Werken aan welbevinden is brede en integrale opgave

11 februari 2021

De houdbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg staat onder druk. Hoewel er al hard wordt gewerkt aan noodzakelijke veranderingen, is er meer nodig om de zorg ook in de toekomst goed te kunnen blijven organiseren. Over dit vraagstuk schreef het ministerie van VWS onlangs een consultatieronde uit waarop veldpartijen - zo ook Movisie - hun visie konden geven. In dit artikel de reactie van Movisie op de vijf vragen van de consultatie.

Gezondheid is meer dan het niet hebben van een ziekte. We weten vanuit de levensloopbenadering dat zaken als het behoud van eigen regie, een prettige woonomgeving, het kunnen onderhouden van sociale contacten, het hebben van werk of een zinvolle dagbesteding, financiële zekerheid en zingeving het verschil maken als het gaat om de vraag of mensen gelukkig ouder worden. De verbinding vanuit de leefwereld van mensen (het sociaal domein), waarbij het zeker niet alleen om maatwerkvoorzieningen gaat, maar juist ook om passende zorg en ondersteuning vanuit collectieve mogelijkheden is voor Movisie dan ook evident. Het concept van responsief werken, doen wat werkelijk voor mensen van betekenis is, kan richtinggevend zijn bij het vinden van een goede balans tussen wat op individueel niveau nodig is en hoe de sociale context van mensen daaraan ondersteunend kan zijn. En als ‘partijen’ denken wij aan een stevige verbinding tussen informele en formele partijen. Oog hebben voor de sociale basis, investeren in dat wat uitvoerend professionals en mantelzorgers nodig hebben en in dat wat vrijwilligerswerk in welzijn en zorg leuk maakt, zal van onschatbare waarde zijn in de discussie rond zorg voor de toekomst.

Levensbreed

Voor Movisie is leidend wat inwoners, patiënten of cliënten levensbreed aan hulp nodig hebben. Ambulantisering en een toename van medische mogelijkheden maakt dat mensen met gezondheidsproblemen meer deel kunnen uitmaken van de samenleving. Mensen met psychiatrische problemen, mensen met een (licht) verstandelijke beperking, ouderen met dementie en ouderen met chronische aandoeningen wonen in wijken en dorpen. Mee kunnen doen aan de samenleving, vanuit alle levensdomeinen binnen ieders mogelijkheid, draagt bij aan de kwaliteit van leven en daarmee aan het je gezond voelen. We weten uit onderzoek dat gebrek aan welbevinden door problemen op de genoemde levensdomeinen in onze samenleving altijd leidt tot verminderdecompensatiegedrag in de gezondheidszorg. Als we de zorg in de komende jaren betaalbaar willen houden, dan zullen we dus moeten investeren in aspecten die daarmee samenhangen - zoals sociaal contact, inkomen, werk, dak boven het hoofd etc. Die investeringen remmen niet alleen een onnodig gebruik van het zorgsysteem, maar dragen ook positief bij aan gezondheid. Dat geldt ook voor zingeving. Sociale kwaliteit en gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Welzijn en zorg hebben elkaar meer nodig dan ooit. We zien het model van positieve gezondheid (Huber, 2012) als een goede mogelijkheid om de brug te slaan tussen welzijn en zorg. Het groeiend aantal mensen dat ouder wordt en langer of weer thuis woont, soms ook met (complexe) psychische of fysieke beperkingen, wil niet primair als patiënt, maar als mens gezien worden.

Omgeving betrekken

Een belangrijk knelpunt is dat in ons zorgsysteem alle inzet voor levensgeluk van mensen wordt gereduceerd tot hun diagnose. De verbondenheid van gezondheid met andere aspecten van het leven, valt daardoor bijna volledig buiten het werk- en aandachtsgebied van de zorg. Het vakgebied van de sociaal professional betreft daarentegen juist wel de dagelijkse leefomgeving van mensen. Zij stimuleren processen van veerkracht die (soms sluimerend) aanwezig zijn en zoeken actief en creatief naar mogelijkheden van mensen, ongeacht de vraag of deze mensen te maken hebben met maatschappelijke, lichamelijke, psychische of verstandelijke beperkingen. Het behoort tevens tot hun vakgebied om de omgeving te betrekken bij het benutten van kansen en het verzachten of oplossen van problemen. Juist die benadering, waarbij iemands diagnose niet voorop staat, maakt dat sociaal werk een eigenstandige expertise is en niet een substituut van zorg. Als het gaat om specifieke aandoeningen en consequenties van in het dagelijks leven, dan kan de samenwerking met zorgprofessionals versterkt worden. Op dit moment gaan in Nederland vrijwel alle financiële middelen gaan naar de zorg, waardoor op andere levensdomeinen te weinig geïnvesteerd kan worden. Het gevolg daarvan is weer een extra beroep van mensen op (onnodige) zorg. Om uit die vicieuze cirkel te komen is naar de mening van Movisie een paradigmashift nodig, waarbij allereerst geïnvesteerd wordt in menskracht en middelen in het sociaal domein en vervolgens (waar dit aanvullend nodig is) in behandeling en zorg.

