Waarom is armoede meer dan geen geld hebben?

Armoede is een hardnekkig vraagstuk dat veel meer is dan een gebrek aan geld. Movisie verzamelt wetenschappelijke, praktijk- en ervaringskennis in een Wat werkt bij-dossier, zodat sociaal werkers, beleidsmakers en vrijwilligers toegang hebben tot de laatste kennis en weten wat werkt bij de aanpak van armoede.

Hanneke Mateman is senior onderzoeker bij Movisie en verzamelt kennis over wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden. In dit interview deelt ze de laatste inzichten gebaseerd op wetenschappelijke, praktijk- en/of ervaringskennis.  

Waarom is armoede meer dan geen geld hebben?  

‘Mensen associëren armoede snel met geldgebrek. Als je arm bent heb je te weinig geld om in basisbehoeften te voorzien. Maar het grotere probleem daarachter is het sociaal isolement dat armoede veroorzaakt. De stem van ervaringsdeskundigen maakt duidelijk  dat armoede veel meer is dan geen geld hebben. Door ervaringsverhalen weten we wat langdurige armoede met mensen doet en krijgen deze gevolgen meer aandacht in onderzoek. We hebben lang gedacht vanuit het individuele schuldmodel: ‘Nederland is rijk, iedereen werkt en heeft een huis. Als je in financiële problemen zit zal je zelf wel iets fout gedaan hebben’. Inzichten uit de hersenwetenschap over de invloed van financiële problemen op het doenvermogen, de stem van ervaringsdeskundigen en de aandacht voor systeemfouten door bijvoorbeeld het toeslagenschandaal hebben duidelijk gemaakt dat regels en wetten armoede kunnen veroorzaken of in stand houden. Inmiddels kijken we daarom gelukkig niet meer alleen naar de rol van het individu, maar hebben we ook oog voor hoe de maatschappij als geheel bijdraagt aan de problemen. Ook is het zo dat betaald werk niet langer de oplossing is voor schulden en armoede. Het aantal werkende armen in Nederland groeit omdat de lonen niet meestijgen met de toegenomen kosten voor levensonderhoud. Daardoor is het bewustzijn toegenomen dat armoede iedereen kan overkomen.’ 

Mensen die langdurig arm zijn trekken zich uit schaamte vaak terug

Wat is het verschil tussen generatiearmoede en ‘andere’ armoede? 

‘Het gaat om een verschil in perspectief. Mensen die door omstandigheden plotseling te maken krijgen met structureel tekort aan inkomen zoeken of krijgen vaak hulp en hebben meestal zicht op een einde aan hun financiële problemen. Maar wanneer je van generatie op generatie gewend bent dat er aan het einde van de week geen eten meer op tafel komt of de stroom afgesloten is en er geen geld is voor nieuwe kleding of schoolspullen, ontstaat een patroon van uitsluiting en sociaal isolement. Bij generatiearmoede zie je als gevolg van negatieve ervaringen met hulp of ondersteuning of onbegrip vanuit de omgeving een eigen subcultuur ontstaan. Dit leidt ertoe dat mensen gaan geloven dat ze er niet bij horen en hun situatie uitzichtloos is.’ 

Nieuwe armoede

Financiële zekerheid kan in één klap wegvallen. De onzekerheid en stress die dit met zich meebrengt heeft verregaande gevolgen. Marc Mulder, ervaringsdeskundige armoede en schulden bij Movisie, vertelt dat er niet alleen aandacht moet zijn voor praktische oplossingen voor problemen die mensen nu ervaren, maar ook voor het proces van loslaten van een toekomstbeeld. Ook door het verlies van een baan of eigen bedrijf krijgen mensen te maken met rouwverwerking. Lees verder in dit artikel. Of lees de terugblik van de bijeenkomst over nieuwe armoede: door onder andere de coronacrisis kregen nieuwe groepen mensen te maken met armoede en schulden. Het tijdig signaleren van financiële problemen is belangrijk om grotere problemen te voorkomen. 

Hoe ziet die uitsluiting, dat sociaal isolement, bij langdurige armoede eruit?  

‘Het sociaal isolement ontstaat door twee mechanismen; vanuit de samenleving en vanuit mensen zelf. De samenleving werpt allerlei drempels op die het moeilijk maken voor mensen met weinig geld om volwaardig deel te nemen. Aan vrijwel alles, zoals vrije tijd, sport, school en werk, zijn kosten verbonden, maar ook beeldvorming over mensen met financiële problemen als ‘eigen schuld, dikke bult’ en verwachtingspatronen over uiterlijke verzorging of consumptiegedrag draagt eraan bij dat mensen in armoede niet mee kunnen doen. Dat geeft het gevoel van er niet bij horen, van niet goed genoeg zijn. 

Mensen die langdurig arm zijn trekken zich uit schaamte vaak terug, gaan niet meer naar feestjes vanwege het ontbreken van passende kleding of geld voor een cadeautje of nodigen geen mensen meer thuis uit omdat ze zich schamen voor hun huis of niets kunnen aanbieden aan hun gasten. Hierdoor verliezen mensen ook vaak het contact met familie en vrienden en komen ze in een sociaal isolement terecht.  

