‘Wie ben ik, om hier iets van te vinden?’

Het innemen van een moreel standpunt bij (vermoedens van) huiselijk geweld

19 november 2020

In dit artikel bespreek ik de noodzaak van een onderbouwd moreel standpunt, om het verschil te kunnen maken bij preventie en aanpak van geweld. Ik pleit voor het hanteren van een eenduidige beoordelingssystematiek die richting geeft aan professioneel handelen. Belangrijk hierbij is dat het bijdraagt aan het beter en slagvaardiger samenwerken in de keten, in het bijzonder in de samenwerking tussen wijkteams en Veilig Thuis. Wat een dergelijke beoordelingssystematiek kan betekenen in de praktijk licht ik toe aan de hand van de interventie RelatieWijs (1).

Onzekerheid bij professionals

Hoewel de coronacrisis veel creatieve en verbindende initiatieven heeft voortgebracht, is ook zichtbaar geworden dat isolement mensen kwetsbaar maakt voor geweld in huiselijke kring. De maatschappelijke urgentie is groot. Zo wordt het aantal volwassenen dat in de afgelopen vijf jaar slachtoffer is geworden van huiselijk geweld geschat op 747.000 (2).

Fatima komt als wijkverpleegkundige met regelmaat bij mensen thuis. Soms ziet ze interacties tussen partners waarover ze twijfelt of het een vorm van partnergeweld is. De Wet Meldcode schrijft voor dat ze signalen met collega’s hoort te bespreken, maar ze voelt zich onzeker. Heeft ze het wel goed gezien of gehoord? Of was het misschien toch een eenmalig incident zoals de cliënt zelf beweerde? Fatima en haar collega’s missen een eenduidig beoordelingskader, juist ook voor het gesprek met elkaar, los van hun eigen referentiekader.

'Laten we niet vergeten dat professionals ook mensen van vlees en bloed zijn, die in de loop van hun leven op basis van persoonlijke en professionele ervaringen zich overtuigingen hebben gevormd. Juist door die persoonlijke kant zijn er ook verschillen tussen de opvattingen van professionals. Aan de ene kant is dat normaal, dat verschil hoort bij het leven. Aan de andere kant leert de praktijk ook dat dat gegeven professionals onzeker maakt.’ – Janine Janssen (lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool) 

Normstelling bij huiselijk geweld

Het blijkt moeilijk te zijn om bij huiselijk geweld een norm te stellen en te interveniëren, in het bijzonder bij volwassenen (3). Ook blijkt uit onderzoek dat er verschillend gedacht wordt over wat grensoverschrijdend is en wat niet. Begrippen zoals huiselijk geweld, (ex-)partnergeweld, seksuele intimidatie en seksueel misbruik blijken rekbaar te zijn. Er is sprake van bagatellisering, niet al het geweld telt (even zwaar). Negentig procent van de Nederlanders is het erover eens dat geweld binnen een relatie onaanvaardbaar is. Maar wanneer men concrete situaties krijgt voorgelegd vindt 29 procent het gebruik van geweld tegen de partner onder bepaalde omstandigheden acceptabel. Dat geldt ook voor jongeren. Onder hen is er een relatief hoge tolerantie voor partnergeweld, vooral voor seksueel geweld (4).   

In gesprek met professionals uit de praktijk is een veelgehoorde uitspraak: ‘Wie zijn wij om er iets van te vinden?’ Zeker als het om volwassenen gaat. En: ‘Hoe maak je het bespreekbaar, zonder dat de deur meteen voor je dichtgaat?’ Of: ‘Hoe houd ik het vertrouwen van de cliënt?’ De universaliteit van mensenrechten maakt echter dat wij allen een verantwoordelijkheid hebben voor elkaar en dus ook voor bescherming tegen geweld. Mensenrechten kunnen een maatstaf zijn voor wat wel of niet aanvaardbaar is. Deze maatstaf gaat het meten met verschillende maten tegen. In de beroepscode van de sociaal werker vormen mensenrechten het uitgangspunt (5).  

Normeren van grensoverschrijdend gedrag door professionals is niet eenvoudig. Dat geldt misschien nog meer voor seksueel gedrag. Vermoedens van seksueel geweld leiden niet altijd tot passende follow-up. Dit blijkt uit een casuïstiekonderzoek naar seksueel geweld in Amsterdam (6).  De manier waarop professionals het (seksuele) gedrag van jonge meiden duiden, blijkt onlosmakelijk verbonden met de eigen waarden en normen rondom relaties en seksualiteit. Die kunnen sterk verschillen tussen professionals onderling. 