Movisie constateert bovendien dat uitvoerend professionals in toenemende mate opereren in een complexe omgeving waar samengewerkt moet worden met talloze partijen. Daarbij spelen diverse belangen op basis van financiering en verschillende wetten en regels op de achtergrond van de beroepsuitoefening mee. Signalen die aansluiten bij de genoemde knelpunten, krijgen we bijvoorbeeld van  zorg- en sociaal professionals in wijkteams. 

In de zorg en in het sociaal domein behoeft ook de samenwerking met mantelzorgers toenemend de aandacht. Waarbij, vanuit het perspectief van de professional, rekening gehouden moet worden met de inwoner (patiënt of cliënt) én met diens mantelzorger. Uit onderzoek weten we dat het goed kunnen (samen)werken met cliënt én mantelzorger bijdraagt aan plezier in de beroepsuitoefening van de professional én de volhoudtijd van mantelzorgers.

Sociale (wijk)teams: vijf jaar later

Sinds de oprichting van de sociale (wijk)teams is er veel veranderd. Zo zijn deze veranderingen, volgens de gemeenten zelf, vooral zichtbaar in de samenstelling van de teams, de aansturing en in de samenwerking met andere partijen. De oorspronkelijke ambitie van veel gemeenten was om vanuit de sociale (wijk)teams dichtbij, laagdrempelig aansluiten bij de inwoners en outreachend te werken. Maar tot nu toe komt uit iedere peiling dat de (wijk)teams onvoldoende toekomen aan preventief werken en vroegsignalering. Ook het doorontwikkelen van individueel aanbod naar collectieve voorzieningen wordt herhaaldelijk genoemd als taak waar onvoldoende tijd voor is. Door veel voorkomende problemen collectief en preventief aan te pakken, wordt de zelf- en samenredzaamheid van inwoners groter en mogelijke risico’s voorkomen.

Responsieve aanpak

Het gaat bij de keuzes voor beleidsopties om de concretisering. In die zin kunnen we alle beleidsopties onderschrijven als belangrijk voor de houdbaarheid. Echter de hoe-vraag goed beantwoorden, met daarin de juiste randvoorwaarden, is essentieel voor de mate van succes. Als kennisinstituut richt Movisie zich op de verbinding van kennis met het handelingsperspectief voor bestuurders en professionals in het sociaal domein en zijn we betrokken bij de beantwoording van hoe-vragen en het beschikbaar stellen van toepasbare kennis voor professionals in de praktijk.

Movisie pleit voor meer ruimte voor responsiviteit bij uitvoerend professionals. Voor een responsieve aanpak gaat het om het vermogen om in te schatten wat werkelijk voor de ander van betekenis is. Professionals de hiervoor voldoende tijd hebben kunnen die inschatting goed maken en dat is helpend bij effectieve ondersteuning en zorg, die recht doet aan datgene wat iemand nodig heeft om zijn of haar leven zo zelfstandig en zelfredzaam mogelijk te leven. Bij responsiviteit staat centraal wat telt voor de betrokkene(n). Als van daaruit samengewerkt wordt door sociaal- en zorgdisciplines en gewerkt, in multidisciplinaire netwerken, biedt dat kansen op alle thema’s. Sociaal professionals moeten goed op de hoogte zijn van zorgaanbod om daar tijdig naar te kunnen verwijzen en goed aan te sluiten. Te lang inzetten op eigen verantwoordelijkheid van inwoners kan schade berokkenen. De-institutionalisering en de-protocollering van de zorg dragen ertoe bij dat inwoners (patiënten/cliënten) zo snel mogelijk de regie van hun eigen leven weer kunnen oppakken. 

Wat heeft iemand nodig? - ouderenzorg

In het ontmoetingscentrum De Pijp in Amsterdam wordt gewerkt met het zogeheten adaptie coping model. Mensen met dementie en hun naasten moeten zich na de diagnose aanpassen, moeten leren omgaan met de ziekte. Iedereen heeft er andere strategieën voor, dat hangt af van persoonlijkheid, omgevingsfactoren, de ernst van de ziekte. Daar komt bij dat mensen met dementie en hun mantelzorgers vaak veel met stress zitten. Ze zijn onzeker over de toekomst, hun wereldje wordt vaak kleiner, sociale contacten minder, het zelfbeeld lager. ‘In het ontmoetingscentrum proberen we mensen te helpen de balans in het leven weer te vinden,’ aldus de coördinator. Belangrijkste voorwaarde is dat mensen zich veilig én welkom voelen in het centrum. ‘Wat hebben mensen nodig om kwaliteit aan het leven te geven?’ Ter illustratie een oudere bezoeker, een hoogleraar die afasie heeft. ‘Hij had het gevoel dat hij z’n identiteit kwijtraakte. Hij vertelde dat hij vroeger veel naar concerten ging, naar musea. Een collega van mij is toen met hem gaan schilderen en ik ben met deze meneer gaan dansen. Dat zijn voor hem manieren geworden om zich te uiten, hij voelt zich nuttig en zijn partner is trots.’

Meer inspiratie