De wijk-GGD’er: onmisbare schakel in de wijk
Flexibel en onafhankelijk in complexe situaties
Werken op het snijvlak van zorg en veiligheid: dat is de rol van de wijk-GGD’er. Zij verbinden instanties en ondersteunen mensen die zorg mijden of vastlopen in de hulpverlening. Steeds meer gemeenten zetten wijk-GGD’ers in. Laura van Beek en Brigitte Swaving werken als wijk-GGD’er bij GGD Brabant-Zuidoost onder leiding van manager Publieke Gezondheid - Bijzondere zorg Lotte Welp. Zij delen hun ervaringen, succesfactoren en uitdagingen uit de praktijk.
Dagelijks gaat het team af op meldingen die binnenkomen via het Meld- en adviespunt Zorgwekkend Gedrag van de GGD Brabant-Zuidoost. ‘Wij kijken wat er speelt, wat nodig is en wat iemand zelf wil’, vertelt van Beek. Soms is er al een hele reeks hulpverleners in beeld. Zo niet, dan kijkt de wijk-GGD’er welke partijen moeten aanhaken. De wijk-GGD’er probeert met de inwoner vertrouwen op te bouwen en kijkt op diens tempo of (heel) kleine stapjes kunnen worden gezet. De betrokkenheid van de wijk-GGD’er is ‘zo kort als mogelijk, zo lang als nodig’. Welp: ‘We doen wat nodig is. Soms voldoen enkele huisbezoeken. Soms blijven we langer betrokken om vinger aan de pols houden en te voorkomen dat iemand toch weer buiten de boot valt.’
Signaleringsnetwerk
Het team werkt aan de opbouw van een ‘signaleringsnetwerk, ook met niet-traditionele partners, zoals een supermarktmedewerker of een apotheker of een dierenarts
‘Een groot deel van ons werk is netwerken’, zegt Swaving. Het team werkt aan de opbouw van een ‘signaleringsnetwerk, ook met niet-traditionele partners, zoals een supermarktmedewerker of een apotheker of een dierenarts. Welp: ‘Als mensen met een niet-pluisgevoel weten waar ze zorgen kunnen melden, komen wij eerder in beeld. Zo kunnen we erbij zijn voordat situaties echt escaleren.’
De politie ontlasten
Het aantal meldingen stijgt, vooral vanuit instanties, en in mindere mate vanuit buurtbewoners. Van Beek: ‘Misschien voelt het voor een bezorgde buurman of familielid een beetje als klikken? Daarnaast zijn mensen bij overlast op straat toch eerder geneigd de politie te bellen. Als dergelijke meldingen via het meldpunt bij de wijk-GGD’er terechtkomen wordt de politie ontlast en wordt voorkomen dat de politie er direct op afgaat. Want dat kan bij mensen schrik veroorzaken en traumatiserend werken.’ Via de politie gaat het vaak om E33-meldingen, waarbij sprake is van onbegrepen gedrag. Deze worden automatisch doorgestuurd naar het meldpunt van de GGD en uiterlijk de volgende werkdag opgepakt.
Stil leed achter de voordeur
Regelmatig ontmoet de wijk-GGD’er inwoners die zorg mijden. ‘De huidige maatschappij is gericht op het nemen van eigen regie en het stellen van een hulpvraag. Maar wat als je dat niet wil of niet kan, terwijl er wél zorg nodig is?’, aldus Swaving. (Media)aandacht gaat vooral naar overlastgevers op straat, terwijl verwaarlozing en (sociale) isolatie vaak achter de voordeur plaatsvinden. Swaving: ‘Zoveel leed wordt niet gezien. Soms treffen we het per toeval, terwijl we er een hoop in kunnen betekenen.’ Ze vertelt over een inwoner die via de gemeente een coach kreeg om weer aan het werk te komen. Dit bleek een verkeerde inschatting. ‘De wijk-GGD’er die bij de inwoner thuis kwam, zag dat de woonsituatie onleefbaar was. Dat moet eerst aangepakt worden, voordat je kunt nadenken over werk.’
Buiten kaders, afspraken en werktijden
Deze doelgroep houdt zich niet aan onze kaders, afspraken en werktijden. Dus om mensen te bereiken moet je flexibel zijn
De wijk-GGD’er heeft niet alleen de positie om aan huis te komen, maar ook om ‘minstens tien keer’ terug te komen wanneer iemand niet opendoet. Veel instanties sluiten af na enkele keren geen gehoor. De wijk-GGD’er houdt aan en belt zo nodig ’s avonds aan, wanneer iemand overdag niet te bereiken is. Welp: ‘Deze doelgroep houdt zich niet aan onze kaders, afspraken en werktijden. Dus om mensen te bereiken moet je flexibel zijn.’