‘Verschillen in normen rondom seksualiteit zullen er altijd zijn, maar het creëren van een bepaalde basisvisie op welke principes rondom vrijheid en lichamelijke integriteit gewaarborgd moeten worden, zou professionals meer handelingsperspectief kunnen bieden. Bijvoorbeeld in de vorm van een gedeeld normenkader. Zo kunnen kinderen worden beschermd in een gezonde seksuele ontwikkeling, passend bij hun ontwikkelingsniveau.’ – Herman Bolhaar (Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen)

In de praktijk is het lastig om een onderbouwd standpunt in te nemen en het gesprek daarover te voeren. Opvattingen over wat grensoverschrijdend is, zijn afhankelijk van de eigen ervaring en persoonlijke waarden en normen. Dit leidt tot handelingsverlegenheid bij professionals, omstanders en betrokkenen. Het staat (multidisciplinair) samenwerken tussen professionals in de weg, omdat er geen gezamenlijk uitgangspunt is. Fysiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag is al moeilijk bespreekbaar te maken; vormen als verwaarlozing, intimideren en chanteren (psychisch en emotioneel geweld) vaak nog moeilijker. Dat geweld niet acceptabel is raakt daardoor op de achtergrond.

RelatieWijs: beoordelingssystematiek en handelingskader

Om een antwoord te bieden op het ontbreken van een meer eenduidig beoordelingskader heeft Movisie in samenwerking met professionals in wijkteams, Veilig Thuis en de politie gewerkt aan de ontwikkeling van RelatieWijs. RelatieWijs biedt een instrumentarium voor het voorkómen en duurzaam stoppen van relationeel grensoverschrijdend gedrag onder (jong)volwassenen, door het vergoten van de handelingsbekwaamheid van professionals in sociale wijkteams. Deze methode expliciteert bestaande waarden en normen, uitgaande van een mensenrechtenperspectief, bestaande wet- en regelgeving en kennis over risicofactoren. RelatieWijs helpt bij het uitvoeren van de stappen van de verbeterde meldcode en sluit aan op de inhoudelijke visie op ketensamenwerking van Vogtländer en van Arum (2016) (7). 

‘Ons team bestaat uit medewerkers met verschillende achtergronden. Bij vermoedens van partnergeweld komt meestal maatschappelijk werk in actie, al wordt van alle teamleden verwacht dat zij een gesprek kunnen voeren waarin zij de vinger op de zere plek proberen te leggen. Ik heb zelf geen hulpverleningsachtergrond en voel me erg gesteund door RelatieWijs. Ik sta steviger in mijn schoenen, ben zekerder in het stellen van vragen, wegen en beoordelen. Het is heel prettig om je onderbuikgevoel langs een objectievere meetlat te leggen. Oordelen zijn niet zo subjectief meer, beter onderling bespreekbaar en daarmee de basis voor een eensluidende oplossing.’ - Roos Adriaansen (Sociaal Wijkteam Stichtse Vecht)

Voor het beoordelen van gedrag in (ex-)partnerrelaties vindt toetsing plaats aan zeven criteria: wederzijdse toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, zelfbeschikking; passend bij de omgeving; zelfrespect en respect voor de ander. Deze criteria, samen met richtlijnen voor het wegen en beoordelen, vormen de basis van de beoordelingssystematiek. 

Om te bepalen of gedrag positief en gezond is, óf grensoverschrijdend, wordt een aantal elementen in de overweging meegenomen:

  • De ernst waarin iemand over de grens gaat, ofwel de aard van het gedrag: de mate van emotionele of fysieke schade die kan worden berokkend, de gevolgen voor de betreffende persoon. 
  • De mate van herhaling van het gedrag (eenmalig, incidenteel, herhaaldelijk). Licht grensoverschrijdend gedrag wat zich herhaalt, gaat van ernstig naar zeer ernstig.
  • De mate waarin de privacy wordt overschreden en of er al dan niet kinderen bij aanwezig zijn (passend bij de omgeving).
  • De mate waarin het gedrag al dan niet met opzet plaatsvindt: niet bedoeld om te beschadigen (licht grensoverschrijdend); in de wetenschap dat het gedrag de ander kan beschadigen (ernstig); Bedoeld om de ander te kwetsen of te beschadigen (zeer ernstig).
  • De mate waarin de persoon die het gedrag stelt zich bewust is of zou moeten zijn van grenzen die hij of zij overschrijdt. Er dient rekening gehouden te worden met het inschattingsvermogen van de betrokkene(n). Het gedrag wordt daarmee niet anders beoordeeld, maar het wordt wel meegenomen in het gesprek en handelen.
  • De mate waarin het gedrag strafbaar is.

Na weging wordt het gedrag beoordeeld met een kleurkaart: positief en gezond (groen) of grensoverschrijdend: licht (geel), ernstig (oranje) of zeer ernstig (rood). Over groen en rood relationeel gedrag kan een professional het waarschijnlijk snel eens zijn. Indien aan een van de criteria niet voldaan wordt, is het gedrag niet meer ‘groen’. Je wordt voor een professionele uitdaging geplaatst wanneer het relationeel gedrag zich in het midden van het spectrum bevindt (dus een gele of oranje kaart krijgt). Belangrijk is daarbij te beseffen dat het over gedrag gaat, niet over de persoon zelf. De kleurkaart geeft richting aan het professionele handelen.

