Wat is oudermishandeling?

Niet-incidenteel geweld gepleegd door een jeugdige gericht op ouders of verzorgers
artikel - 24 mei 2016

Oudermishandeling, ook wel geweld tegen ouders, of kind-oudergeweld genoemd, is een nog onvoldoende onderkend probleem. Hoewel er enige kennis is over de omvang die wijst op zo’n 10 % van de meldingen huiselijk geweld, lijkt er nog weinig aandacht en deskundigheid te bestaan. Ouders, broers en zussen die te maken hebben met geweld van een broer of zus zijn gebaat bij erkenning en snelle hulp. In dit overzichtsartikel vindt u recente informatie en belangrijke aanbevelingen waardoor sneller ingegrepen kan worden en de veiligheid in de gezinnen terug kan keren.

Oudermishandeling is niet-incidenteel geweld gepleegd door een jeugdige van 12 tot 23 jaar, gericht op (een van) de ouders of verzorgers. Het gaat om herhaald en ernstig geweld en niet over hinderlijk pubergedrag. Het geweld kan fysiek en/of psychisch zijn. Ook komt het voor dat een ouder financieel misbruikt wordt of seksueel geweld ondergaat.

Aard en omvang

Oudermishandeling is een weinig onderzocht probleem. Uit het verkennend onderzoek naar aard en omvang: Huiselijk geweld door kinderen en jongeren, uitgevoerd door TNO en Movisie in 2013 blijkt dat jaarlijks ongeveer 2000 meldingen bij Veilig Thuis geregistreerd worden. Bij de politie betrof het percentage jeugdige plegers van huiselijk geweld 10 % van de meldingen (Ferwerda en Hardeman, 2013). Een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd vanaf 18 jaar. Van de opgelegde huisverboden betreft het in 11 % van de gevallen uithuisplaatsing van een pleger vanaf 18 tot 23 jaar.

Risicofactoren en signalen

Uit (internationale) literatuur en het verkennend onderzoek van TNO en Movisie (2013) is bekend dat alleenstaande ouders, meestal de biologische moeder, het meest risico lopen. Echtscheiding, ervaring met (ex-)partnergeweld en kindermishandeling, evenals signalen van beginnende psychiatrische en/of gedragsproblematiek bij de jeugdige pleger zijn de voornaamste risico’s. Ook zijn factoren in het gezin aan te wijzen, zoals een te rigide of een te losse opvoedingsstijl, een gebrek aan respect voor elkaar en stereotype opvattingen over genderrollen, evenals toelaten van grensoverschrijdend en gewelddadig gedrag. Alcohol- of drugsverslaving kunnen eveneens het geweld uitdagen. Er is een zeker verband tussen oudermishandeling en geweld in de publieke sfeer (uitgaansgeweld), en met geweld op school. In de cases die Veilig Thuis in het verkennend onderzoek aandroegen, werden deze kenmerken van slachtoffers, plegers en gezinnen naar voren gebracht.

Hulpverleners zijn niet snel geneigd kinderen te zien als pleger, maar kinderen die hun ouder(s) stelselmatig en frequent tiranniseren bestaan wel degelijk.

Wat helpt de ouders of de jeugdige?

Erkenning van het bestaan van de problematiek is erg belangrijk. Hulpverleners zijn niet snel geneigd kinderen te zien als pleger, maar kinderen die hun ouder(s) stelselmatig en frequent tiranniseren bestaan wel degelijk. Professionals moeten er meer voor openstaan en de signalen herkennen. Als een ouder zich meldt bij een huisarts of hulpverlener is dat vaak na vele incidenten en met diepe schaamte- en schuldgevoelens. Ook voor de jeugdige die geweld in het gezin pleegt, kan een luisterend oor en een open, niet veroordelende opstelling veel betekenen voor zijn of haar herstel.

Waar kunnen ouders en jeugdigen terecht voor hulp?

Bij de 26 regionale Veilig Thuis organisaties, kan iedereen terecht met vragen en meldingen over huiselijk geweld, ook deze ouders en deze jeugdigen en ook hun familie en buurtgenoten. In acuut onveilige situaties kunnen zij contact opnemen met de politie (112) of met Veilig Thuis (0800-2000), die 24 uur per dag bereikbaar zijn en ook nauw met elkaar samenwerken. In andere gevallen kunnen zij terecht bij de lokale organisaties, bijvoorbeeld wijk- of buurtteams, de huisarts en het maatschappelijk werk.

Effectieve methoden

Er bestaan in Nederland effectieve methoden om deze ouders en kinderen te helpen bij het scheppen of herstellen van gezonde kind-ouderrelaties. Deze programma’s richten zich op het omgaan met, of verminderen van gedragsproblematiek bij de jeugdige. Met het gezin wordt gewerkt aan het voorkomen van conflicten, of betere manieren voor conflictoplossing. Jeugdigen die geweld plegen vanwege een ernstig gedragsprobleem of een (latent) psychiatrische stoornis, hebben baat bij een behandeling in de eerstelijns- of specialistische jeugd-GGZ. Voor jeugdigen die ook delinquent gedrag buiten het gezin plegen, bestaan programma’s in het gedwongen kader.

Noodzakelijk is een op-maatbenadering, afgestemd op de behoeften van het gezin en waarbij de gezinsleden en hun sociaal netwerk actief meewerken.

Wat kunnen gemeenten doen?

Gemeenten hebben in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdwet de taak om huiselijk geweld te voorkomen en aan te pakken. In regiovisies en beleidsplannen huiselijk geweld en kindermishandeling zouden concrete doelstellingen voor preventie en aanpak van oudermishandeling opgenomen moeten zijn. Besteed bijvoorbeeld in publiekscampagnes en voorlichting aan beroepsgroepen aandacht aan het probleem, benoem signalen en bied mogelijkheden voor passende hulp en ondersteuning in de regio. Benoem het probleem, bijvoorbeeld in brochures, folders en op de website. Het aanbod moet bekend en toegankelijk zijn voor ouders en hun kinderen. Dat kan ook door bijvoorbeeld van tijd tot tijd in huis-aan-huisbladen aandacht te besteden aan deze problematiek en hulpinstanties.

Conclusie

In elke gemeente en bij elke professional zijn beleid voor en bewustzijn en kennis over deze specifieke vorm van huiselijk geweld nodig. Professionals van lokale teams in het sociale domein, huisartsen en de (jeugd)gezondheidszorg en leerkrachten moeten signalen herkennen en vermoedens bespreken met zowel de ouder(s) als de jeugdige. Ook moet er voldoende passend aanbod zijn geregeld voor deze gezinnen. Dichtbij als het kan, en regionaal waar specialistische hulp nodig is. Lokale sociale teams en professionals moeten goed op de hoogte zijn van het (specialistische) hulpverleningsaanbod én dit aanbod moet toegankelijk en bekend zijn bij gezinnen.

Meer informatie

Voor professionals:

Voor ouders en jeugdigen:

Contactpersoon

Annemiek Goes

 

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.