Wat is huiselijk geweld?

Huiselijk geweld in het perspectief van een veranderend sociaal domein
artikel - 7 juni 2016
 2874 keer gelezen

Huiselijk geweld is een groot maatschappelijk probleem. De aanpak van huiselijk geweld vraagt om deskundige professionals die de signalen van huiselijk geweld herkennen, het geweld bespreekbaar kunnen maken met betrokkenen en er doeltreffend op kunnen reageren. In dit artikel plaatsen we huiselijk geweld in het perspectief van een veranderend sociaal domein: transformatie, decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden naar gemeenten, de meldcode, sociale wijkteams en Veilig Thuis.

Huiselijk geweld wordt vaak omringd door zwijgen. Het slachtoffer schaamt zich, legt de schuld bij zichzelf neer en worstelt met ambivalente gevoelens als liefde, loyaliteit en afhankelijkheid. De pleger doet doorgaans ook zijn best om het geweld stil te houden, simpelweg om niet in de problemen te komen, maar soms ook uit schaamte voor het eigen gedrag en angst dat het slachtoffer uit het leven van de pleger zal verdwijnen (door scheiding, uithuisplaatsing, enzovoort). Grensoverschrijdend gedrag en geweld tussen mensen kan van generatie op generatie worden overgedragen en is vaak onderdeel van meerdere problemen die in een gezin spelen. Onveiligheid tast ook andere levensdomeinen aan, zoals werk, school en het algehele sociale leven. De maatschappelijke kosten zijn dan ook hoog.

De cijfers

Het is onaanvaardbaar dat kinderen en volwassenen fysiek, seksueel of psychisch worden mishandeld, misbruikt of verwaarloosd. Dat ze vaak voor de rest van hun leven beschadigd zijn of zelfs overlijden. Jaarlijks worden er naar schatting ongeveer 200.000 personen slachtoffer van evident, ernstig huiselijk geweld. Met de lichtere vormen van huiselijk geweld erbij, lopen schattingen op tot bijna één miljoen (Van der Veen & Bogaerts, 2010). Voor deze omvangschatting vormden politiecijfers de belangrijkste bron (Janssen, Wentzel & Vissers, 2015). Veel incidenten worden echter niet gemeld, dus het aantal incidenten kan in werkelijkheid zelfs hoger liggen.

Psychisch, seksueel of lichamelijk geweld gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer.

Definitie en uitingsvormen

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Dit kunnen zowel (ex-) partners, gezins- en familieleden als huisvrienden zijn (Factsheet Huiselijk geweld, Movisie, 2013). De meest bekende vorm van huiselijk geweld is lichamelijk geweld. Dit betreft het slaan, schoppen, krabben, bijten en alle andere vormen van geweld waar fysiek contact bij komt kijken. Naast lichamelijk geweld is er psychisch geweld, waarbij het slachtoffer wordt uitgescholden, gekleineerd of subtielere vormen van manipulatie, dwang en/of dreiging ondergaat. Ook vormen als lichamelijke en psychische verwaarlozing, financiële uitbuiting, huwelijksdwang, achterlating en seksueel geweld vallen onder de term huiselijk geweld. Afhankelijk van de leeftijd van het slachtoffer, de vorm van mishandeling en de relatie tussen slachtoffer en pleger wordt er bijvoorbeeld gesproken van kindermishandeling, (ex-) partnergeweld, oudermishandeling, ouderenmishandeling of eergerelateerd geweld.

Transformatie in het sociale domein

Vanaf 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor tal van taken die tot die tijd onder verantwoordelijkheid van rijk of provincies vielen. Zo zijn gemeenten nu bijna voor alle vormen van jeugdhulp verantwoordelijk, en het geldt ook voor taken die te maken hebben met (langdurige) zorg en maatschappelijke participatie. Ook delen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn naar gemeenten overgeheveld (Janssen, Wentzel & Vissers, 2015). Dat geeft gemeenten niet alleen de ruimte, maar ook de plicht om op het terrein van huiselijk geweld en kindermishandeling een samenhangend, doelgericht, effectief en efficiënt beleid te ontwikkelen (ibid.) Doordat ook het stelsel van de vrouwenopvang is gewijzigd, zijn gemeenten sinds 1 januari 2015 gezamenlijk verantwoordelijk voor de volledige aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling: preventie, opvang, bescherming en nazorg. De financiering loopt vanaf dat moment ook volledig via de gemeenten (ibid). Het is een enorme operatie voor gemeenten, die veel meer op hun bord krijgen en tegelijkertijd  moeten bezuinigingen. De aandacht voor ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’, zoals het in beleidsteksten, wet- en regelgeving genoemd wordt, is slechts één van de vele taken die de gemeenten erbij krijgen.

