Waar ben je bang voor?

Hoe mediation kan helpen te participeren
artikel - 2 januari 2014
Afbeelding bij Waar ben je bang voor?

De overheid beoogt ‘affectief burgerschap’: zorgzame burgers die door affectieve banden ten behoeve van elkaar in beweging komen. Ook van mensen met een bijstandsuitkering wordt steeds vaker verwacht dat zij zich inzetten voor anderen. Mediation kan daarbij een verrassende bijdrage vormen.

Volgens Amsterdamse sociologen is het de bedoeling van de overheid dat we affectieve burgers worden (1). Onderzoeker Thomas Kampen ondervond dat bij het motiveren van bijstandontvangers om vrijwilligerswerk te doen erkenning van iemands achtergrond een belangrijke voorwaarde is. Het is zelfs de belangrijkste ‘brandstof voor de geluksmachine’ in de activeringsfabriek van bijstandontvangers (Kampen 2013). Mediation kan belangrijke inzichten geven voor het laten ontvlammen van die brandstof. Bij mediation worden problemen tussen twee partijen met een conflict vanuit eigen beweging opgelost. De mediator helpt daarbij als onafhankelijke facilitator. Hij brengt de communicatie weer op gang, begeleidt de gesprekken en benut zo mogelijk kansen die zich tijdens het proces voordoen (2). Mediation is gestoeld op de gedachte dat mensen behoefte hebben aan erkenning, invloed, verbinding, liefde en een gevoel erbij te horen. Pas als we ons erkend voelen en invloed kunnen uitoefenen, voelen we ons betrokken bij anderen. Voor het bevorderen van effectieve onderlinge betrokkenheid, bijvoorbeeld dat bijstandontvangers zich inzetten voor anderen, kunnen we dan ook lessen trekken uit het mediation-proces. Dat zijn ook lessen voor overheden.

Erkenning

‘Jarenlang in de bijstand, vaak zelf ook psychische of fysieke beperkingen, altijd een stigma opgeplakt gekregen. Iedere training is er wel door iemand gehuild. Een veilige sfeer in de groep is dan ook heel belangrijk. Ze hebben erkenning nodig en iedereen kon dan ook alles tegen elkaar zeggen als we samen waren’ (Wapenaar 2013). Zo doet het blad Zorg+Welzijn verslag van een tweejarig proefproject waarbij bijstandontvangers in Spijkenisse zich meerdere dagdelen per week inzetten als vrijwilliger in de respijtzorg, opdat een mantelzorger even vrijaf heeft. Gemeenten als Katwijk en Stadsdeel Amsterdam-West kennen gelijksoortige projecten. Mensen met een uitkering blijven bijvoorbeeld thuis bij een dementerende of gaan op stap met een kind met een beperking. Van de twintig bijstandontvangers die er tweeënhalf jaar geleden in Spijkenisse voor hebben gekozen te starten, is driekwart nog steeds actief als vrijwilliger of doorgestroomd naar betaald werk. In een training oefenden de bijstandontvangers hun vaardigheden in de respijtzorg. Belangrijke onderdelen: erkenning krijgen en hun weerbaarheid en zelfvertrouwen vergroten. Bijstandontvangers voelden dat ze invloed konden uitoefenen op de uitvoering van het vrijwilligerswerk en uiteindelijk ook op hun eigen leefsituatie. Op deze wijze kwam de betrokkenheid bij anderen vanzelf.

Mediation

Hoe gaat dat op zo’n training in Spijkenisse? Onderzoeken en doorvragen zijn cruciaal bij mediation; bij de bijstandontvangers ging dat over wat iemand kan en wil. Eén bijstandontvanger gaf bijvoorbeeld aanvankelijk aan niets te kunnen. Door met haar te onderzoeken wat bij haar past, door samen met haar te kijken naar haar levensverhaal, werd ze zich bewust van wat ze wél kan en wat ze voor een ander kan betekenen. Bij deze mevrouw bleek dat ze goed kan luisteren en doorverwijzen. Zij ging daarom in de vrijwillige respijtzorg meer focussen op het voeren van gesprekken met hulpbehoevenden en hun mantelzorgers. Dit motiveerde haar weer om het vrijwilligerswerk uit te breiden.

De mediator

Om te bereiken dat de bijstandontvangers zich langdurig gemotiveerd gaan inzetten voor de mantelzorgers, is de rol van de trainer en begeleider van de bijstandontvangers essentieel en vergelijkbaar met die van een mediator. Net als de mediator concentreert de trainer zich op het interactieproces: hij helpt de bijstandontvangers eigen beslissingen te nemen. Hij stimuleert tijdens de training de communicatie tussen de bijstandontvangers, laat hen praten over wat belangrijk is en laat hen anders kijken naar hun eigen behoeften en mogelijkheden (bronnen, competenties). Daardoor neemt hun zelfbewustzijn en begrip voor elkaars standpunten toe. Het gaat erom de deelnemers de omslag te laten maken van zwak naar sterk (empowerment), en van op zichzelf betrokken naar meer open naar de ander (recognition) (Brenninkmeijer e.a. 2009, p. 186).

