'Wat kunnen wij doen om jouw dag tot een mooie dag te maken?'

Aandacht voor mensen met dementie en hun naasten in Smallingerland

28 december 2018

In Sûnenz in Drachten is het een drukte van belang. We zijn halverwege de decembermaand en dus zijn er allerlei activiteiten met het oog op de komende feestdagen. In het gezondheidscentrum spreekt Dementiezorg voor Elkaar met Inez Overwijk en Albert Scheffer. Inez is beleidsadviseur bij ZuidOostZorg en verantwoordelijk voor de ontwikkeling van producten en diensten van uit de Wmo. Albert is senior beleidsmedewerker bij de gemeente Smallingerland, waar Drachten onderdeel van uit maakt.

Sûnenz (Fries voor: gezondheid) is een ‘anderhalvelijnscentrum’ waar gezond eten, bewegen en leefplezier centraal staan. Cliënten en hun naasten lopen in en uit. Huisartsen, casemanagers, wijkverpleegkundigen, medisch specialisten, beleidsadviseurs: vele professionals weten de weg naar het mooie pand te vinden. Sûnenz, in 2012 opgericht door  ZuidOostZorg en een aantal partners, is daarmee echt een regionaal platform geworden rondom ouderen en hun huisartsen. Albert: ‘Er zijn zo’n 60 organisaties die hier op een of andere manier bij betrokken zijn.’ Ook deze ochtend is het een drukte van belang: een groep ouderen is aan het fitnessen, mantelzorgers ontmoeten elkaar rondom een kop koffie en er arriveert een koor voor een optreden. Inez: ‘We zijn op zoek naar verbinding. Bewegen en eten horen bij elkaar. Er zijn mensen die de combinatie maken: eerst drinken ze een kopje koffie, daarna gaan ze aan de slag met gezondheid.’

Drie Odensehuizen

Albert vertelt over de drie Odensehuizen in de regio. In Leeuwarden bevindt het Odensehuis zich in een woonwijk, in Burgum in een verpleeghuis en in Drachten in het Sûnenz Centrum, waar dit gesprek plaatsvind. ‘Dit is een tussenvorm. Wel een zorgsetting, maar vooral gericht op preventie en voorzorg.’ Inez vult aan: ‘Binnen Sûnenz richten we ons op preventie. Het gaat voornamelijk om vitale ouderen die nog geen zorgvraag hebben. Maar het is ook een centrum waarin kennis uit de regio is gebundeld en waar je in feite vanaf de diagnose tot de verpleeghuisplek terecht kunt, naast de activiteiten gericht op preventie. Je kunt hier lotgenoten en ervaringsdeskundigen ontmoeten, maar ook makkelijk met professionals in contact komen. Als het nodig is, kunnen we snel opschalen.’

Een Odensehuis is een inloophuis voor mensen met lichte dementie en hun naasten. De naam Odensehuis is afgeleid van de Deense stad Odense, waar het initiatief voor zo'n inloopcentrum in 2001 ontstaan is.

Het leven houdt niet op met de diagnose

Het gesprek komt al snel op dementie. Albert: ‘Dementie was vroeger weggestopt in de bossen. Nu wonen mensen met dementie thuis. Dementie is een maatschappelijke opgave. Ik ben blij dat er steeds meer aandacht komt voor deze mensen en hun naasten. Vanuit de Wmo zijn er opgaven voor deze mensen zelf: hoe krijgen we ze eerder in beeld en hoe kunnen we ze passend ondersteunen? Ook willen we mantelzorgers toerusten en goed informeren. Wat ik erg vind, is dat het er soms op lijkt dat het leven ophoudt, zodra je dementie krijgt. Maar dat is beslist niet zo! Mensen kunnen nog zoveel en op allerlei manieren hun talenten inzetten.’ Inez: ‘Soms willen echtparen nog met een camper rondtrekken. Dat kan dus niet meer, zeggen ze dan. In het Odensehuis proberen we daar het gesprek over te voeren. Het leven houdt niet op. Misschien moet je het leven wel anders indelen. We wisselen ideeën en ervaringen uit.

Ontmoeting is noodzakelijk. Als je in je appartement blijft zitten en afwacht, dan komen dat soort gesprekken niet op gang. Ook in een familie komen dat soort gesprekken niet op gang. Een casemanager stelt dit gelukkig ook wel aan de orde. We nodigen mensen dus op allerlei manieren uit om naar het Odensehuis en het Sûnenz Centrum te komen.’

‘Ze gaan googlen’

Het Odensehuis in Drachten is begin 2018 gestart. De twee dagen per week dat het Odensehuis open is, trekt het gemiddeld 140 bezoekers per maand. Inez: ‘We kijken heel goed naar wat de mensen nodig hebben. Wat past bij ze? Ik stel me altijd de vraag: wat heeft de klant nodig, wat is de daadwerkelijke vraag en behoefte? Niet als beleidsmakers bedenken wat goed is, maar mét de mensen zelf bedenken wat er nodig is. En vervolgens: welke producten en diensten kunnen we vanuit de verschillende financieringsvormen (WlZ, ZvW en Wmo) samen met de klant ontwikkelen?

