemakkelijk om mee te doen. De digitale betrokkenheid leidt uiteindelijk ook tot meer fysieke betrokkenheid. Meer informatie is te vinden op verbeterdebuurt.nl.

ICT voorkomt dat organisaties onnodig een beroep op vrijwilligers doen en neemt organisatorische ballast uit handen

Geleerde lessen

Wat kunnen we leren uit beschreven voorbeelden? Ten eerste dat ICT voorkomt dat organisaties onnodig een beroep op vrijwilligers doen. De vrijwilligers vormen als het ware slapende netwerken die alleen in actie (hoeven) komen bij calamiteit of vraag. Daarna gaan ze weer ‘slapen’. Dit betekent dat vrijwilligers zich optimaal benut voelen. Dit sluit aan bij de wens van hedendaagse vrijwilligers die niet méér willen doen dan nodig. Daarnaast neemt ICT u een deel van de organisatorische ballast uit handen. Hierdoor blijft er tijd en ruimte over voor andere (vrijwilligers)werkzaamheden. Meedoen is laagdrempelig. Dit vergroot de betrokkenheid van vrijwilligers. En doordat ICT online contact vergemakkelijkt, neemt de kans dat mensen elkaar ook offline vinden flink toe.

Wat kunt u doen?

Ga in gesprek met uw vrijwilligers of andere betrokkenen. Wat zou hun werk makkelijker maken? Hoe kunt u mensen (nog) beter faciliteren? Streef ernaar om meedoen maximaal mogelijk te maken. Neem eventuele drempels weg die meedoen in de weg staan. Probeer naast traditionele media ook sociale media en ICT in te zetten. Maak bijvoorbeeld een facebookpagina voor uw organisatie en zet hier vragen of bijvoorbeeld uitnodigingen voor bijeenkomsten op. Of maak gebruik van de gratis software in googledocs. Er is vast iemand in uw omgeving of organisatie die meer dan anderen weet over ICT erover mee wil denken hoe u ICT zinvol in kunt zetten.

Wat betekent 1.0, 2.0 en 3.0?

De termen 1.0, 2.0 en 3.0 geven inzicht in de mate van communicatie over en weer, de mate van controle en de mate van inzet van ICT:

  • 1.0 kent een zender een ontvanger. Bijvoorbeeld: u maakt een rooster waarop staat wie wanneer wat moet doen en stuurt dit op naar uw vrijwilligers.
  • 2.0 kent meer communicatie over en weer: de ontvanger praat terug. U vraagt bijvoorbeeld aan vrijwilligers zich zelf in te tekenen op een rooster. Dit kunt u online of face to face doen. U hebt controle op wie u iets vraagt en wie kan reageren. Mensen die zich intekenen zien echter niet direct van elkaar wie wanneer wat doet. U moet het rooster daarom misschien nog een paar keer heen en weer mailen.
  • 3.0 houdt in dat u het rooster breed onder vrijwilligers uitzet. U vraagt aan vrijwilligers om zich in te tekenen. U doet dit in een systeem waarin mensen direct kunnen zien waar de andere vrijwilligers zich op hebben ingetekend. Met deze aanpak geeft u mensen de kans op elkaar te reageren. Hiermee vergroot u de eigen ruimte en de kans op een door een ieder gedragen rooster. Aanvankelijk hebt u minder controle maar door een beroep te doen op het zelforganiserend vermogen van mensen komt u toch tot een maximaal resultaat.

Dit artikel is een nieuwere versie van een eerder in Vakwerk, tijdschrift voor vrijwilligerswerk (3/2012) geplaatst stuk.

Reacties

Reageer op dit artikel

7 + 5 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.