Wederkerigheid: de zorgende burger en de faciliterende overheid

Over Maarten en Monica, twee persona's
artikel - 10 april 2014

‘Definieer wat u als overheid nog wèl doet. Dat nodigt uit tot wederkerigheid’, stelt Karin Sok, senior adviseur bij Movisie.

Investeer als gemeente in vrijwilligers, via scholing en begeleiding. ‘Koester ze, zowel om vrijwilligers te krijgen als te behouden.’ 

Maarten en Monica

Karin vertelt over Maarten en Monica. Monica is een vrouw van 28, die als kind een hersenbloeding kreeg en sindsdien halfzijdig verlamd is. Ze woont zelfstandig maar krijgt begeleiding en persoonlijke verzorging vanuit de AWBZ. Maarten is 37 en woont in een beschermde woongroep, met een eigen voordeur. Hij heeft schizofrenie en heeft meerdere psychoses gehad. Vroeger had hij dat niet goed onder controle. Nu gaat dat beter, dankzij de juiste ondersteuning en regelmaat in zijn leven.

Persona's

Maarten en Monica zijn persona’s. Persona’s zijn fictieve personen die de kenmerken hebben van een bepaalde doelgroep en inzicht geven in het dagelijks leven, de omstandigheden en beleving van deze groep. Movisie maakt persona’s om in beeld te krijgen wat er leeft bij kwetsbare groepen, in geval van Maarten en Monica bij mensen met een psychische of fysieke beperking beperking. De doelgroep weet ten slotte zelf het beste waar ze tegenaan loopt, hoe het contact is met buurt en familie en welke ondersteuning nodig is.

Wederkerigheid van zorg niet vanzelfsprekend

Uit gesprekken die we voeren met mensen met een matig tot ernstige beperking, blijkt dat zorg voor elkaar en iets voor elkaar terug doen vanzelfsprekender  is voor de meer weerbare, assertieve, mondige burger met een redelijk netwerk. Voor de Maartens en Monica’s van deze wereld met een klein sociaal netwerk, die structureel kwetsbaar zijn, gaat dit verhaal van wederkerigheid en de zorgende burger niet echt op. Terwijl dit wel de groep is die u als gemeente meer zult zien, vanwege de transities. De vraag is dus, wat kunt u doen als gemeente?

Allereerst is het belangrijk te kijken welke elementen een rol spelen bij wederkerigheid en zorg voor elkaar gezien vanuit de structureel kwetsbare burger.

Is er een netwerk?

Als we kijken naar netwerken van mensen, dan maken we onderscheid in ‘weak’ en ‘strong ties’. Bij strong ties zie je onbaatzuchtige wederkerigheid en minder schroom om te vragen. Wanneer er iets met iemand in de familie of buurt aan de hand is, komen de hulptroepen als vanzelf in beweging zonder daar ook maar iets voor terug te verwachten. Tegelijkertijd zien we dat dat veel van die strong ties onder druk staan, omdat familie op afstand woont, de werkplek op afstand is en er weinig binding is met de buurt waarin men woont.  

Gewone mensen willen niet echt contact

Koppelen we dit gegeven aan kwetsbare mensen, dan kunnen we constateren dat Maarten en Monica maar een heel klein netwerk hebben. Ze hebben weinig ‘ties’, omdat vanwege hun stoornis, verslaving of  geaardheid veel mensen uit hun omgeving afstand van hen hebben genomen. Dus als ze al een netwerk hebben, bestaat dat vaak uit weak ties. Een netwerk opbouwen is niet eenvoudig, blijkt tijdens gesprekken met mensen met een verstandelijke beperking. “Gewone mensen willen niet echt contact, ik wil heel graag, maar het lukt niet, ze kijken me maar vreemd aan.” 

Welke keuzes maakt de burger?

Wij maken keuzes om als burger voor elkaar te zorgen, onder andere op basis van persoonlijke voorkeuren. Een voorbeeld is de economische crisis: voor veel ouders is het te duur geworden om hun kinderen naar de opvang te brengen. Dus zoekt men naar  alternatieven, bijvoorbeeld door de opvang onderling te regelen. Maar worden kinderen met een verstandelijke beperking of ADHD ook uitgenodigd?

