Wetten en financiering respijtzorg

2 september 2020

Respijtzorg light wordt gefinancierd vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo). Vanuit de Wmo heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om mantelzorgers (preventief) te ondersteunen.

Respijtzorg light is een collectieve voorziening. De activiteiten kunnen meestal ongepland worden bezocht. Het kan ook zijn dat de mantelzorgers moet worden aangemeld voor een intake. Dit loopt dan direct via de vrijwilligers- en welzijnsorganisaties, buurthuizen, initiatieven voor ontmoeting of recreatie.  

Om gebruik te maken van respijtzorg light is geen indicatie nodig. Meestal zijn er ook geen voorwaarde voor gebruikt. Het kan wel mogelijk zijn dat er een eigen bijdrage wordt gevraagd vanuit de organisaties, bijvoorbeeld voor eten en drinken.

Wetten en financiering

Klik op de infographic om de voor- en achterkant in groter formaat te bekijken.

Infographic Respijtzorg, Wetten en financiering

Dagopvang

Dagopvang kan vanuit verschillende wetten worden gefinancierd, namelijk de Wmo, Jeugdwet of de Wlz.

Wmo

Wanneer de dagopvang uit de Wmo wordt gefinancierd kan het gaan om een collectieve voorziening of een maatwerkvoorziening.

Bij een collectieve voorziening gaat de aanmelding voor een intake vaak via de aanbieder van de dagopvang. Er is dan geen indicatie nodig. De gemeente of aanbieder stellen meestal de voorwaarden voor gebruik vast. Het is mogelijk dat de organisatie een eigen bijdrage vraagt.

Als het gaat om een maatwerkvoorziening (begeleiding van een groep), dan wordt er een indicatie afgegeven door de gemeente, de Wmo-consulent of het sociaal wijkteam. De voorwaarde voor gebruiken worden vastgesteld door de gemeente. Voor de eigen bijdrage geldt het Wmo abonnementstarief.

Wmo abonnementstarief
Per 1 januari 2020 is het Wmo abonnementstarief ingegaan. Dit is een vast bedrag voor de eigen bijdrage van Wmo voorzieningen. Deze eigen bijdrage bedraagt maximaal 19 euro per maand. Het abonnementstarief is voor maatwerkvoorzieningen.

Jeugdwet

Wanneer het gaat om dagopvang voor kinderen dan is dit een vorm van maatwerk. Het gaat bijvoorbeeld om medisch kinderdagverblijf, kinderdagcentrum, orthopedagogisch centrum, zorgboerderij of BSO voor kinderen onder de 18 met een beperking of chronische aandoening. De indicatie gaat via de gemeente of het wijkteam jeugd.

Wlz

Dagopvang kan ook gefinancierd worden vanuit de Wet langdurige zorg. Ook hier gaat het dan om maatwerk. De indicatie verloopt via de zorgbemiddelaar van de aanbieder. Om gebruik te maken van dagopvang vanuit de Wlz is een indicatie nodig (of wordt deze aangevraagd). Er is toestemming nodig van CIZ. Het CIZ onderzoekt of iemand in aanmerking komt voor zorg vanuit de Wlz.

Iemand komt in aanmerking voor zorg vanuit de Wlz als hij of zij 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebben. Er zijn verschillende vormen van zorg mogelijk. Het volledige pakket thuis (VPT) of het modulaire pakket thuis (MPT). Vanuit de Wlz is er een eigen bijdrage. Meer informatie over de eigen bijdrage is te lezen op de website van het CIZ.

Volledig of modulair pakket thuis
Met een volledig pakket thuis (vpt) ontvangt een cliënt thuis de zorg van een zorginstelling. De hulpvrager krijgt dan van de zorginstelling alle zorg en ondersteuning waarvoor hij of zij een Wlz-indicatie heeft. Hierbij horen ook maaltijden, huishoudelijke hulp en uitstapjes, net zoals een cliënt in de zorginstelling zou krijgen. De huur of de hypotheek van de woning blijft voor rekening van de cliënt. Met een modulair pakket thuis (mpt) kan de cliënt ook een deel van de zorg van een zorginstelling krijgen en een deel zelf regelen met een Wlz-pgb. Met het mpt krijgt de cliënt geen maaltijden en geen hulp bij het huishouden.

Aanwezigheidszorg (thuis)

Aanwezigheidszorg wordt gefinancierd vanuit de Wmo of vanuit zorgverzekeringswet (aanvullende verzekering)

Wmo

Vanuit de wmo kan aanwezigheidszorg gaan om een collectieve voorziening of een maatwerkvoorziening.