Zelfredzaamheid

Een leidende gedachte achter de decentralisatie is dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen zelfredzaamheid en participatie en dat ze eerst hun eigen mogelijkheden en sociale netwerk moeten aanspreken, alvorens ze beroep doen op voorzieningen die met publiek geld worden gefinancierd (Janssen, Wentel & Vissers, 2015). Met andere woorden: in de wereld van de maatschappelijke zorg verschuift het accent van specialistische, individuele hulp naar preventie, collectieve voorzieningen en stimulering van de zelfredzaamheid. Dit is nodig om het stelsel van zorg en dienstverlening te verbeteren, maar ook vanuit kosteneffectiviteit (Çinibulak et al., 2014).

Meldcode

Sinds 1 juli 2013 zijn organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren op grond van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht om een meldcode te hanteren. De meldcodewet helpt professionals bij het duiden van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en dit waar nodig te melden en hulpverlening in te schakelen (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2013; Van Beek & Daru, 2015).

De vijf stappen van de meldcode

De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling schrijft voor dat instellingen in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie een meldcode moeten hebben. Daarin moeten in ieder geval de volgende vijf stappen staan: 1. Het in kaart brengen van signalen. 2. Overleggen met een collega, eventueel raadplegen van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis), of een deskundige op het gebied van letselduiding. 3. Gesprek met de betrokkene(n). 4. Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling; bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen. 5. Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.

Toepassen

Het kennen van de verschillende stappen uit de meldcode is echter niet voldoende. Professionals moeten de stappen ook toepassen. Het daadwerkelijk toepassen van de meldcode in de praktijk is niet vanzelfsprekend of gemakkelijk. Het is daarom van belang ook te investeren in deskundigheidsbevordering van professionals. Wanneer professionals goed leren signaleren en huiselijk geweld bespreekbaar leren maken, is een enorme verbetering te realiseren. Hier zijn ondersteuningsprogramma’s voor opgezet zoals het programma ‘Leren Signaleren’ voor initiële opleidingen en trainingen, en e-learningtrajecten.

Sinds 2012 wordt de rijksoverheidcampagne ‘Een veilig thuis. Daar maak je je toch sterk voor?’ gevoerd. Boodschap van de campagne is dat geweld in huiselijke kring nooit vanzelf stopt, totdat iemand iets doet.

Sociale wijkteams & Veilig Thuis

De meeste gemeenten hebben in het kader van de transformatie wijkteams opgericht. In deze teams zitten professionals met verschillende achtergronden die gezamenlijk de problematiek in een wijk, dorp of stad aan kunnen pakken. Het signaleren, beoordelen en adequaat reageren op huiselijk geweld behoort daarmee tot het takenpakket van een gemiddeld wijkteam. Afhankelijk van de samenstelling van zo’n wijkteam – dit verschilt per gemeente en soms zelfs per wijkteam – kan een wijkteam meer of minder taken uitvoeren op het gebied van huiselijk geweld. Wijkteams zijn in ieder geval verplicht de wet meldcode uit te voeren. Ze hebben een signalerende functie. Wanneer zij een vermoeden van huiselijk geweld hebben, worden zij geacht dit bespreekbaar te maken met de desbetreffende betrokkenen en bij een sterk vermoeden of daadwerkelijke bevestiging van geweld, doen zij een melding bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt kindermishandeling en huiselijk geweld.  Het samenbrengen van wat voorheen het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) was, maakt eveneens deel uit van de transformatie. Dit zijn regionale organisaties waar slachtoffers, daders en omstanders terecht kunnen voor deskundige hulp en advies.

