Een waakvlam voor psychisch kwetsbare mensen

Online rondetafelgesprek

12 november 2020

Dit is wat psychisch kwetsbare mensen nodig hebben: een betrouwbare ondersteuner in de wijk met een zogenoemde waakvlamfunctie. Maar hoe richt je zoiets in?

Waarom is een waakvlamfunctie belangrijk?

Emmylou: ‘Omdat psychisch kwetsbare mensen niet altijd goed voor zichzelf kunnen zorgen. Soms is het ingewikkeld om de juiste hulpvraag te stellen of bij het juiste loket te belanden. Denk aan een huishouden waarbij de politie op een dag op de stoep staat vanwege geweld of ernstige vervuiling. De bewoners hebben allerlei problemen: psychische problematiek, schulden, een licht verstandelijke beperking. Vaak ziet de omgeving een escalatie aankomen. En als het is geëscaleerd, wordt er gelukkig vaak een oplossing gevonden. Maar liever wil je zo’n escalatie voorkomen. Stel dat er een vertrouwenwekkend persoon is bij wie je terecht kan?’

Is een waakvlamfunctie een persoon?

Pieter: ‘Dat is inderdaad de vraag. Het kan ook een functie zijn. Mijn indruk is dat allerlei mensen in de wijk al stukjes van de waakvlamfunctie vervullen. Woningcorporaties krijgen veel signalen. Vanuit Aedes benadrukken wij: benut als gemeente en zorg- en welzijnsinstellingen die signaalfunctie van corporaties. Zorg dat een signaal niet blijft hangen maar ergens terechtkomt.’

Wie is wie?

Emmylou Aben houdt zich als zelfstandig adviseur bezig met onderzoek en advies naar vraagstukken in het publieke domein. Ze deed met Andersson Elffers Felix onderzoek voor AEDES naar de zorg en ondersteuning voor kwetsbare bewoners in corporatiebezit. Pieter Schipper werkt als belangenbehartiger bij de landelijke branchevereniging van woningcorporaties Aedes, portefeuille wonen en zorg. Hilde van Xanten en Frank Zaadnoordijk werken allebei als senior adviseur bij Movisie en zijn betrokken bij sociale wijkteams en ggz.

Hoe kan je zo’n waakvlam inrichten?

Hilde: ‘Vertrouwen is het sleutelwoord. Zonder vertrouwen kan er geen sprake zijn van contact. De waakvlamfunctie kan dus ook door iemand uit het informele circuit worden vervuld. Het gaat om iemand die naast de persoon gaat staan. Iemand die helpt formuleren wat nodig is en een duwtje in de goede richting geeft. Mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, kunnen vanuit hun ervaringsdeskundigheid belangrijk zijn. Het allerbelangrijkste is dat degene die de waakvlamfunctie vervult, serieus genomen wordt door maatschappelijke organisaties en door de gemeente. Dat er actie wordt ondernomen. Het helpt als het professionele circuit eromheen goed georganiseerd is.’ Emmylou: ‘We moeten ervoor oppassen de waakvlamfunctie te formaliseren. Deze mensen hebben geen behoefte aan een nieuwe diagnose of onderzoek. We zijn als samenleving heel goed in repareren, maar waarom moet er eerst iets stuk? Ik gun mensen een lijntje met een ander, zoals een nylondraad: onzichtbaar, maar heel sterk. De waakvlam is een symbool voor het over je eigen grenzen heen kijken en oog hebben voor mensen in een kwetsbare positie.’

Welke rol ligt er voor de gemeente?

