Wij doen het zelf

Marjet van Houten tijdens de bijeenkomst ‘Iedereen aan de slag. Meedoen naar vermogen’
artikel - 6 maart 2014
Afbeelding bij Wij doen het zelf

De titel hierboven heb ik een beetje te danken aan een van de inzenders van de Participatieprijs 2013, die in het teken stond van jongerenparticipatie. Het project ‘Wij doen het zelf’ uit Leeuwarden heeft een aanmoedigingsprijs ontvangen. Het is een prachtig project waarin jongeren zelf actief aan de slag gaan om zich een plek op de arbeidsmarkt te veroveren. Het begrip participatie is behoorlijk gaan schuiven. Nog maar 6 jaar geleden stond participatie vooral voor maatschappelijk meedoen, vrijwilligerswerk, actief zijn in de wijk, mantelzorg, de Wmo werd toen ‘dé participatiewet’ genoemd. Nu is er een nieuwe ‘dé Participatiewet’ in de maak: die gaat over werk.

Dat laatste is geen toeval. Maatschappelijk zijn we de waarde, het belang van werk anders gaan definiëren. Dat is vanuit de overheid zo. Alleen al de houdbaarheid van de verzorgingsstaat maakt het nodig dat veel mensen werken en dat zo min mogelijk mensen van zorg en ondersteuning afhankelijk zijn. Maar minstens zo krachtig is de beweging vanuit mensen zelf. Vanuit allerlei hoeken wordt het recht op participatie in de vorm van werk, nagestreefd. Wordt het verlangen kenbaar gemaakt, om gewoon mee te doen, in de echte wereld. En steeds meer wordt ook, naast het feit dat het domweg erg fijn is om indien mogelijk je eigen brood te verdienen, ook de andere waarden van werk onderkend: zingeving, dagritme, structuur, sociale ontmoetingsplek, leeromgeving. Voor erg veel mensen is meedoen een ver weg liggend ideaal. En dat moet veranderen.

Wij doen het zelf

We leven zoals bekend in twee werelden, een systeemwereld en een leefwereld. De hele transitie en transformatie waar we momenteel middenin zitten is bedoeld om de kloof tussen de leefwereld van de burgers, van u, van mij, van mensen die ondersteuning nodig hebben, dichter bij de abstracte wereld van wetten, procedures, indicaties, financieringsstromen te brengen. Niet omdat dichterbij per se beter is, maar omdat we mensen dan beter kunnen helpen. Vandaar het idee van de decentralisaties: dat is gebaseerd op de vooronderstelling dat de gemeente als de meest nabije overheid beter in staat is om mensen snel, adequaat en passend te ondersteunen.

2015

Nog maar een klein jaar te gaan. Op 1 januari 2015:

  • Staat de invoering van de Participatiewet op stapel,
  • Is de overheveling van de extramurale begeleiding van AWBZ naar de Wmo gepland,
  • Treedt de nieuwe Wmo in werking,
  • Gaat de nieuwe bijstandswet van start.
  • Zijn de contouren helder van de wet LIZ, langdurige intensieve zorg, die de AWBZ gaat vervangen.
     

Doel is toenadering tussen leefwereld en systeemwereld. Maar op dit moment lijkt er geen sprake van toenadering, maar eerder van een steeds groter wordende kloof. Het vertrouwen van de burgers in al die veranderingen slinkt, belangengroeperingen lopen de deur in Den Haag plat en de gemeenten die het allemaal uit moet gaan voeren hebben bij monde van de VNG al meerdere malen laten weten onder deze condities het stokje niet over te willen nemen.

Het kan en moet beter

Het is niet gemakkelijk om een zo ingrijpende stelselwijziging met zo ontzettend veel verschillende belangen in een hernieuwd wettelijk kader te vatten. De stand van zaken verandert snel, maar dit artikel is geen update van de stand van zaken in de systeemwereld, maar van de leefwereld. En daarop slaat mijn titel: ‘wij doen het zelf’. Want het kan en moet beter, en de wens van grote groepen mensen om mee te doen, mogen we niet laten afhangen van het tempo en de complexiteit van processen in de systeemwereld. Het gaat om concrete veranderingen in het hier en nu, in de leefwereld. En daar is ook veel in beweging: eigenlijk iedere dag zie ik hele mooie voorbeelden van projecten, vernieuwingen, aanpakken, die blijkbaar toch minder afhankelijk zijn van al die rompslomp in de systeemwereld dan we vaak denken. Onze jaarlijkse Participatieprijs laat zien dat er een enorm potentieel is aan mensen die de koe bij de horens vatten en het anders doen.

Meedoen naar vermogen

Het is heel erg jammer dat de term ‘werken naar vermogen’ niet meer gebruikt wordt, want die geeft precies aan wat het omvat: de juiste balans vinden tussen enerzijds de wens om mee te doen en anderzijds rekening houden met het individuele vermogen. Vermogen is ook een mooi woord, het drukt kracht uit, de kracht om ergens te komen, om iets tot stand te brengen. Movisie was het afgelopen jaar aan de slag met arbeidsmatige dagbesteding, tegenprestatie naar vermogen, sociale firma’s, jongeren aan de slag en vernieuwingen in de re-integratie. En op al deze gebieden zien we dat er nieuwe praktijken ontstaan, dat de werkelijkheid verandert. Dat wordt wellicht aangezwengeld vanuit de wetenschap dat er grote systeemveranderingen op stapel staan. Maar de veranderingen ontstaan ook gewoon op eigen kracht. En als we dan wat preciezer gaan kijken, dan zien we dat de motor toch mensen zijn die besluiten iets zelf te gaan veranderen. Soms is dat een groep bewoners of zijn het voortvarende professionals. Soms zijn het ondernemers of cliënten, Soms een voortvarende wethouder of een actief college. Veel vaker een combinatie van dat alles. Allemaal mensen die denken: wij hebben geen stelselwijziging nodig, wij doen het zelf.

Dit omarm ik. We hoeven niet te wachten op de verandering vanuit Den Haag. Nu is het tijd om te experimenteren, want de werkelijkheid is weerbarstig.

Dit artikel is een bewerking van de introductie van Marjet van Houten (Movisie) tijdens de bijeenkomst ‘Iedereen aan de slag. Meedoen naar vermogen’ op 12 februari 2014.

Reacties

Reageer op dit artikel

16 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.