De beoordelingssystematiek voor relationeel gedrag helpt niet om te beslissen of het veilig is of niet, maar zegt iets over het gedrag dat reeds heeft plaatsgevonden. Het gaat dan ook niet om veiligheids- of risicotaxatie. Het bepalen of de situatie veilig is gebeurt in de ketensamenwerking en met Veilig Thuis.

RelatieWijs bevat casuïstiek in de vorm tekeningen met situaties. Deze tekeningen zijn beoordeeld met een kleurkaart, toegelicht per criterium, en helpen bij het uitvoeren van de stappen van de verbeterde meldcode en het leren werken volgens de werkwijze van RelatieWijs.

Casus: vernederende opmerkingen

Tekening

Tekening uit RelatieWijs (Janssens e.a., 2017).

Een vrouw maakt vaak vernederende opmerkingen over of tegen haar man, ook in aanwezigheid van anderen. Hij lijdt hier zichtbaar onder. 

We analyseren het gedrag van de vrouw: het herhaaldelijk maken van vernederende opmerkingen over of tegen haar man waar anderen bij zijn. Volgens de criteria van RelatieWijs krijgt de casus een oranje kleurkaart. Als dit gedrag echt structureel is, dan verandert de kleurkaart in rood. Partnergeweld wordt vaak geassocieerd met fysiek geweld, maar dit soort subtiele vormen werken ook zeer ondermijnend voor een relatie.

In gezonde relaties spreken partners in het bijzijn van anderen respectvol over de ander. Door de ander herhaaldelijk in het bijzijn van anderen belachelijk te maken, vertoont de vrouw ernstig grensoverschrijdend gedrag. Zes van de zeven criteria worden negatief gescoord (-). Wat betreft het criterium respect* kan gezegd worden dat het gedrag in eerste instantie niet schadelijk is voor de vrouw zelf (±); op langere termijn is het echter wel schadelijk voor de relatie en daarmee ook voor haarzelf (-).

(*): Bij de criteria ‘zelfrespect’ en ‘respect voor de ander’ wordt gekeken naar mogelijke schade voor een persoon zélf en/of voor de ander, op diverse vlakken: psychisch, emotioneel, fysiek, seksueel, financieel en sociaal.

Meerwaarde van een eenduidig beoordelingskader?

Nu je dit alles hebt gelezen hoop ik je geïnspireerd te hebben om daadwerkelijk een onderbouwd moreel standpunt in te nemen bij grensoverschrijdend gedrag en geweld. 

De Wet verbeterde meldcode biedt een kader voor de te zetten stappen, het ‘wat’. De ontwikkelde afwegingskaders beschrijven wanneer een melding noodzakelijk is. RelatieWijs biedt instrumenten die helpen bij de uitvoering van de stappen van de meldcode, bij het ‘hoe’.
Een meer eenduidig beoordelingskader als basis voor professioneel handelen zal bijdragen aan het (vroegtijdig) signaleren, bespreekbaar maken en duurzaam stoppen van huiselijk geweld. 

Een ingekorte versie van dit artikel is gepubliceerd in de SoZio special Huiselijk geweld.

Bronnen

(1) Janssens, Visser en Oosten, 2017. In 2021 komt een herziene versie van RelatieWijs uit. Zie ook een vertaalslag van de criteria naar een relatietest in de brochure ‘Hoe houd ik onze relatie veilig tijdens de coronacrisis?’ (Storms, Wentzel, Janssens & Vroomen, 2020). Voor dit pleidooi heb ik enkele instrumenten uit RelatieWijs uitgelicht en summier toegelicht. De beoordelingssystematiek bestaat uit instrumenten die in samenhang met elkaar gebruikt worden: zeven criteria; richtvragen bij de criteria; richtlijnen voor het zorgvuldig wegen en beoordelen; en een RelatieWijzer met diverse voorbeelden, geordend naar zes relatiedomeinen met subdomeinen. Meer info: www.movisie.nl/relatiewijs. 
Het idee van het werken met criteria en richtlijnen om gedrag objectiever te wegen en beoordelen, en het toekennen van een kleur die richting geeft aan het handelen, is geïnspireerd op het Sensoa Vlaggensysteem© (Frans & Frank, 2010; 2014; 2017).
(2) Ten Boom, A., & Wittebrood, K. (2019). De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland. Den Haag: WODC.
(3) Janssens, Volaart, Doornink, Schakenraad, Kooijman & Kooijman, 2019. 
(4) Römkens, Brink & De Jong, 2018.
(5) Zie ook: https://www.sociaalwerknederland.nl/?file=15783&m=1521200969&action=fil….
(6) Nationaal Rapporteur (2020). Vertrouwen in Veerkracht. Een casuïstiekonderzoek naar (de aanpak van) seksueel geweld tegen jonge vrouwen in Amsterdam. Den Haag: Nationaal Rapporteur.
(7) Vogtländer & Van Arum, 2016.