Welke hulpvraag past bij wie?

Er is schroom om anderen om hulp te vragen, ook onder weerbare mensen. Omdat we vinden dat we het eigenlijk zelf zouden moeten kunnen redden, stellen we het vragen om hulp zo lang mogelijk uit. Bij kwetsbare mensen wegen deze factoren extra zwaar als gevolg van de hulpvragen die zij hebben. Hun specifieke  hulpvraag die verder kan gaan dan hulp bij de boodschappen of het knippen van de heg, kan een te zware druk leggen op familie, relatie of buurtnetwerk en op het gevoel van afhankelijkheid.

Wat kan de gemeente doen?

Solidariteit ontstaat niet vanzelf. Zorg voor elkaar komt zeker voor structureel kwetsbare mensen niet zomaar tot stand. Waar liggen grenzen en wat kunt u als overheid doen om die zorg voor elkaar meer gestalte te geven?

  1. Participatiesamenleving en een verzorgingsstaat
    Formuleer in samenspraak met kwetsbare mensen waar de overheid nog helpt. Zo ontstaat er een adequaat basisniveau van zorg en ondersteuning voor alle burgers, ook mensen zoals Maarten en Monica. Koppel dit niet aan bezuinigingen. Interessant in dit kader is een blog van de coördinator van AvI, Aandacht voor Iedereen, een transitieprogramma voor cliënten.\
  2. Grijp in bij uitsluiting en organiseer solidariteit
    Als de overheid zich maar gewoon terugtrekt, zal de maatschappelijke ongelijkheid vergroten, stelt Evelien Tonkens. Om dit te voorkomen, zal de overheid moeten ingrijpen en solidariteit moeten organiseren. We hebben juist, zoals in het essay van de RMO ‘Swingen met lokale kracht’ wordt gesteld, baat bij een centrale ‘gamemaster’, die uitwassen voorkomt, spelregels bewaakt en misschien zelfs wel een basisniveau garandeert.
  3. Stem vraag en aanbod af
    Ontplooi als overheid initiatieven om weerbare en kwetsbare mensen met elkaar in contact te brengen. Buurthulpprojecten of een sociaal wijkteam zou daarin een belangrijke functie kunnen vervullen. Dit vraagt van u als gemeente dat u investeert in sociale wijkteams die een duidelijke functie hebben in een integrale buurtaanpak, waarbij burgers op elkaar terug kunnen vallen. Hiervoor zijn sociale teams nodig waarin ook samenlevingsopbouw goed is vertegenwoordigd, met werkers die gewend zijn om in een wijk te werken.
  4. Investeer in (zorg)vrijwilligers
    Koester uw vrijwilligers. Bepaalde vragen van structureel kwetsbare mensen kunnen door vrijwilligers opgepakt worden. Problemen van mensen met beperkingen en de hulpvragen die daarmee gepaard gaan, vragen ook vaak wat meer kennis en kunde van een vrijwilliger. Dit vraagt van u als gemeente om investering in uw vrijwilligers. Vrijwilligers bieden steeds vaker dezelfde kwaliteit en deskundigheid als betaalde krachten  en dat begint soms te wringen. Er is iets van waardering nodig om die vrijwillige inzet duurzaam te laten zijn. Scholing en begeleiding is een mogelijkheid naast een uitje of een bloemetje op de verjaardag. In Zwitserland lost men het zo op: investeer je aantoonbaar in de samenleving? Dan betaal je minder belasting.
     

Gemeente, durf te vragen!

Er ligt veel kennis in de samenleving. Zowel kwetsbare als weerbare mensen hebben  ervaringskennis. De transities worden nu vooral vormgegeven samen met bestuurders en zorgverzekeraars, terwijl de kennis op straat ligt. Ga eens aan de andere kant staan, ga in gesprek en neem ook je eigen ervaringen als familielid of buurtbewoner mee in je werk als beleidsmedewerker.

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.