‘Weeg medische veiligheid en sociale veiligheid goed tegen elkaar af’

Hulpverleners Thuisbegeleiding bleven cliënten bezoeken in coronatijd

20 augustus 2020

Thuisbegeleiders bleven tijdens de eerste coronagolf cliënten bezoeken. Wat was de afweging daarbij en welke lessen vallen eruit te leren voor de werkwijze in een te verwachten tweede coronagolf? Ook voor andere hulpverleners en organisaties met cliënten in een kwetsbare situatie. Movisie sprak daarover met Ilse de Vries, projectleider bij Actiz en manager Thuisbegeleiding bij Amstelring.

‘We hebben een pittige doelgroep. Mensen met psychiatrische klachten en multiproblemgezinnen bijvoorbeeld. Mensen die niet voor niets begeleiding hebben. Er werd al snel duidelijk waar de coronamaatregelen toe leidden, scholen die dicht gingen waardoor kinderen vierentwintig-zeven met hun ouders in huis zaten, mensen die in financiële problemen raakten, in een sociaal isolement verkeerden. Onze afweging was daarom al snel: “onze cliënten laten we niet aan hun lot over.”

Praktijkgericht

Ilse de Vries is projectleider Thuisbegeleiding bij Actiz, de branchevereniging van zorgorganisaties. Daarnaast werkt ze als manager van een afdeling Thuisbegeleiding bij Amstelring, dat in Amsterdam en omstreken opereert. Ze blikt terug op de eerste dagen van de coronacrisis in het voorjaar toen ze met haar collega’s voor de beslissing stond: blijven we bij de cliënten thuiskomen of niet? Veel andere organisaties in de hulpverlening kozen ervoor om dat uit veiligheidsoverwegingen niet te doen. Bij Thuisbegeleiding viel de beslissing anders uit: de medewerkers bleven naar hun cliënten gaan.

‘Met een nuchtere blik en gezond verstand, zónder blind te zijn voor de gevaren, kijken naar wat er wél kan’

De Vries zag in het Landelijk Netwerk Thuisbegeleiding bij Actiz dat veel collega’s in het land dezelfde beslissing namen. Ook die kozen er veelal voor om zoveel mogelijk naar cliënten te blijven gaan. Volgens De Vries is de verklaring daarvoor meerduidig. ‘Thuisbegeleiding is allereerst echt  praktijkgerichte hulpverlening. Met motto’s als “achter de voordeur” en “praten en breien” hoog in het vaandel. Pragmatisch denken staat voorop: ‘met een nuchtere blik en gezond verstand, zónder blind te zijn voor de gevaren, kijken naar wat er wél kan.’

‘Daarnaast’, zo vervolgt ze, ‘concludeerden we al snel dat Thuisbegeleiding onder de cruciale en vitale beroepen kon worden geschaard terwijl dit in de jeugdhulpverlening en ggz niet zo eenduidig geïnterpreteerd werd. En last but not least: Thuisbegeleiding is veelal ingebed in grotere zorgorganisaties. Het gevolg: al snel waren heldere protocollen voorhanden over hoe je veilig naar je cliënt kon blijven gaan en bijvoorbeeld die anderhalve meter afstand prima in acht kon nemen.’

Over Thuisbegeleiding

Thuisbegeleiding ondersteunt mensen in een kwetsbare positie bij het (her)vinden van hun zelfredzaamheid. Mensen leren zelf de zorg te organiseren en uit te voeren die nodig is voor henzelf en eventuele gezinsleden. Hierdoor kunnen zij langer zelfstandig blijven wonen en/of beter meedoen in de samenleving. Al die kwetsbare mensen vormen de doelgroep van Thuisbegeleiding: mensen, van jong tot oud, met minder en meer ingewikkelde problematiek. Thuisbegeleiding wordt bekostigd vanuit de Wmo, de Jeugdwet en de WLZ.

Meer informatie op actiz.nl

Medische veiligheid versus sociale veiligheid

De Vries benadrukt dat ze niet met een vinger wil wijzen naar andere organisaties die andere keuzes hebben gemaakt. En vanwege de veiligheid cliëntcontact tijdens de coronapiek uit de weg zijn gegaan en over zijn gegaan op beeldbellen of telefonisch contact. De Vries: ‘Het is goed om het onderscheid te maken tussen medische veiligheid en sociale veiligheid. Wij hebben gekozen voor sociale veiligheid omdat we daar veel risico’s zagen. Denk bijvoorbeeld aan het risico op een toename van huiselijk geweld of eenzaamheid. Ik ben blij dat we door onze keuze cliënten face to face hebben kunnen bijstaan in onzekere en moeilijke tijden.’ Cliënten hebben meermaals te kennen gegeven dat ze het heel fijn vonden dat wij bleven komen en op die manier continuïteit boden.