Vasthoudend als een pitbull
Soms zijn er verschillende hulpverleners betrokken, maar is sprake van een impasse. Dan spant de wijk-GGD’er zich in om de verantwoordelijkheid te leggen waar het hoort en is vasthoudend als een pitbull, vertelt Welp. ‘Soms moet je echt even vastbijten. Met onze vasthoudendheid en vermogen tot creatieve oplossingen die soms iets buiten de lijntjes kleuren, kunnen we zorgen voor een doorbraak.’
De taal van beide kanten
De wijk-GGD’er kan ook bemiddelen bij botsende belangen tussen zorg en veiligheid. Welp: ‘We spreken beide talen en begrijpen beide perspectieven.’ Ze noemt het voorbeeld van een woningcorporatie die uitzetting overweegt. ‘Maar dakloosheid creëert nieuwe problemen.’ De wijk-GGD’er probeert op de rem te trappen en blijft de situatie vanuit meerdere perspectieven belichten. De instantie wordt vervolgens actief betrokken gehouden bij interventies, met het oog op gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel.
Verantwoorden van gegevensuitwisseling naar onder?
Regelmatig gaan de wijk-GGD’ers met partners na of men elkaar goed weet te vinden en waarop winst te behalen valt. Gegevensuitwisseling blijft volgens Welp een heikel punt. ‘Er is een wet in ontwikkeling [de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein, red.] die het makkelijker kan maken, maar het blijft complex. Instanties, zoals een huisartsenpraktijk of ggz-instelling hanteren andere wet- en regelgeving. ‘Als we ons in het grijze gebied van de wettelijke kaders begeven, leggen we zorgvuldig vast wat we doen. Vanuit goed hulpverlenerschap móet je soms signalen delen en voorkomen dat je in elkaars vaarwater zit’, aldus Welp. Van Beek noemt als voorbeeld incidenten buiten kantoortijden. 'Wij kunnen de verbindende factor zijn om de juiste informatie bij de juiste hulpverlener te krijgen. Uiteindelijk dien je de inwoner daarmee.’
De hete aardappel
Deze mensen laten precies zien waar wij het nog niet goed met elkaar geregeld hebben
Complexe casussen worden soms als een hete aardappel doorgeschoven. ‘Hier zijn wij niet van’, klinkt het dan. Of: 'Eerst moet het één worden opgelost, dan pas het ander.' Volgens Welp is het systeem ingericht op enkelvoudige problematiek, er bestaat voor alles wel een specialistische instantie of een protocol. Terwijl integrale aanpak hier noodzakelijk is. ‘We hebben alles keurig ingekleurd, maar deze mensen laten precies zien waar wij het nog niet goed met elkaar geregeld hebben.’ Volgens haar wordt er soms ten onrechte alleen naar de ggz gewezen. ‘Als de cliënt daar eenmaal binnen is, dan komt het goed’, wordt gedacht. Ze benadrukt echter dat ‘niet alles behandelbaar is binnen de ggz’ en wil dan ook breed blijven kijken wat er aanvullend bestaat aan mogelijkheden die minder voor de hand liggen.
Kracht van onafhankelijkheid
Met de ‘rommelruimte’ die we hebben kunnen we doen wat nodig is en soms onorthodoxe oplossingen bedenken
Volgens Welp heeft het concept van wijk-GGD’er zich inmiddels bewezen. De onafhankelijke positie van de hulpverleners is een van de werkzame elementen (zie onderaan het artikel). ‘We zijn niet ingebed in een organisatie met allerlei belangen. Met de ‘rommelruimte’ die we hebben kunnen we doen wat nodig is en soms onorthodoxe oplossingen bedenken. En vanuit die rol kunnen we de vinger op de zere plek leggen en tegen organisaties en gemeenten zeggen: ‘Nu zijn jullie aan zet.’ Ook in het contact met inwoners is de onafhankelijkheid prettig. Van Beek: ‘Als ik bij iemand aan de deur sta, kan ik zeggen dat ik onafhankelijk ben en niet van de ggz. Dat opent deuren.’ Welp beaamt dit: ‘Juist de ggz en de gemeente zijn instanties waar onze cliënten vaak van weg willen blijven.’ Ze ziet dat hulpverleners goede bedoelingen hebben, maar vaak vastzitten in regels en protocollen, terwijl moed en lef nodig is, ook van leidinggevenden en managers. ‘Ook wij hebben kaders. maar we geven rugdekking aan collega’s die daarbinnen durven te doen wat écht helpt.
Kennisproducten over bemoeizorg
Movisie heeft al haar kennisproducten over bemoeizorg verzameld op deze overzichtspagina
Meer lezen?