Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip

artikel - 27 mei 2013
Afbeelding bij Vrijwilligerswerk is geen containerbegrip

De veranderende politieke en maatschappelijke verhoudingen resulteren in minder overheid en meer burger. Door de terugtredende overheid ontstaat er meer ruimte voor burgerinitiatieven. Groepen burgers die met elkaar allerlei initiatieven en voorzieningen opzetten en in stand houden. We spreken daarbij van burgerparticipatie, actief burgerschap, burgerinitiatieven, doe-democratie en tegenprestatie naar vermogen. Zijn dit allemaal nieuwe vormen van vrijwilligerswerk?

Genoemde burgerinitiatieven vinden plaats op allerlei terreinen: in de zorg, de sociale zekerheid, wijkvoorzieningen, de kinderopvang, voedselverstrekking, energielevering en nog veel meer.

Vrijwilligerswerk van vroeger

Dat burgers zelf initiatief nemen is niet nieuw. Ook in het verleden hebben burgers initiatief genomen en zich verenigd rond charitatieve doelen, belangenbehartiging of ontspanningsactiviteiten. Dit gebeurde vanuit de eigen motivatie om de samenleving vooruit te helpen zonder dat mensen daartoe verplicht of betaald zijn. Het zogenoemde vrijwilligerswerk. De vraag is of de nieuwe vormen van burgerparticipatie tot het vrijwilligerswerk gerekend kunnen worden.

Goede definitie is belangrijk

De discussie over wat vrijwilligerswerk is, is niet nieuw. De veelheid aan verschijningsvormen laat zich niet makkelijk in een definitie vangen, terwijl daar wel behoefte aan is. Bijvoorbeeld vanuit de overheid. Een goede definitie is noodzakelijk voor beleidsvorming en regelgeving rondom vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Het moet duidelijk zijn wie er  gebruik kunnen maken van fiscale voordelen. Een goede omschrijving van vrijwilligerswerk is ook handig voor het doen van onderzoek. Wie wordt er wel  tot het vrijwilligerswerk gerekend en wie niet? Voor bedrijven is het van belang voor hun MVO doelstellingen. Ten slotte vinden ook de vrijwilligersorganisaties zelf het belangrijk of ze gerekend worden tot het vrijwilligerswerk of niet.

Criteria vrijwilligerswerk

Zoals gezegd: het vrijwilligerswerk kent veel verschijningsvormen. Om deze beleidsmatig in te kaderen worden vier criteria gehanteerd: onverplicht, onbetaald, in georganiseerd verband en voor anderen of de samenleving. In een recent artikel van Meijs en Van Baren (2013) proberen deze auteurs aan te tonen dat ook de nieuwe vormen van burgerparticipatie onder de omschrijving van het vrijwilligerswerk te vatten zijn. Zelfs mensen die voor het behoud van hun uitkering ‘verplicht’ een tegenprestatie naar vermogen leveren, kunnen volgens de auteurs tot het vrijwilligerswerk gerekend worden.

Vrijwilligerswerk voorgesteld als continuüm

Om dit aan te tonen wordt het vrijwilligerswerk als continuüm gepresenteerd. De beleidsmatige kaders waarmee het vrijwilligerswerk wordt omschreven, worden voorgesteld als geleide schalen. Dat resulteert in onderstaande matrix:

Criteria alleen niet genoeg

Echter deze voorstelling van zaken is te beperkt en doet geen recht aan al die vrijwilligers die zich vanuit hun intrinsieke motivatie belangeloos inzetten voor de samenleving. Door alleen naar de beleidsmatige criteria te kijken en deze voor te stellen als geleide schalen, wordt het begrip vrijwilligerswerk een containerbegrip. En dat is het zeker niet. Er zijn wel degelijk grenzen aan het vrijwilligerswerk.

Maatschappelijke stage is vrijwilligerswerk, maar waarom?

Bij de introductie van de maatschappelijke stage is er uitgebreid gediscussieerd over de verplichting en beloning (studiepunten) in relatie tot het vrijwilligerswerk door leerlingen. Uiteindelijk zijn twee totaal andere zaken doorslaggevend geweest bij de algemene beoordeling of maatschappelijke stage vrijwilligerswerk is. Dat het een bijdrage levert aan de civil society en dat het plaatsvindt in het kader van kennismaking met het vrijwilligerswerk en het leren wat vrijwilligerswerk inhoudt. Die twee dingen hebben voor velen de doorslag gegeven om maatschappelijke stage onder het vrijwilligerswerk te scharen.