Erkenning

Erkenning is heel belangrijk voor bijstandontvangers die actief worden in de respijtzorg, zoals Kampen ook beschreef. Erkenning zit vaak in kleine dingen, bijvoorbeeld in de aandacht van betrokken professionals of (andere) vrijwilligers. Erkenning betekent ook ‘gezien’ worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om kleine complimentjes of samen koffiedrinken en een gesprekje voeren. Dit vraagt vaak ook om een andere rol van de professionals die de bijstandontvangers begeleiden. Hulpverleners moeten faciliteren en aansluiten bij de kracht en mogelijkheden van de bijstandontvanger. Dat het geven van erkenning belangrijk is, komt ook naar voren in de boodschap van Marshall B. Rosenberg, Amerikaans psycholoog en ontwerper van het model van ‘geweldloze communicatie’ (‘nonviolent communication’), een belangrijke inspiratiebron voor mediation. Zijn model behelst een alternatieve wijze van denken, spreken en gebruik van macht, die behoorlijk verschilt van hoe de meeste mensen dat hebben geleerd. Rosenberg schrijft bijvoorbeeld dat waardering uiten belangrijk is, of het nu gaat om iemand die heeft bijgedragen aan ons welzijn, onze persoonlijke behoeften of aan aangename gevoelens (Rosenberg 2012). Soms kan die waardering worden uitgedrukt door een glimlach of een simpel ‘dankjewel’. Waardering en erkenning geven is niet moeilijk.

Het model van ‘geweldloze communicatie’ is een belangrijke inspiratiebron voor mediation

Volgens Rosenberg gaat het ook om luisteren naar ‘wat zich diep in onszelf en anderen afspeelt, zodat er respect, aandacht en medeleven ontstaat en een wederzijds verlangen om vanuit het hart te geven. Door dat zelf te doen, zal de ander volgen’.
Tijdens de training in Spijkenisse keken de bijstandontvangers ook ‘diep in zichzelf’. Er werden vragen gesteld als ‘Waar ben je bang voor?’ of ‘Hoe kijk je er zelf tegenaan?’ Vervolgens was er de mogelijkheid om te praten over bijvoorbeeld zorgen. Dit waren hoofdzakelijk momenten waarop de bijstandontvangers veel beren op de weg zagen. Zoals geen mogelijkheden zien voor kinderopvang of problemen met vervoer. Zulke vragen lijken voor de hand liggend, maar bleken zelden te worden gesteld. Omdat de bijstandontvangers zich door deze vragen gezien en erkend voelde, was de reactie vaak emotioneel, maar ontstond er ook ruimte om weer verder te gaan.

Weerbaarheid

In de trainingen in Spijkenisse werkten bijstandontvangers aan het vergroten van hun weerbaarheid en zelfvertrouwen en aan het voelen en bewaken van hun grenzen. Dit is van belang om het vrijwilligerswerk vol te houden. Het overschrijden van eigen grenzen of het niet kunnen aangeven van eigen behoeften, is een veelgenoemde reden om vroegtijdig te stoppen met vrijwilligerswerk. Met rollenspelen oefenden ze met non-verbaal aangeven hoe je een lang en moeilijk gesprek met iemand kunt beëindigen of hoe je op een gepaste manier aangeeft dat bepaalde taken niet bij het vrijwilligerswerk horen. Hiermee kregen de bijstandontvangers (weer) het gevoel aan het stuur te zitten en invloed te hebben. Zowel in situaties in de vrijwillige respijtzorg als daarbuiten. De groep werd steeds hechter en men had steun aan elkaar, wat bijdroeg aan een sterkere motivatie en langdurige inzet voor de vrijwillige respijtzorg.

Jolanda Elferink is trainer bijstandontvangers bij Movisie en mediator.

Noten 

  1. Mede getuige de titels van twee recente jaarboeken (2013) van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken: De affectieve burger. Hoe de overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid en Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk.
  2. www.nmi-mediation.nl
     

Literatuur

  • Brenninkmeijer, A.F.M. e.a., Handboek mediation. Den Haag: Sdu, 2009 
  • Kampen, T., Misverstanden over de geluksmachine in de activeringsfabriek, www.socialevraagstukken.nl, 2013
  • Rosenberg, Marshall B., Geweldloze communicatie. Ontwapenend, doeltreffend en verbindend. Rotterdam: Lemniscaat, 2012
  • Wapenaar, J., Na intensieve training: bijstandsgerechtigden geven respijtzorg in Spijkenisse. Zorg+Welzijn, jrg. 19, nr. 5, p. 26-29, 2013

Dit artikel verscheen eerder in Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken Editie 4 - Winter 2013: Sociaal maakt gezond.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 4 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.