Wederkerigheid duurt tot de rek er uit is

artikel - 21 november 2014
Veerkracht

Veerkracht is hét toverwoord als het gaat om zorg zonder overheidsbemoeienis – lees: zonder overheidsuitgaven. Ook van kwetsbare burgers wordt permanent maximale veerkracht verwacht en dat is vragen om moeilijkheden. Marjet van Houten roept op tot meer elasticiteit bij zorg en ondersteuning.

De laatste tijd hoor en lees ik erg veel het woord veerkracht: de veerkracht van de samenleving, van de wijk, van het informele circuit, de veerkracht van de burger, de veerkracht van het gezin en die van de cliënt. Die veerkracht wordt vervolgens gekoppeld aan het meer, beter, intensiever gebruiken van de eigen kracht van mensen en de krachten in hun netwerk. Hij wordt als het ware gezien als de motor die ervoor zorgt dat mensen meer voor elkaar gaan doen, als motor voor wederkerigheid. Men gaat er op voorhand vanuit dat die veerkracht er is, maar ook dat die nu onvoldoende gebruikt wordt door mensen. Maar of dat waar is? En vooral, hoe zit dat met de mensen die zelf veel ondersteuning nodig hebben, zorg behoeven, die niet vanzelfsprekend participeren? Door hen worden immers de grootste kosten gemaakt. We verwachten meer veerkracht van vooral deze burgers. Of dat kan weten we niet zeker, maar vooruitlopend op de vermeende veerkracht van mensen, hebben we vast de bezuiniging ingeboekt, in de hoop dat onze vooronderstellingen kloppen. Om dit te checken verrichtten we vorig jaar, in opdracht voor de Raad van de Volksgezondheid, een kwalitatief onderzoek naar de rek van kwetsbare burgers. We probeerden te achterhalen hoe groot bij hen de elasticiteit is en of zij wel in staat zijn tot wederkerigheid. [1]

Duurzame wederkerigheid laat zich niet dwingen

We ontdekten dat deze kwetsbare mensen al heel veel doen, dat ze werken, dat ze vaak vrijwilligerswerk verrichten, dat ze menigmaal mantelzorger zijn of betrokken lotgenoot. Hun netwerk is zeer belangrijk, maar ook erg beperkt en de ondersteuning van professionals wordt door hen als essentieel beschouwd om hun zelfstandigheid te behouden.

We zagen in de levens van deze mensen veel wederkerigheid – mensen die zelf zorg nodig hebben, ondersteunen tegelijkertijd ook anderen. Maar eigenlijk bijna altijd is die min of meer toevallig ontstaan, in de loop der tijd, door een samenloop van omstandigheden. Vaak logischerwijs, uit familieverbanden, of door toevallige ontmoetingen. Zoals Femmianne Bredero (pdf) al heeft laten zien, kunnen we het toeval wel een handje helpen. Dat vraagt om kwartiermaken, om het reflexief maken van de omgeving zoals Doortje Kal bepleit. Het sturen op meer wederkerigheid in bijvoorbeeld keukentafelgesprekken roept bij velen grote weerstand en angst op. Echte duurzame wederkerigheid laat zich niet dwingen, zij bestaat bij de gratie van gelijkwaardigheid en toeval.

Maar velen leven op maximale spanning

Uit de gesprekken kwam een beeld naar voren van mensen die het net aan lukt om hun zelfstandige leven op poten te houden. Voor hen is dat een hele opgave die een kunstig balanceren tussen eigen kracht, netwerk en professionele inzet vraagt. Een evenwicht dat vaak onder druk staat. Het is net als bij een elastiekje, dat kan best een eindje uitgerekt worden, en dan nog een eindje. Maar er is altijd een punt dat je denkt, als ik nu doortrek, dan breekt het. Of dan kan ik de spanning niet meer tegenhouden en schiet het terug.

