Welke aanpak armoede is effectief en waar moeten gemeenten nog aan werken?

Kennissynthese Armoede en schulden
artikel - 7 december 2017

Gemeenten worstelen met de vraag hoe de armoedebestrijding en de hulp aan mensen met problematische schulden het beste vorm te geven. De complexe problematiek vraagt om een integrale aanpak en bezinning op het methodisch handelen van professionals. Armoedebestrijding, schuldhulpverlening, integraal en methodisch werken kunnen niet los van elkaar worden gezien. Kennis wat werkt op het een, versterkt ook de inzichten wat werkt op de andere twee.

De kennissynthese Werk en Inkomen van Movisie behandelt armoedebestrijding, schuldhulpverlening, integraal en methodisch werken. De kennissynthese is onderdeel van het kennisprogramma ‘Vakkundig aan het Werk’  van ZonMw. Dat richt zich op het ontwikkelen van kennis over effectieve werkwijzen, methoden en instrumenten die gemeenten helpen bij het plaatsen van zoveel mogelijk mensen in zo regulier mogelijk betaald werk en het terugdringen van armoede en problematische schulden. Gemeenten blijken vooral behoefte te hebben aan kennis op een viertal thema’s: Re-integratie, methodisch werken, integraal werken, armoede/schuldhulpverlening. TNO heeft het eerste thema opgepakt.

Invalshoeken

In deze kennissynthese is Movisie op zoek gegaan naar aanwezige kennis vanuit drie invalshoeken:

  • Het beste bewijs uit beschikbaar wetenschappelijk onderzoeksmateriaal (empirisch bewijs).
  • De ervaringskennis van professionals.
  • Beschikbare kennis over de voorkeuren (wensen, behoeften) van de doelgroep van de interventie.

Deze drie criteria worden vaak samengevat onder de noemer ‘evidence based’. De nadruk bij de kennissynthese ligt daarbij op empirisch bewijs (met meer of minder bewijskracht.

Bouwstenen voor een effectieve aanpak van armoede
Een effectief armoedebeleid gaat uit van werken vanuit empowerment. Empowerment is niet één doel of één methodiek, maar een richtinggevend denk- en handelingskader. Het impliceert investeren in het psychologische, sociale en maatschappelijke kapitaal van burgers.

  • Psychologisch kapitaal: professionals kunnen het psychologische kapitaal (zelfvertrouwen, veerkracht en wilskracht) van mensen vergroten door middel van motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen.
  • Sociaal kapitaal: Investeren in sociaal kapitaal, de sociale omgeving, betekent het vergroten van steun van familie, vrienden of buren. Weten hoe nieuwe lokale initiatieven zoals buurtrestaurants, ruilsystemen en buurtmoestuinen de kwetsbare groep met succes kunnen bereiken.
  • Maatschappelijk kapitaal: Meer maatschappelijk kapitaal betekent meer invloed en macht om vooroordelen en processen van uitsluiting, betere toegankelijkheid van (buurt)voorzieningen en sociale wet- en regelgeving te beïnvloeden. Belangengroepen, cliëntenraden en zelforganisaties hebben vanzelfsprekend meer macht dan willekeurige individuen. Maar als die er onvoldoende zijn, dan zijn informele vormen van cliëntenparticipatie een goed alternatief.

Meer over effectieve aanpakken van armoede vindt u in het dossier wat werkt bij de aanpak van armoede

Waar kunnen gemeenten nog aan werken?

Ten aanzien van armoedebestrijding en schuldhulpverlening, komt de kennissynthese tot de volgende conclusies en aanbevelingen.

Er zijn nog onvoldoende effectieve interventies: Er zijn nog weinig goed beschreven en/of effectieve aanpakken en interventies op het terrein van armoede en schulden. Het beschikbare (evaluatie)onderzoek is veelal te mager om op grond daarvan gefundeerde uitspraken te doen over wat werkt, waarom en bij wie. Het ontbreekt aan objectiviteit omdat alleen ervaren effecten worden gemeten, onderzoeksgroepen zijn te klein of eenzijdig samengesteld en er worden vooraf geen toetsbare hypotheses geformuleerd.

