Vrijwilligerswerk in een vergrijzende samenleving

6 interessante trends uit Engels onderzoek
artikel - 13 augustus 2014
Vrijwilligerswerk in een vergrijzende samenleving

De Commission on Voluntary Sector & Ageing heeft bekeken hoe de Engelse maatschappij zich de komende twintig jaar zal ontwikkelen en hoe de vrijwilligerswerksector het best kan reageren op de vergrijzende samenleving. Er zijn natuurlijk verschillen tussen de Nederlandse en Engelse samenleving en het vrijwilligerswerk in beide landen, maar er zijn ook genoeg overeenkomsten. Hoe relevant zijn de Engelse trends in de Nederlandse context?

Het door de commissie uitgebrachte strategische advies bestaat uit twee delen. Population Ageing & the Voluntary Sector bevat achtergrondinformatie over huidige en toekomstige trends en doet voorspellingen voor over 10 en 20 jaar. Het tweede document Age of opportunity geeft voor zes thema’s alternatieve scenario’s. Deze scenario’s zijn bedoeld als uitgangspunten voor discussies over de implicaties binnen zowel organisaties als de sector als geheel. We vatten zes trends voor u samen en gaan na in hoeverre ze van toepassing zijn op de Nederlandse situatie:

1. Toenemende professionalisering leidt tot hogere kosten voor begeleiding van vrijwilligers en meer betaalde medewerkers in vrijwilligersorganisaties.

Ook in Nederland lijkt deze trend te bestaan. Vanuit het beleid (o.a. rondom de nieuwe Wmo en de participatiesamenleving) zijn de verwachtingen die de overheid heeft van burgers op het gebied van vrijwillige inzet hoger dan ooit. Daarom is het van groot belang dat vrijwilligerswerk professioneel georganiseerd wordt en zal er in de toekomst waarschijnlijk meer geld nodig zijn voor goede coördinatie, begeleiding en ondersteuning. Hierop bezuinigen lijkt in elk geval onverantwoord.

2. Vrijwilligers verwachten in toenemende mate iets terug te krijgen voor hun inzet.

Bijvoorbeeld de mogelijkheid om competenties en vaardigheden te ontwikkelen. De keerzijde hiervan is dat vrijwilligersorganisaties steeds meer moeite zullen hebben om vrijwilligers te vinden voor regulier langdurig vrijwilligerswerk, waarbij geen of weinig vaardigheden worden ontwikkeld. Een ontwikkeling die we ook in Nederland terug zien. Coördinatoren en begeleiders die oog hebben voor de behoefte aan persoonlijke ontwikkeling en wederkerigheid en die steeds naar passende mogelijkheden zoeken, spelen hierbij een belangrijke rol.

3. Het aantal ouderen stijgt, maar door langer doorwerken en zorgverplichtingen hebben ze gemiddeld minder tijd hebben om zich als vrijwilliger in te zetten.

Deze ontwikkeling vindt ook in Nederland plaats. Maar door de flinke toename van het aantal ouderen in onze samenleving, is de inschatting dat het totale aantal uren dat ouderen aan vrijwillige inzet besteden iets zal toenemen.

4. Vrijwilligerswerk vindt steeds meer online en via peer networks plaats.

Daardoor is het minder plaatsgebonden en toegankelijker voor bijvoorbeeld fysiek gehandicapten. Deze ontwikkeling lijkt zich ook in Nederland te voltrekken. De online platforms die mensen met een hulpvraag koppelen aan mensen die hulp willen verlenen, buitelen over elkaar heen. De vraag is nog wel hoeveel ‘matches’ er daadwerkelijk online gemaakt worden en of daarmee vrijwilligerswerk steeds meer online plaatsvindt. Uit de huidige ervaringen met bijvoorbeeld BUUV blijkt dat de meeste matches toch offline tot stand komen. Bijvoorbeeld met tussenkomst van een coördinator of tijdens een bijeenkomst. Vrijwilligerswerk is en blijft toch mensenwerk, waarbij websites als ondersteunend hulpmiddel kunnen fungeren. Aan de andere kant zie je in Nederland het gebruik van technische mogelijkheden rondom bijvoorbeeld beeldbellen (skypen) snel toenemen. Vrijwilligerswerk op basis van beeldbeltechniek, bijvoorbeeld om een aantal keer per week ‘koffie drinken’ via skype met een alleenwonende oudere, is waarschijnlijk kansrijk in de toekomst.