Er zijn in totaal 26 Veilig Thuis organisaties verspreid over heel Nederland. Er is bewust gekozen voor het integreren van kindermishandeling en huiselijk geweld in één organisatie omdat uit de praktijk blijkt dat huiselijk geweld en kindermishandeling vaak beide voorkomen in een gezin. Door de organisaties samen te voegen zou het in principe makkelijker moeten worden om onderzoek en aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld integraal aan te pakken.

Multidisciplinaire, integrale aanpak

Uit onderzoek in de vier grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (Tierolf, Lünneman & Steketee, 2014) blijkt dat bijna 60% van alle meldingen over huiselijk geweld die binnenkomen bij Veilig Thuis zogenoemde ‘hermeldingen’ zijn; het geweld in deze gezinnen stopt niet. Van de kinderen met traumaklachten krijgt slechts 18% hulp. Van de gezinnen waar sprake is van ernstig huiselijk geweld en waar hulpverleners bij betrokken zijn, is in 50% van de gezinnen na 1,5 jaar nog altijd sprake van excessief geweld. Bij veel kinderen wordt niet onderzocht wat ze nodig hebben, nadat is vastgesteld dat zij blootgesteld zijn aan geweld. 60% van de kinderen die getuige is van huiselijk geweld krijgt geen hulp (ibid.).

Vaak is er veel meer nodig dan alleen een traumabehandeling voor het slachtoffer of alleen een daderbehandeling voor de pleger. Er kan sprake zijn van wederzijds geweld waarbij er aandacht moet zijn voor de interactie. Intergenerationele overdracht kan een rol spelen en andere (gezins) kenmerken kunnen bijdragen aan het versterken of in stand houden van de problematiek, zoals verslaving, schulden en werkeloosheid. Voor het waarborgen van duurzame veiligheid is het daarom van belang dat alle relevante problemen van alle betrokken gezinsleden integraal worden aangepakt (Movisie & NJi, 2015).

Voor de acute geweldszaken is het daarnaast van belang dat er multidisciplinair en integraal triage plaatsvindt. Dit betekent dat professionals uit de medische, forensische, juridische en psychische tak samenwerken ten behoeve van vervolging, medische en psychische triage en behandeling. Dit zorgt voor een effectievere en efficiëntere aanpak waarbij het slachtoffer niet onnodig belast wordt met onderzoeksactiviteiten. Een paar goede voorbeelden van zo’n integrale, multidisciplinaire aanpak van acute geweldsproblematiek vindt u bij de Centra voor Seksueel Geweld, het Kind- en Jeugd Traumacentrum in Haarlem en de Family Justice Centers in Tilburg en Venlo (Movisie & NJi, 2015).

Signaleren, bespreekbaar maken en adequaat handelen

Voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld zijn tijdige onderkenning, scherpe risicotaxatie, snelle en doeltreffende interventies, hulp voor slachtoffers en corrigerende hulp voor plegers nodig. Een belangrijk hulpmiddel hierbij zijn interventies: methoden die de professional kan inzetten om zijn doel te bereiken. Er zijn interventies ontwikkeld voor de preventie, hulpverlening, aanpak en nazorg bij huiselijk geweld. Nazorg kan geboden worden aan slachtoffers, getuigen en plegers, jong of oud, per persoon of per gezin (zie ook huiselijkgeweld.nl/interventies; Janssen, Wentzel en Vissers, 2015). In de databank ‘Effectieve interventies huiselijk geweld en seksueel geweld’ zijn interventies opgenomen die al minstens twee jaar bij meer dan één organisatie succesvol zijn toegepast. Deze databank biedt professionals informatie over praktijkervaringen en wat bekend is over de effectiviteit van deze interventies. Van al deze interventies is ook een handboek beschikbaar, zodat u er als professional meteen mee aan de slag kan.

