Wat werkt op TV?: Dream School

7 maart 2018

In het programma Dream School bieden coach Lucia Rijker en rector Eric van ’t Zelfde zestien schoolverlaters de kans om het roer om te gooien. We vroegen aan de sociaal professional: werkt deze aanpak? Movisie en Zorg+Welzijn werkten samen aan de serie ‘Wat werkt op tv?’ waarin sociale professionals realityprogramma’s op TV bekeken en beoordeelden. Op de Dag van de Sociaal Werker op 14 maart 2018 kun je bij de sessie Wat werkt op TV live! zelf mee beoordelen!

Op Dream School krijgen de zestien jongeren les van BN’ers als Karin Bloemen, Maarten van Rossum, Abdelkader Benali en Peter R. De Vries die hen inspireren om zichzelf te ontwikkelen. De leerlingen worden op Dream School uitgedaagd om hun gedrag te veranderen en hun leven weer op de rit te krijgen. Dat gaat soms gepaard met harde confrontaties en emotionele uitbarstingen, maar ook met verrassende inzichten en mooie ontwikkelingen.

Wat werkt op TV Live! op de Dag van De Sociaal Werker

Wat vind jij? Kunnen wij als professionals wat leren van de aanpakken in al die populaire hulpverleningsprogramma’s op televisie? Geven ze een goed beeld van de werkelijkheid aan de kijker thuis? Welke aanpak werkt echt? Tijdens de Dag van de Sociaal Werker gaat Wat werkt op TV live.  Aan de hand van praktijksituaties uit de programma’s kun je meepraten en stemmen, samen met een panel van sociaal werkers en experts én onder leiding van dagvoorzitter Piet-Hein Peeters. Meer informatie en aanmelden.

Er zit meer achter probleemgedrag

Sanne Verburg is jongerenopbouwwerker bij Forte Welzijn in Groesbeek: ‘Ik vind Dream School echt een geweldig concept. Ik vind het eigenlijk jammer dat ik niet zo kan werken: dat mijn jongeren les krijgen van mensen die vanuit hun passie praten in plaats van omdat ze docent zijn. Mijn jongeren kijken het programma ook en zeiden: zo zou ons schoolsysteem eruit moeten zien. Het programma laat goed zien dat deze jongeren niet alleen maar ‘lastig’ op school zijn. Hun gedrag komt ergens vandaan. Dat zie ik ook in mijn praktijk. Als ik vraag: wat maakt dat jij zo doet op school? Heeft het meestal te maken met een thuissituatie die moeilijk is. Ouders met een verslaving, ouders die niet meer in beeld zijn, een scheiding, dat kan van alles zijn. Die situatie bepaalt hun gedrag grotendeels. Die jongen, Prince, is nog maar zestien jaar en heeft heel lang voor zijn broertjes en zusjes gezorgd. Dan ben je zo jong al mantelzorger, dat is niet niks. Het is daarom goed dat de kijker ziet dat er meer achter probleemgedrag zit.

Nazorg is enorm belangrijk

Wat ik minder goed vond aan het programma is de docent Maarten van Rossum. Ik vind de man zelf briljant, maar hij kwam daar alleen om zijn verhaal te vertellen. De andere docenten gaven de jongeren meer ruimte, dat werkte beter. Het niveauverschil in de klas is wel gigantisch, moet ik zeggen. Zo is Tess bijvoorbeeld gemotiveerd en kan zich goed concentreren. Terwijl Demi ook gemotiveerd is, maar een heel korte spanningsboog heeft en de anderen afleidt. Als dat twee weken zo gaat, dan vraag ik me af waarom ze Demi niet iets anders aanbieden zodat ze even kan ventileren. Ik vind Lucia geweldig en werk vanuit hetzelfde principe als zij: een kind heeft één persoon nodig die er onvoorwaardelijk voor ze is, wat ze ook uitgevreten hebben. Lucia laat dat merken: ze is soms wel streng, maar ze laat altijd ook haar hart spreken en de jongeren respecteren haar. Ik ben benieuwd of Lucia contact blijft houden met de jongeren en wat het nazorgtraject zal zijn. Want nazorg is enorm belangrijk.’

Sanne wil het concept 5 sterren geven, maar vanwege de keuze voor docent Maarten van Rossum, geeft ze het programma 4 sterren.

Interventie Futsal Chabbab

Futsal Chabbab zet zaalvoetbal in om jongens en meisjes te bereiken die vaak op straat te vinden zijn. Doel is om schooluitval en overlast te verminderen. De jongeren worden in en buiten de sport-school op hun gedrag gecoacht en volgen verplicht huiswerkbegeleiding als schoolprestaties achterblijven. Er wordt nauw samengewerkt met onder meer gemeente, scholen, politie en jongerenwerk. Lees meer over de interventie.

Negatief gedrag is vaak onmacht

Jeugdarts Marie-José Theunissen deed promotieonderzoek naar vroegtijdig schoolverlaten: ‘Ik vind het programma Dream School een heel interessant programma. Boeiend, omdat er zoveel raakvlakken zijn met mijn onderzoek. Daaruit blijkt onder meer dat je bij schooluitval niet alleen de jongere, maar het hele systeem moet behandelen. Dat wordt in het programma ook gezegd: bij de leerlingen thuis zit heel veel pijn en dat moeten we ook oppakken. Het is belangrijk om al op heel jonge leeftijd aan preventie te doen. Voor de leerlingen van Dream School is het op deze leeftijd heel moeilijk om hun gedrag te veranderen. Om te leren hoe je met elkaar omgaat bijvoorbeeld. Negatief gedrag is bij hen niet altijd opzet, het is vaak onmacht. Als er thuis altijd geschreeuwd is, weet je vaak geen andere manier om de discussie aan te gaan dan door te schreeuwen. Dat betekent niet dat deze groep niet te redden valt. Ze moeten leren in zichzelf te geloven en hebben ook anderen nodig die in hen geloven. Dat doet Lucia heel goed: ze zoekt verbinding, gelooft in de jongeren en zegt dat ook. Ze geeft hen ruimte, maar laat ze niet in de steek. Want ze hebben al zo vaak meegemaakt dat mensen hen laten vallen.

Leerlingen leren goed naar zichzelf te kijken

Wat ook heel goed gebeurt, is het reflecteren op gedrag. De leerlingen leren goed naar zichzelf kijken. Ik denk dat dat te weinig gebeurt in het reguliere onderwijs. Ik heb mezelf afgevraagd of het sensatie-tv is, maar dat gevoel heb ik niet bij dit programma. Het geeft een realistisch beeld van de schoolverlater, al hebben relatief veel jongeren in deze groep gedragsproblemen. Dat is niet altijd het geval bij schoolverlaters. Deze jongeren hebben zorg en onderwijs op maat nodig. Ze kunnen niet allemaal in de klas zitten en alleen maar luisteren naar een docent. Dat zie je in het programma ook terug: vaak in de lessen waarbij ze moeten nadenken over hun eigen bedrijf, waarin ze lichamelijk actief zijn en wanneer ze zelf veel kunnen meepraten, gaat het beter.’

Marie-José Theunissen geeft het programma 4 sterren.

Auteur: Alexandra Sweers. Dit artikel verscheen eerder op de website van Zorg + Welzijn.