De waarde achter de cijfers zichtbaar maken II

Outcome meten van burgerinitiatieven

8 oktober 2021

De meeste burgerinitiatieven ontwikkelen zich niet in een rechte lijn. Hoe krijg je als initiatiefnemer en gemeente dan toch scherp of alle inzet wel bijdraagt aan de beoogde effecten? Met andere woorden: hoe meet je de outcome? Om die vraag draaide het in een webinar over het meten van burgerinitiatieven, dat Movisie op 29 september organiseerde. Dat leverde veel inzichten op, die we in een tweedelige serie behandelen. Dit is het tweede deel van het tweeluik.

Razend interessant vond concern controller Robert Gerritsen van de gemeente Oost Gelre de ontwikkelingen bij de BMV Mariënvelde. Het was bijzonder hoe daar rond 2015 twee bewonersinitiatieven samensmolten: de zorgcorporatie die met vrijwillige inzet iedereen zo lang mogelijk zelfstandig in het dorp liet wonen, en de gloednieuwe Brede Maatschappelijke Voorziening, waar het verenigingsleven onderdak vond. ‘Na het doorknippen van het lintje door de wethouder was ik oprecht benieuwd hoe het verder zou gaan.’

Nog niet uitgekristalliseerd 

Want het was best spannend hoe het allemaal georganiseerd was. Neem alleen al het feit dat de twee betaalde coördinatoren van de zorgcorporatie zelf de indicaties voor maatwerkvoorzieningen af gingen geven. Of, en misschien wel vooral, het feit dat heel veel zaken simpelweg nog niet uitgekristalliseerd waren. ‘Als controller was ik gewend om vooral in cijfers te denken.’ Waarna hij direct benadrukt: ‘Wat overigens niet betekent dat ik de cijfers controléér. To control betekent letterlijk beheersen, realiseren wat voorgenomen is.’

Intensief volgen 

Ook beleidsmedewerker Wmo Carry de Vries wilde de gang van zaken bij de BMV intensief volgen. De beide coördinatoren van de zorgcorporatie, Fleur Wieggers en Ellen Penterman, ervaarden een oprechte interesse en de wil om te leren vanuit de gemeente. Het viertal was het er bij voorbaat over eens dat enkel cijfermatig monitoren de effecten onvoldoende in beeld kon brengen. Hoe vrijwillige inzet preventieve effecten heeft, dat vang je eenvoudigweg niet in cijfers. 

Materiaalman bij de voetbalvereniging 

Penterman vertelt over de jonge man die op de wachtlijst stond voor beschermd wonen. ‘Dat is gelukkig niet doorgegaan, want dan moest hij het dorp uit en was hij een heel eind verderop terecht gekomen. We hebben het zo kunnen organiseren dat hij gewoon bij ons in het dorp woont, met dagbesteding. Hij werkt heel nauwkeurig en is materiaalman bij de voetbalvereniging geworden. Tot volle tevredenheid van de voetballers. Hij heeft nu echt positie gekregen in het dorp, want hij doet het ook voor het eerste elftal, dat op landelijk niveau speelt.’

Reflexieve monitoring

Gerritsen: ‘De preventieve waarde van dit soort voorbeelden wilden we graag zichtbaar maken.’ Waarop De Vries benadrukt dat de insteek niet was om te bezuinigen, maar om te verbeteren. Het tweetal volgde een training bij de VNG over reflexieve monitoring. Gerritsen: ‘Dat is een methode die geschikt is bij dit soort vernieuwende processen, met een pad dat gaandeweg gevonden en bijgesteld moet worden.’

Harde en zachte kant 

Een belangrijk element bij het reflexieve monitoren is dat de harde en de zachte kant op een natuurlijke manier samenvloeien. Twee keer per jaar gaan De Vries en Gerritsen een hele dag naar de BMV toe om te kijken en te luisteren. De monitoringsopzet is daarbij het richtsnoer. Voor een klein deel gaat het dan over cijfers. Veel meer nadruk ligt er op vragen als: Waar heb je als coördinator het verschil kunnen maken en waar blijkt dat uit? Waar wil je meer over leren en waarom? Welke verhalen heb je gedeeld en met wie?

