Wat is het hart van het sociale domein?

Samenwerken en verbinden
artikel - 2 december 2013
Afbeelding bij Wat is het hart van het sociale domein?

Sociaal werk is een vak apart en onmisbaar voor de participatiesamenleving. Die boodschap klonk duidelijk door tijdens het congres Sociaal werk, het hart van het sociale domein, dat plaatsvond op 21 november. En in het Manifest Sociaal Werk dat aangeboden werd aan staatssecretaris Martin van Rijn. Het vak vindt zichzelf opnieuw uit, door bestaande competenties te verbinden met nieuwe omstandigheden. Samenwerking in het hart van het sociale domein, daar draait het om volgens staatssecretaris Martin van Rijn.

Het congres werd afgetrapt met de overhandiging van het Manifest Sociaal Werk aan staatssecretaris Martin van Rijn. Marijke Vos, voorzitter van de MOgroep, overhandigde het Manifest aan Van Rijn namens het Actieprogramma Professionalisering Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening. Het Manifest benadrukt de rol die sociaal werkers spelen bij het vormgeving van de participatiesamenleving. Ondersteuning van kwetsbare burgers en buurten vraagt om vakmanschap. Sociaal werkers beheersen dat vak als geen ander: ze zijn goed opgeleid, hebben een scala aan relevante competenties, actuele vakkennis en een beroepsethiek.

Van Rijn: het draait om mensen

Vervolgens was het podium van de staatssecretaris. Hij schetste drie wettelijke pijlers die het  fundament zijn voor de participatiesamenleving. De eerste is de nieuwe Wmo dat gemeenten verantwoordelijk maakt voor participatie, ondersteuning en begeleiding op maat, dicht bij mensen en in hun eigen omgeving. Nummer twee de zorgverzekeringswet. Deze wet regelt de lijfgebonden zorg, waarin gemeenten en zorgverleners samenwerken. Tenslotte biedt de nieuwe AWBZ plek in instellingen, maar houdt het rekening met de inbreng van de sociale omgeving. De uiteindelijke vraag is hoe we op lokaal en regionaal niveau integrale ondersteuning, begeleiding en participatie kunnen organiseren en op die manier kwaliteit, houdbaarheid en betrokkenheid garanderen, aldus Van Rijn.

Over de rol van de sociaal werker is Van Rijn duidelijk: ‘Het is uw vak om te kijken wat het echte probleem is, om dit vervolgens in samenhang met anderen aan te pakken’. Hij verwijst naar de tien Wmo-competenties die door het Actieprogramma zijn ontwikkeld. Hij benadrukt de noodzaak van ondersteuning vroegtijdig en dichtbij, liefst zo licht en kort mogelijk, en de kracht van het coachen van kwetsbare mensen naar zelfregie en zelfsturing. Van Rijn beaamt dat het sociaal werk een moeilijk vak is, waarin de competenties van weleer in verbinding moeten worden gebracht met nieuwe omstandigheden en nieuwe terreinen, ten behoeve van kwetsbare mensen. Die competenties verdienen het om overeind te blijven in het geweld van de decentralisaties.

Het sociale domein vormt de verbinding, tussen kwetsbare mensen, tussen disciplines en zorgverleners. Daarom moet het hart van het sociale domein in de ogen van Van Rijn niet worden geclaimd door één beroepsgroep, maar is het juist de plaats waar de samenwerking moet plaatsvinden. Een meer betrokken en participatieve samenleving gaat niet om systemen, maar om mensen.

Verbinden als ambacht

Ard Sprinkhuizen, lectoraat maatschappelijk werk van Hogeschool Inholland, sloot hier vervolgens mooi bij aan. Een visie is noodzakelijk in de zoektocht van de sociaal werker naar de essentie van zijn werk in veranderende omstandigheden. De nieuwe inrichting van het sociale domein kan niet alleen gaan over bezuinigingen.

Het vakmanschap van de sociaal werkers is ‘moeras-werk’ met zelden vaste grond onder de voeten. Zij moeten omgaan met taaie problemen en taaie oplossingen. Zij hebben behoefte aan ambacht, waarbij ze kennis opbouwen en onderhouden en waarbij tegelijkertijd een beroep wordt gedaan op hun reflectieve professionaliteit en hun gevoeligheid en betrokkenheid bij de omgeving. De organisatorische complexiteit is een probleem. De ideale organisatie voor de ondernemende professional is er een die zich dienstbaar opstelt en zo nodig rugdekking biedt. Sociaal werkers moeten kunnen RELLEN: reflecteren, experimenteren en leren.

Anders werken én toch zichtbaar

Voorafgaand aan het congres gaven deelnemers hun mening over stellingen die te maken hadden met profilering, positionering en kwaliteit van hun werk. Het debatpanel, met deskundigen op het terrein van sociaal werk, reageerde hierop onder leiding van debatleider Martijn de Greve. Opvallend: het thema ‘sociale wijkteams’ maakte een hoop los. De meerderheid van de respondenten, in alle leeftijdsgroepen, reageerden dat ze in een sociaal wijkteam hun vak goed kunnen blijven uitoefenen. Volgens het panel moet er veel vernieuwd worden, maar mag het oude niet zo maar overboord worden gegooid. Vakmanschap is niet zo snel aan devaluatie onderhevig. Belangrijk is wel dat sociaal werkers mandaat krijgen om anders te gaan werken, ook zonder blauwdruk. Bij samenwerking in gemengde teams moeten organisaties en het aanbod niet het uitgangspunt zijn, maar wat het team voor mensen kan betekenen.

Van Rijn kwam in zijn speech regelmatig terug op de kwaliteitsvraag: hoe maken sociaal werkers duidelijk wat het effect is van hun werk? Het panel constateert dat hoe succesvoller sociaal werk is in het stimuleren van eigen kracht van burgers, hoe meer dit succes juist niet op hun conto komt. Burgers worden geprezen voor hun inzet, maar de ondersteuning door sociaal werkers blijft vaak onzichtbaar. Deelnemers gaven een magere 5,5 op de stelling Onze opdrachtgever weet precies wat wij bereiken. Volgens Marijke Vos ligt hier een duidelijke opdracht voor de sector. Niet alleen om beter te definiëren wát we willen bereiken, maar ook om ons werk beter zichtbaar te maken.

Het debatpanel bestond uit: Evalien Verschuren, sociaal werker van het jaar 2012, Marijke Vos, voorzitter van de MOgroep, Lies Korevaar, lector rehabilitatie aan de Hanzehogeschool, Daniël Giltay Veth, DGV Creatieve Impulsen, en Hans van Ewijk, bijzonder hoogleraar aan de Utrechtse Universiteit voor Humanistiek.

DownloadsTypeGrootte
De sociaal werker centraal - FCB pdf355.14 KB
DichtErBij - Sprinkhuizen en Vroegop pdf858.73 KB
Hoe profileer je jezelf mbv sociale media - Yard pdf1.03 MB
Loopbaanplein - FCB pdf626.5 KB
Manager in verandering - Movisie en Radius pdf1.52 MB
Samenwerken nieuwe stijl - MOVISIE pdf921.99 KB
Sociale wijkteams pdf1.56 MB
T-shaped professional - Lies Korevaar pdf300.41 KB
Verbinden als ambacht - Ard Sprinkhuizen en Margot Scholten pdf636.89 KB
Verschuivend vakmanschap - van Kammen en Oosterloo pdf685.98 KB
Wat doen sociaal werkers - Martijn van Lanen pdf977.03 KB
Werelden verbinden - Lies Schilder pdf3.58 MB

Reacties

Reageer op dit artikel

7 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.