Vaak bestaat het netwerk dat mensen in armoede nog hebben uit mensen die in dezelfde situatie zitten. Lotgenotencontact is soms helpend, omdat er sprake is van herkenning. Maar dit kan elkaar ook negatief versterken met gedachten als ‘mensen kijken op ons neer.’ Het gevolg is dan dat mensen zich steeds meer afkeren van de samenleving en ook onbereikbaar worden voor hulp. Door dit isolement wordt het voor professionals en beleidsmakers ingewikkeld om zicht te krijgen op en in contact te komen met mensen die langdurig in armoede leven.’ 

Bestaanszekerheid zou voor iedereen vanzelfsprekend moeten zijn

Welke wat werkt kennis bij de aanpak van armoede wil je graag benadrukken?  

‘De aandacht voor preventie en vroegsignalering wordt onderschat. We weten uit onderzoek en ervaringskennis dat door bepaalde life-events mensen risico lopen op armoede. Een scheiding met als gevolg inkomensverlies of ziek worden en daardoor minder kunnen werken en tegelijkertijd hogere zorgkosten zijn daar een voorbeeld van. Het is belangrijk dat we dit in een vroeg stadium signaleren en er op tijd op inspelen. Samenwerking tussen verschillende domeinen is hierbij van belang. Huisartsen zien bijvoorbeeld veel mensen met klachten als gevolg van financiële stress. Door dit anders op te pakken, bijvoorbeeld door praktijkondersteuners met expertise op armoede en schulden, kunnen problemen in een vroeg stadium aangepakt worden. 

Daarnaast is het stimuleren van steunende sociale netwerken enorm belangrijk om de cirkel van sociaal isolement te doorbreken. Informele organisaties kunnen hier een belangrijke rol in spelen door mensen bij elkaar te brengen bij activiteiten. Ook de principes van stress-sensitieve dienstverlening blijven belangrijk. Dit houdt onder andere in dat je met de hulpverlening geen stress toevoegt en goed luistert naar het verhaal. Ook houd je rekening met gevoelens van schaamte, kijk je naar wat precies de vraag is en schat je in in hoeverre mensen zelfredzaam zijn of hulp nodig hebben. Zo is een eis voor de aanvraag van een schuldhulpverleningstraject (soms nog) dat mensen hun administratie op orde hebben. Met dit soort eisen sluit je een groot deel van de mensen uit die juist behoefte aan ondersteuning hebben. Schat in wat je nog van mensen kunt vragen en biedt vervolgens maatwerk.’ 

Tot slot: wat kunnen professionals en beleidsmakers vandaag al anders doen in de aanpak van armoede?  

  • ‘Neem je eigen regelingen kritisch onder de loep. Bijvoorbeeld eisen als administratie op orde hebben, minimaal zoveel uur werken of strakke leeftijdscriteria voor kinderen om in aanmerking te komen voor bepaalde hulp. Zorg ervoor dat je niet bij voorbaat al mensen uitsluit, maar maatwerk kunt leveren. Sommige dingen worden door het rijk geregeld, maar gemeenten hebben ook zelf de vrijheid om dingen te veranderen.   
  • Neem drempels in communicatie en bereikbaarheid weg. Veel mensen weten niet welke hulp ze kunnen krijgen. Schaamte om hulp te vragen speelt een rol, maar er is ook sprake van onwetendheid. Veel online of schriftelijke communicatie vanuit gemeenten of organisaties, bereikt inwoners niet. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met laaggeletterdheid of zijn loketten open op onhandige tijden of niet in de buurt.  
  • Maak als gemeente meer gebruik van sleutelpersonen. Maak gebruik van de ogen en oren in de wijk, van vertrouwde gezichten in wijk, buurt, kerken, moskeeën, organisaties of andere laagdrempelige plekken waar mensen wel komen om contact te leggen en informatie te verspreiden.  
  • Geef aanbod een andere naam of lift mee op algemene activiteiten. Wat ik veel hoor van mensen in armoede, is dat op het moment dat iets gebracht wordt als oplossing voor een probleem, zij aarzelen om deel te nemen. Een cursus ‘Handig met geld’ klinkt beter dan ‘Omgaan met armoede’. Ook neutrale activiteiten zoals koffie-ochtenden voor alleenstaande moeders kunnen een plek zijn waar het onderwerp financiën besproken wordt en roepen minder schaamte op dan een thema-ochtend armoede.   
  • Wees je bewust van je eigen mensbeelden en verwachtingen. Onbewust verwachten we soms dat mensen zich dankbaar tonen voor de hulp die geboden wordt en zijn we teleurgesteld als hulp niet wordt geaccepteerd. Ook hoor ik regelmatig opmerkingen over onbegrip voor gedrag of consumptieve keuzes van mensen in armoede. Dat is enorm moraliserend. Gelijkwaardigheid en behoud van eigen regie zijn voor mensen in armoede ontzettend belangrijk om hun trots, kracht en gevoel van eigenwaarde te behouden. Bestaanszekerheid zou voor iedereen vanzelfsprekend moeten zijn en is niet iets wat je moet verdienen.’