5. De vrijwilligerswerksector gaat meer zorggerelateerde dienstverlening aanbieden.

Vanwege de vergrijzing is er meer behoefte aan ondersteuning, die niet compleet opgevangen kan worden vanuit mantelzorg. Ook dit speelt uiteraard in Nederland. Er zijn echter wel wat kanttekeningen bij te plaatsen. We worden weliswaar ouder, maar we zijn over het algemeen ook gezonder en langer in staat ons eigen leven te organiseren. Dat heeft te maken met het feit dat onder ouderen meer hoger opgeleid en draagkrachtige mensen zijn. De vraag is dus hoe groot de toename zal zijn van ouderen die gebruik willen maken van een georganiseerd zorgvrijwilligerswerk. Meer ouderen zullen bijvoorbeeld zelf diensten inkopen, om te voorkomen dat ze afhankelijk worden van een vrijwilliger. Autonomie staat voor veel ouderen voorop. Tot slot speelt bij deze trend de vraag of je als organisatie of sector wel meer zorggerelateerd vrijwilligerswerk kúnt organiseren. Je bent hiervoor natuurlijk afhankelijk van mensen die deze taken op vrijwillige basis op zich willen nemen. Zijn zij daar eigenlijk wel toe bereid?

6. Er is meer behoefte aan maatwerk in plaats van standaardregelingen.

Ouderen hebben meer ondersteuning nodig bij het maken van keuzes voor zorg uit een gecompliceerder aanbod. Vrijwilligers(organisaties) kunnen daarbij helpen. Ook in Nederland is er met de nieuwe Wmo meer aandacht voor cliëntondersteuning. Vrijwilligers kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Zij kunnen bijvoorbeeld ondersteunen als vrijwillige ouderenadviseur. Deze adviseurs zijn al via ouderenbonden actief het worden er snel meer. Hier ligt een mooie uitdaging voor gemeenten om dit goed vorm te geven.     

Verschillende scenario's

In het rapport Population Ageing & the Voluntary Sector staan nog veel meer trends en ontwikkelingen. Daarnaast biedt het tweede deel van het rapport Age of opportunity positieve en negatieve scenario’s op basis van deze trends. In het positieve scenario blijft het aanbod van vrijwilligers groeien: ouderen leven langer en gezonder en de babyboomers hebben na hun pensioen veel tijd en zin om zich als vrijwilliger in te zetten. Het negatieve scenario legt de nadruk op de toenemende vraag naar zorg als gevolg van de vergrijzing, waardoor steeds meer vrijwilligers nodig zijn. De babyboomers werken langer door, moeten meer aan mantelzorg doen of willen juisten ‘van het leven gaan genieten', door lange reizen te maken. Jongeren zijn te individualistisch om zich aan te sluiten bij de (traditioneel) georganiseerde vormen van vrijwillige inzet. Kortom: het aantal vrijwilligers neemt juist af.

Maar welk van deze scenario’s ligt het meest voor de hand ligt in Nederland? Die vraag is moeilijk te beantwoorden en waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden. Het aanbod van vrijwilligers is, ondanks allerlei maatschappelijke veranderingen, al jaren stabiel en dit zal in de toekomst naar verwachting niet ineens snel toe- of afnemen. En, zoals gezegd, het is onduidelijk of de behoefte aan vrijwilligerswerk in de zorg sterk zal toenemen, omdat de financiële situatie van ouderen verbeterd is en zij zoveel mogelijk hun autonomie willen behouden. In het verlengde daarvan ligt een trend in Nederland richting meer zelforganisatie. Ouderen willen steeds meer zelf vorm geven hoe zij ouder worden, en nemen daarbij het heft in eigen hand. Bijvoorbeeld door (zorg-)coöperaties en ‘stadsdorpen’ op te richten, of gezamenlijk groepswoonvormen te ontwikkelen. Bij deze initiatieven speelt onderlinge hulpverlening vaak een belangrijke rol, aangevuld met professionele hulpverlening waarvoor betaald wordt. Deze trend zou er wel eens voor kunnen zorgen dat het meevalt met de gevreesde grote toename van het beroep op georganiseerd vrijwilligerswerk in ondersteuning en zorg.

 

Reacties

Beste Herman

We hebben ons in dit artikel geconcentreerd op de naar ons inziens belangrijkste trends met betrekking tot vrijwilligerswerk en vergrijzing. Het oorspronkelijke engelstalige onderzoek besteed nog veel meer aandacht aan nog veel meer trends. Hier en daar wordt ook aandacht besteed aan jongeren (Zie bijvoorbeeld vanaf pagina 69). Vanwege de invalshoek van het rapport, vrijwilligerswerk en vergrijzing, gaat echter het overgrote deel van de inhoud over vrijwilligerswerk door en voor ouderen.

Wanneer je op zoek bent naar informatie over jongeren en vrijwilligerswerk, vind je op deze site bijvoorbeeld het proefschrift Me, myself and my community via: https://www.movisie.nl/publicaties/me-myself-and-my-community

Het valt mij op dat het artikel voornamelijk vrijwilligerswerk koppelt aan ouderen. Er wordt ook heel veel vrijwilligerswerk met jongeren gedaan: denk aan de sport, de kerk en bijv. scouting. Maar ook op (basis) scholen worden steeds meer vrijwilligers gevraagd. Hoe verhoudt zich de ontwikkeling ten aanzien van de inzet van vrijwilligers voor deze doelgroepen met die van de hulp voor de ouderen? Heeft het onderzoek daar ook naar gekeken?

Reageer op dit artikel

6 + 1 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.