Voor veel van de mensen die wij spraken is dit beeld de werkelijkheid. Ze leven op maximale spanning en ook hun netwerk staat continu onder hoge spanning. Er is veel rek en kracht, er is veel mogelijk en ook veel bereikt, maar er zijn ook duidelijk grenzen. Voor velen geldt dat zij regelmatig een terugval hebben en de rek er dan helemaal uit is. Het wisselende patroon is geen uitzondering, maar is juist het kenmerk van deze groep. En als je dat goed doordenkt dan is een stabiele omgeving waarop mensen terug kunnen vallen, zowel qua netwerk als qua professionals, van het allergrootste belang. Dat is lang niet altijd realiseerbaar. Het blijkt bij terugval heel lastig om nog de juiste zorg te krijgen. Mensen komen dan vaak gelijk in een meer medisch of psychiatrisch circuit terecht, er moeten extra indicaties worden aangevraagd en het is dan lastig om het contact met de vaste begeleiders te behouden.

Meer elasticiteit vereist in de ondersteuning

Daarom denk ik dat gemeenten zich een realistisch beeld moeten vormen van de krachten en kwetsbaarheden van deze mensen. En dat zij de bijdrage die kwetsbare mensen nu leveren ook op waarde moeten schatten, want zij zijn niet alleen zorgconsumenten, maar ook belangrijke producenten, als mantelzorger, vrijwilliger of betrokken lotgenoot. Daarmee geven zij al heel wat terug aan de gemeenschap en hun naasten. Ten tweede moeten we ons rekenschap geven van de limiet van het elastiek. We maken in mijn ogen een grote fout door te denken dat we ondersteuning in kunnen richten op de maximale rek van mensen en het netwerk om hen heen. Dat is vragen om moeilijkheden.

Daarom pleit ik voor het structureel organiseren van meer veerkracht in het systeem, zorg en ondersteuning. Vanzelfsprekende veerkracht die meebeweegt. Ik geloof dat de decentralisaties daartoe de kansen bieden, mits ze niet heel instrumenteel worden ingezet. Zodat mensen de mogelijkheid hebben om op te rekken, te reiken naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid en zelfstandigheid, maar ook om soms even terug te kunnen veren, zonder dat dit gelijk tot enorme consequenties in hun ondersteuning leidt. Het is wijs en ook humaan om een systeem van zorg en ondersteuning in te richten dat niet uitgaat van ‘the max’, maar van het gegeven dat veerkracht alleen mogelijk is als je af en toe ook terug kunt veren.

Dit artikel is een verkorte weergave van de lezing ‘De elasticiteit van wederkerigheid’, uitgesproken tijdens het Participatiedebat 2014: Inclusie een illusie?

Reacties

Ik kan deze zienswijze van harte onderschrijven. Ik heb zelf tot mijn vervroegd pensioen 15 jr. in de zorg gewerkt, waarvan ruim 12 jr. in de verzorging van dementerenden. 20jr. geleden was er al vaak de schrijnende situatie, dat mantelzorgers ( kinderen en partners) het te lang vol wilden houden. Deze mensen kregen wel enige steun, nadat ze veel verdriet hadden meegemaakt. Ik heb vaak onder moeilijke situaties moeten werken. Een vergadering en protocol-systeem., waardoor er te weinig tijd voor de zorg en aandacht over bleef. Juist de mantelzorgers hebben onze steun zo hard nodig, ook omdat ze veel te lang door gaan wb. hun zorg en aandacht.
Vriendelijke groet. irene Brand.

Beste Irene,
Fijn dat je mijn zienswijze onderschrijft. Het is voor professionals ook vaak heel moeilijk om in die spagaat te zitten, tussen wat hun hart/verstand hen zegt en wat de werkdruk en organisatie vraagt. Dat maakt werken in zorg en welzijn soms zwaarder dan het werk zelf.
Hopelijk lukt het de gemeenten om hier op een betere manier vorm aan te geven.

Met vriendelijke groeten
Marjet van Houten

Reageer op dit artikel

1 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.