De echte waarde 

De Vries is zeer te spreken over deze aanpak. ‘Er komt zo veel boven water wat je niet van te voren kunt bedenken. En ook als er een andere uitkomst is dan je vooraf bedacht had, dan blijf je dankzij de inzet van deze tool toch bij elkaar.’ Ook Gerritsen is enthousiast. ‘Ellen en Fleur zien de mooie voorbeelden zelf elke dag gebeuren, daardoor blijven ze erin geloven. Het is goed dat wij deze wereld achter de cijfers ook leren kennen. Pas dan zie je de echte waarde van dat deze jongen in het dorp kan blijven wonen.’ 

Relevantere vragen 

Gerritsen voegt eraan toe dat het delen van de verhalen met de gemeenteraad wat hem betreft ook bij de verantwoordingstaken van de BMV hoort. ‘Nu maken wij voor het monitoringsverslag voor de raad nog een vertaalslag naar geschreven woord. Maar de kracht van het persoonlijke verhaal is groter. Wat heeft de BMV opgeleverd voor deze inwoner, en wat was er anders gegaan als de BMV er niet was geweest? De coördinatoren en inwoners zouden hun verhaal wat mij betreft rechtstreeks aan de raad mogen vertellen.’ Sowieso roepen de verhalen vaak relevantere raadsvragen op dan dat cijfers doen. Wat ook helpt, is dat het ritme van verhalen ophalen aansluit op de reguliere verantwoordingscyclus.

Bijvangst

Een andere belangrijke monitoringsvraag die altijd op tafel ligt is die naar bijvangst: wat is er aan onverwachts ontstaan dat extra bijdraagt aan het doel om mensen langer zelfstandig te kunnen laten wonen? Daarbij is volgens Gerritsen monitoren met eyes wide shut nodig. ‘Je moet dus niet meer op zoek gaan naar wat je bevestigd wilt zien. Maar bewust op zoek naar die extra’s. Reflexieve monitoring kan daarbij helpen. Door de gerichte vragen programmeer je jezelf in de open blik.’ Op deze manier monitoren heeft alleen kans van slagen wanneer je als gemeente en initiatiefnemer gelijkwaardige partners bent, onderstreept hij nog maar eens. 

Docent met vrijwilligershart

Bijvangst komt in vele vormen voor, en daar krijgen ze in Oost Gelre steeds beter oog voor. Bijvoorbeeld als een eetactiviteit voor ouderen ook bezocht wordt door jonge gezinnen en er dan voorleesmomenten ontstaan. Of als een jongen ondersteuning op school nodig heeft en er een dorpsbewoner opstaat die tevens docent speciaal onderwijs is mét vrijwilligershart, en dat de ouders zich uit dankbaarheid vervolgens aanmelden bij de voetbalkantine. De Vries is heel stellig: ‘Als een Wmo-consulent van de gemeente bij dit gezin was geweest, dan was dit niet ontstaan. Die had de indicatie voor de ondersteuning van de jongen geregeld en daar was het bij gebleven.’ 

Informeel

Dat de bijvangst groot is, heeft deels te maken met de losse manier waarop de zorgcorporatie werkt, in de zin van geen strikte grenzen hanteren tussen wettelijke kaders. Participatiewet of Wmo? Voorliggend veld of maatwerkvoorziening? Het loopt bij de BMV vaak door elkaar heen. De mevrouw die nog niet zo lang in het dorp woont en niet mee kan komen op de reguliere arbeidsmarkt is fanatiek vrijwilliger. Informeel krijgt ze ondersteuning van een professional, die er officieel alleen is voor de geïndiceerde inwoners.  

Casussen uitpluizen

Penterman en Wieggers pluizen momenteel bij enkele casussen precies uit hoe ze formeel gezien verliepen. Wieggers: ‘Ze begonnen in het voorliggend veld en gingen over in Wmo maatwerk of de Wlz. En eentje ging ook weer terug naar het voorliggend veld.’ Dit uitpluizen helpt om de preventieve waarde zichtbaar te maken. En ook, ook al is dat volgens De Vries absoluut niet aan de hand, als het aantal indicaties ineens hard omhoog zou gaan. ‘Dan heb je een verhaal erbij en kun je op basis daarvan afwegen of het dat waard is.’
 

Lees hier deel 1