Bij een collectieve voorziening gaat de aanmelding voor een intake direct via de vrijwilligers – of welzijnsorganisatie. Er is geen indicatie nodig. De aanbieder stellen meestal de voorwaarden voor gebruik vast. Meestal zijn er geen kosten aan verbonden.

Als het gaat om een maatwerkvoorziening hebben we het over individuele begeleiding thuis. Er wordt een indicatie afgegeven door de gemeente, de Wmo-consulent of het sociaal wijkteam. De voorwaarde voor gebruiken worden vastgesteld door de gemeente. Voor de eigen bijdrage geldt het Wmo abonnementstarief.

Zvw aanvullende verzekering

In de Zvw is in het basispakket geen voorziening voor mantelzorgondersteuning opgenomen. Sommige verzekeraars hebben in hun aanvullende polis ‘mantelzorgvervanging’ opgenomen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het inschakelen van een vrijwilliger. Het verschilt sterk per zorgverzekeraar en per aanvullend pakket op hoeveel dagen vervangende mantelzorg iemand met zo’n aanvullende verzekering recht heeft. Pakketten met een uitgebreide vergoeding, bijvoorbeeld 21 dagen per jaar, kosten rond de € 30,- per maand.

Vanuit de Zvw kan het gaan om twee soorten voorzieningen: vervangende zorg door een vrijwilligers aan huis of een collectieve voorziening. Bij vervangende zorg door een vrijwilliger loop de indicatie via de aanbieder en er is toestemming nodig van de zorgverzekeraar. Er zijn meestal geen extra kosten aan verbonden.

Er kan ook gebruik worden gemaakt van een collectieve voorziening. Vaak gaat aanmelden voor intake via de aanbieder van de logeeropvang. Er is geen indicatie nodig. De voorwaarde voor gebruik worden meestal gesteld door de aanbieder. Het is mogelijk dat er een eigen bijdrage wordt gevraagd vanuit de organisatie.

Logeeropvang

Wanneer iemand gebruik maakt van logeeropvang kan dit vanuit vier verschillende wetten worden gefinancierd: de Wmo, Zvw, Wlz en jeugdwet.

Wmo

Net zoals bij de andere vormen van respijtzorg kan het vanuit de Wmo gaan om een collectieve voorziening of een maatwerkvoorziening.

Bij een collectieve voorziening gaat de aanmelding voor een intake vaak direct via de aanbieder van de logeeropvang. Er is geen indicatie nodig. De aanbieder stellen meestal de voorwaarden voor gebruik vast. Mogelijk wordt er een eigen bijdrage gevraagd vanuit de organisaties. Bijvoorbeeld voor eten en drinken.

Logeeropvang kan ook een maatwerkvoorziening zijn. Er wordt een indicatie afgegeven door de gemeente, de Wmo-consulent of het sociaal wijkteam. De voorwaarde voor gebruiken worden vastgesteld door de gemeente. Voor de eigen bijdrage geldt het Wmo abonnementstarief.

Zvw

Vanuit de Zvw gaat het om eerstelijnsverblijf of een Wijkverpleegkundige segment-2.

Eerstelijnsverblijf is tijdelijke, kortdurende opvang die erop gericht is de patiënt weer naar zijn of haar eigen omgeving terug te laten keren. De medische situatie maakt dat mensen tijdelijk niet thuis kunnen wonen. De indicatie loopt via huisarts. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Als de mantelzorger tijdelijk langdurig wegvalt, kan vanuit de Zvw een wijkverpleegkundige segment-2 worden ingezet ten behoeve van respijtzorg. De wijkverpleegkundige kan worden ingezet als het medische gezien niet verantwoord is om alleen thuis te zijn. De wijkverpleegkundige houdt dan vinger aan de pols. De indicatie loopt via de huisarts. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Wlz

Vanuit de Wlz wordt logeerzorg gefinancierd. Ook hier loopt de indicatie via de zorgbemiddelaar van de aanbieder en is toestemming nodig CIZ. Iemand komt in aanmerking voor zorg vanuit de Wlz als hij of zij 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebben. Er zijn verschillende vormen van zorg mogelijk. Het volledige pakket thuis (VPT) of het modulaire pakket thuis (MPT). Vanuit de Wlz wordt maximaal 156 etmalen per jaar logeerzorg vergoed. Er is een eigen bijdrage.

Jeugdwet

Voor kinderen wordt kortdurend verblijf (logeerzorg) vergoed vanuit jeugdwet. De indicatie gaat via de gemeente of het wijkteam jeugd. Er zijn geen kosten aan verbonden.