Wij vinden het belangrijk dat professionals samenwerken. In en om het Odensehuis werken we met elkaar samen: huisarts, ziekenhuis, gemeente. We zetten ons met elkaar in om de mensen met dementie en hun naasten zo goed mogelijk te ondersteunen. Belangrijk is dat alle partijen op de hoogte zijn. In die afstemming is nog winst te behalen.’ Hoe je dat doet? ‘Investeren in elkaar, bij elkaar gaan zitten, elkaar informeren, het op de agenda van het netwerk zetten.’

In de gemeente is een geriatrisch netwerk actief. Albert vertelt dat in het netwerk de focus op dementie ligt. ‘Vorig jaar hebben we een cliëntreis gemaakt. De reis geeft antwoord op de vraag waar er blinde vlekken zijn. Vooral in de niet-pluis-fase zien we uitdagingen. Ook mantelzorgondersteuning, onbegrepen gedrag en alternatieve vormen van dagbesteding zijn aandachtspunten. Mensen lopen in de niet-pluis-fase er tegenaan dat ze niet weten waar ze mee te maken hebben. Ze gaan googlen. Maar Google geeft niet de juiste informatie. Daarom proberen we in het Odensehuis de goede informatie te geven en voor te lichten.’ Inez beaamt dat mensen met dementie, zeker in het begin, niet weten bij wie ze terecht kunnen. ‘Ze weten vaak ook niet dat ze recht hebben op een casemanager. Terwijl een casemanager zeker in de beginfase het verschil kan maken! Soms wachten mensen lang met naar de huisarts gaan. Als ze dan gaan, is het aan de late kant en kan het ziekteproces snel gaan.’

Een bezorgde buurman

Ook in Smallingerland zijn lang niet alle mensen met dementie in beeld. Veel mensen wonen thuis en zijn niet in beeld bij de samenwerkende professionals. Inez: ‘Je hebt gelijk dat we niet iedereen in beeld hebben.’ ‘Toch’, werpt Albert tegen, ‘krijgen we wel signalen van bijvoorbeeld de woningcoöperatie of de wijkagent. Het is de kunst om de signalen op te pikken en op te volgen.’ Om wat voor signalen gaat het dan? ‘Nou, bijvoorbeeld van iemand die zich zorgen maakt over zijn buurman. Het dag- en nachtritme lijkt verstoord of iemand zet zijn vuilnis niet meer buiten. Iemand doet een melding bij de woningcoöperatie en van het een komt het ander.’ Ook wijkagenten krijgen ermee te maken. ‘Het is weleens voorgekomen dat iemand was gearresteerd vanwege winkeldiefstal. Maar die persoon was gewoon vergeten te betalen. De arrestatie was echt traumatisch.’ Inez vult aan: ‘Het is voor agenten ook niet eenvoudig. Zeker als er geen heldere signalen zijn, of iemand de deur niet open wil doen en niet op ondersteuning zit te wachten.’

Inez geeft aan dat in Smallingerland casemanagers ‘best vroeg’ in beeld komen. ‘Al in de niet-pluis-fase. Vorig jaar zijn alle casemanager in dienst gekomen bij de thuiszorgorganisaties. Daardoor is er een nauwe samenwerking met de wijkverpleegkundige. Dat werkt goed. Op het moment dat een wijkverpleegkundige iets signaleert, zijn de lijntjes heel kort. De casemanager is ook bekend bij het gebiedsteam. Daar werkt de signalering ook. Ook de POH’ers zijn op de hoogte. 

Omdenken

Om mensen met dementie en hun naasten passend te ondersteunen, is een andere manier van werken nodig. Inez informeert bij Albert naar zijn visie op de Wmo-consulenten. Albert: ‘We hebben de ambitie dat de Wmo-consulenten de mensen thuis opzoeken. Ze zitten op kantoor en gaan nog onvoldoende naar mensen toe. Dat heeft met oude werkprocessen te maken. De oude Wmo is op output gefinancierd. Als je erop uit gaat, op welk product kom je dan uit? Soms levert het niet veel op. Maar preventie is veel waard! Belangrijk is dat we nog veel meer omdenken met elkaar. In een aantal buurten hebben we aangebeld om te vragen hoe het gaat. Preventieve huisbezoeken dus. Maar voor mensen die niet willen of die stap niet zetten, is dat heel moeilijk. We kennen een aantal risicogroepen en daar gaan we dan op af in het project Even Buurten.’

Waar Inez en Albert het over eens zijn is dat dementie geen medisch probleem is. Inez: ‘Juist niet!’ Albert: ‘Er is nog geen medicijn die de ziekte stopt. Het is de opgave om ermee om te gaan, dat is geen medisch probleem, maar een sociale uitdaging.’ Inez: ‘De vraag die wij elkaar moeten stellen: wat kunnen wij doen om jouw dag tot een mooie dag te maken?’

Drie tips uit Smallingerland

  • Samenwerking is een must.
  • Beschouw dementie als een maatschappelijke opgaaf.
  • Kijk naar de persoon, niet naar de ziekte.