Werknemersvrijwilligerwerk: betaald, maar toch vrijwillig

Het fenomeen ‘werknemersvrijwilligerswerk’, waarbij werknemers met behoud van salaris in de tijd van de baas vrijwilligerswerk doen, is door vrijwilligersorganisaties dankbaar omarmd. Dit heeft de discussie of dit nog wel vrijwilligerswerk is, niet in de weg gestaan. Het feit dat mensen hun salaris doorbetaald krijgen, maakt dat het niet meer onbetaald  is. Uiteindelijk is hier de intrinsieke motivatie van de vrijwilliger om een bijdrage te leveren aan de civil society doorslaggevend. Het feit dat een werknemer ook buiten de gangbare werktijden en er vanuit zichzelf voor kiest, heeft bijgedragen aan de acceptatie als vrijwilligerswerk.

Bijdrage civil society en intrinsieke motivatie belangrijk

Bovenstaande voorbeelden geven aan dat vrijwilligerswerk meer is dan alleen de beleidsmatige kaders. Vooral de bijdrage aan de civil society en de intrinsieke motivatie van mensen om te willen bijdragen aan de civil society zijn criteria die de grenzen van het vrijwilligerswerk bepalen. Veel nieuwe vormen van burgerparticipatie komen voort uit en zijn gericht op de civil society, waardoor ze ook tot vrijwilligerswerk behoren.

Let op: niet alles is vrijwilligerswerk

De grootste twijfel zit bij de tegenprestatie naar vermogen. Ook wanneer het werk in dienst is of ten goede komt aan de civil society, blijft het belangrijk dat de persoon vanuit zichzelf gemotiveerd is om die bijdragen te leveren. Als het niet de eigen keuze is, wordt het werk ervaren als een opdracht waartegenover een betaling staat. De persoon zal dit zelf zo ervaren en zich ook niet als vrijwilliger zien. Niet alles valt onder vrijwilligerswerk: er zijn wel degelijk grenzen. We moeten van vrijwilligerswerk daarom geen containerbegrip maken, maar de nuance blijven zien.

Dit artikel is een reactie op het artikel van Lucas Meijs & Eva van Baren: Vrijwilligerswerk is nog steeds een modern begrip / L. Meijs, E. van Baren. - In: Tijdschrift voor sociale vraagstukken ; Jrg. 1 nr. 1  (2013), p.40-41

Reacties

Putnam voorziet jullie met zijn bidging/bonding capital wellicht van gepaste repliek.

En dus, Helga, gebruik je juist al die criteria wél. Want de mate van vrijwilligheid heeft wel degelijk ook iets te maken met zelfopoffering en belangeloosheid. Het is ongeveer de discussie over de onbaatzuchtige daad en of deze wel echt bestaat. Pas wanneer je volledig en ontegenzeggelijk zou beweren dat onbaatzuchtig niet, in meer of mindere mate, bestaat, moet je een onkostenvergoeding en een verrijking uit deze tabel laten. Anders hoort deze er juist wel in. Zo heb ik ooit mensen ontmoet die op Utrecht Centraal aan daklozen soep uitdeelden. Dat deden zij volledig in eigen tijd, vanuit een intrinsieke motivatie om anderen te helpen. Ze kregen er niks anders voor dan de dankbaarheid van de mensen, en soms dat niet eens. De soep, kommetjes, lepels en anderen noodzakelijkheden betaalden zij zelf (zonder dat ze daar een vergoeding voor kregen). Ergo: zij investeerden niet alleen tijd, maar ook hun eigen geld. Dat zegt toch minimaal IETS in relatie tot mensen die wel de tijd investeren, maar al hun onkosten vergoed krijgen? Let wel: daarmee zeg ik niks negatiefs over de mensen die wél een onkostenvergoeding krijgen. Maar dit slechts ter illustratie.

Wat ik mis in dit artikel is wat vrijwilligerswerk betekent voor verschillende culturen. Vrijwilligerswerk zoals hier omschreven is benaderd vanuit de Westerse cultuur. Nederland is een multiculture samenleving, dus het zou goed zijn als andere concepten ook in acht worden genomen.

Nog een paar opmerkingen over het tabel. Het vergoeden van onkosten is geen beloning! Mate van beloning zou niet in de criteria moeten worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor mate van eigen belang. De motivatie waarom mensen zich vrijwillig inzetten is divers. En je zou kunnen zeggen dat mensen die zich inzetten voor de samenleving daar iets voor terug krijgen (bijvoorbeeld ontwikkelings mogelijkheden - wat voor eigen belang is).

Reageer op dit artikel

3 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.