Oplossingsgericht werken en zelfregie

Onderdeel van de transformatie is dat de focus ligt op het versterken van de eigen kracht van burgers/ cliënten en de directe sociale omgeving. De inzet van zelfregie in de aanpak van huiselijk geweld is niet nieuw. Dat gebeurde al in de jaren zeventig als burgerinitiatief vanuit de vrouwenbeweging (Çinibulak et al., 2014). Hoe zorgt zelfregie voor duurzame veiligheid en een positieve impact op het hele systeem? Er zijn al een aantal instrumenten die ingezet worden, zoals de Eigen Kracht-conferentie en Motiverende gespreksvoering. Een aantal instrumenten is ontwikkeld door organisaties zelf, zoals de Time Out! App en de lotgenotengroep ‘Van geluk tot geweld... en andersom’. De meest gebruikte aanpak is Signs of Safety, een oplossingsgerichte benadering voor gezinnen waar de veiligheid van een kind een probleem vormt. Het doel van deze werkwijze is dat het kind (weer) veilig kan opgroeien in het gezin. Samen met het gezin ontwikkelt de hulpverlener een veiligheidsplan. De brochure ‘Zelfregie en huiselijk geweld’ (Çinibulak et al., 2014) laat door middel van praktijkvoorbeelden uit het hele land zien hoe zelfregie wordt ingezet in situaties van huiselijk geweld. Professionals die met deze methoden werken, laten daarin zien dat een kader waarin veiligheid leidend is niet hoeft te betekenen dat cliënten buitenspel staan. Zelfregie kan ook worden toegepast binnen normatieve juridische kaders, bijvoorbeeld in de context van een huisverbod.

Rond de verschillende vormen van huiselijk geweld missen we een eenduidige beoordelingssystematiek in onze samenleving.

Correct beoordelen

Willen we huiselijk geweld beter aanpakken, dan is het van belang dat er overeenstemming bestaat over het beoordelen van de verschillende geweldsvormen. Voor seksueel (grensoverschrijdend) gedrag is het Vlaggensysteem (Frans & Franck, 2010 en 2014) ontwikkeld en landelijk geïmplementeerd. Rond de verschillende vormen van huiselijk geweld missen we echter een eenduidige beoordelingssystematiek in onze samenleving. Dat betekent dat de beoordeling van bijvoorbeeld partnergeweld nu bepaald wordt door de kennis, de context en de ervaring van de beoordelaar. Met als gevolg gebrek aan vroegtijdige signalering, handelingsverlegenheid in het bespreken van wat je signaleert en niet goed weten hoe daarop te handelen.

Om deze handelingsverlegenheid deels te ondervangen is de eerder genoemde Meldcode van kracht. Om professionals te ondersteunen bij het bespreekbaar maken van geweld in (ex-)partnerrelaties, is Movisie bezig met het ontwikkelen van het Vlaggensysteem Partnerrelaties. In het voorjaar van 2016 zal er een eerste concept zijn waarmee professionals in sociale wijkteams (ex-)relationeel grensoverschrijdend gedrag kunnen signaleren, de ernst in kunnen schatten, volgens objectiveerbare criteria dit bespreekbaar kunnen maken en weten hoe adequaat te handelen, in lijn met de stappen van de Meldcode.

Dit artikel is een aangepaste vorm van het eerder verschenen artikel in PsychoSociaal Digitaal, maart 2016, nummer 1.

Reacties

Door de met de transitie jeugdzorg samenhangende problematiek zijn veel jeugdzorgprofessionals het spoor bijster, waardoor veel mishandelde kinderen tussen wal en schip raken. In dit artikel wodt deze problematiek en de impact ervan op treffende wijze beschreven.
Bij menig jeugdzorgprofessional heerst de opvatting dat het verhaal van de kinderen leidend is. Dat deze route niet zaligmakend is, met name in situaties van indoctrinatie, onderkennen de onderzoeksters door te stellen dat de veiligheid van de kinderen leidend is.
Zeer bruikbaar stuk

Beste Henk,

Dank voor deze mooie en treffende reactie. Blij te horen dat u de strekking van en duiding in ons artikel treffend beschreven vindt.
Er is inderdaad nog het nodige werk te verzetten, willen we ervoor zorgen dat kinderen niet tussen wal en schip terecht komen, en vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling, tijdig herkend, opgepakt en behandeld worden. Daar gaan we voor!

Hartelijke groeten,

Kristin Janssens

Reageer op dit artikel

2 + 9 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.