Frank: ‘Voor gemeenten ligt er een grote verantwoordelijkheid om het concept van een ontvangende en welkome wijk in te vullen. Dat kan de gemeente niet alleen, samenwerking is noodzakelijk. Het is een zoektocht naar gedeelde verantwoordelijkheid: wat kun jij doen, wat doen wij, hoe stem je de inzet op elkaar af? Ook inwoners hebben een rol als het gaat om het leefbaar houden van hun eigen wijk.’ Emmylou: ‘In Den Bosch was het handelen op wijk- en beleidsmatig niveau op elkaar afgestemd. Iedereen wist: we doen het voor de inwoners. Ook al heeft iedereen, variërend van bestuurder tot wijkteammedewerker, een andere taak, toch stond de samenwerking centraal. Je hebt elkaar nodig om mensen passend te ondersteunen én om problemen te voorkomen. Als een probleem escaleert, ben je verder van huis. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter.’ Hilde: ‘We zien uit de peilingen van Movisie dat wijkteams veelal met individuele casussen bezig zijn. Ze werken vooral vraaggestuurd. Als er geen vraag gesteld is, wordt er geen actie ondernomen. Vanwege de hoge caseload (werklast) komen deze teams nauwelijks toe aan outreachend werken (contact leggen met de doelgroep). Het is belangrijk dat de gemeente als opdrachtgever van de sociale teams het gesprek aangaat, ook met de woningcorporatie. Hoe kan deze waakvlamfunctie gestalte krijgen?’

'Als je elkaar niet kent, verdraag je minder van elkaar'

Wat kunnen woningcorporaties doen?

Pieter: ‘Een leefbare wijk is een gezamenlijke opgave. De corporatie doet een deel, de gemeente doet een deel, de inwoners doen een deel. Wij zorgen primair voor de woning. We zijn ons bewust van de signalerende taak. Woningcorporaties beseffen al langer dat er een opgave op het sociale vlak ligt. Er is meer dan mensen voorzien van een huis. De roep om weer meer in te zetten op leefbaarheid vindt gehoor. Als het prettig wonen is in de wijk, is dat goed voor de inwoners en daarmee voor de woningcorporatie. Vroeger hielden corporaties zich bezig met wijkaanpak en wijkeconomie. Dat ging ook over mensen mee laten doen in de maatschappij, zich nuttig voelen, het gevoel erbij te horen. Aedes bezint zich momenteel of hier weer meer aandacht voor moet komen.’ Hilde: ‘Mag ik daarop inhaken? Werk is de beste zorg. Dat is een uitspraak die ik ooit in Utrecht hoorde en waar ik veel van heb geleerd. Het gaat erom dat mensen een goede daginvulling hebben en van betekenis kunnen zijn. Dat we aanhaken op hun talenten en kansen. Kansgestuurd werken noemen we dat. Op wijkniveau zien we dat contact niet automatisch tot stand komt. Van het onderzoek naar de situatie in Alphen aan den Rijn leerden we dat contact stimuleren tussen nieuwe buren niet automatisch tot het werk van een professional wordt gerekend. Als je elkaar niet kent, verdraag je veel minder van elkaar. Hier ligt ook een rol voor woningcorporaties: wat kunnen wij eraan doen om iemand zich beter thuis te laten voelen in de wijk?’

Is samenwerking een must?

Frank: ‘Sectoroverstijgend samenwerken is belangrijk. Daarbij is het belangrijk om elkaars taal te leren spreken en te willen leren van elkaar. Daarnaast is er ook nog een ander perspectief belangrijk: dat van de inwoner zelf. In feite is iedereen op enig moment in zijn of haar leven kwetsbaar. Als je ervan uitgaat dat ieder mens gelukkig wil zijn en dat als vertrekpunt gebruikt, kom je tot een ander gesprek. Dat er lijden schuilgaat achter iets wat anderen overlast noemen. Dit lijden kent verschillende uitingsvormen. Zie het als een roep om passende hulp die niet gevonden wordt. Het is belangrijk om scherp te zijn op deze kwetsbaarheid.’ Emmylou: ‘Dat we kwetsbaar zijn, laat de coronacrisis wel zien.’ Hilde: ‘Bij deze mensen gaat het om problematiek die niet gisteren is ontstaan. Ik bedoel: deze mensen worstelen meestal al langer met kwetsbaarheid. Het zijn vaak mensen die alleen wonen en dus aanspraak missen. Ik gun deze mensen die onzichtbare maar sterke steun, de waakvlamfunctie.’