Er is te weinig aandacht voor de kosten-batenverhouding van interventies: Er is nog weinig aandacht voor de verhouding tussen investeringen en de opbrengsten van de aanpakken. Gezien de maatschappelijke kosten van de armoede- en schuldenproblematiek mag dit verontrustend genoemd worden.

Er wordt weinig gestuurd op outcome: Gemeenten maken in de dagelijkse beleidspraktijk vooral gebruik van monitorsystemen waarmee ze met name cijfers verzamelen over de kosten van de armoede en schuldhulpverlening en het gebruik van daarmee samenhangede  voorzieningen (output). Het is zorgelijk dat het zicht op de korte en lange termijn effecten van het beleid op de directe doelgroepen en de lokale samenleving bij veel gemeenten gebrekkig is.

Innovatieve projecten en praktijken worden niet doorontwikkeld: Er zijn veel praktijkvoorbeelden en good practices op het terrein van armoede en schulden. Het is een veld dat sterk in beweging is en waar veel experimenten plaatsvinden. Opvallend is dat met name op het gebied van armoede-aanpak wetenschappelijke inzichten en professionele ervaringskennis nauwelijks met elkaar verbonden worden. Algemene inzichten over wat werkt kunnen helpen bij het aanscherpen van keuzes over communicatie, vorm, inhoud en moment van interventies. De praktijk is nu sterk incident- en politiek gestuurd; het ontbreekt daardoor aan tijd en aandacht voor doordacht ontwerp, doorontwikkeling en kritische evaluatie en reflectie.

Aanbod aan Good practices is onoverzichtelijk en incompleet: Er zijn veel partijen actief op het terrein van armoede en schulden. Er is een groot en onoverzichtelijk aanbod aan good practices. Dat maakt het lastig de juiste informatie over good practices te vinden. Good practices staan verspreid over diverse databanken (die niet altijd met elkaar samenwerken en/of doorverwijzen), waarbij de zoekterm armoede of schulden vaak tot veel ruis leidt in de zoekresultaten. Daarnaast hebben wij ook veel good practices aangetroffen in verschillende rapporten die lang niet altijd in de databanken staan.

Doelgroepen worden onvoldoende bereikt: Gemeenten hebben de mensen die gebruik zouden kunnen maken van armoede- of schuldregelingen niet volledig in beeld. Het ontbreekt aan kennis over de aard en omvang van deze groepen en hun ondersteuningsbehoeften. Tevens is het zo dat sommige doelgroepen niet of onvoldoende bekend zijn met de regelingen en ondersteuningsmogelijkheden. Daardoor kan de dienstverlening niet adequaat worden afgestemd op deze groepen of wordt aanwezige ondersteuning niet benut. Zo ontstaat het risico van probleemescalatie en/of inefficiënt gebruik van middelen.

Cliënten worden te weinig betrokken bij debat over effectieve ondersteuning: De bureaucratische systeemwereld van werk en inkomen staat vaak ver af van de leefwereld van burgers en cliënten. Het cliëntenperspectief kan in dit opzicht gezien worden als een blinde vlek. Er wordt te weinig  in gezamenlijkheid met stakeholders (inclusief cliënten) gewerkt aan visievorming en debat over gewenste en te verwachten effecten van beleid en ondersteuning.

Geen sprake van integraliteit: Hoewel de noodzaak tot een integrale aanpak breed gedragen wordt, is de praktijk weerbarstig. De vragen die op dit punt worden gesignaleerd in het hoofdstuk in de Kennissynthese over integraal werken gelden onverkort voor het terrein van armoede en schulden. Wat betreft het onderwerp armoede en schulden is in dit verband niet alleen de samenwerking tussen verschillende domeinen van belang, maar zeker ook de wijze waarop de formele ondersteuning en de informele hulp elkaar versterken of belemmeren.

Movisie heeft in de kennissynthese ook een zevental aanbevelingen voor gemeenten opgesteld die voor alle drie de deelthema’s (methodisch werken, integraal werken, armoede/schuldhulpverlening)  gelden. Bekijk hiervoor ook het artikel 7 aanbevelingen rond werk en inkomen voor gemeenten

Reacties

Reageer op dit artikel

3 + 17 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.