'Gesprekken in de deuropening of in de tuin zijn ook prima mogelijk'

Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe medewerkers zelf de beslissing ervaarden dat ze wel cliënten konden blijven bezoeken. De Vries: ‘over het algemeen overheerste de overtuiging dat dit het juiste was om te doen en dat ze op deze manier het beste van betekenis konden blijven voor hun cliënten. Maar er was natuurlijk ook zorg: hoe doen we het zo veilig mogelijk?”’ Dat is volgens De Vries prima gegaan. Beschermingsmaterialen zoals handalcohol en mondkapjes kwamen op de meeste plaatsen vrij snel beschikbaar voor begeleiders en er was altijd een dubbele check (telefonisch vooraf en bij de deur) over eventuele gezondheidsklachten. ‘Het is ook een kwestie van maatwerk. Gesprekken in de deuropening of in de tuin zijn ook prima mogelijk.’ (Voor zover De Vries weet, hebben zich landelijk geen besmettingen voorgedaan die het gevolg waren van cliëntcontacten van thuisbegeleiders).

Eenzame frontliniewerkers

Thuisbegeleiders bleven dus over de vloer komen bij cliënten waar anderen, zoals jeugdhulp en ggz, dat  hoofdzakelijk niet meer deden. Daarmee werden de thuisbegeleiders ook de ogen en oren voor andere professionals en organisaties.  ‘Wij kwamen achter de voordeur en voelden en zagen de opgelopen spanningen die daar soms heersten. In bijvoorbeeld een gezin met een jonge ondernemer wiens business ineens wegviel, zijn vrouw al tijden depressief was en hij ook zijn drie kinderen thuisonderwijs moest geven.’ Volgens De Vries zat aan die rol wel een keerzijde. ‘Doordat wij wel bij de cliënten bleven komen, kregen we daarmee soms een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld dan  bij onze professie hoort. Het was ook wel gek om te horen: samenwerkingspartners waren dankbaar dat thuisbegeleiders bij de cliënten bleven komen, maar gingen zelf niet. Thuisbegeleiders voelden zich daardoor soms ook wel eenzame frontliniewerkers die er achter de voordeur alleen voor stonden. Daar hebben we het wel met onze samenwerkingspartners over gehad. ’ Het voordeel volgens De Vries: ‘Thuisbegeleiding is beter zichtbaar geworden. Stille krachten die altijd doen wat nodig is, werden nu extra belangrijke schakels.’

Kwetsbare gezondheid

Een nuance is op zijn plaats, stelt De Vries. Thuisbegeleiders zijn niet bij alle cliënten blijven komen. Voor mensen met een kwetsbare gezondheid of die ouders of kinderen met een kwetsbare gezondheid hebben, gold dat bijvoorbeeld niet. De Vries: ‘En we hebben natuurlijk ook medewerkers met een kwetsbare gezondheid. Bij hen hebben we gekeken wat wel mogelijk en passend was. Soms was dat beeldbellen, soms een gesprek in deuropening of een wandeling door de wijk… Het heeft de creativiteit aangewakkerd.’

De Vries: ‘De les die we leren is dat de beslissing wel of niet naar je cliënt gaan niet zwart-wit is. Het is in elk geval niet verstandig om abrupt te zeggen, we gaan niet meer. Weeg de sociale veiligheid af tegen de medische veiligheid. Zorg in elk geval voor inspraak van medewerkers over de werkwijze bij cliëntcontact. Voorzie hen indien nodig van beschermingsmateriaal. Luister ook goed naar ze. Als iemand zich écht niet prettig voelt bij contact, moet je het niet opleggen. Ga op zoek naar wat wél kan. Het blijft maatwerk.’

Coronadosssier

Dit artikel is onderdeel van een dossier waarin wij kennis verzamelen over het coronavirus. Heb jij een vraag die Movisie kan beantwoorden? Tips of noemenswaardige initiatieven? Stuur dan een e-mail naar Hans Alderliesten, h.alderliesten@movisie.nl.

Naar het dossier